189. Winkeltje Spelen

Die woorden zitten al een hele tijd in m’n hoofd: winkeltje spelen. Als je maar lang genoeg door dit soort contreien reist en de wereld van dichtbij ziet krijg je vanzelf die indruk. En ik zeg er meteen bij: het is niet neerbuigend bedoeld. Integendeel, ik heb tomeloos respect voor mensen die altijd proberen ergens iets van te maken, hoe verrot de omstandigheden ook zijn. Inspelen op mogelijkheden, of beter: eerst die mogelijkheden zíen, en dan actie ondernemen. Of het dan lukt is iets anders, daar gaat het niet eens om. Het gaat om het initiatief, het zien van kansen.

Neem Cambodja. Transparancy International omschreef het land in haar rapportage van 2013 als volgt: The country faces numerous sociopolitical issues, including widespread poverty, pervasive corruption, lack of political freedom, low human development and a high rate of hunger. En ik, vanaf mijn fiets, zie barre droogte rond de dorpen in het noord-oostelijk deel waar armoe troef is. Zó arm zelfs dat ze zo goed als geen winkeltjes hebben. En dat wil wat zeggen.

Ik zag dat winkeltje spelen voor het eerst in India. Als het slecht gaat, denken ze: ik begin een winkeltje, dan maak je winst en ben je uit de problemen. Onzin natuurlijk, die worden alleen maar groter, die problemen. Ze kopen pakjes sigaretten en verkopen de rokertjes vervolgens los, per stuk. Hoeveel winst? Een paar procent. Hetzelfde met pruimtabak, of frisdrank, iets te snoepen. Als ze al voldoende geld hebben om in zulke artikelen te investeren. En als de buurman óók zo’n winkeltje begint en de overbuurman ook, verkoopt niemand iets. Dan consumeren ze uit ellende hun eigen handelswaar. Ben je nog nergens.

Ik zag in Cambodja twee zelfstandige entrepreneurs die langs een gloednieuw stuk snelweg een nerinkje hadden. De eerste was de Cambodjaanse variant van een Indiase dalit, een kasteloze, behalve dat ze hem hier waarschijnlijk schooier noemen, of vuilnisman: hij raapt wat anderen wegooien. De nieuwe elite, jongelui op scooters en motoren, gooien álle verpakking die leeg is pardoes op de grond. Als fietser zie je dat gebeuren, ze rijden je voorbij en húp, gaat weer een leeg colablikje of waterflesje. En deze man raapt het op en aan het eind van de dag levert hij het ergens in en krijgt een grijpstuiver, wisselgeld. Kijk hem eens lachen, de goedmoedige. Ik heb hem betaald voor de foto, voor wat hoort wat. Waarschijnlijk heel wat meer dan wat hij met een dag opruimen bij elkaar scharrelt. Moet ook. Een kleine winkelier moet soms mazzel hebben.

Garbage collector Cambodia IMG_7379_edited-1

De tweede kleine ondernemer was deze jongeman. Of hij het zelf heeft opgebouwd of dat z’n vader hem er heeft neergezet is niet belangrijk, het gaat om de káns die ze zien. Een nieuwe weg, dus meer verkeer, een brede vluchtstrook waar klanten kunnen stoppen. Alles is voorhanden om gouden bergen te verdienen. Voorlopig alleen met gekoelde frisdrank. Straks komen er verse kokosnoten of gesmeerde broodjes bij. Ik hoop het. Dappere winkelier in spé.

Winkeltje spelen Cambodja IMG_7389

Dit is van een andere orde, hier lijkt iedereen aan het eind van z’n latijn. Als ik kom aanfietsen is het 39°C, mijn ketting knarst en mijn mond is droog als karton. Ik wil twee dingen: iets te drinken en smeerolie. De man met het gestreepte hemd regelt alles. Uit de rode koelbox duikt hij een flesje water op, maar het ijs blijkt gesmolten, het water lauw. Dan giet hij afgewerkte motorolie over m’n ketting, het druipt op de grond, maakt niemand wat uit. De rest van de familie blijft hangen, letterlijk. In de hangmat of op een stoel, de hitte maakt iedereen tot ledenpop. Vooraan ligt zoonlief als een rolmops in de hangmat, wachtend op avondkoelte.

