225. Niet alles weten is goed

And now, the end is near zong Sinatra, en zo is het met mijn fietstocht ook. Of nee, deze van The Doors is beter: This is the end. Want het is gedaan. Bangkok bereikt, sponsorrit voor Miles for Meals voltooid. 3.072 kilometer door Zuid-China, Vietnam, Laos en Thailand. Klaar, afgelopen. Een bijdrage aan M4M kan overigens nog steeds, pas als ik thuis ben is het écht voorbij en dat is niet eerder dan overmorgen, woensdag de 6e.

Maar als het volbracht is, is het dan ook echt klaar? Dezelfde vraag stelde ik toen ik in juni 2016 mijn eerste M4M reed en eindpunt Hanoi bereikte. Was het toen klaar? Ja, en nee. Want er is nog zóveel te vertellen. Onderweg door die andere wereld zijn je gedachten onophoudelijk bezig, je kijkt en probeert te begrijpen, want veel van wat je ziet begrijp je eenvoudigweg niet omdat je de context niet kunt doorzien. Natuurlijk, armoede heeft hetzelfde gezicht, of je in Laos of India bent. Maar kan je dan iets zeggen over de kwaliteit van leven als je door een dorp rijdt? Natuurlijk niet, en die pretentie mag je ook niet hebben. Je mag hoe dan ook geen enkele pretentie hebben, niet hier terwijl je reist, maar ook thuis niet. Omdat je eenvoudigweg zoveel niet kúnt weten en begrijpen. Beter is het tegendeel, in de Socratische traditie: weten dat je niets weet.

Een intense reis als deze maakt dat opnieuw duidelijk. Als je het wereldnieuws volgt, dat voortdurend de indruk wekt dat het slecht gaat en dat het onveiliger wordt, hoe verhoudt zich dat tot wat ik hier zie? Heeft wat zich elders in de wereld afspeelt enige impact op mensen die hier in de dorpen leven? Omgedraaid evenredig, wat ik hier zie en hoor, hoe verhoudt zich dat tot mijn leefomgeving thuis? Welke invloed heeft het klimaatakkoord van Parijs op het doen en denken van de gemiddelde Thai of de Laotiaan? In hoeverre raakt de muur van Trump het leven van een Chinees of Vietnamees, of iemand in Friesland? En in hoeverre raakt ons de milieuvervuiling in Zuidoost-Azië waar ik eerder over schreef (Zero waste)? Kortom: alles is in een bepaalde context belangrijk voor een bepaalde groep mensen en alles bestaat tegelijkertijd, en het is een ontmoedigend besef dat het zich allemaal op dezelfde aardbol afspeelt en ons indirect op enig moment wel zal raken. Maar, in de wetenschap dat je er tóch niets aan kunt veranderen, hoe met die parallelle werkelijkheden om te gaan? Er zit niets anders op dat het gewoon te laten gebeuren, kijken naar wat je ziet en er geen specifiek oordeel over hebben. Iets zien en niet per se altijd weten wát je ziet, dat werkt bevrijdend.

Ik zal het, bij wijze van afsluiting van deze reis, doen aan de hand van foto’s. Een beeldverslag met summier of geen commentaar. Neem er de tijd voor, en als je het beeld groter en dus beter wilt zien klik de foto dan aan. Groot beeld! Net als het leven zelf: waarom met klein genoegen nemen als het groot kan?

VIETNAM

LAOS

CHINA

THAILAND | Gravel roads

CHINA | Welkomstmeisje in juwelierswinkel.

CHINA

CHINA | Kunming City

LAOS

CHINA | Guardian of the sacred bell.

VIETNAM | Birds for sale.

THAILAND

THAILAND | Vliegende honden.

THAILAND | fietser vs vrachtauto.

THAILAND

THAILAND (geen olifant gezien)

CHINA

CHINA

LAOS

THAILAND

THAILAND

THAILAND

THAILAND | gecko’s in slaapkamer.

CHINA | equal to the task.

CHINA | fuik in de Rode River.

THAILAND | ’s werelds grootste liggende Ganesha.

CHINA | gerookte eend.

