174. Goed Nieuws

Soms overvalt me de behoefte om een verhaal te vertellen rond één woord. Sinds enkele dagen is dat crapaud. Het klinkt goed, bekt lekker en heeft meerdere betekenissen: het Franse woord voor pad, en ook leunstoel, zo’n ding waarin je behaaglijk wegzakt. En waarom zou een verhaal niet met een enkel woord kunnen beginnen? Want hoe beginnen dingen? Van Hitchcock wordt verteld dat hij zijn films soms rond één enkele scène bouwde. Dan had hij een idee, een beeld, en dat moest en zou een film worden. De douche-scène uit Psycho. Het glas melk in Suspicion, waarin hij een lampje verstopte zodat het dreigend oplicht in het donkere trapgat als Cary Grant het naar zijn zieke vrouw brengt. En natuurlijk de achtervolging met het vliegtuigje uit North by Northwest. Eén enkel beeld en er wordt een complete film omheen geboetseerd.

Crapaud dus. Hoe het precies vorm moet krijgen weet ik nog niet, en eigenlijk staat m’n hoofd er niet naar, want het zit vol ellende. We worden overspoeld met zóveel nieuws dat ik nogal bezet ben geraakt. Er is geen ontkomen aan, de wereld bloedt. Een greep uit de kranten van de afgelopen dagen: de oorlog in Oekraïne, de slag om Debaltseve. Wanhopige burgers, waarheen kunnen ze, nergens heen. In de Syrische stad Aleppo, omsingeld door regeringstroepen, worden tienduizenden burgers bedreigd door uithongering. Een interview met de Amerikaan Theo Padnos, twee jaar lang gevangene van de islamitische strijdgroep Al Nusra. Zijn bewakers waren dol op onthoofdingsvideo’s, de meesten hadden de executie van James Foley op hun telefoon. ‘Hé Amerikaan, zou je het leuk vinden als jou dit ook gebeurt’? Padnos had geluk, hij overleefde, werd vrijgelaten. Minder geluk hadden de 21 koptische christenen uit Egypte. Onthoofd op een strand in Libië, de zee kleurde rood. De wrede barbarij van dolgedraaide schorem dat een bloedige apocalyps aankondigt: we staan aan de poorten van Rome. Is angst gerechtvaardigd? Natuurlijk. Denk aan Parijs, aan Kopenhagen.

Wat moeten we met zo’n wereld? Soms heb ik er moeite mee al dat nieuws een plek te geven. Het dendert over je heen en morgen is er weer een dag, begint het van voren af aan. Natuurlijk, je hebt de keuze er geen kennis van te nemen. Geen kranten lezen, geen journaal meer om acht uur. Voorlopig wil ik de wereld alleen nog van haar zonnige kant zien. Geen ellende meer, geen narigheid waar je toch niets aan kunt veranderen behalve dat je je geloof in de mensheid verliest. Goed nieuws wil ik! En zie, ik word op mijn wenken bediend, en onder eigen dak ook nog. Mirjam heeft opnieuw een prijs gekregen voor haar laatste boek Street Food Kosovo. We hadden afgelopen november al in de Kookboek van het Jaar competitie de eerste prijs in de categorie Goede Doelen, nu heeft ze de Gourmand World Cookbook Award Best Charity – Fundraising Cookbook Europe category gekregen, en is daarmee gekwalificeerd voor de ‘Gourmand Best in the World’ competitie. Petje af? Nou, reken maar, en vlag uit. Drie boeken schreef ze en gaven we uit in eigen beheer, en drie prijzen sleepte ze binnen. Ik bedoel maar. Trots? Ja, trots.

10557368_793852910683719_9144552029110362734_n

Ook goed nieuws, en het beeld spreekt voor zichzelf: een van Mirjams meest sprekende foto’s van haar langjarige Rajasthani vriendin Papu Bhopa, die ze al sinds eind vorige eeuw volgt en die al op menig boekomslag heeft gestaan (inclusief onze eigen Rajasthan reisgids uit 2004), siert nu een hele wand in Gypsy Kitchen, een restaurant in Atlanta, Georgia. Moeten we nodig eens zelf naartoe, kijken hoe het er in het echt uit ziet. Voorlopig doen we het met de foto die het architectenbureau die de foto kocht ons toestuurde. Mooi? Ja. Goed nieuws? Ja! En die crapaud, die komt nog wel.

Mirjam Gypsy Kitchen Atlanta Georgia

173. De Boeken van 2014

Ach, boeken… aan het eind van het jaar altijd de ontnuchterende constatering dat ik beduidend minder heb gelezen dan ik zou willen. Jammer, jammer. Toch had ik een paar juweeltjes in handen dit jaar. En over lezen gesproken, wat zei Ronald Giphart onlangs in de Volkskrant? ‘Ik las een onderzoek waaruit blijkt dat de hersenactiviteit tijdens het lezen van een roman hetzelfde is als tijdens complex sociaal contact. Een mooier pleidooi voor het lezen van boeken kan ik me niet voorstellen.’

Bukowski Factotum

Charles Bukowski stierf twintig jaar geleden, goede aanleiding zijn werk te (her)lezen. Ik las twee titels: Post Office (‘Dedicated to nobody’), Bukowski’s eersteling, waarin hij zijn alter-ego Henry Chinaski introduceert, en Factotum, in 2005 verdienstelijk verfilmd met Matt Dillon in de hoofdrol. Momenteel ben ik halverwege het aangrijpende Ham on Rye, waarin hij zijn moeizame jeugd en adolescentie beschrijft (niet zonder ironie opgedragen aan ‘all the fathers’). Een zeldzame stem in het literaire landschap. De wereld is rauw, en Bukowski kiest, zonder een spoor van zelfmedelijden, bewust de zelfkant. Uitzonderlijk proza, dat ondanks de zwaarte bij vlagen onweerstaanbaar grappig is.

