226. On the road, again.

Waren we iets later uit Libanon vertrokken, hadden we middenin de protesten gezeten, de beginnende volksopstand. En het begon hier in Beiroet, de borrelende onvrede, het jarenlang onderdrukken daarvan, opeens waren ze klaar voor een vuist op tafel, nu is het genoeg. 30 jaar geleden gebeurde hetzelfde in de DDR, ook daar het volk dat zich niet langer laat ringeloren, genoeg van de corrupte bovenklasse, nu is het genoeg. En wat was er weinig voor nodig om de Libanese lont aan te steken: belasting op Whats-app gesprekken. Dermate absurd en zo nadrukkelijk een poging om het volk als een citroen uit te persen, dit was de druppel. Met honderdduizenden kwamen ze, in alle grote steden, en tot de dag van vandaag duurt het voort. Vreedzaam, maar dwingend. Komt er, na de (mislukte) Arabische Lente van 2011, een Arabische Herfst?

Op onze laatste dag in Beiroet, de koffers al gepakt, een laatste wandeling door de wijk Gemmayzeh waar we logeren, langs de Green Line, de voormalige demarcatielijn die tijdens de burgeroorlog de vechtende moslims en christenen uit elkaar moest houden. De bijnaam green line kwam toen in de kapotgeschoten en ontvolkte straten spontaan struiken en bomen wortel schoten. Nu razen de auto’s langs het Plein der Martelaren. Uitkijken geblazen bij het oversteken, van verkeersregels trekt niemand zich hier iets aan. Behalve vandaag, er is veel politie op de been en zwaar bewapende militairen bezetten alle straathoeken. We horen trommels, het schelle schreeuwen van vrouwenstemmen. Op het plein is een grote menigte samengestroomd, we zien vlaggen en spandoeken met de beeltenis van Öcalan, leider van Koerdische verzetspartij PKK en aartsvijand van Erdogan. Het zijn Syrische vluchtelingen, Koerden, die protesteren tegen de Turkse invasie in Noord-Syrië. Een schelle vrouwenstem, galmend door een megafoon. We verstaan geen woord maar begrijpen alles.

Twee dagen later zien we thuis op de televisie de moskee en het plein waar we net nog stonden, nu ingenomen door honderdduizenden die opstaan tegen hun regering. Jammer. We hadden er bij willen zijn.

Lang niets geschreven, regelmatige lezers van dit blog kunnen denken dat ik, behalve over fietsen in verre oorden, niets te melden heb. Verre van dat, waarde lezer, verre van dat. Maar er waren andere gebeurtenissen die voorrang kregen, of domweg geen echte urgentie om iets te delen, omdat het te vers was, of te allesoverheersend: Mirjam verloor in augustus niet alleen een goede vriendin maar ook haar moeder. De ontreddering en het verdriet waren intens en overweldigend. Langzaam krabbelt ze weer op, hervindt zichzelf, we gaan weer aan het werk, de reis naar Libanon was een eerste stap terug naar het eigen leven.

Wat mijzelf betreft, waarom ik sinds maart niet schreef op dit blog, in plaats van erover te schrijven wilde ik het leven zelf ondergaan, gebeurtenissen, gedachten. Vooral dat laatste. Want gedachten formuleren betekent vaak dat er aan het eind van de rit een mening gevormd wordt, en beweerde ik een tijdje geleden niet wijsneuzig dat ik niet meer zo nodig een mening wilde hebben over van alles en nog wat? Natuurlijk, het was een reactie op de niet aflatende stroom informatie die op ons afkomt, en wat daarmee te doen. Maar in de praktijk ben je wat je bent, je wilt vertellen, daar is geen kruid tegen gewassen, leer er maar mee leven. En een van de hoofddoelen die ik vanaf mijn jeugdjaren stelde was dat ik wilde reizen. Verre oorden wilde ik zien en mensen en gebeurtenissen en erover schrijven en vertellen en het laten zien, en warempel, het gebeurt. Vroeger veel voor de VPRO en nu opnieuw beroepsmatig, met het BROOD-project, dat meerdere jaren gaat duren. Wat een voorrecht. Want nadenkend over het belang van reizen, voel ik me bevestigd door wat Jan Brokken in zijn boek Baltische Zielen schrijft: Reizen is, met luisteren en lezen, de kortste en leerzaamste omweg naar jezelf.

