167. Vietnam, opnieuw

Jeetje, u gaat ook vaak naar Vietnam, zegt de KLM-dame als ze bij het inchecken door mijn paspoort bladert. Veel? denk ik. Valt nog wel mee, keer of vijf, zes. Mirjam al heel wat vaker. Wonderlijk, hoe zo’n land in je leven komt. Voor het eerst kwamen we er begin 2006. Vier maanden met de fiets door Zuidoost-Azië: Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam. En omdat van het een het ander komt, zoals twee boeken over Vietnam, tal van artikelen en foto’s en niet te vergeten ons werk voor Stichting Duniya, zetten we bijna negen jaar later voor de zoveelste keer voet op Vietnamese bodem.

Dit keer was het wél de eerste keer dat ik er mijn verjaardag vierde. En hoe! Mirjam had het op voorhand bekokstoofd met onze goede vriend Dong An, met wie we al jaren via onze Stichting Duniya samenwerken: een etentje bij het huis waar hij opgroeide, in oud-Hanoi. Toen we vorig jaar voor het eerst dat ouderlijke huis bezochten vertelde hij hoe hij als jonge kerel in 1968, toen de Amerikanen de stad voor het eerst bombardeerden, angstig ‘s nachts de straat op ging en de vlammen zag. Oud Hanoi bleef bespaard, goddank. Daarom konden we nu zien waar hij geboren en getogen was: een klein huisje in Hang Ca, ooit van hout, later herbouwd in steen. Nog steeds wordt het bewoond door zijn oudste broer, die ons de kamers liet zien. Nou ja, kamers… Vietnamezen zijn zuinig én vindingrijk. Waarom zou je woonruimtes hoger bouwen dan strikt noodzakelijk? Met de ruimte die je uitspaart kan je vier etages bouwen inplaats van drie. Slim, maar voor een grote Nederlander ‘n beetje lastig…

474483_565053726849015_198049209_o

Jarig in Hanoi, en we vieren het op straat. Zo gaat dat hier. Huis te klein, dus tafels naar buiten. Ook klein, die tafels, en bijpassende stoelen, een soort zithurken, je went er nooit echt aan. De vanzelfsprekendheid waarmee het leven zich onder de blote hemel afspeelt is jaloersmakend, maar in Hanoi is het nooit winter, het jaargemiddelde is 25 graden Celsius. Ooit was er een freaky koude maand, zes graden, de mensen wisten niet wat ze overkwam. Maar deze november is prachtig en we zitten ‘s avonds gemoedelijk op de stoep en proosten op de jaren die nog in het verschiet liggen.

72 _IND9909

Een van de verrassingsgasten die is uitgenodigd is Dr. Tran Quoc Hung, een orthopedisch chirurg die deel uitmaakt van het vaste team artsen waarmee onze stichting in Vietnam werkt. Dr. Hung leerde het vak tijdens de Amerikaanse oorlog, als arts bij het Noord-Vietnamese leger, snijden in de loopgraven. Later, tijdens de Vietnamees-Chines oorlog in 1979 specialiseerde hij zich in traumachirurgie. Zijn vrouw is kinderarts, thuis runnen ze een kleine privé-kliniek. Ze hebben een cadeau voor me meegebracht, verpakt in een grote kartonnen doos. Het blijkt houtsnijwerk, een lachende boeddha die een zak geld achter zich aan sleept. Een combinatie van esoterie en kapitalisme, denk ik. Dr. Hung is, net als veel Vietnamezen en Chinezen, verzot op groot houtsnijwerk, en wat je mooi vindt geef je een ander, zo werkt het. De guitige boeddha gaat straks mee naar Friesland, krijgt ergens een ereplaatsje, maar waar precies? Hm, dat weten we nog niet.

72_IND9899

Als klap op de vuurpijl nog een kartonnen doos met strik en al: een verjaarstaart, met mijn naam, nog goed gespeld ook. Wanneer at ik voor het laatst taart? Sterker nog, wanneer sneed ik er zelf een aan? Kan het me niet heugen, vroeger ooit eens, op de verjaardag van een van mijn zoons. Nu gebeurt het, in Hanoi. Feest!

72_IND9918

Daags na mijn verjaardag zwerven door Hanoi. Zo vaak al waren we hier, maar zoveel nog ongezien. Als altijd zijn het de kleine dingen die opvallen en ontroeren, inkijkjes in het leven van anderen. Deze winkel bijvoorbeeld, handel in ventilatoren. Kun je daar van leven? Kennelijk wel, anders was de winkel er niet. Voor de zekerheid heeft hij ook nog wat aangebroken potten verf in de aanbieding. De tv staat aan, en Chinese vechtfilm, als het lawaai op straat niet zo intens zou zijn kon je de harde klappen horen waarmee ze elkaar in dat soort films om de oren slaan. Vlak daarboven, tussen de ventilatoren door, zie je de foto van een vrouw. Dood, anders hing die foto daar niet. Vietnamezen vereren ouderdom, en als je dood bent leef je voort als foto. Zal de vrouw van de winkelier zijn. Als ze nog leefde had ze hem een klap voor de kop gegeven, zet die pokke-tv nou eens uit.