THAILAND

CHINA

CHINA | lekke vijver, visjes redden.

CHINA | de broer van Fernandel.

THAILAND | een van de tientallen eethuisjes langs de weg waar ik te gast was.

LAOS

LAOS

THAILAND

LAOS

224. Nog 250 km voor Duniya

Drieduizend kilometer zou het moeten worden, van Kunming in China naar Bangkok. Tussendoor heb ik wel eens getwijfeld, toen ik in Hanoi aankwam met krap negenhonderd op de teller, had ik mij verrekend? Maar nu het eindpunt in zicht komt weet ik dat het goed komt. Nog zo’n tweehonderdvijftig tot Bangkok, die drieduizend haal ik wel, dat gaat lukken.

Waar doe ik het voor, die rit? Om te beginnen voor mezelf, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Ik zou dit ook gedaan hebben zónder M4M. Maar het is natuurlijk geweldig om er een doel aan te koppelen, net als in 2016, toen ik de eerste Miles for Meals reed. Toen konden we ruim tienduizend euro bijschrijven op de rekening van Duniya, en stiekum hoopte ik het dit keer misschien wel te verbeteren. Is niet helemaal gelukt, de teller staat op dit moment op € 5.297. Maar wat niet is kan komen, hou ik mijzelf dan troostend voor.

Waar heeft Stichting Duniya geld voor nodig? Welnu, voor alle activiteiten die we al 23 (!) jaar in India financieren. Tussendoor waren we ook zo’n tien jaar actief in Noord-Vietnam waar we bijna duizend kinderen lieten opereren en een revalidatiecentrum met 50 gehandicapte kinderen financierden, maar nu ligt de focus weer voor de volle honderd procent op waar het ooit begon: de sloppenwijk Nagwa in Varanasi. Zóveel is er gebeurd in die jaren. Honderden kinderen zijn op onze school geweest, we hebben ze begeleid en, letterlijk en figuurlijk, gevoed. We zagen ze groeien en afzwaaien, een deel stroomde zelfs door naar het hoger onderwijs. Stel je voor… kinderen van ouders die niet lezen of schrijven konden… op zich al een mirakel, want we kunnen met zekerheid zeggen dat als Stichting Duniya er niet was geweest, de toekomst er voor deze kinderen heel anders had uitgezien. Daarom ook onze slogan: Dé wereld kunnen we niet veranderen. Iemands wereld wel. Duniya heeft zich dan ook al die jaren naar buiten toe vooral in relatie tot de kinderen van Nagwa gepresenteerd.

Maar de wijk heeft niet alleen kinderen. Er zijn ook ouderen, die door Duniya een steuntje in de rug krijgen. De meesten van hen zijn vereenzaamde, alleenstaande weduwen of weduwnaars, die al geholpen werden met ons speciale voedselplan, waardoor ze in elk geval lichamelijk gevoed worden. Maar sinds een jaar of twee is er Nagwa Zaterdag: een bezigheidsdag in de school van Duniya, waar op zaterdag geen les is voor de kinderen. En het zal met m’n eigen leeftijd te maken hebben, maar als we wekelijks de beelden doorgestuurd krijgen van de oudjes die kind noch kraai hebben en de hele week uitkijken naar de zaterdag als zij in het middelpunt staan, dat ze dan samen yoga en handenarbeid doen en een vorstelijke maaltijd voorgeschoteld krijgen, rijk aan broodnodige eiwitten, en soms gaan ze zelfs op ‘schoolreisje’, met z’n allen in een scooter riksja of autobus een dagje uit, wég uit de sloppenwijk, ja, dan is het feest. En elke keer als ik dan de foto’s zie ontroert het me. Hun sociale isolement wordt doorbroken, ze zijn samen en doen samen, en vooral dat laatste is zo belangrijk.