Nu dus terug uit Libanon, en sinds de terugkeer van mijn laatste lange fietstocht door Zuidoost-Azië hebben we ook in Portugal, Oostenrijk en Slovenië gefotografeerd en as we speak bereiden we Duitsland en Finland voor. En steeds ben ik van plan daar iets meer over te vertellen, dat Brood-project, maar het komt er niet van. Nog niet. Komt wel.

Goed, nog even terug naar Libanon, waar we met een gehuurde auto van locatie naar locatie reden – om te beginnen van Beiroet naar het noordelijker gelegen Tripoli, waar we contacten hebben gelegd om in de souk drie bakkerijen te fotograferen, een daarvan maar liefst vierhonderd jaar oud. Pardon, Tripoli? Jawel, er is er nóg een. Iedereen kent het Libische Tripoli, maar hier is er dus nog een, ook door de Feniciërs gesticht, zo rond 700 v. Chr. Hun handelsgebied bestreek de Levant, het Morgenland (het huidige Libanon, Israël, Syrië en Jordanië) en de Noord-Afrikaanse kust tot aan Tanger toe. Wij zien de situatie anno 2019: wegblokkades, waar soms wel en soms niet militairen staan die je, Kalasjnikov op de borst, vanachter hun zonnebril vorsend aankijken en vervolgens doorwuiven.

Nog even Beiroet. Ooit ‘het Parijs van de Levant’, daarna verscheurd door burgeroorlog, om van de aanhoudende Israelisch-Libanese conflicten nog maar te zwijgen. Die burgeroorlog, uitgevochten langs etnisch-religieuze lijnen, trok letterlijk een streep door de stad, aan weerszijden ervan de strijdende partijen. De stad werd aan rafels geschoten, in het niemandsland van de scheidslijn wortelden struiken en bomen, en dertig jaar later zie je maar weer hoe gecompliceerd wederopbouw is als een land kreupel gaat aan die vermaledijde etnisch-religieuze scheidslijnen. Bevolkingsgroepen worden voorgetrokken door corrupte overheidsdienaren als ze tot een bepaalde religie behoren. Sommige wijken zijn daardoor herbouwd, andere liggen dertig jaar na dato nog steeds aan flarden. Vraag de bewoners wat ze denken dat gaat gebeuren en ze zeggen: niets, er gaat hier niets gebeuren. Kom over tien jaar terug en het zal er nog steeds zo uit zien.

En dan Tripoli. Een onbekend juweel. Iemand vertelde ons, of we lazen ergens, daar wil ik van af zijn, dat van de toeristen die Libanon bezoeken nog geen 2% naar Tripoli gaat. Vooroordeel? Angst? Wie weet. In de etnisch-religieuze lappendeken die Libanon heet (soennitische en sjiitische moslims, druzen, Maronitische christenen, Armeense christenen, Grieks-orthodoxe katholieken en nog zo een en ander) is Tripoli, afgezien van een piepkleine christelijke gemeenschap, vrijwel geheel islamitisch, en kennelijk schrikt dat de toeristen af. Jammer voor hen, want Tripoli is heerlijk. Als je van een drukke souk houdt tenminste. En dat doen we. Eindeloos zwerven door oude straatjes waar kooplieden hun waren aanprijzen, ze roepen om het hardst, hier kraakverse groenten, hier verse vis! En de bakker gooit het flinterdunne deeg van zijn saaj hoog in de lucht en vangt het op als een volleerd circusartiest.

Oostwaarts over de Jabal Lubnān, Mount Lebanon, de bergrug die het land van noord naar zuid doorsnijdt. Naarmate we hoger komen hult de wereld zich steeds meer in wolken, ruitenwissers aan en turen in het licht van de koplampen ook al is het rond het middaguur, de wereld verzwolgen in potdichte mist. En dan, als een vliegtuig dat na de start door de wolken breekt, zitten we hoog in de ijle berglucht met de wondere wereld diep beneden.