Bike repair shop Cambodia IMG_7240

Dit Cambodjaanse echtpaar heeft het een geweldige nering: mais. Vers gekookt en boterzacht. Auto’s en scooters stoppen, kopen een paar warme kolven en nemen het mee, als snack in de auto. Ik heb er zelf een staan kluiven in de berm, wat een traktatie. Goeie zaken doen ze, haast geen moment zonder klanten. Goed bekeken, goed bedacht.

Corn along Route 6 Cambodia IMG_7418

Maar soms is de concurrentie zó hevig dat het haast geen nut lijkt te hebben je winkeltje open te houden. Neem deze Vietnamese boontjesvrouw. Grote stapels kersverse groenten, maar even verder zit nóg iemand met dezelfde handel en daarna wéér iemand. Boontjesseizoen! Wat te doen? Iets anders verbouwen? Misschien. Voorlopig houdt ze er een goed humeur bij.

Iedereen verkoopt Dau chin boontjes IMG_7589

En dit is de Vietnamese evenknie van de flessenraper in Cambodja: de voddenman. Zijn bakfiets torenhoog beladen met rommel. Terwijl ik langzaam achter hem reed stopte hij twee keer om iets op te rapen. De eerste keer een lege fles uit de berm, de tweede keer schoot de slipper van zijn rechtervoet. Aan de zijkant opengescheurd, geen wonder dat hij niet blijft zitten. Z’n fiets is er ook slecht aan toe, het wiel hangt scheef, nog even en de as breekt. Maar aan zo’n investering durft hij waarschijnlijk niet eens denken. Aan het eind van de dag nét voldoende verdiend hebben om je familie te kunnen voeden, dat is al een mirakel. Wat een held.

Vuilnisman IMG_7630

_________________________________________________________________________
duniya-website Jullie weten het nu wel, maar ik zeg het tóch nog maar een keer, voor die enkeling die het ontgaan is: ik fiets door Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam een sponsorrit, Miles 4 Meals, om geld in te zamelen om onze voedselprojecten in India en Vietnam te financieren.

Wil je dit initiatief sponsoren? Graag! De spelregels vind je op de sponsorpagina van Stichting Duniya. Dank!
_________________________________________________________________________

188. Stichting Duniya 20 Jaar

Even een tussendoortje. Vorige week, 19 april, bestond onze Stichting Duniya 20 jaar. Kan me de dag nog goed herinneren dat Mirjam en ik naar de notaris togen om de oprichtingsakte te passeren. Tegen gereduceerd tarief deed hij dat, want een goede zaak. Waarmee hij onbedoeld de eerste donateur werd van onze, toen nog, Stichting Nagwa.

Zóveel gebeurd in die twintig jaar. Ik zie ons nog onze eerste nieuwsbrieven maken, mooi drukwerk, onze eerste ervaringen met Desk Top Publishing, de techniek stond nog in de kinderschoenen. De eerste aarzelende pogingen tot fondswerving, eerst familie, daarna werd de kring breder, maar wat was het wennen, vragen om geld en maar uitleggen waar je mee bezig was. Eerst in India, later kwam daar Vietnam bij. Maar het begon destijds in 1996 toch echt met de bedoeling om in de sloppenwijk Nagwa in Noord-India een riolering aan te leggen en handwaterpompen te slaan. De riolering is er nooit gekomen, dat was te ambitieus, maar die pompen wel, althans voor een deel, na een tijdje bleken er een paar verdwenen, gestolen, verkocht als oud ijzer.