Ik laat wat foto’s zien die we van onze staff kregen. Eenvoudige kiekjes, maar het verhaal dat ze vertellen is er niet minder om. Neem er alsjeblieft even de tijd voor ze te bekijken. Want dit is óók waarom ik die sponsorrit maak en jullie onomwonden vraag Duniya te (blijven) steunen: zodat er voldoende middelen zijn om deze belangrijke dag voor Nagwa’s oudsten te kunnen laten voortbestaan. Want we praten, terecht, altijd over ‘de toekomst’ als het over de kinderen van Nagwa gaat. Maar voor de ouderen van Nagwa is die toekomst nu.

Samen eten. Op voet van gelijkheid, allemaal uit dezelfde wijk, allemaal alleen, en dan die heerlijke Nagwa Zaterdag, samen zijn, samen doen. Om te beginnen samen eten.

Niet alleen warm eten, maar tijdens de koude wintermaanden zorgt Duniya er ook voor dat er voldoende wollen dekens en mutsen zijn om de kou buiten de deur te houden.

Samen yoga doen. Of noem het gymnastiek. Iets wat je in je eentje niet zo gauw doet maar nu wel, want je doet het samen.

Op geregelde tijden komt een verpleegkundige of een arts en dan krijgen ze een onderzoek. Bloeddruk, gewicht, algehele conditie, en als er iets ontbreekt zorgt Duniya dat het er komt.

Soms gaan ze met z’n allen op stap. Een senioren schoolreisje. Naar Sarnath bijvoorbeeld, waar de Boeddha zijn eerste toespraak hield voor zijn discipelen. Een spannende rit in een scooter riksja!

En deze foto zegt eigenlijk alles… een volwassen kerel met een bewogen leven achter de rug, die op Nagwa Zaterdag gelukzalig met een tekening bezig is.

_________________________________________________________________________
duniya-website Nog zo’n tweehonderdvijftig kilometer en de sponsorrit door China, Vietnam, Laos en Thailand zit er op. Maar dat wil niet zeggen dat onze doelstelling, geld inzamelen om ons voedselproject en het onderwijs én Nagwa Zaterdag te kunnen financieren, ook stopt.

Integendeel. Stichting Duniya blijft bestaan, ons werk gaat door, en daar is elk jaar weer heel wat geld voor nodig. Donateurs zijn welkom! En wil je op de valreep mijn sponsorrit nog steunen? De spelregels vind je op de sponsorpagina van Stichting Duniya. Dank!
_________________________________________________________________________

223. Goddelijke Speeltuin

Ze waren me al eerder opgevallen, hier in het grensgebied tussen Thailand en Cambodja, die bunkerachtige gebouwtjes langs de weg die in de verte doen denken aan de bunkers in de Zandvoortse duinen waar wij in onze na-oorlogse jonge jaren op avontuur gingen. Verboden terrein was het officieel, maar dat maakte het des te spannender. Ook liep er een reusachtige stenen muur dwars door het duingebied, waarvan we pas later begrepen dat het een anti-tank muur was die, met de bunkers, deel uitmaakte van de Atlantic Wall, de verdedigingslinie die de Nazi’s langs de Europese kust hadden gebouwd. Maar de Thaise bunkers dienden een omgekeerd doel: ze waren er niet om soldaten te huisvesten en vijandelijkheden af te slaan, zoals die van de Duitse bezetter, maar om burgers een veilig heenkomen te bieden tijdens mogelijke aanvallen vanuit Cambodja. Geen bunkers dus, maar bovengrondse schuilkelders.