72 _IND9858

De volgende dag gaan we noordwaarts naar Lao Cai, de grensstad met China. Hoe vaak reden we die route al? Bijna driehonderd kilometer slingerend door de dorpen de bergen in, met een beetje mazzel deed je er acht tot tien uur over. Nu ligt er een 254 kilometer lange snelweg, afgelopen september feestelijk geopend, binnen vier uur ben je in Lao Cai. Allemaal onderdeel van het masterplan om China’s reuzenstad Kunming en de Vietnamese havenstad Haiphong te verbinden. Hoeveel dorpjes zijn gesneuveld voor deze snelweg? Hoeveel dorpelingen moesten weg van de voorouderlijke graven en vertrouwde grond? Het moeten er tienduizenden zijn, maar daarover zwijgen de kranten, daarin niets dan jubel en een lintknippende minister-president Nguyễn Tấn Dũng.

Maar toegegeven, het is aangenaam snel ter plaatse te zijn, al missen we de kleurrijke dorpjes en de talloze doorkijkjes naar het Vietnamese leven. Wél laat het zien hoe inventief en ondernemend de Vietnamezen zijn. Van alle nood wordt een deugd gemaakt. In de krant lazen we dat er five rest stations zijn, maar al wat we zien is één tankstation in aanbouw. Nou, dan moet je bij de Vietnamezen zijn. In no time schieten her en der geïmproviseerde eetstalletjes uit de grond. Je moet over de vangrail klimmen om er te komen, maar dan heb je ook wat: geroosterde of gekookte maïskolven, verse thee of een mok dampende noedelsoep. En als je moet plassen ga je maar in gindse bosjes.

166. She Did It, Again

Op de valreep van ons vertrek naar Vietnam bijzonder en heugelijk nieuws: Mirjam heeft met haar nieuwste boek STREET FOOD KOSOVO in de Kookboek van het Jaar competitie de eerste prijs gewonnen in de categorie Goede Doelen. Twee jaar geleden heette dat nog Beste Initiatief, toen won ze ook, met Street Food India. En nu valt ze dus weer in de prijzen!

De competitie in deze categorie werd gejureerd door tv-chef Pierre Wind, die het knap lastig gehad moet hebben, want een van de concurrenten van Street Food Kosovo was nota bene Street Food Vietnam… Laten we niet vergeten dat Mirjam dit jaar maar liefst twéé boeken heeft uitgebracht. Welk van je kinderen heb je het liefst? Uiteindelijk viel de keus van de jury op Kosovo. Applaus, champagne en hoera!

IMG_28733-klein

Op Facebook las ik vanochtend een mooie aanbeveling voor Mirjams boeken, die ik van harte deel: So proud of my friend Mirjam Letsch, who works miracles: she travels, she takes photos, she writes cookbooks and above all – she helps deprived children in the world by doing this. Kosovo – the new culinary trend with a humanitarian touch.

Dat is een mooie: culinary trend with humanitarian touch. Die houden we er in. Dankjewel, Yelena!

Tja, veel meer valt er niet te zeggen. Behalve dat Street Food Kosovo (in twee talen leverbaar: Nederlands en Engels!) bij de boekhandel te koop is en natuurlijk ook online, hetzij via onze eigen uitgeverij Street Food World (klik hier om rechtstreeks naar de webwinkel te gaan) of bij bol.com, waar alle boeken die we gepubliceerd hebben te koop zijn. Toegegeven, bij hun ben je iets goedkoper uit omdat zij een aangepast tarief kunnen bieden voor verzending, maar ze krijgen een fikse boekhandelskorting, dus aan het eind van de rit blijft er voor ons minder over, en dus ook voor Care for Kosovo Kids.

Kortom: wil je je verzameling Street Food op peil houden (let op, Vietnam is nog volop leverbaar maar de 2e druk van India is zo goed als uitverkocht), koop Kosovo en geniet!

Goed. Tot zover. Vanmiddag vertrekken we, morgen 14:10 komen we aan in Hanoi – tijdsverschil zes uur, dus 08:10 Nederlandse tijd. Vijf weken Vietnam. Verrukkelijk vooruitzicht!

165. Herinnering aan de Muur

Waar was je toen…? Dit is de categorie Kennedy, landing op de maan, EK 1988 en de Val van De Muur. En vandaag gaat het natuurlijk om die laatste. Waar ik was, toen dat heugelijke nieuws tot mij kwam? Thuis, voor de televisie, jankend van ontroering. Want een paar weken daarvoor was mijn documentaire over de Duits-Duitse grens uitgezonden bij de VPRO, en wie had toen kunnen bevroeden dat het zo snel zou gaan? En had ik geweten wat voor onvergetelijke taferelen zich die avond in Berlijn zouden afspelen was ik subiet in de auto gesprongen.

Een bijzondere zomer, die van 1989. Bijna drie maanden lang reed ik in mijn tot camper verbouwde Peugeot bestelbusje langs de Innerdeutsche Grenze, het monstrum dat uit naam van een onverdedigbare politieke ideologie het land in tweeën hakte. Ik maakte opnames voor de VPRO, in de hoop dat die documentaire uiteindelijk mijn entreekaartje zou worden tot een vast freelance contract bij de beste omroep van Nederland. Wat ook zou gebeuren.

Dwalend in mijn camper...