Guttegut, wat hebben we allemaal meegemaakt in die jaren. Veel goede dingen, maar ook veel narigheid en verdriet. Veel mensen gestorven die we in de loop der jaren goed hadden leren kennen. Kwam er weer het bericht dat die-en-die dood was, aan de tuberculose, of ouderdom, of gewoon óp, want een leven lang armoede vreet aan je, blijf daar maar eens overeind. Gelukkig hebben we in India een geweldig toegewijd team, we werken al jaren samen, er is een school waar dagelijks 150 kinderen goed onderwijs krijgen en elke dag een stevige maaltijd, er is een atelier waar vrouwen uit de wijk een basissalaris kunnen verdienen en recentelijk zijn we verhuisd naar een nieuwe locatie. De ambitie is om ooit, ja ooit, een eigen schoolgebouwtje te hebben. Toekomstmuziek? Misschien ja. Maar wie niet droomt en hoopt, nietwaar.

Jullie kennen toch de website van Duniya? Recentelijk helemaal vernieuwd door Mirjam, die een paar dagen geleden ook weer iets leuks heeft bedacht: 20 dagen achterelkaar publiceren we elke dag een herinnering van een van de medewerkers of bestuursleden van Duniya aan iets uit die afgelopen 20 jaar. Vandaag staat de herinnering van Mirjam aan de oude Lakhpati op de website. En elke dag volgt een nieuw verhaal, tot de twintig dagen voorbij zijn. Een goede reden om weer eens de website van Duniya te bezoeken!

(Tekst gaat door onder de foto.)
DSC_0069

Ooit was ik voorzitter van de stichting, zo begon het in 1996, tot we er na jaren achter kwamen dat het officieel niet mag, bestuursleden mogen niet op hetzelfde adres wonen. Dat viel samen met de fusie met een andere stichting, vanaf dat moment gingen we verder als Stichting Duniya (mooie naam, mooi woord, Wereld in tal van talen, ooit uit het Arabisch overgegaan naar o.a. Perzisch, Urdu en Hindi, maar ook die krachtige fonetische klank, Doen Ja!), ik trad terug, Mirjam nam de voorzittershamer over, en het bestuur bestond vanaf nu, mooier kon niet, uit drie vrouwen: Mirjam Letsch, Debby Ego en Anouk van der Stam (zie hier  het overzicht van alle personen die bij de stichting betrokken zijn).

Twintig jaar Stichting Duniya. Hoe nu verder? We hadden het over toekomstmuziek. Ja, maar dan moet er wel een toekomst zijn, en door teruglopende fondsen is dat een reden tot zorg. Want geld moet er zijn, elke maand weer, daar ontkomen we niet aan. In India moet de school draaien, er moet eten op tafel, het personeel moet betaald worden. En in Vietnam is er het centrum met 50 gehandicapte kinderen die ook moeten eten en onderwijs krijgen. Het is erg jammer dat we in de afgelopen jaren toezeggingen hebben gekregen van particulieren die ons zouden helpen, er waren beloftes van 50.000 euro per jaar, met veel aplomb gegarandeerd, maar dat bleken loze kreten. Vreselijke domper natuurlijk. Gelukkig zijn er nog wat vaste donateurs (ook al loopt dat aantal terug, crisis nietwaar) en af en toe hebben we acties om de kas te spekken, zoals op dit moment mijn sponsorfietsrit door Azië.
TellerM4M Daar hadden we hoog op ingezet: 20 jaar Duniya? Dat moet dan 20 mille opleveren. Is niet helemaal gelukt, de teller staat op iets boven de acht, maar we hebben goede hoop dat, ook na deze mail, er weer wat mensen zullen zijn die zeggen: ja, goed idee, die rit gaan we sponsoren! Miles4Meals noemen we de sponsorrit: elke kilometer die ik fiets moet geld opleveren die ten goede komt aan de maaltijden voor de kinderen zowel in India als in Vietnam.