Geloof het of niet, die Thaise schuilkelders hebben met religie te maken. Moeilijk te rijmen? Welnee, religie en oorlog gaan hand in hand, het geloof in goddelijkheid heeft een spoor van geweld door de menselijke geschiedenis getrokken. Kruistochten, de Spaanse inquisitie en heksenjacht, de apartheid in Zuid-Afrika en de segregatie in Amerika die konden blijven bestaan doordat kerken en christenen dit systeem ondersteunden, ’t is maar een greep. Natuurlijk, het ligt allemaal genuanceerder, Karin Armstrong laat in haar boek In Naam van God – religie en geweld zien dat de ware redenen voor oorlog en geweld in onze historie meestal minder met religie van doen hadden dan dat ze sociaal, economisch of politiek van aard waren. Maar toch, religie als aanjager van gewelddadigheid is ons niet vreemd. In India hadden we Ayodhya waar hindoes en moslims elkaar in 1992 te lijf gingen omdat hindoes een moskee vernielden die gebouwd zou zijn op de ruïnes van een door moslims verwoeste hindoe-tempel. En hier in het grensgebied tussen Thailand en Cambodja ontstond een gewapend conflict toen beide landen elkaar in de haren vlogen over de vraag op wiens grondgebied de 11e eeuwse Preah Vihear Khmer tempel stond. Er vielen doden, de VN werden ingeschakeld, in 2013 werd een gedemilitariseerde zone ingesteld en het grondgebied werd in gelijke delen aan de strijdende partijen toebedeeld, maar nog steeds zijn er aan Thaise kant militaire controleposten, grensovergangen zijn gesloten, en er zijn dus nog steeds die schuilkelders waar Thai een veilig heenkomen konden vinden mocht Cambodja met een luchtaanval komen.

Religie komt van het Latijnse religare, en betekent binden, bijeen brengen. Niet overdreven als we stellen dat het heel wat anders is geworden dan wellicht ooit de bedoeling was. Religie, of laten we zeggen geïnstitutionaliseerde godsdienst, lijkt op geen enkele manier voeling te hebben met dat ‘hogere’ waar het, mogen we toch aannemen, ooit om ging, laat staan dat het levensbevestigend en optimistisch is. Integendeel. Godsbeleving is teruggebracht tot vreugdeloze, geritualiseerde handelingen, streng kijkende mannen in rare kleding en de Rooms-Katholieken maken er helemaal een potje van nu de laatste jaren de ene na de andere beerput wordt opengetrokken en wij een onthutsend inkijkje krijgen in wat zich achter de hypocriete façade van hun godsbeleving afspeelt. Voor de papen blijkt religie een door god gegeven speeltuin waar ze naar hartelust hun seksuele fantasieën kunnen botvieren en hun eigen homoseksualiteit verstoppen achter extreme homofobie, zoals blijkt uit het boek Sodoma: Het geheim van het Vaticaan van de Franse socioloog Frédéric Martel dat volgende week verschijnt.

Wat zich hier in Thailand en Laos afspeelt weet ik niet, maar dat er veel buitenkant is, wordt ook hier duidelijk. Voor zover ik weet nog geen gruwelverhalen, de structuur van het boeddhisme leent zich daar minder snel voor, maar toch, ook hier begint het metselwerk scheuren te vertonen. Geen misbruikschandalen, het is wat ludieker hier. Zo was er onlangs een noodkreet in de media dat ruim de helft van de Thaise monniken aan obesitas lijdt, met alle gevolgen van dien: te hoog cholesterol, te hoge bloeddruk en diabetes. ‘Een tikkende tijdbom’, zegt een hoogleraar van de universiteit van Bangkok. Hoe dat komt? De traditie is dat monniken van hun voedsel afhankelijk zijn van de burgers. ’s Ochtends vroeg gaan ze met hun bedelnap langs de huizen, waar ze aalmoezen krijgen in de vorm van eten en drinken. Deze traditie heeft volgens de boeddhistische leer dubbel voordeel: de monniken hoeven geen kostbare tijd te besteden aan eten koken en hebben dus meer tijd voor studie, en de overwegend zeer religieuze bevolking geeft graag, want het is een teken van respect én het verdient punten voor een goed karma. Maar waar vroeger een handje rijst en een hardgekookt ei voldeden, maakt de moderne voedselindustrie het makkelijker voor de burgers: nu geven ze, naast kleefrijst en eieren, ook pakken koekjes en mierzoete energiedrankjes. En omdat monniken na de middag niets meer mogen eten, houden ze hun energie op peil met die dikmakers.