Die zomer, dwalend in mijn camper…

Maar die zomer, dwalend door het Duitse achterland, wist ik dat nog niet. Veel was onzeker in die periode, het wereldtoneel schudde op zijn grondvesten. In juni was het grote studentenprotest op het Tienanmenplein in Peking gewelddadig uiteengeslagen, in Hongarije ontstonden de eerste scheuren in het IJzeren Gordijn, vluchtelingen uit de DDR vonden hun weg via Hongarije en Oostenrijk naar de Bondsrepubliek, en in Leipzig ging het volk in protest tegen de communistische dictatuur de straat op. Maar in het slaperige Duitse binnenland was daar niet veel van te merken. Ik herinner me eindeloze graanvelden, zacht wiegend op een milde wind die enige verkoeling bracht in de zinderende middaghitte; hier en daar een kerktoren als een vinger Gods, en landarbeiders die zich het zweet van het voorhoofd wissen, een verkoelende dronk nemen en mij vragend gebaren of ik ook een slok wil. Ik stap uit mijn busje, aanvaard de koele vriendschapsdronk en gezamenlijk kijken we naar het hoge ijzeren hek dat door het land loopt en de wereld scheidt in hier en daar.

Vandaag, 25 jaar na de Val van de Berlijnse Muur, spreekt iedereen vooral daarover: over die muur in Berlijn. Begrijpelijk, die beelden zijn iconisch, en al die jaren dat Oost en West gescheiden waren sprak die betonnen muur pal tegenover de Brandenburger Tor meer tot de verbeelding dan het dodelijke ijzerwerk dat zich door het Duitse achterland vrat. En daarom wil ik juist over dát deel van de Innerdeutsche Grenze, waar niemand buiten Duitsland weet van leek te hebben, een herinnering ophalen. Goeddeels met eigen foto’s, een enkele van het internet geplukt.

Juli 1989. Ik ben op weg van Tsjechoslowakije noordwaarts langs het grensgebied tussen Beieren en Thüringen, de scheiding tussen Oost- en West-Duitsland. Op een ochtend word ik gewekt door een vuistklop op mijn camper en sta oog in oog met groen geüniformeerde Westduitse grenspolitie. Wat ik hier doe. En of ik maar wil meekomen naar het bureau. Blijkt dat ik op verboden gebied heb gekampeerd: vlakbij de scheiding, die hier niet uit een muur bestaat maar uit metalen afrasteringen die deels onder hoogspanning staan, een Todesstreifen van zorgvuldig geharkt zand waarin voetsporen Bundesarchiv_Bild_183 Mödlareuth,_Zonengrenze van eventuele vluchtelingen direct zichtbaar zijn en machinegeweren die bij bewegingsdetectie automatisch hun dodelijke salvo’s afvuren. Oei. Maar de Westduitse grenspolitie is mij goedgezind, als ze begrijpen wie ik ben en wat ik doe mag ik een paar dagen mee op patrouille, en zo komen we op een dag bij het gehucht Mödlareuth, dat exemplarisch is voor die politieke waanzin die het land in zijn greep heeft. Hoeveel inwoners het heeft? Nog geen 50, en door een historische rariteit ligt het én op Beiers grondgebied, en op Thürings: een riviertje dat dwars door het dorp loopt, niemand heeft zich er ooit iets van aangetrokken, tot het na de 2e Wereldoorlog de grens wordt tussen de Russische en Amerikaanse zone en later de demarcatie tussen Oost en West, tussen communisme en kapitalisme. Uiteindelijk zal het families en generaties bijna te gronde richten

De muur tussen Oost en West Mödlareuth.

De muur tussen Oost en West Mödlareuth.

We komen in het dorp. Een paar huizen, wat schuren en een kroeg. Er wordt een kar geladen, de tractor staat met draaiende motor midden op de dorpsweg. Een oude vrouw steekt over. We spreken haar aan, en ze vertelt. Haar zuster woont aan de andere kant, daar, wijst ze, achter de muur, die dwars door het dorp snijdt. Hebben jullie contact? Ze schudt nee. Als we elkaar willen spreken moet het met de telefoon, als we elkaar zien en zwaaien wordt ze gearresteerd. Daarom is hier in het dorp de muur, die hier Sichtblende heet. Een blindscherm, zodat de dorpelingen geen oogcontact kunnen hebben. Iets verderop in het land is het weer draad, stroom en kogels. En die telefoon? Internationaal, zegt ze. Het klinkt als een grap, maar lachen doet ze niet. Van hier naar Bonn, dan Berlijn. Eerst west, dan oost. En dan via Dresden naar hier, naar mijn zuster in het andere Mödlareuth, daar over de muur. Hemelsbreed vijftig meter, maar ze rekenen internationaal.

Mödlareuth1989- 2

Als ik met de politiecommissaris Werther, die me deze dagen begeleidt, te voet het dorp verlaat zien we hoe de betonnen muur plaats maakt voor het metalen hek en de zandbestrooide Todesstreifen. Letterlijk: doodsstrook. Hij wijst op een steen in de grond, in het midden een kerf. Dit is de echte grens, zegt hij, en die kerf is exact de overgang van west naar oost. Aan de andere kant zien we de wachttorens, mannen met verrekijkers volgen elke stap die we maken. Ik zet mijn voet op de steen en schuif demonstratief mijn schoen over de kerf. Grenzverletzung, zegt Werther grinnikend. Je bent nu zonder toestemming op het grondgebied van de DDR geweest. Ze hebben je gefotografeerd en binnen 24 uur is je foto langs de hele grens verspreid. Ik lach hem uit, wat een onzin. Maar een maand later, in Berlijn, als ik bij station Friedrichstrasse Oost-Berlijn in wil, worden mijn camera en opnameapparatuur in beslag genomen. Later, bij terugkeer naar het westen, krijg ik alles terug. Had Werther gelijk, en hadden ze mijn foto zelfs hier in Berlijn? Of begon ik paranoïde te worden?