2. Faulkner, As I Lay Dying

Altijd een groot liefhebber geweest van Faulkner, maar dat was lang geleden en gebaseerd op slechts enkele titels, waaronder het magistrale Light in August en The Sound and the Fury. Toen onlangs de verfilming van As I Lay Dying uitkwam, besefte ik dat ik deze misschien wel beroemdste roman van Faulkner niet kende. Nu wel. De film overigens niet, daar ben ik na tien minuten afgehaakt, werd gek van de split-screen techniek. Maar het boek? Een tour de force, maar magistraal. Het verhaal heeft 59 hoofdstukken nodig, vanuit het perspectief van 15 verschillende personen. Soms ben je het spoor bijster, moet je terugbladeren, hoe zat het ook weer, maar eenmaal aan het eind? Oei, wat een belevenis.

3. Kempowski, Heile Welt

Ik kan niet meer objectief oordelen over Walter Kempowski (1929-2007), chroniqueur van (na)oorlogs Duitsland. Ik ben in de jaren verslingerd geraakt aan zijn toon. Zo ook dit boek, ofschoon het soms misschien nét iets te beschrijvend werd, iets te Voskuilerig. Maar mooi! Kort: Matthias Jaenicke, leraar, aanvaardt een betrekking op een dorpsschool. Aanvankelijk lijkt hem het leven tussen eenvoudige, hardwerkende lieden hem een idylle die hem doet geloven in een perfecte wereld. In een Heile Welt. Maar schijn bedriegt.

6. Nescio

Dichtertje, Titaantjes, de Uitvreter: Nescio moet je om de twee, drie jaar herlezen en nooit kom je onder de bekoring uit. Al is het maar om die ene, onsterfelijke zin uit De Uitvreter: Iedere dag is 24 uur, en ieder uur gaat er meer door de hoofden van al die tobbende menschen dan je in duizende boeken zou kunnen opschrijven. En dat te lezen in een 2e druk uit 1933 maakt het alleen nog maar fijner.

Coetzee Dierenleven

Coetzee, o.a. bekend om zijn ontregelende Disgrace (dat zeer verdienstelijk verfilmd werd met John Malkovich in de hoofdrol), definieert in dit boek via het verhaal over een vegetarische schrijfster die een lezing houdt over de mens en zijn omgang met het dier, de plaats van de mens in de schepping en stelt vragen over vegetarisme, over racisme, over de verhouding mens-natuur en mens-dier. En is vegetarisme een vorm van morele superioriteit? Een ontluisterende, verhelderende novelle.

172. De Films van 2014

Jaar voorbij, tijd voor lijstjes. Dit jaar film en boeken elk een eigen overzicht. Let op: van 2014 is niet hetzelfde als gemaakt in 2014. Waarom steeds het nieuwste, als er al zoveel moois is? Ook: belangrijke films van het afgelopen jaar, zoals het bejubelde Boyhood van Richard Linklater, Winter Sleep van Nuri Bilge Ceylan en Birdman van Iñárritu heb ik nog niet gezien. Komt nog wel, er is altijd de last van het teveel.

Dit zijn de betere (misschien zelfs de beste) films die ik het afgelopen jaar (her)zag.

Matterhorn, Diederik Ebbinge
Matterhorn (Diederik Ebbinge, 2013). Warmbloedige tragikomedie over een eenzame weduwnaar die een zwerver in huis neemt. Glansrollen voor Ton Kas en René van ‘t Hof. Een parel in de kroon van de Nederlandse cinema.

A Man Escaped, Robert Bresson
A Man Escaped (Robert Bresson, 1956). Door de Nazi’s gevangen verzetsstrijder beraamt ontsnapping. Minimalistische film die in alles de hand van een grootmeester verraadt. Honderd minuten ademloos kijken.

A Separation, Asghar Farhadi
A Separation (Asghar Farhadi, 2011) Vlekkeloos geregisseerd en geacteerd Iraans drama waarin twee stellen elkaar naar het leven staan. Zij wil emigreren, voor de toekomst van hun dochter. Hij wil blijven, vanwege zijn werk en om zijn met Alzheimer kampende vader te verzorgen. Scheiding volgt, de man huurt een hulp in de huishouding in om de zorg voor zijn vader te dragen, zelf is hij daarvoor overdag te druk. De vrouw heeft het salaris hard nodig, maar is niet opgeleid voor zulke verzorgende taken en worstelt met haar geloofsvoorschriften – mag ze een vreemde man wel verschonen? De zaak loopt danig uit de hand. Confrontatie tussen seculiere middenklasse en gelovige onderklasse, en scherpe analyse van Iraanse samenleving.

IDA, Pawel Pawlikowski 2013
Ida (Pawel Pawlikowski,2013). Polen, 1962. In sober zwart-wit (en klassiek 4:3) gedraaide film over een jonge novice die, voor ze haar gelofte aflegt, met haar enige familielid, een vereenzaamde, aan drank en alcohol verslingerde tante, op zoek gaat naar haar (Joodse) familieverleden. Wat volgt is een uitzonderlijke road movie, die gaandeweg inzicht geeft in het katholieke, antisemitische Polen van na de oorlog. Veel close ups in Vermeer-achtig zijlicht en prachtige, soms gewaagde kadrering, waarbij de personages bijna aan de onderkant uit beeld vallen, als om aan te geven dat het woelen van de wereld hen teveel en te zwaar is. Wonderbaarlijke film.

Le salaire de la peur, Henri-Georges Clouzot
Le salaire de la peur (Henri-Georges Clouzot, 1953) Beter bekend onder de Amerikaanse titel Wages of Fear. Hoewel, bekend? Hoeveel filmliefhebbers zullen dit meesterwerk kennen? Yves Montand als vrachtwagenchauffeur in een stoffig Zuid-Amerikaans stadje die in een convooi over een slechte bergweg een lading nitroglycerine moet vervoeren. Levensgevaarlijk. Eén verkeerd manoeuvre en de zaak ontploft. Knappe, spannende film, old school.