Maar in Laos zag ik iets waar ik tot op vandaag niet veel van begrijp. Als we aan boeddhistische monniken denken hebben we, ik tenminste, bewust of onbewust een associatie met lieden die een sober leven leiden in dienst van dat hogere. Het niet toebrengen van leed aan andere levende wezens is daarbij een van de leefregels, en je zou zeggen dat het eten van dieren dan ook not done is omdat dieren gedood moeten worden. Maar in Laos zag ik hoe creatief daarmee kan worden omgegaan. Ik kwam bij een tempel waar het een drukte van belang was: een lange rij mensen die langzaam langs een tafel schuifelden en voedsel en geld in plastic zakken deden. Kleefrijst, maar ook ingepakt voedsel en heel veel bankbiljetten.

En voor wie al die gulle gaven? Dat bleek een groep monniken te zijn die iets verderop onder een afdak zat temidden van een onvoorstelbaar overvloedige maaltijd, aangedragen door dorpelingen die devoot knielden bij het neerzetten van enorme schalen waarop bakjes vol diverse soorten groenten, rijst, noedels, fruit en vooral vlees. Heel veel vlees. De monniken waren net aan hun maaltijd begonnen toen ik op het toneel verscheen en geen van hen leek enig bezwaar te hebben tegen de farang, de vreemdeling die hen van dichtbij gadesloeg en foto’s maakte, zozeer waren ze verdiept in hun copieuze maaltijd. Hap hier, hap daar, en botjes netjes afkluiven. Ik ben niet tot het eind gebleven, weet dus niet wat met de rest van het eten gebeurde, maar dat er eindeloos veel meer was dan de monniken konden verstouwen was duidelijk. Maar ik had geen idee wat ik gezien had.

Later die dag legde ik die vraag voor aan Jacques, de Franse eigenaar van het guesthouse waar ik logeerde. Wat was dat voor een bijeenkomst? Hij wist het niet precies, het was geen speciale datum vandaag, kon dus van alles zijn. Een door een vermogend particulier gefinancierd feest om de goden gunstig te stemmen, dat kwam nogal eens voor, en monniken bij je feest was altijd, even zocht hij naar het Engelse woord, en toen in het Frans: de bon augure. De wat? Eh, good fortune, like a blessing. Auspicious? Hij knikte. Oui c’est ça. Maar waarom dan die bankbiljetten? Donaties voor de tempel. En dat vlees? Kon dat zomaar? Hij schoot in de lach. Ja, dit zijn Theravada boeddhisten, het gaat hen om de intentie. De belangrijkste factor bij karma is intentie, en bij het eten van vlees is er geen intentie om een levend dier te doden. Dat is immers al dood, maar het is niet specifiek voor jou gedood. Dát mag namelijk niet. Nu was het mijn beurt om in de lach te schieten. Klinkt dat niet erg jezuïtisch? Gewoon een lulsmoes om iets dat hartstikke fout is goed te praten? Jacques knikte. Ja, zo werkt religie nu eenmaal. Ja toch?

Ja, helaas wel. Georganiseerde religie is bedrog op alle fronten. Liegen, misbruik, oorlog, machtsmisbruik, en alles is geoorloofd om die macht te consolideren. Maar religie moet iets persoonlijks zijn, iets van jou alleen. Verinnerlijkte rijkdom, inzicht, begrip en liefde. Je best doen voor iets waarin je heilig (!) gelooft. En dat kan heel goed religie zijn. Als het maar werkt wat je doet, en oprecht is, dan is het goed. Zoals deze jonge monniken die ik onlangs achterop kwam. Ook op weg met hun bedelnap om voedsel op te halen. Kijk nou, die hoeven zich geen zorgen te maken over obesitas. Mijlenver moeten ze lopen in een gebied waar de huizen schaars zijn. En op blote voeten ook nog. Petje af.

_________________________________________________________________________
duniya-website Nog een paar honderd kilometer en de sponsorrit door China, Vietnam, Laos en Thailand zit er op. Maar dat wil niet zeggen dat onze doelstelling, geld inzamelen om ons voedselproject in India te kunnen financieren, ook stopt.

Integendeel. Stichting Duniya blijft bestaan, ons werk gaat door, en daar is elk jaar weer heel wat geld voor nodig. Donateurs zijn welkom! En wil je op de valreep mijn sponsorrit nog steunen? De spelregels vind je op de sponsorpagina van Stichting Duniya. Dank!
_________________________________________________________________________