202. The Ones That Got Away

It ain’t over till the fat lady sings. In mijn geval betekent het: als de fiets klaar staat voor de terugvlucht. Fietsdozen zoals in Nederland zijn hier niet te vinden, dus kris kras met de metro door Singapore op zoek naar karton, bubbeltjesfolie en plakband fiets-verpakt-changi-img_10260 en met die hele mikmak naar Changi Airport. Daar dan een halve middag fröbelen om het kreng ingepakt te krijgen. Lijkt gemakkelijk, maar ik geef het je te doen, in je eentje, dan is zo’n fiets opeens héél groot en onhandelbaar.
Maar uiteindelijk is het moment dan daar, alles gereed, de laatste dag aangebroken, nog een laatste bezoek aan de botanische tuin (waar, oh horror, eergisteren een 270 jaar oude en 45 meter hoge boom omviel en een nietsvermoedende vrouw verpletterde) en vooruit, nog één keer door Bookstore Kinokuniya, zó groot en uitgebreid dat na een kwartier euforie omslaat in wanhoop, zoveel boeken, zoveel.

Over de stad Singapore zal ik dit keer niet uitwijden. Dat deed ik negen jaar geleden al, toen ik hier ook op de fiets aankwam, en het stuk herlezend zou het nu geschreven kunnen zijn. Hetzelfde gevoel over de puissant luxe stad, dezelfde verbazing, genoegens en dezelfde observaties. De modellen op de metershoge lichtreclames kijken nog even nors en verveeld, het aanbod aan restaurants en food courts is nog even overweldigend en de spastische mondharmonicaspeler die op de stoep in zijn rolstoel tegenover het sjieke Takashimaya warenhuis muziek maakte kan zijn instrument niet meer vasthouden en verkoopt nu pakjes papieren zakdoeken.

Vanavond pakken, laat vannacht naar Changi Airport en dinsdagochtend op Schiphol. Maar voor ik vertrek wil ik nog wat beeld van de afgelopen weken laten zien. Je fotografeert altijd meer dan er ruimte is in je weblog, en omdat ik nog altijd de illusie heb door mijn verhalen anderen enthousiast te maken óók op reis te gaan (en, zoals het cliché wil, een foto soms meer vertelt dan duizend woorden, wat ik overigens betwijfel), een handvol foto’s van onderweg.

(En zoals altijd: klik op de foto voor groot beeld. Echt, de moeite waard.)

Thailand. Tien uur 's avonds, de kapper nog steeds aan het werk. Zijn klant: een jochie. Nog lang geen bedtijd.

Thailand. Tien uur ’s avonds, de kapper nog steeds aan het werk. Zijn klant: een jochie. Ook voor hem nog lang geen bedtijd.

28 januari 2017, de eerste dag van het Chinese Nieuwjaar. Hier wordt symbolisch geld verbrand voor de gestorven voorouders, zodat overledenen ook in het hiernamaals toch een goed tweede leven zullen leiden.

Op 28 januari 2017, de eerste dag van het Chinese nieuwjaar, wordt symbolisch geld verbrand voor de gestorven voorouders, zodat zij ook in het hiernamaals goed verzorgd zijn.

Malakka's beroemdste zoon is een voormalig bodybuilder, nu, op z'n 80e, vooraanstaand politicus. De vier standbeelden van hem die Malakka sieren zijn voor Maleise toeristen minstens zo populair als de koloniale gebouwen waardoor Malakka sinds 2008 op de Werelderfgoedlijst staat. Er wordt gefluisterd dat de atleet, wiens ego net zo groot is als zijn spierbundels, de beelden uit eigen zak betaald heeft.

Malakka’s beroemdste zoon is een voormalig bodybuilder. De vier standbeelden van hem die de stad sieren zijn voor Maleise toeristen populairder dan de koloniale gebouwen waardoor Malakka sinds 2008 op de Werelderfgoedlijst staat. Er wordt gefluisterd dat de atleet, wiens ego net zo groot is als zijn spierbundels, de beelden uit eigen zak betaald heeft.

Maleisië, op het eiland Langkawi. Brievenbusvrouwtjes, noemen Mirjam en ik de in zwart gehulde moslimas die de wereld door een spleetje zien. Wat zou ze doen, hier aan het strand? Een duik nemen kan niet met al die kleren. Een sms'je dan maar? Niet aan haar man, die dobbert lekker in de golven, in z'n zwembroek.