Philomena, Stephen Frears
Philomena (Stephen Frears, 2013). Gebaseerd op het boek The Lost Child of Philomena Lee van Martin Sixsmith. Net als The Magdalene Sisters (Peter Mullan, 2002) slaat Philomena een van de zwartste bladzijden open over het Ierse katholicisme: de inmiddels bejaarde Philomena verbreekt na vijftig jaar het stilzwijgen en vertelt dat ze als tiener een kind kreeg. Ze moest — het waren de jaren ’50 — haar baby afstaan aan de Sisters of the Sacred Heart. ‘Gevallen meisjes’ als Philomena moesten werken voor de nonnen en bidden; hun kinderen belandden bij adoptieouders. De film vertelt het verhaal van de zoektocht naar haar zoon. Hoe eenvoudig deze film ook lijkt, Stephen Frears schakelt knap tussen aanklacht, drama en komedie. Schitterende rollen van Steve Coogan en Judi Dench.

ONCE UPON A TIME IN ANATOLIA Nuri Bilge Ceylan
Once Upon a Time in Anatolia (Nuri Bilge Ceylan, 2011). Over een zoektocht naar het lichaam van een vermoorde man, maar dat moeilijk te vinden is omdat de dader niet meer precies waar hij het slachtoffer begraven heeft. Een langzame film, met veel nachtelijke shots die lang blijven staan. Hypnotiserende vertelling over verlies en gemiste kansen, zoals er zoveel zijn in het leven.

Like Father, Like Son Kore-Eda Hirozaku
Like Father, Like Son. (Hirokazu Koreeda, 2013). Twee ouderparen ontdekken dat hun inmiddels zes jaar oude kinderen in het ziekenhuis verwisseld werden. Het dilemma waar ze voor staan is de vraag of ze de jongens moeten ruilen. Wie beschouwen ze als hun echte zoon? Die met dezelfde genen of degene die ze hebben opgevoed? Het aloude vraagstuk rond nurture vs nature. Grote emoties klein zichtbaar gemaakt. Een juweeltje.

grand_budapest_hotel_ver2_xxlg
The Grand Budapest Hotel (Wes Anderson, 2014). Opnieuw een proeve van meesterschap van de regisseur die grossiert in vervreemdende komedies. Een in strakke kaders (grotendeels in het ouderwetse 4:3) gefilmde klucht die goeddeels een flashback is van de piccolo van het hotel, die de protégé wordt van mijnheer Gustave, het charmante middelpunt van de film. Gustave erft een duur schilderij van zijn bejaarde geliefde maar wordt tegelijkertijd de hoofdverdachte rond haar mysterieuze dood. Samen met zijn piccolo slaat hij op de vlucht en probeert intussen te ontrafelen wie de daadwerkelijke schuldige is. Een film als een kijkdoos waar je niet op uitgekeken raakt.

DerHimmelUeberBerlin
Der Himmel über Berlin (Wim Wenders, 1987). Op lokatie in Berlijn gedraaid twee jaar voor de val van de Muur. Door de ogen van twee engelen (Bruno Ganz en Otto Sander), die zijn neergestreken in Berlijn en daar de gedachten van mensen kunnen lezen zonder zelf gezien te worden, krijgen we in losse flarden een beeld van het aardse leven. Twijfels, verliefdheden, fantasieën. Prachtig, prachtig. Alleen al de moeite waard om de eerste minuten waarin Bruno Ganz het gedicht Lied vom Kindsein van Peter Handke voorleest: Als das Kind Kind war, wußte es nicht, daß es Kind war, alles war ihm beseelt, und alle Seelen waren eins.

Story of film
The Story of Film: An Odyssey (Mark Cousins, U.K., 2011). Tot slot wil ik een pleidooi houden voor de 15 uur durende documentaire over het ontstaan van het medium cinema. Een fascinerende reis, samengesteld en gepresenteerd door de Ierse filmcriticus en -auteur Mark Cousins die zijn commentaar op aangenaam zangerige, meeslepende toon inspreekt. De serie is voor de geschoolde filmliefhebber een feest van herkenning én een ontdekkingstocht. En wie Pirates of the Caribbean en Lord of the Rings als referentiekader heeft komt er dankzij deze documentairereeks achter wat de voorlopers waren, en hoe de cinema zich heeft ontwikkeld tot de beeldtaal zoals wij die vandaag de dag zien.

171. Selfie met Boeddha

Alweer enige tijd thuis, maar toch nog even terugkijken op die laatste dagen na Vietnam toen we, min of meer op het moment dat we van Hanoi naar Bangkok zouden vliegen, van de KLM pardoes te horen kregen dat onze vlucht Bangkok-Amsterdam geannuleerd was. Rare verwikkelingen, je planning loopt in de soep, je krijgt vervangende vluchten aangeboden via Frankfurt of Stockholm die anderhalf keer zo lang duren en waar we niet de gereserveerde extra beenruimte krijgen waar we fors voor betaald hebben. Ja, maar u krijgt een refund! zeggen ze onbekommerd aan de andere kant van de chat, alsof daarmee het probleem opgelost is. KLM is berucht om z’n benarde zitcomfort, dus zeggen we: we wíllen geen refund, we willen de beenruimte waar we voor betaald hebben! Uiteindelijk lukt het, achtenveertig uur later.

Wat was er eigenlijk met dat vliegtuig? We hebben contact met KLM via verschillende kanalen en die zijn het nadrukkelijk met elkaar oneens. Technisch mankement! zegt de een. Slecht weer op Schiphol, volgens de ander. Alsof we mogen kiezen aan welk ongemak we de voorkeur geven.

Maar eerst Bangkok. Aanvankelijk hadden we één dag ingepland, maar dat werden er door het malheur met de KLM drie, waarvan ik twee met ziedende koorts onder de dekens. Bizar, zoals je dat plots kan beetpakken. Maar die eerste dag, toen er nog geen koorts was en niets dan zin in weerzien met Bangkok, was goed raak. De uit de kluiten gewassen metropool met veertien miljoen inwoners, te beginnen met het openbaar vervoer – bijna anderhalf uur ben je onderweg van het vliegveld, waar we ons hotel hadden, naar de binnenstad. Eerst de trein, die langs eindeloze flatgebouwen scheert met overal piepkleine balkons, nét groot genoeg om een airconditioner op kwijt te kunnen, dan de metro naar het centrum, efficient en snel. Trouwens leuk raadselplaatje in de trein. Wie mag hier zitten?

