190. Demonstreren in Vietnam

De afgelopen dagen ben ik in Ho Chi Minh City, het vroegere Saigon, getuige geweest van iets uitzonderlijks: mensen die de straat op gingen om massaal hun onvrede te uiten. Iets dat bij ons de normaalste zaak van de wereld is, maar in het streng geleide communistische Vietnam behoren publieke demonstraties tot de uitzondering.

Het begon, héél klein, eergisteren op een van de belangrijkste feestdagen in Vietnam: de 30e april. Op die datum in 1975, 41 jaar geleden, scheurde een tank van de Noord-Vietnamese strijdkrachten dwars door de metalen hekken 1 Poster IMG_7784van het presidentiële paleis. Dát iconische moment wordt alom gezien als de definitieve genadeslag en overwinning van Noord- op Zuid-Vietnam. Vorig jaar werd de 40e verjaardag van die overwinning groots gevierd, dit jaar waren de festiviteiten bescheidener, straatdansen en ballet met kinderen en van die Chinees-achtige muziek die ons niet lekker in de oren ligt en ‘s avonds reusachtig vuurwerk en de stad hangt nog steeds vol banieren waarop de ‘bevrijding’ van Zuid-Vietnam herdacht wordt en de belofte van eeuwige trouw aan de Communistische Partij.

En daar, op straat, in de duisternis, loopt tussen het slenterende publiek een jonge vrouw met een handgeschreven protestbord. Waar gaat het om? Ze vraagt aandacht voor een recent milieuschandaal, enorme vissterfte pal voor de Vietnamese kust, Ook vissen die normaliter ver uit de kust en op grote diepte hun habitat hebben. Alles wijst op toxische vervuiling, hoogstwaarschijnlijk industrieel, en het zou afkomstig zijn van een gigantische staalfabriek van een Taiwanees conglomeraat die zich hier in Vietnam gevestigd heeft. De media zeggen dat de overheid onderzoek doet, maar inmiddels is het twee weken geleden en er is geen vervolg op gekomen. Gewoon je mond houden en hopen dat het voorbij gaat? Niet dat eenzame protestmeisje.

PROTEST 2 IMG_7800

En opeens is ze omringd door mannen in burger die bewust neutraal kijken met een houding van ‘ik ben er maar ik ben er niet’, waarop meteen onrust ontstaat, mensen komen er omheen staan, nieuwsgierig, politie maant tot doorlopen, de mannen in burger blijven zwijgend streng kijken, een idiote vertoning. Als ze haar met rust hadden gelaten was er niets gebeurd, nu veroorzaken ze het zelf. Leren ze dat niet op politieschool, of bij de contra-spionage? Ik maak wat foto’s en heb haar gezegd kom mee, weg hier. Heeft ze gedaan, is een stukje met me meegelopen, toen werd het rustig. Nog wat Vietnamezen wilden haar spreken, vooral vrouwen, deed ze, legde uit wat er aan de hand was in de Vietnamese zee. Kreeg ze alsnog haar gehoor. Toen ik wegging zei ze dat ze zeker wist dat als ik er niet bij was geweest, zij gearresteerd zou zijn.

En dan. De volgende ochtend. Ik hoor rumoer op straat, er worden leuzen gescandeerd, er zijn toeters, handklappen. Ik kijk naar buiten en zie een protestdemonstratie voorbij komen. Honderden jongelui, zwaaiend met protestborden, Save Our Seas. Meteen naar buiten, stuk met de stoet meegelopen, foto’s gemaakt. Er was politie op de been, maar vooral om verkeer tegen te houden, de zaak soepel te laten verlopen. Later mailde het protestmeisje mij dat het toch was misgelopen: ‘The police have beaten and got some people at the end. They are actually the ones that turn a non violent demonstration into a chaotic one, so sad for this country’.

PROTEST 3 IMG_7850

Vrijheid van meningsuiting is in Vietnam nog geen vanzelfsprekendheid. Natuurlijk, als je de teugels van de strenge communistische planeconomie laat vieren en ruimte biedt voor een ‘socialistisch-georiënteerde markteconomie’ zoals de partij het zelf heeft genoemd, moet je niet denken dat alles bij het oude blijft. Vietnam is ondanks het communistische regime een puur kapitalistische samenleving aan het worden en de jeugd heeft toegang tot sociale media, ze weten wat er in de wereld gebeurt. Maar als er weer eens een populaire blogger zeven jaar achter de tralies verdwijnt wegens ‘misbruik van democratische vrijheden’, begrijp je dat het met de vrijheid van meningsuiting nog niet best gesteld is in Vietnam.

