206. Verwarde Consument

Laatste nieuws uit Amerika: de voedsel- en warenautoriteit FDA heeft een bakker gemaand de verpakking van z’n muesli aan te passen. Waarom? Omdat ze behalve haver en noten ook love in hun product stoppen. Want alles wat uit onze bakkerij komt wordt met liefde bereid, zegt de bakker met een knipoog, aldus de Washington Post. Maar de FDA houdt voet bij stuk. Liefde is geen ingrediënt, en dus mag het niet op de verpakking. Liefde! Hét ingrediënt van het menselijk bestaan, onderwerp van gedichten en zo’n beetje elk rock-and-roll liedje, de emotie waar Romeo en Julia voor stierven, mag niet op een pak muesli. De klant zou eens in de war kunnen raken!

Intussen in Nederland… mocht je het nieuws niet gevolgd hebben: de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, heeft de Vegetarische Slager op de vingers getikt omdat consumenten misleid zouden worden door de naam van de vleesvervangende producten die het bedrijf aanbiedt. Zoals vegetarische Kipstuckjes, Gehacktbal en Gerookte Speckjes. Jazeker! Een bedrijf dat een schitterend, puur plantaardig alternatief biedt voor vleesconsumptie, waarvan we inmiddels dubbel en dwars weten dat het enorme milieuschade oplevert en waarvan we met grote regelmaat de gruwelijkste berichten lezen over structurele dierenmishandeling, zo’n innoverende onderneming krijgt er van langs omdat het verwarring zou zaaien bij de consument.

Verwarring? Kijk eens naar de verpakking. Hoe achterlijk moet je zijn om hierdoor verward te raken? Hoe moeilijk kan het zijn? Dames en heren: als er ‘VEGETARISCH’ op een product staat, zit er géén vlees in.

Een paar jaar geleden was dit ook al een kwestie, kwam zelfs in de Tweede Kamer, een CDA-Kamerlid protesteerde tegen de productnamen van vegetarische schnitzels en hamburgers omdat hij ze misleidend vond. Zijn bezwaren hadden geen effect, maar begin dit jaar dook het onderwerp weer op toen de Duitse minister van Landbouw pleitte voor een verbod op vleesnamen voor vegetarische producten. Meteen werd het ook in Den Haag weer een thema. “Als je iets koopt, moet duidelijk zijn wat het is”, zei Tweede Kamerlid Erik Ziengs (VVD). “Het etiket moet weergeven wat er in een product zit.” De NVWA echter zag toen nog geen reden om in te grijpen. “Dat doen we alleen als er sprake kan zijn van verwarring. Die is er wat ons betreft niet”. Waarom ze nu opeens wél overstag zijn gegaan is een raadsel. De vleeslobby zou er achter zitten, horen we her en der, maar de NVWA spreekt dat tegen. “Het is een reactie op een tip van een consument”, aldus woordvoerder Benno Bruggink. “Wat op de verpakking staat is misleidend en verwarrend, en dat is tegen de wet.”

Oh, werkelijk? Dus er móet op de verpakking staan wat er in zit? Nou, kom maar op. We hadden hier in huize Letsch en De Clercq (en ongetwijfeld in ontelbare huishoudens elders in het land, waar hele families zich op de knieën hebben geslagen van plezier om zoveel grenzeloze stupiditeit van de NVWA) binnen een kwartier een waslijst met producten waarvan de beschrijving NIET overeenkomt met de inhoud en die dús tegen de wet zijn. Pindakaas zonder kaas. Grasboter zonder gras. Zeeuwse bolussen zonder dat er ’n drol in zit. Oude wijvenkoek (huh? waar is Tante Bep gebleven?), pepernoten zonder peper en ook geen noten, vleestomaat zonder vlees, ga maar door. Het bárst er van. Autodrop, bokkenpootjes, slavinken, koetjesreep, kikkererwt, smurfenijs, tijgerbrood, babypoeder, katjesdrop, Arnhemse meisjes, kano’s, koninginnensoep, eekhoorntjesbrood …

Bij wijze van illustratie onderstaand een paar verpakkingen. Zou de NVWA voldoende humor hebben? Ik betwijfel het. En waarom ze opeens de Vegetarische slager aanpakken is intussen een raadsel. Andere producenten van vleesalternatieven, zoals Vivera, Tivall, Valess en SoyGood, lieten ze met rust. Ondernemen ze deze actie om hun geschonden blazoen een beetje op te poetsen? Immers, de Fipronil affaire ligt ons allen vers in het geheugen. De NVWA legde waarschuwingen uit België dat dit giftige product in de kippenhouderij werd gebruikt naast zich neer, en toen ze eindelijk iets deden was het te laat. Bedrijven over de kop, twee en een half miljoen kippen ‘geruimd’, zoals het eufemistisch heet, het leed was niet te overzien. En nu dus even de ‘verwarde consument’ beschermen? Onsterfelijk belachelijk hebben ze zich gemaakt. En het publiek, wij dus, moeten niet nalaten ze dat eens stevig onder de neus te wrijven. Ik roep iedereen op meldingen te doen van producten met misleidende namen: katjesdrop zonder katjes, pindakaas zonder kaas, kruidenthee zonder thee, spekjes van suiker. Of onderstaande voorbeelden. Dat kan via deze link: https://formdesk.minlnv.nl/kcdv/A_Melden_LevensmiddelenV1_Inspect. Vrienden! Burgers! Medelanders! Verzet u tegen de knoet van de NVWA!