Maleisië, op het eiland Langkawi. Brievenbusvrouwtjes, noemen Mirjam en ik de in zwart gehulde moslimas die de wereld door een spleetje zien. Wat zou ze doen, hier aan het strand? Een duik nemen kan niet met al die kleren. Een sms’je dan maar? Niet aan haar man, die dobbert lekker in de golven, in z’n zwembroek. Hij wel, ja.

Singapore. Klein rotjoch verkoopt de duiven een schop als ze in de buurt komen. Zusje kijkt bedenkelijk, maar laat het ettertje z'n gang gaan.

Singapore. Klein rotjoch verkoopt de duiven een schop als ze in de buurt komen. Zusje kijkt bedenkelijk, maar laat het ettertje z’n gang gaan.

In Thailand worden de geesten te vriend gehouden met dagelijkse offerandes: bloemenslingers, voedsel en veel zoete frisdrank. Wat zouden ze na een tijdje met die flesjes doen als het er teveel worden? Leeggieten? En riskeren dat de geesten boos worden? Oei, dilemma.

In Thailand worden de geesten te vriend gehouden met dagelijkse offerandes: bloemenslingers, voedsel en veel zoete frisdrank. Wat zouden ze na een tijdje met die flesjes doen als het er teveel worden? Leeggieten? En riskeren dat de geesten boos worden? Oei, dilemma.

Maleisië. Linke soep, een aap voeren. Je weet nooit of hij niet opeens in je benen springt en vastbijt. In dit geval ging het goed, hij verdween met volle mond langs een regenpijp uit zicht.

Maleisië. Linke soep, een aap voeren. Je weet nooit of hij niet opeens in je benen springt en vastbijt. In dit geval ging het goed, hij verdween met volle mond langs een regenpijp uit zicht.

In Bangkok probeert een vrouw passanten te verleiden tot karaoke, maar niemand heeft er zin in. Uit arren moede zingt ze zelf maar een deuntje.

In Bangkok probeert een vrouw passanten te verleiden tot karaoke, maar niemand heeft er zin in. Uit arren moede zingt ze zelf maar een deuntje.

Maleisië. Op het eiland Penang doet de riksjafietser een schietgebedje. Voor klandizie? Zou er een riksjagod zijn? In India is dat Ganesh, beschermheilige van reizigers. Maar hier?

Maleisië. Op het eiland Penang doet de riksjafietser een schietgebedje. Voor klandizie? Zou er een riksjagod zijn? In India is dat Ganesh, beschermheilige van reizigers. Maar hier?

Als er één geluid is dat ik deze reis veelvuldig hoorde, is het kletterende regen. Watersnood in midden-Thailand, en dagelijkse stortbuien in Maleisië, het hield niet op. Toch heeft het iets huiselijks, dat gutsende water en jij en je fiets lekker droog.

Als er één geluid is dat ik deze reis veelvuldig hoorde, is het kletterende regen. Watersnood in midden-Thailand, en dagelijkse stortbuien in Maleisië, het hield niet op. Toch heeft het iets huiselijks, dat gutsende water en jij en je fiets lekker droog.

Thailand. Dit is een van de redenen waarom ik van de tropen hou: de kokospalmen. Slank, hoog, sierlijk. Bij dit dorpje wordt vuil verbrand, de rook accentueert de bomen. Prachtig.

Thailand. Dit is een van de redenen waarom ik van de tropen hou: de kokospalmbomen. Slank, hoog, sierlijk. Bij dit dorpje wordt vuil verbrand, de rook accentueert de bomen. Prachtig.

Maleisië, op het eiland Penang. De oude binnenstad van George Town met z'n 18e eeuwse arcades, slimme bouwstijl, altijd schaduw. Jammer dat alles nu wordt volgeplempt met rommel en handelswaar.

Maleisië, op het eiland Penang. De oude binnenstad van George Town met z’n 18e eeuwse arcades, slimme bouwstijl, altijd schaduw. Jammer dat alles nu wordt volgeplempt met rommel en handelswaar.

Vlak na de tsunami van 2004 werden overal langs de Thaise kust blauw-witte waarschuwingsborden geplaatst wat te doen en waarheen te vluchten bij een volgende tsunami. Na ruim tien jaar zijn de borden verbleekt en zo goed als onleesbaar.