Als je nog wilt meedoen, graag! Twee cent per kilometer, een stuiver, dubbeltje… een euro? Alles kan. Ik streef ernaar 3650 kilometer te rijden, dus  als ik die afstand inderdaad volbreng (wat bij de tropische hitte van 38°C niet meevalt…) levert bijvoorbeeld een stuiver per kilometer 182,50 euro op. Hier wordt precies uitgelegd hoe het werkt, en dit is de link naar het formulier waar je je kunt opgeven. Het zijn dus toezeggingen, betaald wordt pas als de rit volbracht is op basis van de daadwerkelijk gereden kilometers. (Wil je zien waar ik nu ben en welke route ik tot nu gereden heb? Ga naar de balk hierboven en kijk bij Waar is Hans?) Overmorgen hoop ik in Saigon aan te komen, dan is des rit min of meer voor de helft volbracht. Hoe fantastisch zou het zijn als we dan ook op de helft van het beoogde bedrag zitten! Tien mille? Gaat dat lukken?

Goed, ik noemde dit ‘een tussendoortje’, is misschien iets langer geworden dan bedoeld, maar wat wil je, 20 jaar…

Dank als je wilt meedoen, dank ook als je de website van Duniya weer eens bezoekt en ziet wat voor goed werk ons geweldige bestuur en ons personeel ter plaatse doet. En hoe mooi zou het zijn als we weer wat meer vaste donateurs zouden krijgen… Dus: zegt het voort!

187. Onder de Wielen

Niet bedoeld als parafrase van Unterm Rad van Herman Hesse, wat in dit geval ‘Tussen de raderen’ betekent, maar Rad betekent ook fiets, dus ja, je kunt er nogal wat kanten mee op. Ik in elk geval bedoel letterlijk: wat zit er onder je wielen? Je rijdt en rijdt, kilometers rijgen zich aaneen, maar steeds onder andere omstandigheden. En elk wegdek heeft een andere uitwerking op je fiets, het contact van je banden met het wegoppervlak en dus het tempo waarmee je kunt rijden.

Een kleine inventarisatie, gemaakt tijdens de afgelopen drie weken in Thailand, Laos en Cambodja. (Als altijd: op de foto klikken voor grotere weergave.)

Dit is natuurlijk het prettigste: glad asfalt, waar je banden zoemend op rollen en zo goed als geen enkele weerstand voelen.

Dit is natuurlijk het prettigste: glad asfalt, waar je banden zoemend op rollen en zo goed als geen enkele weerstand voelen.

Dit wordt als wat minder. Grof asfalt met stukjes steen. Het klinkt oneffen, en zo voelt het ook: je rolweerstand is minder, dus moet je iets harder trappen.

Dit wordt als wat minder. Grof asfalt met stukjes steen. Het klinkt oneffen, en zo voelt het ook: je rolweerstand is minder, dus moet je iets harder trappen.

Nu wordt het ernstig. 'n Soort grof bitumen met uitpuilende brokjes steenslag, het grijpt je banden vast, het kost je zomaar 30% meer inspanning om je wielen te laten draaien. Oppassen ook bij de randen: doorgaans slecht afgewerkt, groot niveauverschil, voor je het weet schiet je in de berm.

Nu wordt het ernstig. ‘n Soort grof bitumen met uitpuilende brokjes steenslag, het grijpt je banden vast, het kost je zomaar 30% meer inspanning om je wielen te laten draaien. Oppassen ook bij de randen: doorgaans slecht afgewerkt, groot niveauverschil, voor je het weet schiet je in de berm.

Dit kwam ik in Thailand vaak tegen: betonplaten, kilometers achtereen. Ter plekke gegoten, met voegen om uitzetten en krimpen op te vangen. In die voegen een teerachtige massa die uitstulpt, soms een paar centimeter hoog. Boenkeboenk. Op 't laatst ga je op je trappers staan, om je zitvlak te ontzien.