Baalbek, weten we nu we er zelf geweest zijn, hoort op de lijst ‘dingen die je niet mag missen’. 8000 v.C. gebouwd door de Feniciërs, bekend als Heliopolis, stad van de zon, ter ere van zonnegod Baal. De stad kwam echt tot bloei onder Romeinse heerschappij ten tijde van keizer Augustus. Het werd een belangrijk religieus centrum, en de Romeinen bouwden er reusachtige tempels, opgedragen aan Jupiter, Venus en Bacchus. Vooral die van Bacchus is relatief ongeschonden door de tijd gekomen, de anderen zijn door een Arabische beeldenstorm in de achtste eeuw en en een verwoestende aardbeving tien eeuwen later vrijwel met de grond gelijk gemaakt. De tempel van Bacchus is beeldbepalend voor de glorieuze erfenis van Romeinse bouwkunst en een van de best bewaarde tempels ter wereld. We dwalen er in de intense middaghitte lang rond, verbluft over de hoogte van de zuilen die de eeuwen getrotseerd hebben. Op de foto hieronder zie je als je goed kijkt (klik op de foto voor groter beeld!) bij de meest linkse pilaar een menselijke figuur, illustratief voor de hoogte van de pilaren: twintig meter. Onbegrijpelijk, hoe dit gebouwd kon worden.

Tot slot, wat Libanon betreft: Palmyra Hotel, het oudste hotel van de stad Baalbek. Pal tegenover de ruïnes, gebouwd in 1874 door een Griekse ondernemer met profetische blik: de ruïnes van Heliopolis begonnen een toeristisch trekpleister van jewelste te worden, dus een hotel ter plaatse beloofde klinkende munt. En zo geschiedde. Oorlogen kwamen en gingen maar Palmyra bleef open en ontving de groten der aarde. Aan de wand van de nu wat morsige entree foto’s van filmsterren en vorsten. Nina Simone, Ella Fitzgerald, Albert Einstein, George Bernard Shaw, Charles de Gaulle, Kemal Ataturk, de koningen Faisal I van Irak en Abdullah van Jordanië, de Shah van Perzië en de Duitse Kaiser Wilhelm II. Ook de Franse schilder en dichter Jean Cocteau logeerde er. Hij liet als dank voor het aangenaam verpozen een tekening achter op de muur van kamer 27, waar hij in 1960 een maand logeerde. 59 jaar later slapen wij in diezelfde kamer. De bedden kraken, de waterleidingen borrelen en kreunen en de ramen kieren. In het ochtendgloren zien we hoe fraai Cocteau’s muurtekening de jaren doorstaan heeft.

Goed, heel iets anders nu, weg uit Libanon. Hink-stap-sprong door een paar landen waar we, voor ons werk, onlangs geweest zijn. Om te beginnen in Portugal, waar we, ruim ten zuiden van Lissabon, op de kaap van de landtong bij Sesimbra, de in 1701 gebouwde kerk Sanctuario de Nossa Senhora do Cabo Espichel bezoeken. Een door weer en wind geteisterde kaap hoog boven de Atlantische Oceaan en dan die kerk met een lange reeks cellen waar monniken en bedevaartgangers konden overnachten. Gebouwd omdat in 1410 de maagd Maria aan een oud vissersechtpaar verschenen zou zijn. Heerlijke flauwekul, waar vooral de katholieken zo goed in zijn, om aan een of ander raar kolderverhaal meteen een compleet heiligdom op te hangen. Maar die religieuze waan heeft uiteindelijk veel moois opgeleverd, zoals hier.

Op een heuvelrug in de Serro do Lauro bij het stadje Palmela staan molens van de soort die we van Don Quichot kennen. Gebouwd op een strategische plek, omdat hier altijd wind is. Oud zijn ze, bijna 250 jaar geleden gebouwd, sommige in verval, andere, zoals deze, in perfecte staat. Onderhouden door molenaar en bakker Pedro Lima, voormalig metaalbewerker die zich heeft omgeschoold tot bakker. Naast de molen bewoont hij een klein huisje waarin de oven staat. Hij voorziet in zijn levensonderhoud met brood bakken, workshops geven en tochtjes op ezels door het natuurpark te organiseren voor toeristen. Een alleraardigste, beetje schuwe man, die het bakkersvak nog niet zo goed in de vingers lijkt te hebben. Terwijl we hem tijdens het werk fotograferen mislukt het brood, het komt halfgaar uit de houtgestookte oven. Moet hij weer opnieuw beginnen. Grommend propt hij de oven vol hout dat hij die ochtend in zijn olijfboomgaard gesnoeid heeft. Geen handschoenen, niks, gewoon met blote handen hup in de vlammen.