Priority seat _HDC0465

Talloze dingen zijn er te doen in Bangkok, waarbij je je om te beginnen moet beperken tot het oude centrum Rattanakosin. Niet vanwege de paleizen, als je die eenmaal gezien hebt weet je het wel, hoeveel overdadig goud en frills kan een mens verdragen. Nee, het belangrijkste is de rivier, Mae nam Chao Phraya. In het dagelijks gebruik heet hij Menam, een Nederlandse benaming, ontstaan in de tijd dat de VOC in Thailand een handelspost had. Het Thaise woord voor rivier is Mae Nam. De Nederlanders echter dachten dat het de naam van de rivier was…

Heerlijk, een uurtje op het water. En dan niet, zoals veel toeristen gebeurt, je door slimme bootboeven een kaartje laten aansmeren voor 1.400 Baht, zo’n 35 euro, waarbij je dan zogenaamd privé in een ‘longtail’ motorboot een uurtje op de rivier wordt rondgevaren. Nee, gewoon de riviertaxi, een grote platte schuit met stoelen en een afdak tegen de zon, die net als een stadsbus op gezette tijden langskomt. Voor 15 Baht, nog geen vier dubbeltjes, kan je zo ver je wilt meevaren. Heerlijk, die brede rivier, woest golvend, het geruststellende geplof van een zware diesel en koele wind om je kop.

Bangkok rivier_HDC0475

Op- en afstappen doe je bij genummerde aanlegplaatsen. Wij verlaten de riviertaxi bij nummer acht, Tha Thien pier. Niet alleen omdat hier twee markten zijn die we willen bezoeken (de een gespecialiseerd in gedroogde vis, en iets verderop de grootste overdekte kruiden- en bloemenmarkt van Bangkok), maar ook om een kijkje te nemen bij de Reclining Buddha in Wat Pho. Jaren geleden waren we hier al eens, en nu we toch in de buurt zijn wippen we weer even binnen. Ik herinnerde het mij als relatief rustig, maar die tijden zijn voorbij. Het krioelt er van de toeristen die zich bij de tempel moeizaam van hun schoeisel ontdoen en, als ze te korte broeken of rokken dragen, de verplichte heupdoek of lange broek aantrekken die de te blote lichaamsdelen bedekken. En dan mogen ze naar binnen, waar iedereen als een gek aan het fotograferen slaat. Maar hoe doe je dat, een beeld van 46 meter lang en 15 hoog? Zie ze worstelen, met hun iPhones en Androids om een goed kader te vinden. Het allermooist is natuurlijk als je samen met die Boeddha in beeld komt, zoals deze dame probeert. Want hoe krijg je het passend? Ach, als je er maar vrolijk op staat. Klik. Selfie met Boeddha.

Selfie met Boeddha

De bloemenhandelaren op de markt doen intussen goede zaken. Nog nooit zagen we zo’n grote bloemenmarkt, niet alleen in het overdekte deel maar ook uitdijend op straat, winkeltjes, stalletjes, overal bloemen en opvallend weinig toeristen. Denk ter vergelijk aan het Singel in Amsterdam. Wat een drukte om die paar bloemenboten, waar de toeristen zich verdringen voor peperdure bloembollen en rare snuisterijen. Nee, dan hier, in Bangkok. Losse bloemen in alle kleuren en geuren, bloemstukken en bloemslingers, alles is er te koop. En kijk hoe goedgemutst de handelaar is. Goeie zaken? Nou, reken maar.

Bloemen Bangkok_HDC0498 kopie

En dan blijkt dat er intussen bij ons thuis in Friesland wordt ingebroken. Vrijdagavond de 19e december, vlak voordat wij uit Hanoi naar Bangkok zouden vliegen en dat gezeur kregen met de KLM. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen (binnenverlichting met tijdklok, buitenverlichting, en elke dag iemand in huis want we lieten tijdens onze Vietnamreis de badkamer renoveren) toch inbrekers. Eerst geprobeerd met een breekijzer een raam te forceren en toen dat niet goed lukte smeten ze een stenen sculptuur die op het terras stond dwars door de serredeur.
De volgende ochtend vindt onze aannemer de ravage. Alles, maar dan ook álles over de vloer, zoals je in films ziet. Kussens uit de banken, alsof daar geld onder verstopt kon zitten. Bedden overhoop, kleding uit de kasten, zelfs opgerolde sokken uit elkaar geplukt op zoek naar waardevol spul. Met een breekijzer een boekenkast uit z’n voegen gerukt om te kijken of er wat achter zat, op een andere plek een gat in de muur geslagen. Lades leeggekiept, boeken over de vloer. Maar, behalve de aanzienlijke rotzooi en schade (gebroken glas in houten vloer getrapt en enorme butsen van de stenen sculptuur die naar binnen werd gekeild) ontbreekt er niet zo gek veel. Dure cameraspullen en een laptop, dat wel. Verder wat horloges die relatief weinig waarde vertegenwoordigen en sieraden van Mirjam, die beduidend meer emotionele dan geldelijke waarde hadden.

En dan zie je wie je vrienden zijn. Eric en Madeleine, Chris en Alie, Renske en haar moeder. Ze regelen het met de politie, ruimen de ergste rotzooi op en besluiten na rijp overleg ons niet te bellen, want wat moeten we met dat nieuws, ginds in Hanoi? Pas als Chris en Alie ons op Schiphol afhalen krijgen we het te horen. Dat is schrikken. We hebben een lange autorit om er over te praten. En eenmaal thuis branden er kaarsen en staat er een kleine kerstboom met warm gloeiende welkomstlichtjes. Zo bijzonder.

Intussen zijn we alweer wat verder in de tijd. Het leven gaat door, de sporen van de inbraak zijn zo goed het gaat weggepoetst, nieuw dubbel glas in bestelling, er is aangifte gedaan en de verzekering is ingelicht. We hebben nu zo’n beetje alle vormen van diefstal wel gehad: beroofd in St. Petersburg, gerold in Barcelona en nu ingebroken en bestolen. Dat gaat nog even duren tot we dat kwijt zijn, dat gevoel, vreemdelingen in je huis die met hun poten aan je spul hebben gezeten. Gadverdamme. Maar wat zijn we dankbaar voor de zorg die we kregen. Hoe gaat de uitdrukking ook weer? Beter een goede buur dan een verre vriend. Precies zo is het. Dank, jullie allen.