Vlak na de tsunami van 2004 werden overal langs de Thaise kust blauw-witte waarschuwingsborden geplaatst wat te doen en waarheen te vluchten bij een volgende tsunami. Maar statistisch is de kans op nóg zo’n ramp klein, de aandacht verslapt, na ruim tien jaar zijn de borden verbleekt en zo goed als onleesbaar.

Maleisië, Georgetown. Een tijdje naar haar staan kijken, maar geen beweging. Uitgeput van het inventariseren? Proberen orde te scheppen in chaos? Nauwelijks ruimte voor haar krukje, zo vol is de winkel.

Maleisië, Georgetown. Een tijdje naar haar staan kijken, maar geen beweging. Uitgeput van het inventariseren? Proberen orde te scheppen in chaos? Nauwelijks ruimte voor haar krukje, zo vol is de winkel.

Nog een doodvermoeid iemand. Dit was in Bangkok. Leek alsof hij boven z'n bord in slaap was gevallen, maar uiteindelijk werd er toch wat naar binnen gewerkt.

Nog een doodvermoeid iemand. Dit was in Bangkok. Leek alsof hij boven z’n bord in slaap was gevallen, maar uiteindelijk kwam er beweging in en werd er toch wat naar binnen gewerkt.

Intrigerend, dit waarschuwingsbord in Thailand, want het betekent dat het de gewoonste zaak van de wereld was, vuilnis en ander afval op straat te verbranden. En de gemeente dan steeds het gesmolten asfalt oplappen.

Intrigerend, dit waarschuwingsbord in Thailand, want het betekent dat het de gewoonste zaak van de wereld was, vuilnis en ander afval op straat te verbranden. En de gemeente dan steeds het gesmolten asfalt oplappen.

Rubberplantages. Die zag ik vooral in Thailand, in Maleisië is het oliepalmen wat de klok slaat. Mooi, die bomen in slagorde. En doodstil, nooit zag ik iemand, die bakjes worden niet vaak geleegd, het melken gaat langzaam.

Rubberplantages. Die zag ik vooral in Thailand, in Maleisië is het oliepalmen wat de klok slaat. Mooi, die bomen in slagorde. En doodstil, nooit zag ik iemand, die bakjes worden niet vaak geleegd, het melken gaat langzaam.

Dit is nu écht street food. Zomaar ergens langs de weg in Thailand, bij een spoorwegovergang, lijkt een strategische plek. Maar waarom zetten ze die parasol niet strategischer neer? Zodat ze in de schaduw kunnen staan? Nu staat er één krukje. Voor die klant die straks komt. Hopelijk.

Dit is nu écht street food. Zomaar ergens langs de weg in Thailand, bij een spoorwegovergang, lijkt een strategische plek. Maar waarom zetten ze die parasol niet strategischer neer? Zodat ze in de schaduw kunnen staan? Nu staat er één krukje. Voor die klant die straks komt. Hopelijk.

Je zou niets liever willen dan op de brug blijven staan en wachten tot het tij keert, tot het water komt en de boten bevrijdt. Kijk eens hoe hoog die trappen, nu in de modder, straks nét hoog genoeg om droge voeten te houden. Prachtig.

Je zou niets liever willen dan op de brug blijven staan en wachten tot het tij keert, tot het water komt en de boten bevrijdt. Kijk eens hoe hoog die trappen, nu in de modder, straks nét hoog genoeg om droge voeten te houden. Prachtig.

Tot slot. Dit waren de mooiste momenten, het fietsen in de ochtendkoelte langs plantages en kleine dorpen, de weg stil, af en toe een tegenligger die zwaait en een duim opsteekt. De wereld stil en vredig, zoals je 'm graag ziet. Mooi, ja.

Tot slot. Dit waren de mooiste momenten, het fietsen in de ochtendkoelte langs plantages en kleine dorpen, af en toe een tegenligger die zwaait en een duim opsteekt. De wereld stil en vredig, zoals je ‘m graag ziet. Mooi, ja.