Als je wekenlang, dag in dag uit, dorpen als dit zag, en overal waarschuwingsborden en angstaanjagende torens met wachters, wat deed dat met je waarneming? Wat deed het met de inwoners van dat verdoemde land, aan de andere kant van draad, stroom en kogels? Ik volgde de grens tot aan de Oostzee, waar ze met grote stalen kettingen het water in ging, met dobberende waarschuwingsboeien, Schiessbefehl. Aan de andere kant, op het strand, jonge kerels met machinegeweren. Mocht een landgenoot de vlucht wagen, wachtte hem een wisse dood. Jonge kerels waren het, ik zag hoe ze nieuwsgierig mijn kant opkeken. Ik groette ze, hopend op een praatje, maar ze draaiden zich weg. Te gevaarlijk, overal spionnen, collega’s konden je aangeven en dan was het afgelopen.

Begin september kwam ik terug en ging de studio in om mijn documentaire te monteren, die op de 15e september werd uitgezonden. Vreemd, als ik het nu terugluister. De jonge vrouw die enkele weken eerder via de Hongaarse grens en Oostenrijk naar het westen was gevlucht. Ons land was een gevangenis, verzuchtte ze. Je kon niemand vertrouwen, iedereen kon je verraden, je ouders, je kleine zusje, je wist het niet. En dan Armando, schrijver en beeldend kunstenaar. Hij woonde in Berlijn, ik bezocht hem thuis, maakte een interview met hem. Het was eind juli. Berlijn? Berlijn ís de Muur, zei hij. En voorlopig blijft dat zo. Waarom? Volgens mij duurt het nog jaren tot de Muur valt, de Duitsers blinken nu eenmaal niet uit in Zivilcourage. Daagse na die legendarische 9e november belde ik hem op. Weet je nog wat je toen zei? vroeg ik hem. Ik hoorde hem knikken. Ja, zei hij, en wat hád ik het mis.

Casette VPRO

Waar was je, 25 jaar geleden toen de Muur viel? Ik was thuis, keek televisie en jankte van ontroering. Omdat ik aan die vrouw in Mödlareuth dacht, die nu naar haar zuster kon, zonder telefoon, gewoon over het riviertje en aankloppen, dag zuster, ben je thuis? Later bleek dat het ruim een maand duurde tot Mödlareuth bevrijd werd, zoals de meeste dorpen langs het IJzeren Gordijn verging. Berlijn was een andere wereld waar alles sneller ging, het achterland moest nog even wachten. Maar daar waren ze aan gewend, aan wachten.

Later bleek dat ik de laatste Nederlandse journalist was geweest die een documentaire over de Duits-Duitse grens had gemaakt. En wat blijft er uiteindelijk na al die jaren over van al die emoties, van die reis, het gevoel dat je iets over de geschiedenis hebt verteld? Niets. Behalve wat parafernalia. Een cassette van de publieksservice van de VPRO, VK Het Gebouw zo ging dat in die tijd, voor tien gulden kreeg je ‘m thuisgestuurd, kon je de uitzending nog een keer beluisteren. En een vergeeld knipseltje uit de mediarubriek van de Volkskrant, waarin de uitzending werd aangekondigd. Geen ‘Uitzending gemist’, geen sociale media, niets van dat al. Wat was, was geweest. En misschien moet het zo ook zijn. Wat achter je ligt is voorbij, doet niet meer terzake. Vooruitkijken is het devies. Weten dat de wereld, zoals ze nu is, weliswaar mede gevormd is door de geschieden waar je deel van bent geweest, maar het gaat verder, almaar verder, en elke dag wordt nieuwe geschiedenis gemaakt. Tot ook dat herinnering is, vergeeld als een krantenknipsel.

164. Street Food…. KOSOVO!

Ja, toch wel trots hoor, dat ik hier nu voor de derde keer een nieuw boek van Mirjam kan aankondigen. En dat voor de tweede keer in één jaar! Zes maanden geleden roffelde ik de trom voor Street Food Vietnam, en nu is het de beurt aan deel 3: Kosovo. Opnieuw uitgegeven in eigen beheer, en opnieuw gekoppeld aan een goed doel, met als altijd de slogan Jij lekker eten? Zij lekker eten.

RIJ-CV

Eerst even het boek. Kleiner dan de voorgangers, ‘slechts’ 144 pagina’s, maar opnieuw een juweeltje. En wat zo bijzonder is: een wereldprimeur. Klinkt opgeblazen, maar het is echt waar: er zijn domweg geen kookboeken over Kosovo. Wel Balkan, of, als we een beetje teruggaan in de historie, de Joegoslavische keuken. Wat dan een heel breed spectrum beslaat, van Slovenië in het westen tot Macedonië in het oosten en alles wat daar tussen ligt. Een mengelmoes dus van verschillende streekgerechten, waar Kosovo, omdat het door Servië was ingelijfd, niet of nauwelijks een rol speelde. Wel als afgeleide, de Albanese keuken is natuurlijk sterk verwant aan de Kosovaarse, want uiteindelijk hebben ze allemaal dezelfde Grieks-Turkse achtergrond en dús is het een culinaire smeltkroes, waar elk land zijn eigen specifieke draai aan heeft gegeven.