205. Dierenleed

Een kip en een ezel? Ja. Er moest nog geschreven over pastorale kwesties, zei ik vorige keer. Onzin natuurlijk, er móet niets, en niemand zit te wachten op wederwaardigheden over kip en ezel, de een met bloedarmoede, de ander nekdiep in de modder. Hoewel? Ik neem het risico. Want geloof me, het zijn geen alledaagse gebeurtenissen.

Neem die kip. Ik zag al een tijdje hoe ze lustelozer werd, wilde niet eten, zat afgezonderd, kop tussen de schouders, nauwelijks reagerend op stem of aanraking. Ook, en dat is een veeg teken, verdween de felrode kleur uit haar kam, dat flapje op de kop. Bleek werd het, en ik wist: bloedarmoede. Enfin, kip grondig onderzocht, bleek dat ze ónder de luizen zat. Kleine grijsbruine friemeltjes, en, veel erger, ook rode. Bloedluis! Hetzelfde ongedierte dat op dat moment volop in het nieuws was, althans, het verboden verdelgingsmiddel Fipronil waarmee op grote schaal kippenstallen ontsmet waren, met alle gevolgen van dien. Twee en een half miljoen kippen afgemaakt, weg ermee, duizelingwekkende aantallen, je kunt je er geen voorstelling van maken.

Bij ons is het kleinschalig en overzichtelijk met onze tien kippen, waarvan één wordt leeggezogen door bloeddorstig ongedierte. Wat te doen? Naar de drogist, luizenshampoo kopen. Thuis een emmer lauw water, flinke dot shampoo erin en dan de kip te water. Ze is te verzwakt om zich te verzetten, misschien vindt ze het ook gewoon lekker, dat warme water en de handen die haar masseren, voorzichtig wrijven tussen de veren, onder de vleugels, overal waar het ongedierte zit. Soms doezelt ze weg in het warme water, dan weer kijkt ze om zich heen, grote ogen, wat gebeurt er met me. (Je zou er filosofisch van worden. Kan een kip denken?) Na een kwartier is het genoeg, in de keuken goed afspoelen met lauwe water, schoon is ze, nergens een luis te bekennen, later zie ik het ongedierte, drijvend in het sop. Tot slot een kleine verwennerij voor de drijfnatte zielenpoot. Ze mag niet kou vatten, verzwakt als ze is, dus onder de warme föhn. Ogen dicht, ze valt er staande bij in slaap.

En dan onze ezel Bob. Eigenlijk heet ze Priscilla, maar we noemen haar Bob. Zes maanden was ze toen ze bij ons kwam, september 1996, zo klein als een grote hond. Nu is ze een statige dame van 21 jaar die maar één wereld kent: die aan de Schoterdijk in Bantega. Zou je denken dat ze elke vierkante centimeter van haar territorium kent, dachten wij ook, maar toch ging het mis op het bruggetje naar het aangrenzende weiland waar we onze dieren af en toe laten grazen. Een onhandig manoeuvre? Of per vergissing door Lodewijk, onze andere ezel, groter en sterker dan Bob, opzij geduwd? Hoe dan ook, daar lag ze, in de prut. Ik zag het niet gebeuren, maar Chris, onze steun en toeverlaat die achter bij de stal bezig was wel. Niet gezien, maar gehoord. Plons. Paniek!

Wat te doen? Met vereende krachten geprobeerd het onfortuinlijke dier uit haar benarde positie te bevrijden, maar aanvankelijk tevergeefs. Muurvast zat ze, de modderige bodem zoog zich aan haar vast, soms probeerde ze zich met haar voorbenen omhoog te duwen maar met die smalle hoefjes in de modder, lukt niet. Een drijfzandsituatie. Door bewegen raak je verder verstrikt, maar zónder bewegen blijf je waar je bent. Ik de sloot in, voelen wat zij voelt, de zuigende kracht van modder, een onzichtbare hand die je klemvast heeft. Ik voel haar voorbenen, ze ligt op haar knieën. Probeer door eraan te trekken haar benen los te krijgen, stukje bij beetje kruipt ze richting wallenkant, maar steeds moeten we uitrusten, zo zwaar is het.

Ik klim terug op de wal, samen trekken we voorzichtig aan het halster, ezel Lodewijk kijkt verbluft toe. Bob zucht en kreunt, elke beweging valt haar zwaar, het lijkt alsof ze ook moeilijker ademt, de modder drukt op haar borstkas. En dan komt ze opeens los, ze rukt en spartelt en met al haar krachten klautert ze naar droge grond.