201. Blaffen of Bijten

Die extreme regens in Thailand mogen tot het verleden behoren, nu ik een stuk zuidelijker in Maleisië ben is het nog steeds een natte boel. Als het een beetje meezit zijn de ochtenden droog, maar in de loop van de middag trekt het dicht en begint het te plenzen. Dagritmes moeten hierop worden afgestemd, uitslapen is er niet bij, vroeg op pad en als het kan een bed voor de nacht geregeld hebben vóór de middagregens. Tot nog toe gaat het goed, maar ach, die arme bewoners, wat krijgen ze het voor de kiezen. Ik kom soms door gebieden waar kilometer na kilometer links en rechts van de weg alles onder water staat. Huizen niet meer met droge voeten bereikbaar, kleine buurtwinkeltjes en restaurantjes kunnen sluiten omdat klanten er niet bij kunnen. Tragiek alom.

dorp-overstroomd-img_9900

Ik reed negen jaar geleden ook door dit gebied, maar verbaas me hoe weinig ik me ervan herinner. Kan met leeftijd te maken hebben, maar ik houd het er maar op dat het gewoon zo werkt met je hersens. Niet alles kan onthouden worden, net als een boek dat je leest of een film ziet en een paar jaar later niet meer kunt navertellen. Ik vermoed dat de hersens zichzelf af en toe resetten. Wat overbodig is, of lijkt, wordt gewist of in minder snel toegankelijke krochten geparkeerd. Zodat je af en toe voor een verrassing komt te staan, hé, dit herken ik! Dat gebeurde me bij dit bord. Dit zag ik eerder, hier kwam ik destijds langs, vond het wel aardig, maar nu zijn de bakens verzet en niet zo’n beetje ook. Wat ik toen las als goedmoedige aanprijzing ervaar ik nu bijna als dreiging. Is het zo ook bedoeld? Dat de onderliggende boodschap hard is, en dwingend: islam for all of anders… Ik weet niet hoe het hier zit met religieus fanatisme, maar voor je het weet worden ook hier de messen geslepen.

islam-for-all-img_9897

Wie reist, ontmoet. Zoals ‘n paar dagen geleden, even adempauze in de schaduw, afdakje met een bankje, goede plek om te zitten en het lichaam tot rust laten komen. Vond ook een man met scooter. Helm af, praatje. Verrassend goed Engels, meestal blijft het steken in alle denkbare variaties op where you from en where you go, in het ergste geval wijs ik dan simpelweg richting zuid, ben je meteen klaar. Maar met hem was het goed praten. Van Indiase afkomst, dat was duidelijk. Welke voorouder ooit uit Tamil Nadu vertrokken was richting Maleisië wist hij niet precies meer, vier, vijf generaties? Hij was hier geboren en getogen, voelde zich op en top Maleier. Maar toch, maar toch… toen hij wilde trouwen moest hij zich tot de islam bekeren. Was altijd hindoe gebleven, van vader op zoon doorgegeven, vanzelfsprekende zaak, maar hij was de eerste generatie die buiten zijn cultuur wilde trouwen. En dan is het bekeren, of de zaak gaat niet door. IJzerharde regels, de staat zit er bovenop. Islam is, letterlijk, heilig.

Hij pakt z’n portemonnee, laat een identiteitsbewijs zien. ientiteitspasje-1img_10012 Onder zijn afbeelding staat dat hij Maleis staatsburger is, mannelijk, en islamiet. Als ik hem vertel dat het bij ons ondenkbaar is dat in je paspoort ‘christen’ zou staan, of misschien wel specifieker, katholiek, of protestant, lijkt hij het niet te begrijpen. Ik leg uit wat seculier betekent, dat bij ons kerk en staat gescheiden zijn. Hij schudt zijn hoofd. Werkelijk? Hoe heerlijk moet het zijn in zo’n land te leven. Ja toch? Naarmate we langer praten wordt hij steeds geagiteerder. Je móet hier islamiet zijn, anders kan je het vergeten, pruttelt hij. ‘Wat denk je, als je als niet-moslim met een moslimmeisje ergens zit te praten, alleen maar te práten, wat de politie dan doet?’
Ik kan het raden, maar vraag toch maar. Wat doen ze dan?
‘Ze pakken je op en gooien je in de cel. Ze mogen iedereen naar z’n papieren vragen, wanneer het ze maar uitkomt. En als je dan niet kunt aantonen dat je islamiet ben, nou, ben je nog niet jarig.’
Hij haalt een tweede identiteitskaart tevoorschijn, legt uit wat er staat. ‘Certificaat bekeerling’, staat er boven. identteitspasjes-img_10014 Zijn oorspronkelijke Indiase naam, Ravi, zoon van Ramu. En dan de datum waarop hij bekeerd is en wanneer hij officiel als islamiet in de boeken is gekomen. Drie jaar duurde het, waarin hij verplicht lessen moest volgen en examens afleggen. Gesubsidieerd, dat wel, glundert hij. Drie jaar lang een maandelijkse toelage, tot je officieel bekeerd bent.
Ik wil nog even terug naar dat samen op een bankje, jongen en meisje, zij islamitisch, hij niet, en dan de politie. Wat gebeurt er met dat meisje als ze thuiskomt? Zwaait er dan wat? Of erger? Hij begrijpt mijn vraag. Schudt zijn hoofd. Nee, eerwraak kennen we hier niet in Maleisië. Aarzelt even, en zegt: ‘nog niet. Maar het wordt steeds strenger, net als in Indonesië.’ Later, weer op de fiets, denk ik aan die leuze, Islam for all. Nee, zo onschuldig is dat niet.