Dus ja, er is zoiets als een Kosovaarse keuken. En lekker! Toen we er heen gingen verwachtten we vooral stoofschotels met vlees, en deels klopt dat ook. Vooral rund-, schaaps- en lamsvlees, omdat de Albanezen, Gorani en Bosniakken, die samen zo’n 95% van de Kosovaarse bevolking vormen, moslim zijn. Wat we níet verwachtten was dat het vrij gemakkelijk was als vegetariër door het land te reizen. We proefden heerlijke bonensoepen, verrukkelijke hartige taarten met geitenkaas en eindeloos veel salades.

Net als bij de voorgaande boeken (India en Vietnam) is Mirjam op zoek gegaan naar typische streekgerechten zoals ze in de dorpen bereid worden. Deze zomer waren we in Kosovo, ik deed hier verslag van onze reis (zie de hoofdstukken 158 en 161), en eenmaal terug thuis werd wekenlang gekookt, geproefd en vooral geschreven. De keuken fungeerde als laboratorium en fotostudio, ofschoon we voor de fotografie ook buiten onze toevlucht zochten.

IMG_3937IMG_3902

Of het mooi werk heeft opgeleverd? In alle bescheidenheid: ja. En dat mag ook wel, want we kijken terug op een hectische periode van lang en gestaag werken. Buffelen, zou mijn vader gezegd hebben. Want pas als je zelf bij zo’n project betrokken bent zie je hoe veel er bij komt kijken. De meeste kookboeken kennen een uitgebreide staf aan medewerkers, iedereen een specialisatie, maar Mirjam deed zo’n beetje alles zelf. Niet alleen bedacht ze het concept, ze deed productie, research, het schrijven, de food styling en fotografie. Ik mocht, als bij de vorige titels, de eindredactie doen en ook dit keer kwam de vormgeving voor rekening van Sterckdesign.

Van de vorige boeken gaat 50% van de netto opbrengst naar onze Stichting Duniya. Immers, wij werken in India en Vietnam en bekostigen met de opbrengst van Mirjams boeken voor een deel de voedselprojecten die we daar hebben. Vandaar de slogan Jij lekker eten? Zij lekker eten. In Kosovo werken we samen met Care for Kosovo Kids, een stichting die medicijnen beschikbaar wil stellen voor ouders wiens kind kanker heeft en die zich de zorg van hun ernstig zieke kind niet kunnen veroorloven. Klik hier om naar hun website te gaan.

Tja, veel meer valt er niet te zeggen. Behalve dat Street Food Kosovo (in twee talen leverbaar: Nederlands en Engels!) bij de boekhandel te koop is en natuurlijk ook online, hetzij via onze eigen uitgeverij Street Food World (klik hier om rechtstreeks naar de webwinkel te gaan) of bij bol.com, waar alle boeken die we gepubliceerd hebben te koop zijn. Toegegeven, bij hun ben je iets goedkoper uit omdat zij een aangepast tarief kunnen bieden voor verzending, maar ze krijgen een fikse boekhandelskorting, dus aan het eind van de rit blijft er voor ons minder over, en dus ook voor Care for Kosovo Kids.

Kortom: wil je je verzameling Street Food op peil houden (let op, Vietnam is nog volop leverbaar maar de 2e druk van India is zo goed als uitverkocht), koop Kosovo en geniet!

kosovo3d

163. Melk en Boter

Dat weten we dan ook weer: melk is niet gezond. Tenminste, als we dat Amerikaanse onderzoek mogen geloven waar de bladen vol van stonden. Calcium goed voor je botten? Integendeel, het remt botgroei juist af. Alarm! Ook wordt koemelk slecht verteerd, het is bedoeld voor kalfjes, niet voor mensen. Gevolg: verstoorde darmflora en chronische aandoeningen zoals astma, eczeem, diverse soorten kanker en het schijnt dat ook de darmziekte Crohn en diabetes type 1 op de loer liggen. Nog een glaasje melk, iemand?

En dan te bedenken dat ik in mijn jeugd trots lid was van de M-brigade, de voorloper van Joris Driepinter. Melk Moet! was het motto. Wisten we veel dat er een uitgekiende reclamecampagne achter zat, die Nederland van z’n eerste melkplas moest afhelpen: de naoorlogse melkproductie was door technologische verbeteringen aanzienlijk toegenomen, er dreigde een melkoverschot en de minister van Landbouw bood het Zuivelbureau één miljoen gulden voor extra reclame om de jeugd aan de melk te krijgen.

Eind november 1958 verscheen in alle dagbladen een advertentie waarin bekende Nederlanders van destijds, zoals voetbalscheidsrechter Leo Horn, de Melkbrigadiers lanceerden. Kinderen die dagelijks een glas melk extra dronken, mochten lid worden van de M-brigade. Om Melkbrigadier te worden moest je een logboek bijhouden, dat je kon afhalen bij je melkman of kruidenier. In het logboek moest je de extra glazen melk aangeven die je, naast je gewone porties melk, een dag gedronken had. Een M-daad, heette dat extra glas, en de regels waren streng: Let Wel… er mag niet meer dan één extra M-daad per dag ingevuld worden, stond dreigend onder het pamflet dat je van de melkboer gekregen had. Na dertig glazen was het logboek vol en kon je het laten ondertekenen door je ouders en opsturen naar het Zuivelbureau. Dat stuurde dan een mouwembleem met een M en je was bevorderd tot M-brigadier.