In Slovenië ontmoeten we de 70-jarige Oton Samec, die opgroeide in de door zijn vader beheerde 12e eeuwse watermolen annex zaagwerk en smederij Soržev Mlin in Nova Cerkev. “Hij bouwde zelfs een kleine turbine, aangedreven door het stromende rivierwater, om elektriciteit voor zijn eigen behoeften te produceren” vertelt Oton met stralende lach, “en iedereen uit de wijde omgeving kwam om dit wonder genaamd elektriciteit in 1937 te bekijken”. Oton verbouwt biologisch graan, waarvan sommige haast vergeten rassen. Uit de wijde omgeving komen de dorpelingen, die allemaal hun eigen brood bakken, om zijn meel te kopen. Daarnaast verhuurt hij kamers aan toeristen, die zijn eeuwenoude watermolen komen bekijken.

Zwervend door het wonderschone Sloveense bergland komen we bij toeval langs deze hemelse plek: Spodnja Sorica, een gehucht in de gemeente Železniki. Voorzover het al bekend is, dan omdat Ivan Grohar hier geboren is, beroemd Sloveens impressionistisch schilder die zijn hele leven niets anders schilderde dan zijn directe omgeving. Kunnen we goed begrijpen, als we hier een uurtje pauzeren en picknicken. Wijdse stilte, het tingelen van koebellen, de warme wind die door het hoge gras fluistert. Soms is het leven perfect.

Het kleine Slovenië, ingeklemd tussen Italië en Kroatië, heeft een smalle kuststrook van krap 50 kilometer met daarin drie havensteden in Sloveens Istrië, en Piran is daarvan zonder twijfel de mooiste, omdat het minder industrieel is. Gebouwd tegen een steile heuvelrug, met een autovrije oude binnenstad waar het goed dwalen is. Heerlijke middeleeuwse achterafsteegjes met Venetiaanse huizen en aan de kade een trits restaurants die zonder uitzondering gespecialiseerd zijn in zeevoedsel. Maar loop een klein stukje verder langs die kade, onderlangs de oude vuurtoren, en je vindt de rust van mensen die in de warme zee poedelen of languit op de stenen kade liggen te zonnen. Een wonderlijke plek, in al z’n eenvoud zelfs fotogeniek.

Goed, tot zover. Nu weer volop thuis in Friesland. Het is november, op dit moment schijnt de zon en straks gaat het weer regenen zoals het al weken doet, de ezels mogen een dagje vrijaf op het grote weiland, buizerds hebben binnen enkele dagen twee van onze kippen verschalkt, gisterennacht werd in de Spar in ons dorpje ingebroken door gemaskerde boeven die, zo is te zien op beelden van de veiligheidscamera’s, binnen twee minuten alle pakjes sigaretten weggraaiden, en volgende week gaan we voor opnames naar Duitsland en daarna naar Finland. Tot dan, tot later.

225. Niet alles weten is goed

And now, the end is near zong Sinatra, en zo is het met mijn fietstocht ook. Of nee, deze van The Doors is beter: This is the end. Want het is gedaan. Bangkok bereikt, sponsorrit voor Miles for Meals voltooid. 3.072 kilometer door Zuid-China, Vietnam, Laos en Thailand. Klaar, afgelopen. Een bijdrage aan M4M kan overigens nog steeds, pas als ik thuis ben is het écht voorbij en dat is niet eerder dan overmorgen, woensdag de 6e.

Maar als het volbracht is, is het dan ook echt klaar? Dezelfde vraag stelde ik toen ik in juni 2016 mijn eerste M4M reed en eindpunt Hanoi bereikte. Was het toen klaar? Ja, en nee. Want er is nog zóveel te vertellen. Onderweg door die andere wereld zijn je gedachten onophoudelijk bezig, je kijkt en probeert te begrijpen, want veel van wat je ziet begrijp je eenvoudigweg niet omdat je de context niet kunt doorzien. Natuurlijk, armoede heeft hetzelfde gezicht, of je in Laos of India bent. Maar kan je dan iets zeggen over de kwaliteit van leven als je door een dorp rijdt? Natuurlijk niet, en die pretentie mag je ook niet hebben. Je mag hoe dan ook geen enkele pretentie hebben, niet hier terwijl je reist, maar ook thuis niet. Omdat je eenvoudigweg zoveel niet kúnt weten en begrijpen. Beter is het tegendeel, in de Socratische traditie: weten dat je niets weet.