Dit kwam ik in Thailand vaak tegen: betonplaten, kilometers achtereen. Ter plekke gegoten, met voegen om uitzetten en krimpen op te vangen. In die voegen een teerachtige massa die uitstulpt, soms een paar centimeter hoog. Boenkeboenk. Op ‘t laatst ga je op je trappers staan, om je zitvlak te ontzien.

Deze wegen kwam ik in Thailand én Laos tegen. Harde leem met rood stof, of zand. Je moet gewoon rechtuit rijden, niet proberen oneffenheden te ontwijken, dat lukt niet. Erg vermoeiend, maar gelukkig valt het stof nog mee.

Deze wegen kwam ik in Thailand én Laos tegen. Harde leem met rood stof, of zand. Je moet gewoon rechtuit rijden, niet proberen oneffenheden te ontwijken, dat lukt niet. Erg vermoeiend, maar gelukkig valt het stof nog mee.

Dit is glibberen en slippen: los zand, soms twee, drie centimeter dik waarin je voorwiel wegglijdt als je niet oppast. Vijf kilometer van dit spul en je bent aan een pauze toe.

Dit is glibberen en slippen: los zand, soms twee, drie centimeter dik waarin je voorwiel wegglijdt als je niet oppast. Vijf kilometer van dit spul en je bent aan een pauze toe.

Gaten en oranjerood stof. Dit is een kwestie van goed kijken en je koers tussen de gaten bepalen. Slingeren dus, tussen de gaten, opschieten doet het niet.

Gaten en oranjerood stof. Dit is een kwestie van goed kijken en je koers tussen de gaten bepalen. Slingeren dus, tussen de gaten, opschieten doet het niet.

Dit is leuk, en ik kwam het alleen in Laos tegen: houten bruggetjes in de dorpjes op de eilanden in de Mekong. Voorzichtig rijden, dan blijven de planken keurig op hun plaats.

Dit is leuk, en ik kwam het alleen in Laos tegen: houten bruggetjes in de dorpjes op de eilanden in de Mekong. Voorzichtig rijden, dan blijven de planken keurig op hun plaats.

Dit is Cambodja. Alsof magma zich vanuit het binnenste van de aarde een weg naar buiten heeft gebaand. Goed opletten, er kunnen enorme kuilen tussen zitten.

Dit is Cambodja. Alsof magma zich vanuit het binnenste van de aarde een weg naar buiten heeft gebaand. Goed opletten, er kunnen enorme kuilen tussen zitten.

En ook dit is Cambodja. Als de wind gunstig staat, zoals nu, heb je niet veel last van het stof. Komt de wind van de andere kant, of is het windstil, zit je in no time stof te happen. Je kunt geen kant uit, dus laat maar over je heen komen.

En ook dit is Cambodja. Als de wind gunstig staat, zoals nu, heb je niet veel last van het stof. Komt de wind van de andere kant, of is het windstil, zit je in no time stof te happen. Je kunt geen kant uit, dus laat maar over je heen komen.

Intussen: de hitte dendert voort. Of beter, ligt venijnig op de loer. De eerste uren in de vroege ochtend zijn het beste, graad of 28°C (serieus, dat voelt koel), maar naarmate de zon hoger klimt en de eerste vermoeidheid zich aandient komt dat met de hoge temperatuur dubbel zo hard aan. Het gaat erom dat je regelmatig beschutting zoekt in de schaduw en héél veel drinkt. In Thailand was het schuilen makkelijk, daar hebben ze om de zoveel kilometer schuilhuisjes langs de weg, koddige gebouwtjes met vier open kanten, rondom zitbanken en een puntdak, als een uit de kluiten gewassen kabouterhuisje. In Laos staan ze ook, maar minder frequent, en geen zitbanken maar een verhoogd plateau, waar je niet zelden mensen uitgestrekt ziet slapen, midden op de dag. Ik heb het zelf meermaals gedaan, gewoon ‘n kwartiertje liggen, ogen dicht, benen gestrekt, en voelen hoe je adem langzaam weer tot rust komt en het zweten stopt.