Leo Horn! Als hij het zei, dan móest het wel goed zijn. Beroemde man, niet alleen als scheidsrechter maar ook omdat hij in Haarlem een winkel in stoffen en fournituren had. Soms probeerden we een glimp van hem op te vangen, met onze neuzen tegen de etalageruit gedrukt. Of hij ook melk dronk? Vast en zeker. Stond toch in de advertentie? Nou, als hij het dronk, dan wij ook.

melk15

melk16

In die dagen kwam de melkboer aan de deur met paard en wagen. Een vriendelijke man met pet die achterom via de keuken binnenkwam en de flessen op het aanrecht zette, die wij vervolgens naar de kelder brachten, een koelkast hadden we niet. Elke dag een extra glas melk, elke dag een kruisje in het logboek en na een maand opsturen naar het zuivelbureau. En de melkdoppen brachten we naar de nonnen, voor de missie in Afrika. Geen idee wat die arme negerkindjes met al die melkdoppen moesten. Hebben we er ooit naar gevraagd? Nee, je accepteerde de gekkigheid van de wereld zoals het kwam.

Geestig, hoe je je bijna zestig jaar na dato die dingen nog herinnert. En ongelofelijk, als je nu ziet hoe de jeugd werd ingepakt met uitgekiende flauwekul uit de koker van een marketingstrateeg. Een boekje met ‘Geheime M-signalen uitsluitend voor M-brigadiers’. Wat dat voor geheime signalen waren? Geen idee, maar voor jongens van onze leeftijd, lid van de geheime club De Zwarte Hand met het hoofdkwartier bij ons in de achtertuin bij het kolenhok, ging dat er in als koek. Ook herinner ik mij die blauwkartonnen zonneklep met elastiek en de tekst Met Melk Meer Mans. En daar waren ze weer, de negerkindjes, melk18uitgedost als vrolijke boertjes met een juk met emmers melk. En het fameuze logboek, met de ronkende tekst Ik verklaar dat ik op 30 dagen een extra M-daad heb gedaan. En ik beloof dat ik die zal blijven doen – zoals het een M-brigadier betaamt! Slimme jongens, bij dat reclamebureau. Inspelend op de gevoelige kinderziel, de behoefte aan schouderklop en erkenning. Of was het een naoorlogs sentiment, en hunkerden we onbewust naar mannelijke saamhorigheid?

melk11

En nu, zestig jaar later, vanuit Amerika het bericht dat melk helemaal niet gezond is, niks meer mans, oppassen geblazen en géén extra M-daden meer! Dat geeft te denken. Want wat te doen met nieuwe ontdekkingen over voeding die nu gedaan worden? Nu geloven we er in, maar straks, over pakweg vijftig, zestig jaar? De schijf van vijf is ook niet meer wat hij geweest is.

Daar dacht ik aan toen ik een interessant artikel las over bulletproof coffee. Ofwel koffie met boter. Zwarte koffie die in een blender wordt gemixt met grasboter en een mix van kokos- en palmolie. Een superdrank waar je, volgens bedenker Dave Asprey, kilo’s van afvalt en die je een energieboost geeft die tot zes uur aanhoudt. Ik heb het nog niet geprobeerd, maar wie weet. Klinkt spannend. Hier een link naar een pagina met meer informatie, en onderstaand een video hoe je de wonderkoffie moet maken. Wie weet houdt het stand. Want koffie met boter, wat kan daar verkeerd aan zijn? Ik herinner me de zoute boterthee die ik begin jaren tachtig in een klooster in Ladakh dronk. Het was even wennen, maar daarna merkte je hoe voedzaam het was, en hoe het je lichaam inpakte in een intens gevoel van welzijn. En wat kan daar nou op tegen zijn?

162. Stem Van Buitenaf

Soms raak je in gesprekken verzeild waar je liever niet aan meedoet. Of laat ik het zo zeggen: soms heb je van die mensen die tijdens een gesprek opeens uithalen naar van alles en nog wat, waarbij Nederland met stip bovenaan staat. Dat dat we bij buurlanden in een slecht daglicht staan omdat we varkensslachters, kinderpornoproducenten en Jihadleveranciers zijn. Verbazend ongenuanceerde tirades waar ik liever geen deelgenoot van wil zijn, omdat het een benauwd perspectief is.

Natuurlijk, er klopt vast nog een hele hoop niet in dit land, er zal altijd gesleuteld moeten worden. Vindt de oppositie ook, luister maar naar Roemer, Buma en Pechtold, als zij aan het roer komen zullen ze het land in de goede richting sturen, want oei, wat doen Rutte en Samsom het slecht. Vind ik deels ook hoor, zoals ieder ander heb ik een paar maatschappelijke speerpunten waar ik aan hecht, ouderenzorg, milieu, dierenwelzijn. Dat kan beter, ja. En dat met die varkens, dat klopt natuurlijk wel. We produceren gemiddeld 25 miljoen varkens per jaar. 14 miljoen gaan over de kling, de rest wordt levend geëxporteerd. Een krankzinnige situatie, in zo’n klein land. Moet veranderd.