Een intense reis als deze maakt dat opnieuw duidelijk. Als je het wereldnieuws volgt, dat voortdurend de indruk wekt dat het slecht gaat en dat het onveiliger wordt, hoe verhoudt zich dat tot wat ik hier zie? Heeft wat zich elders in de wereld afspeelt enige impact op mensen die hier in de dorpen leven? Omgedraaid evenredig, wat ik hier zie en hoor, hoe verhoudt zich dat tot mijn leefomgeving thuis? Welke invloed heeft het klimaatakkoord van Parijs op het doen en denken van de gemiddelde Thai of de Laotiaan? In hoeverre raakt de muur van Trump het leven van een Chinees of Vietnamees, of iemand in Friesland? En in hoeverre raakt ons de milieuvervuiling in Zuidoost-Azië waar ik eerder over schreef (Zero waste)? Kortom: alles is in een bepaalde context belangrijk voor een bepaalde groep mensen en alles bestaat tegelijkertijd, en het is een ontmoedigend besef dat het zich allemaal op dezelfde aardbol afspeelt en ons indirect op enig moment wel zal raken. Maar, in de wetenschap dat je er tóch niets aan kunt veranderen, hoe met die parallelle werkelijkheden om te gaan? Er zit niets anders op dat het gewoon te laten gebeuren, kijken naar wat je ziet en er geen specifiek oordeel over hebben. Iets zien en niet per se altijd weten wát je ziet, dat werkt bevrijdend.

Ik zal het, bij wijze van afsluiting van deze reis, doen aan de hand van foto’s. Een beeldverslag met summier of geen commentaar. Neem er de tijd voor, en als je het beeld groter en dus beter wilt zien klik de foto dan aan. Groot beeld! Net als het leven zelf: waarom met klein genoegen nemen als het groot kan?

VIETNAM

LAOS

CHINA

THAILAND | Gravel roads

CHINA | Welkomstmeisje in juwelierswinkel.

CHINA

CHINA | Kunming City

LAOS

CHINA | Guardian of the sacred bell.

VIETNAM | Birds for sale.

THAILAND

THAILAND | Vliegende honden.

THAILAND | fietser vs vrachtauto.

THAILAND

THAILAND (geen olifant gezien)

CHINA

CHINA

LAOS

THAILAND

THAILAND

THAILAND

THAILAND | gecko’s in slaapkamer.

CHINA | equal to the task.

CHINA | fuik in de Rode River.

THAILAND | ’s werelds grootste liggende Ganesha.

CHINA | gerookte eend.

THAILAND

CHINA

CHINA | lekke vijver, visjes redden.

CHINA | de broer van Fernandel.

THAILAND | een van de tientallen eethuisjes langs de weg waar ik te gast was.

LAOS

LAOS

THAILAND

LAOS

224. Nog 250 km voor Duniya

Drieduizend kilometer zou het moeten worden, van Kunming in China naar Bangkok. Tussendoor heb ik wel eens getwijfeld, toen ik in Hanoi aankwam met krap negenhonderd op de teller, had ik mij verrekend? Maar nu het eindpunt in zicht komt weet ik dat het goed komt. Nog zo’n tweehonderdvijftig tot Bangkok, die drieduizend haal ik wel, dat gaat lukken.

Waar doe ik het voor, die rit? Om te beginnen voor mezelf, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Ik zou dit ook gedaan hebben zónder M4M. Maar het is natuurlijk geweldig om er een doel aan te koppelen, net als in 2016, toen ik de eerste Miles for Meals reed. Toen konden we ruim tienduizend euro bijschrijven op de rekening van Duniya, en stiekum hoopte ik het dit keer misschien wel te verbeteren. Is niet helemaal gelukt, de teller staat op dit moment op € 5.297. Maar wat niet is kan komen, hou ik mijzelf dan troostend voor.