170. Vietnam in twintig foto’s (en wat woorden)

De reis loopt langzaam op z’n eind. Dinsdag vliegen we terug naar Hanoi waar we nog wat zakelijke dingen te regelen hebben, zaterdag naar Bangkok, zondag weer thuis.

Niet iedereen die dit blog leest volgt Facebook, waar we tussendoor foto’s en kleine anecdotes plaatsen. Daarom, en omdat men zegt dat een foto meer zegt dan duizend woorden, dit laatste bericht uit Vietnam in 20 foto’s (en toch wat woorden).

(Klik op de foto’s voor grote weergave! Opent in apart venster.)

Om te beginnen terug naar 28 november, toen we in Lai Chau door de vice-president van het Volkscommitee een oorkonde overhandigd kregen als erkenning voor het werk dat Stichting Duniya sinds 2007 in Vietnam gedaan heeft. Een bijna letterlijk adembenemende ceremonie met toespraken en het voorlezen van notulen (waarna in goed communistische traditie iedereen in applaus uitbrak), uitwisselen van beleefdheden, handenschudden en poseren voor de verzamelde pers, die uit respect voor de hoge heren zó ver op afstand bleef dat we als miniatuurtjes in de verte zichtbaar waren. Gelukkig hadden we onze eigen apparatuur bij ons, Mirjam maakte het overzichtsshot van de ontvangstruimte (de lege stoel naast de vice-president is de hare – als voorzitter van Duniya had ze een ereplaats, ze voelde zich als in de Ridderzaal tijdens de troonrede) en de statiefoto maakte de dochter van de vice-president, die wél dichtbij durfde te komen.

1-72_HDC0124

2-72_HDC0128

Hier verlaten we het gebouw van het Volkscommitee. Aan de overkant de kantoren van DOLISA (het departement waarmee we samenwerken) en andere onderdelen van de Communistische Partij van Vietnam (Đảng Cộng Sản Việt Nam). Bijna onvoorstelbaar dat toen we hier voor het eerst kwamen deze enorme gebouwen er nog niet waren. De stad wordt letterlijk uit de grond gestampt, elke keer als we terugkomen zijn er nieuwe overheidsgebouwen en brede boulevards waar op hoogtijdagen gemarcheerd wordt.

3-72_HDC0130

Tijdens de tocht die we langs dorpen in het noorden ondernamen kwamen we in een gebied waar veel kaneel verbouwd wordt. Het is dat Mirjam het uitgebreid in haar boek Street Food Vietnam heeft beschreven, anders had ik niet geweten dat er verschillende soorten cinnamon bestaan (uit Vietnam, Sri Lanka en China). En al helemaal niet dat het van die enorme stukken zijn, zoals we hier aantroffen bij een familie die leeft van de oogst. Overal in en rond hun woning lag het spul te drogen, elders lag het klaar voor transport. Ze verdienen er geen dikke boterham mee, die arme zwoegers: 50.000 Vietnamese Dong voor een kilo gedroogde kaneelbast. Twee euro. Wie de winst opstrijkt? De tussenhandel en de top brass. Het oude liedje, overal ter wereld, dus ook hier. Om razend van te worden.

4-72 _IND9972

Soms komen we op plaatsen waar geen toeristen komen. Niet omdat ze niet zouden willen, maar omdat het niet mag. Te dicht bij de grens met China. Wij wel, door ons werk en onze relatie met de Partij. Waarom je er als gewone reiziger niet zou mogen komen is me een raadsel, wat kan het voor kwaad, maar de borden spreken voor zich. Dit is het randje van Vietnam, aan de andere kant van de heuvel ligt China. Schitterende omgeving hier. Rijstvelden, slingerende bergwegen en kleine gehuchten waar honden grommen en de winkelier sprakeloos verstijft als blanke vreemdelingen z’n winkeltje binnenkomen.

6-72 _HDC0060

7-72_HDC0062

In andere dorpjes zijn ze ons gewend, we komen er vaker, er wonen patiëntjes die ooit geopereerd werden in een operatiekamp van Stichting Duniya, en soms komen we een kijkje nemen hoe het ze gaat. Hier woont het meisje aan wie we het hondje gaven dat we vrijkochten (zie hoofdstuk Lucky Dog). De auto hebben we achtergelaten, hier moet je lopen, soms wadend door beekjes en riviertjes, dan weer een smal verhard pad tussen de rijstvelden en over fraaie hangbruggen die zwiepen als je oversteekt. De kinderen lachen en juichen, maar als je onverwacht een stap te dichtbij komt vliegen ze gierend alle kanten uit. De buffels intussen grazen ongestoord verder, en de hemel blijft azuurblauw. Soms is de wereld zo mooi dat het bijna pijn doet.

5-72_IND9995

9-2_IND0033

In een paalwoning, waar onder de vloerplanken de buffels en varkens knorren, stromen de vrouwen van het dorp samen om de foto’s te bekijken die Mirjam tijdens eerdere bezoeken maakte en nu voor hen meebracht. Sommige foto’s zijn zes, zeven jaar oud, het kind op de foto is nu een jonge vrouw die zelf een kind op de arm draagt, en nauwelijks kan ze geloven dat zij het is die ze ziet. Er wórdt wat afgelachen, en aan het eind van het bezoek nog een keer allemaal op de foto. En als we over een paar jaar terugkomen zullen de jongens mannen zijn en lachen om wie ze toen waren.

8-2_IND0009

9-72 _IND0023

Als we het dorp verlaten en over de brug lopen die de rivier overspant, dit tafereel. Een jonge vrouw die de was doet en even opkijkt van haar zware werk. We kijken naar elkaar, zien elkaar. En heel even delen we tijd, en daardoor elkaars bestaan. Meteen daarna is het afgelopen. Ships passing in the night. Zoiets.