Maar daarnaast zijn we zoveel méér. En daar is soms een stem van buitenaf voor nodig om dat weer helder voor ogen te krijgen. Zoals eind vorige week een paginagroot artikel in NRC Handelsblad. Vier nieuwkomers aan het woord over wat ze zo bijzonder vinden aan Nederland. Vluchtelingen uit Pakistan, Iran, Syrië en Burkina Faso. Vervolgd omdat ze bij een religieuze of maatschappelijke minderheid horen, of simpelweg omdat ze vrouw zijn. Nu wonen ze in Amsterdam, en vorige week ondertekenden ze de participatieverklaring van minister Asscher. Met die handtekening laten ze hun goede bedoelingen zien, en verklaren dat ze de Nederlandse waarden zullen respecteren. Niet dat ze daarmee instemmen met die massale varkensslacht, geen weldenkend mens die dat tot de Nederlandse waarden rekent. Nee, ze beloven naar vermogen bij te dragen aan een samenleving met vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, waarin mannen vrouwen gelijke rechten hebben en iedereen recht heeft op een eigen mening.

Vier nieuwe Nederlanders. Vier foto’s, met elk een klein verhaaltje. En allemaal zeggen ze hetzelfde: hier kan je zeggen wat je wilt, zonder bang te moeten zijn voor vervolging. Vrijheid en democratie. Niemand bepaalt hier of je geloof goed is of fout. Wat een weelde! Waarmee ze een monument oprichten voor ons land, voor onze manier van samenleven. Toen ik het gelezen had legde ik ontroerd de krant terzijde. De stem van buitenaf had me weer eens wakker geschud. Wat leven we toch in een heerlijk land, waarin we kunnen zeggen wat we willen en zijn wat we willen zijn. Een land waarin we niet bang hoeven te zijn voor religieuze terreur en waar we ongestraft de draak mogen steken met het koningshuis. Een verworvenheid waar we onze handen voor mogen dichtknijpen. Zeggen wat je wilt is een ongekende rijkdom. Met dank aan de stem van buitenaf.

NRC_IND9837

161. Ontmoetingen

Het leven dendert voort, Mirjam werkt lange dagen aan het manuscript van Street Food Kosovo, als ze niet aan haar computer zit is ze in de keuken: laboratorium, proeftuin en fotostudio in een. En daarbuiten is de wereld, die, zo lijkt het, deze zomer nog meer dan anders in brand staat. Verschrikkingen alom. En het begon zo onschuldig, die zomer, met dat voetbal. En toen opeens ging het mis. Israëlische bommen op Gaza, oorlog in Oekraïne, de tragedie van de MH17 en de onbarmhartige razernij van het gespuis van IS die filmpjes op Youtube zetten waarin ze eindeloze rijen weerloze mensen overhoop schieten, onderwijl hun god aanroepend, Allahu Akbar. En dan de onthoofdingen van James Foley en Steven Sotloff. We beleven een nieuw Cambodja, met IS in de rol van Rode Khmer. Verontrustend en ontregelend, dat er zoveel parallelle belevingswerelden zijn waar je emotioneel flink van in de knoop kunt raken.

Maar intussen gaat het leven door, ‘t is niet anders. Mirjam is bijna klaar met het manuscript voor Street Food Kosovo. Dus nog even terug naar de Balkan, dat verhaal moet nog afgerond. Beetje hink-stap-sprong, een aflevering met vooral foto’s. Aanklikken voor grote weergave. Enfin, dat weten jullie nu wel.

Waar waren we gebleven? Albanië, bij het standbeeld van Moeder Teresa, op een kruispunt in een naamloos dorp. Daarna gaat het door de bergen naar Kosovo. Maar eerst, als een soort nagekomen gedachte, nog even dit motel in Bosnië Herzegovina. Met verbazing hebben we een tijd naar het bouwwerk staan kijken. Wat heeft de architect gedacht, toen hij dit op papier zette? En erger nog: toen het daadwerkelijk gebouwd werd? Heerlijk. Wat zou het leven zijn zonder raadsels.

72 _IND9148

Ook dit was nog in Bosnië Herzegovina. Of was het Kroatië? Ja, dat moet het geweest zijn. Opeens zagen we langs de weg de een na de andere eetgelegenheid waar geiten aan het spit werden geroosterd. Zo’n veertig, vijftig kilometer lang, elk dorpje waar we kwamen, en soms ook zomaar een eenvoudig wegrestaurant, niets dan geroosterde geit. En zo plotseling als het kwam, hield het op. Alsof die specifieke culinaire traditie alleen daar te vinden was, en nergens anders. Opnieuw een raadsel.

72_IND9155

In Pristina hebben we, sinds Mirjam vorig jaar september voor ‘t eerst in Kosovo kwam, ons ‘eigen’ appartement, gehuurd via Airbnb. Omdat het, als je ergens langer blijft, ook al is ‘t maar een paar dagen, zoveel leuker is middenin een wijk te logeren dan in een onpersoonlijk hotel. Een zijstraatje vlakbij het centrum, drie hoog, kijk, daar staat ze, op het balkon. We ontbijten bij een eethuisje om de hoek en doen inkopen bij de kruidenier twee nummers verder. In de zijstraat woont iemand van de VN, zijn witte terreinwagen met het KFOR logo staat op de stoep geparkeerd. Onze Landrover met de Street Food stickers wordt soms ook aangezien voor een auto van de VN, merken we uit reacties van voorbijgangers. Dan zeggen we nee, en leggen uit waarom we hier zijn. De hoop was dat mensen een favoriet recept met ons zouden delen, dat dan ook in het boek zou komen, maar dat is niet helemaal gelukt.