En dan? Wat te doen met een van ontreddering bibberende, modderige ezel? Onder de douche. Kijk nou toch hoe klein ze is, ons gevlekte meisje. Nog steeds net een uit de kluiten gewassen grote hond. Een gemiddelde ezel kan vijfendertig worden. Bob is eenentwintig, en in al die jaren één keer een onvrijwillige duik in de sloot. Statistisch gezien is de kans dat ze nog een keer zo’n uitglijer maakt klein. Daar hopen we dan maar op. En dat we thuis zijn, mocht het nog een keer gebeuren.

204. Het Lege Land

Er moet zoveel verteld. Daarom verschijnen er dagelijks kranten en rollen kersverse boeken van de pers op weg naar nieuwe lezers, als ze er zijn, wie zal het zeggen, de nieuwe generatie heeft Facebook of Youtube, misschien gaan de kranten en boeken aanstonds rechtstreeks naar de versnipperaar. Maar intussen blijven we schrijven, want, als gezegd, er moet nog zoveel verteld, ook door mij. Over de reis naar Albanië en Kosovo en, meer recentelijk, pastorale kwesties hier op het erf: een in de modder verstrikte ezel en een kip met bloedarmoede. Klein leed, niets in vergelijking met de verdreven Rohingya in Myanmar, de verwoestingen van Sint Maarten door orkaan Irma en de overstromingen in India, Nepal en Bangladesh. Maar toch. Alles bestaat tegelijkertijd. Kan ook niet anders, als er alleen het grote leed was, werd je gek.

Daarom iets geheel anders. Ik ontdekte het door een artikel in NRC-Handelsblad: het archief van het NIMH, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, waar een verrukkelijke collectie luchtfoto’s beschikbaar is gesteld, opnames van pak ‘m beet honderd jaar geleden. De foto’s werden vooral gemaakt om een beeld te krijgen van wegen, fortificaties, bruggen, sluizen en havens, zodat de krijgsmacht nauwkeuriger kon bepalen hoe de infrastructuur militair kon worden beschermd. (Hoe deden ze dat, die luchtfoto’s maken? Drones bestonden nog niet, het moest dus met de hand vanuit een vliegtuig. Ik vond éen foto die het laat zien. Petje af, met zo’n zware camera over de rand…) Maar de ‘aviateurs van de Luchtvaardafdeeling’ fotografeerden meer dan alleen militair relevante objecten, en zo kunnen wij honderd jaar na dato met enige weemoed zien hoe ons land ooit was: van een welhaast onbegrensde leegte. We herkennen wegen en dijken, gebouwen en grachten, en dan denken we aan Rudy Kousbroek, die schreef dat er geen treuriger gevoel bestaat dan de weg te kennen in een huis dat niet meer bestaat. En J.C. Bloem: “Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.” Deze foto’s zijn er het bewijs van.

Een paar voorbeelden? Wat te denken van het Olympisch stadion in Amsterdam. Opgeleverd in 1928, op deze foto is het gloednieuw. Overal sportbanen en tennisvelden, alles verdwenen, volgebouwd. Achter het stadion de Schinkel en de Nieuwe Meer. En ruimte, zover je zien kunt, eindeloze ruimte. (Klik op de foto’s voor beeldvullend formaat.)

Schiphol. Tenminste, de plek waar later luchthaven Schiphol zal ontstaan. Na de drooglegging van de Haarlemmermeer waren extra verdedigingswerken noodzakelijk. Rond 1846 werden diverse forten gebouwd, waaronder het Fort aan het Schiphol. Later werd het fort binnen de Stelling van Amsterdam de basis van het militair vliegkamp Schiphol. Kijk nou toch, die vliegtuigjes in slagorde op dat grasveld, het lijkt kinderspeelgoed. Op 17 mei 1920 opende de KLM haar eerste lijndienst: de luchtlijn Amsterdam-Londen. Dat jaar waren er 440 passagiers. Nu staat er een luchthaven die vorig jaar ruim 60 miljoen passagiers te verwerken kreeg.

Volendam, toen het nog een vissershaven was en geen lawaaierig, ordinair toeristengedoe. Mooi, die lintbebouwing langs het water. Helemaal links Hotel Vandiepen. Honderd jaar later is het nog steeds een hotel, maar heet nu Spaander. Niet gaan logeren, je doet geen oog dicht met de dronken herrie buiten.

Zaltbommel met de brug in aanbouw, Martinus Nijhoff moest nog komen om de brug te zien en zijn fameuze gedicht te schrijven, dat uiteindelijk niet over die brug gaat maar een smartelijke herinnering is aan zijn moeder:

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.


Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Nog meer foto’s bekijken? Urenlang op zoek naar beeld van vroeger dat we nooit kenden maar ons wel herinneren? Hier is de link. Als je iets specifieks zoekt, niet de zoekfunctie bovenin de balk gebruiken, maar het vergrootglas boven de bovenste rij foto’s.