Waar heeft Stichting Duniya geld voor nodig? Welnu, voor alle activiteiten die we al 23 (!) jaar in India financieren. Tussendoor waren we ook zo’n tien jaar actief in Noord-Vietnam waar we bijna duizend kinderen lieten opereren en een revalidatiecentrum met 50 gehandicapte kinderen financierden, maar nu ligt de focus weer voor de volle honderd procent op waar het ooit begon: de sloppenwijk Nagwa in Varanasi. Zóveel is er gebeurd in die jaren. Honderden kinderen zijn op onze school geweest, we hebben ze begeleid en, letterlijk en figuurlijk, gevoed. We zagen ze groeien en afzwaaien, een deel stroomde zelfs door naar het hoger onderwijs. Stel je voor… kinderen van ouders die niet lezen of schrijven konden… op zich al een mirakel, want we kunnen met zekerheid zeggen dat als Stichting Duniya er niet was geweest, de toekomst er voor deze kinderen heel anders had uitgezien. Daarom ook onze slogan: Dé wereld kunnen we niet veranderen. Iemands wereld wel. Duniya heeft zich dan ook al die jaren naar buiten toe vooral in relatie tot de kinderen van Nagwa gepresenteerd.

Maar de wijk heeft niet alleen kinderen. Er zijn ook ouderen, die door Duniya een steuntje in de rug krijgen. De meesten van hen zijn vereenzaamde, alleenstaande weduwen of weduwnaars, die al geholpen werden met ons speciale voedselplan, waardoor ze in elk geval lichamelijk gevoed worden. Maar sinds een jaar of twee is er Nagwa Zaterdag: een bezigheidsdag in de school van Duniya, waar op zaterdag geen les is voor de kinderen. En het zal met m’n eigen leeftijd te maken hebben, maar als we wekelijks de beelden doorgestuurd krijgen van de oudjes die kind noch kraai hebben en de hele week uitkijken naar de zaterdag als zij in het middelpunt staan, dat ze dan samen yoga en handenarbeid doen en een vorstelijke maaltijd voorgeschoteld krijgen, rijk aan broodnodige eiwitten, en soms gaan ze zelfs op ‘schoolreisje’, met z’n allen in een scooter riksja of autobus een dagje uit, wég uit de sloppenwijk, ja, dan is het feest. En elke keer als ik dan de foto’s zie ontroert het me. Hun sociale isolement wordt doorbroken, ze zijn samen en doen samen, en vooral dat laatste is zo belangrijk.

Ik laat wat foto’s zien die we van onze staff kregen. Eenvoudige kiekjes, maar het verhaal dat ze vertellen is er niet minder om. Neem er alsjeblieft even de tijd voor ze te bekijken. Want dit is óók waarom ik die sponsorrit maak en jullie onomwonden vraag Duniya te (blijven) steunen: zodat er voldoende middelen zijn om deze belangrijke dag voor Nagwa’s oudsten te kunnen laten voortbestaan. Want we praten, terecht, altijd over ‘de toekomst’ als het over de kinderen van Nagwa gaat. Maar voor de ouderen van Nagwa is die toekomst nu.

Samen eten. Op voet van gelijkheid, allemaal uit dezelfde wijk, allemaal alleen, en dan die heerlijke Nagwa Zaterdag, samen zijn, samen doen. Om te beginnen samen eten.

Niet alleen warm eten, maar tijdens de koude wintermaanden zorgt Duniya er ook voor dat er voldoende wollen dekens en mutsen zijn om de kou buiten de deur te houden.

Samen yoga doen. Of noem het gymnastiek. Iets wat je in je eentje niet zo gauw doet maar nu wel, want je doet het samen.

Op geregelde tijden komt een verpleegkundige of een arts en dan krijgen ze een onderzoek. Bloeddruk, gewicht, algehele conditie, en als er iets ontbreekt zorgt Duniya dat het er komt.

Soms gaan ze met z’n allen op stap. Een senioren schoolreisje. Naar Sarnath bijvoorbeeld, waar de Boeddha zijn eerste toespraak hield voor zijn discipelen. Een spannende rit in een scooter riksja!

En deze foto zegt eigenlijk alles… een volwassen kerel met een bewogen leven achter de rug, die op Nagwa Zaterdag gelukzalig met een tekening bezig is.

_________________________________________________________________________
duniya-website Nog zo’n tweehonderdvijftig kilometer en de sponsorrit door China, Vietnam, Laos en Thailand zit er op. Maar dat wil niet zeggen dat onze doelstelling, geld inzamelen om ons voedselproject en het onderwijs én Nagwa Zaterdag te kunnen financieren, ook stopt.

Integendeel. Stichting Duniya blijft bestaan, ons werk gaat door, en daar is elk jaar weer heel wat geld voor nodig. Donateurs zijn welkom! En wil je op de valreep mijn sponsorrit nog steunen? De spelregels vind je op de sponsorpagina van Stichting Duniya. Dank!
_________________________________________________________________________