En dan een heel ander soort ontmoetingen. ‘Kamers zijn ook te huur per dagdeel, of per uur,’ zegt de receptionist als ik incheck, en voegt er grijnzend aan toe: ‘you know, for happy time.’ Toegegeven, een van de allergoedkoopste hotels waar ik tijdens deze reis overnachtte, ik kwam aan in gietende regen en wilde onderdak, kon me niet schelen waar. Later, toen de regen voorbij was, op zoek naar een restaurant, zag ik in wat een groezelige buurt ik terecht was gekomen. Deed me aan een filmset denken. Wat zei ik nou net? Dat je niet alles kunt onthouden, en een boek of film een paar jaar later niet meer kunt navertellen? Hier het tegenovergestelde, ik maak een sprong in mijn herinnering, waan me in een scene in Joseph Heller’s fameuze roman Catch-22, waarin de hoofdpersonen Yossarian en Nately door nachtelijk Rome dwalen. De straat vol rotzooi, rook, autowrakken, hoeren, alles nat en vies. Hier voelt het ook zo. De straat is nat en vuil, naast een Chinees tempeltje gloeien bizarre, manshoge staven wierook, een paar huizenblokken verder hangt een rookkolom boven de stad alsof er oorlog woedt. Alles is gesloten, overal metalen rolluiken, het is Chinees Nieuwjaar, het leven lijkt tot stilstand gekomen.

ongure-buurt-1-img_10023

Dan een groepje vrouwen, schuilend onder een afdak tegen de laatste regen. Ze maken lawaai, alsof ze elkaar lang niet gezien hebben en nodig moeten bijpraten. Gierend lachen, harde stemmen, schril. Als ik door de uitgestorven straat kom aanlopen richten ze hun aandacht op mij, roepen me toe, eerst Maleis, daarna kreupel pidgin. You come? You nice time, yes? Een van hen steekt haar paraplu op en komt op me af, haar slippers weerklinken hard op het natte asfalt. Als ze ziet dat ik m’n iPhone in de hand heb en foto’s maak, draait ze met haar kont dat het een lieve lust is. Pas als ze dichtbij is zie ik de grove, mannelijke gelaatstrekken en hoor ik hoe diep haar stem klinkt. You come? Nice time, yes? Daar sta ik dan, in een uitgestorven straat in een Maleise achterbuurt met een transseksuele prostituee. Komt er dadelijk een gespierde pooier die me een ram voor m’n kop geeft? Wegwezen. Ik zeg beleefd dankjewel en loop verder, de straat uit, nét iets sneller dan normaal.