10-72_IND0035

Terug naar Hanoi. We lopen wat af in die mooie, drukke stad die we inmiddels zo goed kennen. Maar nog steeds niet goed genoeg, altijd weer ontdekken we nieuwe straten en stegen, en soms, als we na een jaar terugkomen, zoals nu, zien we veranderingen. Gebouwen blijken weg, nieuwe kwamen er voor in de plaats, je snapt niet hoe ze het zo snel kunnen doen. En elke keer is de stad lawaaiiger dan voorheen, steeds meer scooters en motoren, stilte wordt steeds moeilijker te vinden. Maar niet voor deze vrouw. Ze is voddenraapster, elke dag komen we haar wel ergens tegen, zeulend met stukken karton en een zak vol lege plastic flessen. Of als ze een tukje doet. Ze weet de stilte altijd weer te vinden. Gewoon gaan zitten, hoofd op je armen en slapen.

11-72_IND9863_edited-1 FB

Dan zomaar opeens een glimp uit het koloniale verleden van Vietnam: de Citroen Traction Avant. Een van de allermooiste Europese auto’s ooit ontworpen. Volgens mij dan. Met de Peugeot 203 op een goede 2e plaats.

12-Traction Avant_HDC0167

En als je je afvraagt wat in Vietnam een favoriete straatsport is: hier heb je het antwoord.

13-72_IND9982

Nog een beeld uit dat Vietnamees-Chinese grensgebied. Zwiepend en zwaaiend kwamen ze de berg af met hun topzware lading en moesten even aan de kant op ruimte te maken voor twee auto’s, waaronder de onze. Altijd weer onder de indruk hoe geïmproviseerd het leven hier geleefd wordt. Overal is een oplossing voor te vinden.

14_HDC0103

En dan, als het werk er zo’n beetje op zit en we een week ‘op vakantie’ gaan naar de oude kustplaats Hoi An, is er niets dan storm en regen. De tyfoon Hagupit nadert en stuwt een lagedrukgebied richting Vietnam, de zee kolkt en spookt en het regent en het regent. Maar dat zijn ze hier gewend, de helft van het jaar zitten ze hier in de regen, en het leven gaat door. De economie moet blijven draaien, marktvrouwen stoken een vuurtje op om warm te blijven en als er geen klanten komen doen ze een dutje.

15-Eetzicht 091214 Hoi An iPhone blog IMG_4149

16-72FB_HDC0307_edited-2

17-72FB_HDC0309_edited-

Twee halve dagen hadden we het droog, waaronder vandaag. In de stad werd lichtjesfeest gevierd, kleine handgevouwen kartonnen bakjes met een kaarsje, je kunt ze kopen en in de rivier zetten om geluk af te roepen, of een wens in vervulling te doen gaan.

72FB_HDC0334_edited

Tot slot. Een beeld waar je geen genoeg van kunt krijgen: de elegantie van vrouwen met een juk. Een klein wonder van efficiëntie. De vrachten die ze kunnen dragen zijn verbluffend, dan is het moeizaam in evenwicht blijven en kleine pasjes maken met een zwiepende last, razend moeilijk moet het zijn en je schouders, die druk, oei… Deze drie hebben het makkelijk. Een paar trossen bananen, wat zal dat wegen, zo goed als niets.

En daar gaan ze, in ritselende regencapes. Zo prachtig. Alleen daarom is het al de moeite waard Vietnam te bezoeken. Kan je nagaan, met al die andere wonderbaarlijke dingen en mensen en belevenissen…

18-72FB_HDC4704_edited-1

169. Storm en Stenen

Dat we geen hoogzomer konden verwachten in Hoi An, wisten we wel. De regenkans is aan de kust in dit jaargetijde hoog, bovendien wordt Centraal-Vietnam regelmatig bestookt door tyfoons, vorig jaar was het extreem, vijf opeenvolgende stormen die enorme schade aanrichtten. Dus dat het geen luie dagen zouden worden met zonnebrandcrème en cocktails met parasolletjes, dat wisten we. Wilden we ook niet. Maar strandwandelingen, daar keken we naar uit. Mag het stormen of regenen, dan trekken we toch een regencape aan? Koud zou het niet worden, altijd ruim boven de twintig in Hoi An, zelfs hartje winter.

Op internet een hotel zoekend kwamen we onderstaande foto tegen. Kon het mooier? Ook zonder zonneschijn een paradijselijk strand en pal naast het hotel ook nog, die stenen muur, dat was de begrenzing, pal daarachter de kamers. We zagen ons al wandelen langs dat strand, desnoods in de regen, met wind in de haren en af en toe wegspringen voor de aanrollende branding. Vakantie! Wij dus zo’n kamer geboekt, met uitzicht op zee.

a504d27a-3989-4410-93ba-37701dbfe918

En toen was er de tyfoon Hagupit, die net als zijn voorgangers over de Filipijnen raasde. Altijd westwaarts en dus altijd richting Vietnam. Hagupit. Filipino voor zweepslag, leer ik op google. Hoe hard zouden de klappen nog zijn als hij de Vietnamese kust bereikte? Over een paar dagen, dat wisten we, dus daar zouden we wel wat van gaan merken, van die zweepslag, de pijl op de tekening van het weerbericht wees rechtstreeks op Hoi An.

Hagupit tyfoon prognose 061214

Twee dagen later arriveren we op het vliegveld van Danang. We waren hier al eerder, januari 2006, toen we Vietnam doorkruisten en research deden voor onze reisgids. De associatie die een klank oproept, het blijft wonderlijk. Danang. Hier landden in 1965 de eerste Amerikaanse gevechtstroepen. En China Beach, het strand waar soldaten tijdens de Vietnamoorlog hun R&R genoten, rest and recuperation. Maar als we van het vliegveld zuidwaarts rijden richting Hoi An komen we langs China Beach en zien niets dan woeste golven, ontwortelde palmbomen en hier en daar de treurige restanten van wat ooit rieten strandhuisjes geweest moeten zijn. Het trottoir op de weg langs het strand ligt bezaaid met palmtakken en kokosnoten, de enkele overgebleven kokospalmen staan er kaal en zielig bij.