Daarom werd hier geschiedenis geschreven, met deze demonstratie. Luidkeels roepen dat je het ergens niet mee eens bent, dat milieu en volksgezondheid belangrijker zijn dan de winstcijfers van industriële bedrijven, is een unicum. Vietnam heeft een stapje vooruit gezet. Klein, maar in de goede richting.

_________________________________________________________________________
duniya-website Jullie weten het nu wel, maar ik zeg het tóch nog maar een keer, voor die enkeling die het ontgaan is: ik fiets door Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam een sponsorrit, Miles 4 Meals, om geld in te zamelen om onze voedselprojecten in India en Vietnam te financieren.

Wil je dit initiatief sponsoren? Graag! De spelregels vind je op de sponsorpagina van Stichting Duniya. Dank!
_________________________________________________________________________

189. Winkeltje Spelen

Die woorden zitten al een hele tijd in m’n hoofd: winkeltje spelen. Als je maar lang genoeg door dit soort contreien reist en de wereld van dichtbij ziet krijg je vanzelf die indruk. En ik zeg er meteen bij: het is niet neerbuigend bedoeld. Integendeel, ik heb tomeloos respect voor mensen die altijd proberen ergens iets van te maken, hoe verrot de omstandigheden ook zijn. Inspelen op mogelijkheden, of beter: eerst die mogelijkheden zíen, en dan actie ondernemen. Of het dan lukt is iets anders, daar gaat het niet eens om. Het gaat om het initiatief, het zien van kansen.

Neem Cambodja. Transparancy International omschreef het land in haar rapportage van 2013 als volgt: The country faces numerous sociopolitical issues, including widespread poverty, pervasive corruption, lack of political freedom, low human development and a high rate of hunger. En ik, vanaf mijn fiets, zie barre droogte rond de dorpen in het noord-oostelijk deel waar armoe troef is. Zó arm zelfs dat ze zo goed als geen winkeltjes hebben. En dat wil wat zeggen.

Ik zag dat winkeltje spelen voor het eerst in India. Als het slecht gaat, denken ze: ik begin een winkeltje, dan maak je winst en ben je uit de problemen. Onzin natuurlijk, die worden alleen maar groter, die problemen. Ze kopen pakjes sigaretten en verkopen de rokertjes vervolgens los, per stuk. Hoeveel winst? Een paar procent. Hetzelfde met pruimtabak, of frisdrank, iets te snoepen. Als ze al voldoende geld hebben om in zulke artikelen te investeren. En als de buurman óók zo’n winkeltje begint en de overbuurman ook, verkoopt niemand iets. Dan consumeren ze uit ellende hun eigen handelswaar. Ben je nog nergens.

Ik zag in Cambodja twee zelfstandige entrepreneurs die langs een gloednieuw stuk snelweg een nerinkje hadden. De eerste was de Cambodjaanse variant van een Indiase dalit, een kasteloze, behalve dat ze hem hier waarschijnlijk schooier noemen, of vuilnisman: hij raapt wat anderen wegooien. De nieuwe elite, jongelui op scooters en motoren, gooien álle verpakking die leeg is pardoes op de grond. Als fietser zie je dat gebeuren, ze rijden je voorbij en húp, gaat weer een leeg colablikje of waterflesje. En deze man raapt het op en aan het eind van de dag levert hij het ergens in en krijgt een grijpstuiver, wisselgeld. Kijk hem eens lachen, de goedmoedige. Ik heb hem betaald voor de foto, voor wat hoort wat. Waarschijnlijk heel wat meer dan wat hij met een dag opruimen bij elkaar scharrelt. Moet ook. Een kleine winkelier moet soms mazzel hebben.

Garbage collector Cambodia IMG_7379_edited-1

De tweede kleine ondernemer was deze jongeman. Of hij het zelf heeft opgebouwd of dat z’n vader hem er heeft neergezet is niet belangrijk, het gaat om de káns die ze zien. Een nieuwe weg, dus meer verkeer, een brede vluchtstrook waar klanten kunnen stoppen. Alles is voorhanden om gouden bergen te verdienen. Voorlopig alleen met gekoelde frisdrank. Straks komen er verse kokosnoten of gesmeerde broodjes bij. Ik hoop het. Dappere winkelier in spé.

Winkeltje spelen Cambodja IMG_7389

Dit is van een andere orde, hier lijkt iedereen aan het eind van z’n latijn. Als ik kom aanfietsen is het 39°C, mijn ketting knarst en mijn mond is droog als karton. Ik wil twee dingen: iets te drinken en smeerolie. De man met het gestreepte hemd regelt alles. Uit de rode koelbox duikt hij een flesje water op, maar het ijs blijkt gesmolten, het water lauw. Dan giet hij afgewerkte motorolie over m’n ketting, het druipt op de grond, maakt niemand wat uit. De rest van de familie blijft hangen, letterlijk. In de hangmat of op een stoel, de hitte maakt iedereen tot ledenpop. Vooraan ligt zoonlief als een rolmops in de hangmat, wachtend op avondkoelte.