72 _IND9358

Bijna dagelijks gaan we naar de markt, in het hart van de oude stad. Beetje rondneuzen, genieten van de uitgestalde waar. Hoog opgetaste groenten, veel pepers vooral. We slenteren, fotograferen, maken een praatje hier en daar, de kooplieden beginnen ons te kennen. Ook de jongen van de kaas. Naar hartelust laat hij ons proeven en als we uiteindelijk een keuze hebben gemaakt en willen afrekenen schudt hij zijn hoofd. Niks daarvan. Hier, een cadeautje.

72_IND9377

Soms heb je mazzel. Bijvoorbeeld: als je een restaurant vindt waar ze niet alleen voortreffelijk traditioneel eten op tafel zetten, maar ook nog bereid zijn de keukengeheimen met je te delen. Dat gebeurde ons in Pristina bij restaurant Mozaïk. We hoorden van het restaurant via de eigenaar van het appartement dat we huren, puur toeval dus, want later blijkt dat de meeste mensen uit Pristina die wij kennen nog nooit van Mozaïk hebben gehoord. Hier zit Mirjam met de eigenaar van het restaurant, Lorik Këndusi, die haar vertelt hoe bepaalde gerechten gemaakt worden. Soms komt hij er niet helemaal uit, qua Engels, dan springt zijn assistent bij. En niet alleen de recepten deelde hij met ons, ook het eten zelf. Een tafel vol heerlijkheden zette hij ons voor. Kijk straks maar in Street Food Kosovo, alles wat je hier op tafel ziet staat er in.

72 _IND9408_edited-1

72_IND9411

Veel research voor het boek deden we natuurlijk ook buiten de grotere steden. En zo kwamen we in Brod, een dorpje diep in het Sharr gebergte, een man en een vrouw tegen die te paard uit de bergen kwamen. Een echtpaar, dat in voorjaar en zomer bijna dagelijks blauwe bessen en sleutelbloemen oogsten om die daarna bij hun huis te drogen en te verkopen. Grote gevulde zakken waren aan de zijkant van hun paarden gebonden en de goedlachse Erden Balje gaf Mirjam, eenmaal bij hun huis in Brod aangekomen, meteen een flinke zak verse sleutelbloemen mee zodat ze zelf thee kon zetten. De dorpsjeugd kwam een kijkje nemen, zo vaak zien ze hier geen buitenlanders. Ook zij vroegen zich af of we bij de VN hoorden. Twee van hen, links naast Mirjam, bleven maar salueren. Hun prille jeugd vol vreemde soldaten, dan zie je het verschil niet denk ik, alle buitenlanders zijn hetzelfde. En ja, dan salueer je.

72_IND9244

72_IND9255

Of we de keuken ook nog willen zien? Eenmaal gastheer, weet Erden Balje van geen ophouden. Alles moeten we zien, de stal met twee kalfjes, de binnenplaats waar we een glas overheerlijke blauwbessensap krijgen, en tot slot de keuken, waar zijn oude moeder in de weer is. Prachtbeeld, die gehoofddoekte vrouw op een krukje bij het fornuis. Mirjam wil foto’s maken. Jaja, roept Erden enthousiast, zonder zijn moeder te vragen, jaja, is goed. Een mengsel van Italiaans, waar hij ooit als gastarbeider werkte, een vleugje Engels en wat Duits, zo komen we er wel. Of ze het gerecht op schoot kan nemen, vraagt Mirjam, druk doende de vrouw zo goed mogelijk in beeld te krijgen. Si si, roept Erden. Auw, roept moeder, want de schotel komt net uit de oven, is nog te heet. Gauw iets eronder, zodat ze haar schoot niet verbrandt. Pannenlapje ook in d’r linkerhand. Klaar? Erden moet nu uit beeld. Maar hij weet van geen ophouden, telkens weer schiet hij naar voren om iets te rangschikken. En moeder maar kijken, verbaasd wat haar gebeurt, altijd de stilte van binnenplaats en keuken en nu opeens mensen met camera’s en dan die hete pan op schoot. Wonderlijke ontmoetingen, voor iedereen. Uiteindelijk maak Mirjam beeldschone foto’s, en ze komt in het boek, twee keer zelfs, paginagroot, de oude moeder uit Brod.

72 _IND9267

Terug naar Pristina, de kronkelende bergweg omlaag, en dan opeens een weiland vol grazende runderen, prachtige wolkenlucht, alles zo mooi. We stoppen de auto, stappen uit, maken foto’s van het pastorale tafereel. Komt de herder op ons af, vrolijke snuiter met stok en rugtas. Geen woord mogelijk, alleen maar knikken en gebaren, mooi die koeien, ja. Hij grijpt in z’n jaszak, haalt een frommelig zakje tevoorschijn en presenteert ons een zuurtje. Zo’n hardgroenglanzend ding dat met het papiertje verkleefd is. We zeggen dank, we nemen het later, dankjewel. Hij glimlacht, loopt met ons mee terug naar de auto, waar we voldoende proviand hebben. Yoghurt, sinaasappels, brood. We geven hem wat we hebben, straks toch weer in Pristina. Hij grijnst breed en tandeloos, vult zijn knapzak, zwaait en klautert terug naar zijn koeien.

Ontmoetingen. Ja, zo moet het zijn. Als dat gebeurt, is het leven goed.

72_IND9444_edited-1