ongure-buurt-3-img_10025

Nog even over borden en leuzen langs de weg. De laatste tijd kom ik regelmatig een ander soort borden tegen: waarschuwingsborden, bij een woning, of bij een plantage met oliepalmen. Een dreigende beeldtaal. Wij doen het met aan beschaafd blauw-wit Verboden Toegang Artikel 461 bordje, hier dreigen ze kortweg met een kogel voor je kop. Zou het echt zo’n vaart lopen, of is het meer blaffen dan bijten? dreiging-1-img_9896 Maleisië kent nog de doodstraf voor verschillend vergrijpen, drugs onder andere, daar zijn ze net als Indonesië en Thailand niet kinderachtig mee. Hoewel, in Thailand wordt de doodstraf nog wel opgelegd, maar al sinds 2009 niet meer uitgevoerd. Ook Maleisië doet het rustig aan, regeringsbronnen melden dat dankzij een actieve groep Maleisische parlementsleden en de druk van het maatschappelijk middenveld (Bar Council, Amnesty International) een eerste voorzichtige stap gezet is die wellicht leidt tot volledige afschaffing van de doodstraf. dreiging-2-img_9901 Maar dit soort borden, kennelijk een particulier initiatief, hoe kan dat? Weerspiegelt dit de mening van een meerderheid of kan je hier gewoon zo’n raar bord laten maken en aan de erfgrens van je tuin ophangen? Het blijft puzzelen. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon de proef op de som nemen. Heb ik gedaan, bij dat bord met die beesten, dat hing bij een reusachtig veld met oliepalmbomen. Moest nodig plassen. Fiets tegen een boom geleund, plas gedaan. Niets gebeurd. Geen schot gehoord, geen geweer gezien.

Verder gereden, de zoveelste regenbui tegemoet. Of achterna? Er hangt een reusachtig front boven Maleisië, en het is niet helemaal duidelijk of het noord- of zuidwaarts trekt. Raar ding, regen. Soms besluipt het je als een dief in de nacht, zien de wolken er niet dreigend uit, nietsvermoedend ga je een nat pak tegemoet. Maar meestal zie je het van verre aankomen, zoals op de foto hieronder. Kanak-Kanak roept het waarschuwingsbord. Kanak is kind, twee keer is kinderen, en sekolah is school. Dan kan je de rest er vanzelf bij bedenken. Oppassen, snelheid minderen, zo’n bord begrijp je meteen. In de verte de regen, daar heb je geen bord voor nodig, die waarschuwt voor zichzelf. Maar come rain or shine, we gaan door. Zuidwaarts!

onweer-en-regen-nadert-img_9892

200. Belangrijk tussendoortje.

Volop bezig met een nieuw bericht over zuidwaarts ploegen door regen en zonneschijn langs de Maleise westkust, nog ’n paar dagen en ik sta voor de poorten van Malakka, eertijds Neerlands kolonie, handelspost van de VOC, buitgemaakt op de Portugezen.

Maar eerst! Mirjam wil proberen dit jaar haar Local Kitchen Stories initiatief (voorheen Streetfood) naar een hoger plan te tillen, zodat nog véél meer kinderen via o.a. Stichting Duniya dagelijks een gezonde maaltijd kunnen krijgen. Jullie kennen (ja toch?) haar (deels bekroonde) serie kookboeken over India, Vietnam en Kosovo, waar dit jaar deel vier in de serie uitkomt: Zanzibar.

Nu blijkt iemand haar heeft voorgedragen bij het VPRO-programma Tegenlicht, waar de vijf initiatieven met de meeste stemmen straks een podium krijgen en zich aan het publiek mogen presenteren. Daar wil zij graag bij zijn!

En daarom, vrienden, vriendinnen, lezers, sympathisanten, als je haar initiatief een warm hart toedraagt, dan zou ik het waarderen als je haar je stem wilt geven, en daarna dit bericht zoveel mogelijk onder je vrienden en kennissen te verspreiden. Hoe meer stemmen hoe beter want straks misschien een podiumplek in Amsterdam.

Het werkt als volgt. Klik op http://uitdagers.op.vpro.nl/ (geef de pagina even tijd om te laden!), er komen foto’s van deelnemers in beeld. Scroll omlaag tot je Mirjam ziet. Aanklikken, en je stem op haar uitbrengen. Piece of cake. Spelregels zijn glashelder, even inloggen (ten teken dat je geen robot bent) en de klus is geklaard. Je ziet het cijfer verspringen! Op naar de honderd plus.

ps. de etende kinderen hieronder is een beeld van enkele dagen geleden, dat we doorgestuurd kregen door een van onze medewerkers in Nagwa, India: 120 kinderen die dagelijks een warme maaltijd krijgen, dankzij het werk van onze Stichting Duniya, en mede dankzij de bijdrage uit de opbrengst van Mirjams boeken.

Stemmen dus! Dank, dank.

kicheri