Bike repair shop Cambodia IMG_7240

Dit Cambodjaanse echtpaar heeft het een geweldige nering: mais. Vers gekookt en boterzacht. Auto’s en scooters stoppen, kopen een paar warme kolven en nemen het mee, als snack in de auto. Ik heb er zelf een staan kluiven in de berm, wat een traktatie. Goeie zaken doen ze, haast geen moment zonder klanten. Goed bekeken, goed bedacht.

Corn along Route 6 Cambodia IMG_7418

Maar soms is de concurrentie zó hevig dat het haast geen nut lijkt te hebben je winkeltje open te houden. Neem deze Vietnamese boontjesvrouw. Grote stapels kersverse groenten, maar even verder zit nóg iemand met dezelfde handel en daarna wéér iemand. Boontjesseizoen! Wat te doen? Iets anders verbouwen? Misschien. Voorlopig houdt ze er een goed humeur bij.

Iedereen verkoopt Dau chin boontjes IMG_7589

En dit is de Vietnamese evenknie van de flessenraper in Cambodja: de voddenman. Zijn bakfiets torenhoog beladen met rommel. Terwijl ik langzaam achter hem reed stopte hij twee keer om iets op te rapen. De eerste keer een lege fles uit de berm, de tweede keer schoot de slipper van zijn rechtervoet. Aan de zijkant opengescheurd, geen wonder dat hij niet blijft zitten. Z’n fiets is er ook slecht aan toe, het wiel hangt scheef, nog even en de as breekt. Maar aan zo’n investering durft hij waarschijnlijk niet eens denken. Aan het eind van de dag nét voldoende verdiend hebben om je familie te kunnen voeden, dat is al een mirakel. Wat een held.

Vuilnisman IMG_7630

_________________________________________________________________________
duniya-website Jullie weten het nu wel, maar ik zeg het tóch nog maar een keer, voor die enkeling die het ontgaan is: ik fiets door Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam een sponsorrit, Miles 4 Meals, om geld in te zamelen om onze voedselprojecten in India en Vietnam te financieren.

Wil je dit initiatief sponsoren? Graag! De spelregels vind je op de sponsorpagina van Stichting Duniya. Dank!
_________________________________________________________________________

188. Stichting Duniya 20 Jaar

Even een tussendoortje. Vorige week, 19 april, bestond onze Stichting Duniya 20 jaar. Kan me de dag nog goed herinneren dat Mirjam en ik naar de notaris togen om de oprichtingsakte te passeren. Tegen gereduceerd tarief deed hij dat, want een goede zaak. Waarmee hij onbedoeld de eerste donateur werd van onze, toen nog, Stichting Nagwa.

Zóveel gebeurd in die twintig jaar. Ik zie ons nog onze eerste nieuwsbrieven maken, mooi drukwerk, onze eerste ervaringen met Desk Top Publishing, de techniek stond nog in de kinderschoenen. De eerste aarzelende pogingen tot fondswerving, eerst familie, daarna werd de kring breder, maar wat was het wennen, vragen om geld en maar uitleggen waar je mee bezig was. Eerst in India, later kwam daar Vietnam bij. Maar het begon destijds in 1996 toch echt met de bedoeling om in de sloppenwijk Nagwa in Noord-India een riolering aan te leggen en handwaterpompen te slaan. De riolering is er nooit gekomen, dat was te ambitieus, maar die pompen wel, althans voor een deel, na een tijdje bleken er een paar verdwenen, gestolen, verkocht als oud ijzer.

Guttegut, wat hebben we allemaal meegemaakt in die jaren. Veel goede dingen, maar ook veel narigheid en verdriet. Veel mensen gestorven die we in de loop der jaren goed hadden leren kennen. Kwam er weer het bericht dat die-en-die dood was, aan de tuberculose, of ouderdom, of gewoon óp, want een leven lang armoede vreet aan je, blijf daar maar eens overeind. Gelukkig hebben we in India een geweldig toegewijd team, we werken al jaren samen, er is een school waar dagelijks 150 kinderen goed onderwijs krijgen en elke dag een stevige maaltijd, er is een atelier waar vrouwen uit de wijk een basissalaris kunnen verdienen en recentelijk zijn we verhuisd naar een nieuwe locatie. De ambitie is om ooit, ja ooit, een eigen schoolgebouwtje te hebben. Toekomstmuziek? Misschien ja. Maar wie niet droomt en hoopt, nietwaar.