Als we na het inchecken in het hotel naar onze kamer lopen is de verbazing groot als de zee bijna tot aan onze kamerdeur komt. Strand? Waar is het strand? We herkennen de stenen muur van die zonnige strandfoto, maar waar op het plaatje zand en palmbomen waren zien we nu denderende golven. De jongeman die onze bagage naar de kamer brengt kan nauwelijks Engels, maar de essentie is duidelijk: weggeblazen tijdens de tyfoon. Maar we laten ons niet kisten, de kamer is prachtig en kijk nou toch, zeggen we tegen elkaar, zo’n uitzicht, hoe vaak zie je zoiets vanuit je bed? Alsof je op een schip zit.

Storm VN 1_HDC0170

Uitpakken, en dan naar buiten. De wind is hard, maar dat kennen we wel uit Friesland, het is een kwestie van een tikje naar voren leunen om je evenwicht te bewaren. Aanrollende golven, de een wat sterker dan de ander, en dan opeens een hoog opspattende watermuur, eentiende seconde na deze foto komen de zee over ons heen en slaat door de openstaande kamerdeur naar binnen. Les geleerd. Vanaf nu de deur dicht.

Storm VN 2_HDC0248

Wanneer het precies gebeurd is, met dat strand, horen we ‘s avonds van de bedrijfsleider die in het restaurant even bij ons aanschuift. Vorig jaar oktober en november, twee keer achterelkaar een verwoestende tyfoon. Het leger evacueerde 120.000 bewoners uit de dorpen langs zee, en hij zag met lede ogen hoe bij zijn hotel alles werd meegesleurd in de ziedende golven. Het veertig meter brede strand, palmbomen en de strandbar. Nog een wonder dat de beschermende muur langs het hotel het hield. Vanaf dat moment zijn ze druk bezig geweest de muur te verstevigen. Met handkracht, machines kunnen hier niet komen. Een paar honderd meter verderop wel, waar het onbebouwd is, als we door de storm een wandeling maken zien we twee mannen en een hijskraan, ze bouwen een damwand. Op blote voeten gaat het, de een legt een ketting op een metalen damdeel, de ander zit aan de hendels, tilt het ding op en ramt het de grond in. Er staat al een heel stuk, maar het midden is ingezakt, het water stroomt binnen, nu bouwen ze een nieuwe wand dichter bij de geërodeerde kust. Twee mannetjes vechtend tegen de bulderende zee, het is aangrijpend en aandoenlijk tegelijk.

Storm VN 3_HDC0225

Nog aandoenlijker wordt het als we, daags voordat tyfoon Zweepslag de Vietnamese kust zal bereiken, zien hoe bij het hotel met man en macht geprobeerd wordt de kustbescherming te versterken. We willen het vastleggen, regencapes aan en camera’s mee, het stormt en raast, we proberen onze apparatuur droog te houden onder een paraplu maar het is zinloos, als in een komische film slaat het ding binnenstebuiten en we laten hem los en weg is ‘ie, stuitert over de muur pardoes de zee in.

Storm VN 4_HDC0270

Een vrachtwagen heeft buiten de poort rotsblokken gestort die nu met de hand verder moeten. Ach, wat een gesjouw. Op de kar, dan duwen door rul zand naar de muur waar de lading gelost moet worden. Maar hoe krijg je het op de juiste plaats? Wat zal zo’n rotsblok wegen? Ze sjorren en trekken de kar naar de muur over een geïmproviseerde loopplank, zandzakken moeten het ding op de plek houden. De mannen duwen en trekken, ze roepen elkaar toe om kracht te zetten en dan hup, op goed geluk de zaak omlaag kieperen. Sommige blokken glijden meten de zee in, andere blijven hangen, en langzaam zal de beschermende muur dikker worden en sterker.

Storm VN 5 _HDC0262

Hoeveel mensen logeren in dit hotel? Geen idee, we zien haast nooit iemand, veel zal het niet zijn, vertrokken naar warmere oorden. In elk geval komt niemand kijken naar dit natuurgeweld en het aandoenlijke gevecht van mens tegen natuur. We zijn diep onder de indruk van het doorzettingsvermogen dat we zien, het gaat maar door en door, mannen en vrouwen, verbeten blijven ze sleuren en sjouwen in regen en behalve ons is niemand getuige van hun heroïsche gevecht. Aan alles merk je dat ze blij zijn een beetje waardering te krijgen, al is het alleen maar door je aanwezigheid, een glimlach, een opgestoken duim. Maar vastleggen is beter. Mirjam maakte een kleine gefilmde impressie van één minuut. Zie de link onder de laatste foto. En in het volgende bericht weer iets zonnigere. Hopelijk.

Storm VN 6_HDC0287

168. Lucky Dog

Ergens in de jaren zeventig ontstond in Nederland enorme ophef toen foto’s naar buiten kwamen hoe Zuid-Koreanen honden afmaakten, om ze vervolgens op te eten. De wereld was te klein. Dierenbeulen! scandeerde het volk verontwaardigd, daartoe kundig opgezweept door De Telegraaf, die, zo herinner ik het mij tenminste, in chocoladeletters KOREANEN MOORDENAARS op de voorpagina zette. Kan me voorstellen dat onder druk van deze volksmennerij de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken de Zuid-Koreaanse ambassadeur op het matje heeft geroepen. Moet een rare conversatie geweest zijn. Zeg, dat gedoe met die honden bij jullie… Ach mijnheer, zo doen we dat in Zuidoost Azië. Kijk eerst eens naar jezelf, jullie eten rauwe vis! Denk niet dat de minister daar van terug had.

Toen wij in Vietnam voor het eerst op een markt honden op het hakblok zagen, keken we toch vreemd op, ook al hadden we al veel raars gezien op dat gebied. De Chinese bezetters in Tibet, wat die zoal op hun bord schepten ging ons vaak de pet te boven. Maar we kenden de wereld goed genoeg om met de nodige nuance te oordelen. Hand in eigen boezem, heet dat. Wat wij Nederlanders jaarlijks aan plofkippen over de kling jagen… meer dan vijfhonderd miljoen hanslcv-7 verzwakte, kreupele dieren die zes weken een ellendig leven leiden alvorens geslacht te worden. Enige bescheidenheid is dus op z’n plaats als we over eetgewoontes van anderen mogen oordelen.
Maar toch. Die honden in Vietnam. Getransporteerd achter op scooter of motorfiets, verkocht op markten en dan in de pot. Deze foto maakte ik in 2007, toen we op weg waren naar het noorden voor een operatiekamp. Zo’n aardige, vrolijk lachende kerel en achterop dat hondje, nietsvermoedend. En dan zeiden we tegen elkaar: als we zo’n dier nou vrijkopen, wat dan? Rare, lastige verstrengeling van ratio en emoties.