Slapen in schuilhuisje,Laos IMG_7124

Maar eenmaal in Cambodja werd het anders. Zelden zag ik zo’n armetierig landschap, zo gortdroog en hopeloos, met hier en daar huisjes op palen, zodat ze iets van wind kunnen vangen, stenen kruiken voor de deur want geen waterleiding, maar waarschijnlijk af en toe een waterwagen, of zelf uit een put takelen? Scharminkelkindjes die langs de weg staan te zwaaien naar de falang, de vreemdeling, die heel even langs hun leven fietst en naar elk kind zwaait, wat moet je anders, maar je wilt vooral verder, dóór, niet teveel narigheid zien, je grenzen kennen. Maar nauwelijks dorpjes, met winkeltjes om iets te drinken te kopen en de bermen afgebrand en zwartgeblakerd, geen boom in wiens schaduw je beschutting kunt zoeken. En die hitte, bijna 40°C rond het middaguur, en eergisteren begonnen m’n benen rood uit te slaan, hitte-uitslag. Soms opeens toch een boom, langs een zijpad, even schuilen, maar het helpt niet, ook in de schaduw adem je gloeiende lucht.

Shadow IMG_7242

Eergisteren kwam ik halverwege de middag in het stadje Stung Treng aan. Kamer met airconditioning, koude douche, daarna een uur tomeloos diepe slaap en wakker worden met het besef: dit is niet goed. Sponsorrit of niet, het is te gevaarlijk, die zinderende hitte en de komende drie, vier dagen blijft het precies zoals het nu is qua omgeving, troosteloze leegte en nauwelijks schaduw. Kortom: ik moet een lift regelen, dan maar minder kilometers op de teller. Binnen een uur had ik het rond en gisterenochtend om zeven uur ging mijn fiets achterin een publiek busje, een mini-van waarmee de bevolking zich verplaatst. Mijn fiets nam vier zitplaatsen in beslag, ik moest dus vijf kaartjes kopen, en 247 kilometer zuidwaarts stond ik in de bewoonde wereld met m’n fiets bij een tankstation op de stoep, en begon vol goede moed nog een traject van veertig rijden tot de eerstvolgende grotere stad.

Vandaag reed ik nog een stevig stuk, en morgenochtend vertrek ik in alle vroegte voor de laatste 90 kilometer naar Phnom Penh. En daar eerst maar eens een paar dagen rust, voordat ik aan het volgende traject naar Saigon begin.

Tot slot, een schets waar ik nu ben: het stadje Skun, waar ik de komende nacht doorbreng, voelt als een soort wildwestdorp. Een merkwaardig woeste, ongetemde sfeer. De hitte zindert, veel haveloze gebouwen, op de rotonde waar twee grote doorgaande wegen samenkomen scheuren motoren en scooters lawaaierig rondjes en in de berm staan verkopers van gefrituurde vogelspinnen, die elke auto die stopt om versnaperingen in te slaan met hun koopwaar bestormen. De ramen van de auto’s gaan een beetje open (stel je voor dat de koelte ontsnapt, buiten is het 40°C) en als ze geproefd en gekeurd hebben kopen ze een zakje gefrituurde spin, krekel of knapperig geroosterde vogeltjes.

Spinnen Cambodja 2 IMG_7346

_________________________________________________________________________
duniya-website Ik fiets door Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam een sponsorrit onder de noemer Miles 4 Meals. Ik wil geld inzamelen om onze voedselprojecten in India en Vietnam te financieren.
Wil je dit initiatief sponsoren? Graag! De instructies vind je op de sponsorpagina van Stichting Duniya. Dank!
_________________________________________________________________________