Jullie kennen toch de website van Duniya? Recentelijk helemaal vernieuwd door Mirjam, die een paar dagen geleden ook weer iets leuks heeft bedacht: 20 dagen achterelkaar publiceren we elke dag een herinnering van een van de medewerkers of bestuursleden van Duniya aan iets uit die afgelopen 20 jaar. Vandaag staat de herinnering van Mirjam aan de oude Lakhpati op de website. En elke dag volgt een nieuw verhaal, tot de twintig dagen voorbij zijn. Een goede reden om weer eens de website van Duniya te bezoeken!

(Tekst gaat door onder de foto.)
DSC_0069

Ooit was ik voorzitter van de stichting, zo begon het in 1996, tot we er na jaren achter kwamen dat het officieel niet mag, bestuursleden mogen niet op hetzelfde adres wonen. Dat viel samen met de fusie met een andere stichting, vanaf dat moment gingen we verder als Stichting Duniya (mooie naam, mooi woord, Wereld in tal van talen, ooit uit het Arabisch overgegaan naar o.a. Perzisch, Urdu en Hindi, maar ook die krachtige fonetische klank, Doen Ja!), ik trad terug, Mirjam nam de voorzittershamer over, en het bestuur bestond vanaf nu, mooier kon niet, uit drie vrouwen: Mirjam Letsch, Debby Ego en Anouk van der Stam (zie hier  het overzicht van alle personen die bij de stichting betrokken zijn).

Twintig jaar Stichting Duniya. Hoe nu verder? We hadden het over toekomstmuziek. Ja, maar dan moet er wel een toekomst zijn, en door teruglopende fondsen is dat een reden tot zorg. Want geld moet er zijn, elke maand weer, daar ontkomen we niet aan. In India moet de school draaien, er moet eten op tafel, het personeel moet betaald worden. En in Vietnam is er het centrum met 50 gehandicapte kinderen die ook moeten eten en onderwijs krijgen. Het is erg jammer dat we in de afgelopen jaren toezeggingen hebben gekregen van particulieren die ons zouden helpen, er waren beloftes van 50.000 euro per jaar, met veel aplomb gegarandeerd, maar dat bleken loze kreten. Vreselijke domper natuurlijk. Gelukkig zijn er nog wat vaste donateurs (ook al loopt dat aantal terug, crisis nietwaar) en af en toe hebben we acties om de kas te spekken, zoals op dit moment mijn sponsorfietsrit door Azië.
TellerM4M Daar hadden we hoog op ingezet: 20 jaar Duniya? Dat moet dan 20 mille opleveren. Is niet helemaal gelukt, de teller staat op iets boven de acht, maar we hebben goede hoop dat, ook na deze mail, er weer wat mensen zullen zijn die zeggen: ja, goed idee, die rit gaan we sponsoren! Miles4Meals noemen we de sponsorrit: elke kilometer die ik fiets moet geld opleveren die ten goede komt aan de maaltijden voor de kinderen zowel in India als in Vietnam.

Als je nog wilt meedoen, graag! Twee cent per kilometer, een stuiver, dubbeltje… een euro? Alles kan. Ik streef ernaar 3650 kilometer te rijden, dus  als ik die afstand inderdaad volbreng (wat bij de tropische hitte van 38°C niet meevalt…) levert bijvoorbeeld een stuiver per kilometer 182,50 euro op. Hier wordt precies uitgelegd hoe het werkt, en dit is de link naar het formulier waar je je kunt opgeven. Het zijn dus toezeggingen, betaald wordt pas als de rit volbracht is op basis van de daadwerkelijk gereden kilometers. (Wil je zien waar ik nu ben en welke route ik tot nu gereden heb? Ga naar de balk hierboven en kijk bij Waar is Hans?) Overmorgen hoop ik in Saigon aan te komen, dan is des rit min of meer voor de helft volbracht. Hoe fantastisch zou het zijn als we dan ook op de helft van het beoogde bedrag zitten! Tien mille? Gaat dat lukken?

Goed, ik noemde dit ‘een tussendoortje’, is misschien iets langer geworden dan bedoeld, maar wat wil je, 20 jaar…

Dank als je wilt meedoen, dank ook als je de website van Duniya weer eens bezoekt en ziet wat voor goed werk ons geweldige bestuur en ons personeel ter plaatse doet. En hoe mooi zou het zijn als we weer wat meer vaste donateurs zouden krijgen… Dus: zegt het voort!