Tot vorige week. Toen gebeurde het warempel tóch. We waren in een dorpje geweest om een voormalig patiëntje te bezoeken, Lo Thi Nang. Als baby in het vuur gevallen en ernstige brandwonden aan haar handen. Nooit verzorgd, geen dokter in de buurt. Vingers vergroeid, onbruikbare handen. Stichting Duniya financierde meerdere operaties, alles ging goed, ze kan haar vingers weer bewegen, leerde schrijven, nu zit ze op school in een naburige stad. Daar zoeken we haar op. Gaan naar haar dorpje, bezoeken haar ouders in een traditionele paalwoning tussen de rijstvelden waar buffels grazen en eenden snateren in de modder. Het echte Vietnam dat voor de meeste buitenlandse reizigers verborgen blijft. Als we Lo Thi Nang terugbrengen naar school besluiten we te gaan lunchen. En daar gebeurt het.

Twee jonge kerels op een motorfiets. Een van hen heeft een rieten mand op de rug met een hond, vastgebonden met een dunne ketting die strak om haar hals zit. Een van hen loopt naar binnen en vraagt de eigenaar van het restaurant of hij de hond wil kopen. Die moet er nog even over nadenken, blijkt dat in zijn restaurant geen hondenvlees geserveerd wordt, maar voor privé gebruik, daar heeft hij wel oren naar. De jongeman die het dier draagt heeft de rugmand afgedaan en op de grond gezet. Het IMG_4603 hondje kijkt nieuwsgierig om zich heen, ogen helder, oren gespitst. Mirjam staat op van tafel, wil het dier aaien, eerst voorzichtig, je weet maar nooit. Nog geen twee minuten later heeft ze hem uit de mand gehaald en op schoot. Het dier geniet zichtbaar van de aanraking, legt zijn kopje tegen haar aan, maar blijft alert, de minste beweging van iemand anders of ze zit rechtop, de oren gespitst. Naast Mirjam zitten twee vrouwen van de Lu stam, de etnische minderheid waartoe ook Lo Thi Nang behoort. Ze wijzen op het hondje, kijken naar Mirjam en wijzen vervolgens op hun mond, het aloude gebaar van eten. Mirjam schudt haar hoofd. Nee, we gaan haar niet eten maar vrijkopen.

Hond1 72_IND0043

De zaak is gauw beklonken. Aan wie ze het dier verkopen zal de jonge kerels een zorg zijn, als ze maar krijgen wat ze voor de hond willen vangen: 600.000 Vietnamese Dong. Iets meer dan 22 euro. We rekenen af, en daar staan we dan, in een bergdorpje in Noord-Vietnam, met een hond. Wat nu? Mirjam wil al jaren een hond thuis, dit zou het moment zijn, maar we moeten realistisch zijn. Inentingen, papieren, een hoop red tape en dan nog dat vliegtuig, overstap in Bangkok… nee, geen goed idee, wat een stress voor zo’n beestje. Dan een brainwave. Waarom geven we haar niet aan Lo Thi Nang? Ruimte genoeg in die paalwoning, ze hebben varkens en eenden, daar kan toch een hond bij? We vragen het haar en ze hoeft er geen seconde over te denken, haar appelwangen kleuren rood van opwinding. Een hondje? Ja! Graag!

Eerst moet ze haar ouders vragen of het dier mee naar huis mag. Gelukkig is de moderne tijd een klein beetje doorgedrongen in deze afgelegen dorpen, veel bewoners hebben een mobiele telefoon. Ze belt. Mag het? Dan, enthousiast, ja! Het mag!

Hond2  72_IND0046

Maar dan het probleem: hoe krijgen we die hond naar het dorp waar we eerder die ochtend waren? Een wandeling van meer dan een half uur, twee keer een riviertje oversteken en dan tegen een heuvel op… Lo Thi Nang kan zelf niet, ze moet terug naar school waar ze intern is, alleen in het weekeinde gaat ze naar huis. Er wordt druk gedebatteerd, en de oplossing is simpel: de jongens die het dier aan ons verkochten, die kunnen toch met de motor naar het dorp?

Hond3 72 _IND0049

Ook nu is de zaak snel afgehandeld, dat duurt in Vietnam nooit lang, dit is het land van de snelle beslissingen. Extra betalen? Welnee, nergens voor nodig. Weten ze waarheen ze het dier moeten brengen? Natuurlijk, iedereen kent hier iedereen en weet waar iedereen woont en als iets niet duidelijk is wordt het uitgelegd, die kant op, twee keer de rivier over en dan tegen de heuvel op eerste paalwoning links.

Hond4 72 _IND0051

Daar gaan ze. Samen met Lo Thi Nang zwaaien we de hond uit. Hoe weten we zeker dat de jongens het dier ook bij haar thuis afleveren? Dat ze niet, zogauw wij uit zicht zijn, het beestje ergens anders opnieuw te koop bieden en dubbel verdienen? Nee, geen sprake van, zegt onze partner Dong An. Zo werkt dat niet. Afspraak is afspraak. Bovendien, zegt hij lachend, we hebben de foto’s toch? Volgend jaar komen we terug en kijken hoe het met de hond gaat. Alles komt goed, zegt hij zelfverzekerd, en herhaalt het met zijn favoriete stopwoordje: sure, alles komt goed.

We kijken de motorfiets na. Alles komt goed, zeggen we zacht als ze uit zicht verdwijnen. Voor de hond komt het zeker goed. Ze zal in leven blijven en opgroeien tussen de rijstvelden. We weten het echt wel, honderden honden zullen er nog gegeten worden in dit dorp. Maar soms moet je je hart volgen. Dit dier had gewoon mazzel. You lucky dog.

Hond5 72 _IND0058