196. De Boeken van 2016

Nee, het was geen jaar van veel lezen. Soms gaat dat zo, dan is er teveel anders, en de kans dat er nog een titel bijkomt vóór het jaareinde, nee. Maar als altijd gaat kwaliteit boven kwantiteit, en ook al waren er, zoals vorig jaar, geen verrassende ontdekkingen (John Fante en James Salter), er zaten wel degelijk krenten in de pap.

_________________________________________________________________________

in-het-huis-van-de-dichter-jan-brokken-2008
In Het Huis van de Dichter (Jan Brokken, 2008).
Een intiem portret van de Russische meesterpianist Youri Egorov (1954 – 1988). Jarenlang hoort Jan Brokken, journalist bij de Haagsche Post, iemand in het belendende appartement op de Brouwersgracht piano studeren. Brokken is zelf goed op de hoogte van klassieke muziek en weet dat wat hij hoort van uitzonderlijk niveau is. Als hij vijf jaar later een concert bijwoont van Egorov, herkent hij het spel van zijn buurman. Ze maken kennis en Brokken schrijft een artikel over hem. Dit is het begin van een hechte vriendschap. In 1976 vluchtte Egorov uit de Sovjetunie en vestigde zich in Amsterdam omdat die stad hem deed denken aan het tegendeel van wat hij achterliet: vrijheid. ‘Hij zei altijd dat hij was gevlucht vanwege zijn anticommunisme. En in de tweede plaats uit angst te worden opgepakt om zijn homoseksualiteit. Youri wist dat hij kon rekenen op de maximale straf: acht jaar strafkamp in Siberië. Het fysieke geweld tegen homoseksuelen was daar verschrikkelijk.’ Brokken beschrijft zijn jarenlange vriendschap met de pianist. Hoogte- en dieptepunten, de liefdes, de drugs en de drank en vooral de zenuwslopende recitals. ‘Een snel, heftig, uitzinnig leven’, tot aan zijn zelfgekozen dood nadat de aids in zijn lichaam was gaan woekeren.

_________________________________________________________________________

john-irving-last-night-in-twisted-river
Last Night in Twisted River (John Irving, 2009).
Eerst het nadeel van de romans die Irving schrijft: ze zijn te lang. Hij weidt eindeloos uit, de pillen die hij schrijft kunnen makkelijk eenderde korter. Maar toch lees ik ze, stuk voor stuk, meestal tijdens lange fietsreizen. Dit keer was het weer raak, met een rauw verhaal over houthakkers in Coos County, New Hampshire, en een krankzinnig labyrint van sub-plots. Hoofdpersonen zijn de hinkende kok Dominic Baciagalupo (‘Cookie’), zijn twaalfjarige zoon Daniel en hun ruige vriend Ketchum. 658 pagina’s lang, een vrachtlading aan gebeurtenissen met evenzoveel kleurrijke karakters, de een nog merkwaardiger en extremer dan de ander. Echt beklijven doen de boeken van Irving uiteindelijk niet, en zo goed als A Son of the Circus en The Cider House Rules is dit boek niet, maar aan het eind van de streep is er toch een dikke plus.

_________________________________________________________________________

sandor-marai-gloed
Gloed (Sándor Márai, 1942).
Van deze roman was ik wel even ondersteboven, zo bijzonder. Een oude generaal krijgt op een dag een brief waarin een vriend van lang geleden, Konrád, zijn komst aankondigt. Van jongsaf waren zij onafscheidelijk, ondanks hun verschillende achtergrond en afkomst. Tot Konrád plotseling verdween, niet lang na Henriks huwelijk met de mooie Krisztina. Het bezoek van Konrád – na 41 jaar – brengt een stroom van prachtige en pijnlijke herinneringen bij de generaal op gang. Eén avond, één nacht duurt de ontmoeting van de twee oude mannen. Hun laatste gesprek is een duel zonder wapens, en veel wreder. Wat is er 41 jaar geleden gebeurd? Met mededogenloze openhartigheid praat vooral Henrik over waarheid, leugen en het moeilijkste van alles: vriendschap. Een verbluffend gecomponeerd boek. Lijkt wat langdradig, soms, ’t is tenslotte ruim zeventig jaar geleden geschreven, dan heb je het gevoel dat je moet doorbijten, tot de wonderbaarlijke cadans je weer in z’n greep krijgt. Uiterst diepzinnig en fijngevoelig.

_________________________________________________________________________

4. Julian Barnes, Alsof Het Voorbij Is
Alsof het voorbij is (Julian Barnes, 2011).
Kunnen we eigenlijk wel vertrouwen op ons eigen geheugen? Is onze geschiedenis, ons levensverhaal zoals we dat aan onszelf en aan anderen vertellen, wel een juiste afspiegeling van de waarheid? Barnes is daar in Alsof het voorbij is heel duidelijk in: nee. Geschiedschrijving, het geheugen en vooral de onbetrouwbaarheid daarvan zijn de belangrijkste thema’s in dit boek, waarvoor hij in 2011 de Man Booker Prize kreeg.

_________________________________________________________________________

195. Horen of Zien

Opmerkelijk artikel in de NRC, over onverwachte vragen die sollicitanten kunnen krijgen tijdens een gesprek bij een potentieel nieuwe werkgever. Behalve voor de hand liggende vragen over opleiding en ambitie, krijgen ze opeens ‘Hoe krijg je een olifant in een ijskast?’, of ‘Wat zou je doen als je 500 blikjes kattenvoer wint in een loterij?’. Eerst denk je: die mensen zijn niet goed snik. Later realiseerde ik me dat het nog zo gek niet is, iemand uit z’n comfortzone halen, zien hoe ze kunnen improviseren en hoe creatief ze zijn. Als sollicitant voel je je intussen natuurlijk behoorlijk genaaid als je moet antwoorden op vragen als ‘Zou je liever onzichtbaar zijn of kunnen vliegen?’

Toch is het interessant jezelf af en toe vragen te stellen die lastig zijn, out of the box. Ik deed het een paar dagen geleden ook. Niet over blikjes kattenvoer of een olifant, maar een beetje de filosofische variant op het oude spelletje ‘je wordt verbannen naar een onbewoond eiland. Wat neem je mee?’ Dat worden dan steevast boeken of lp’s waar je niet buiten denkt te kunnen. Bij mij was het confronterender: wat heb je liever, horen of zien. Je moet van één van deze twee zintuigen afscheid nemen. Welke kies je?

Die vraag kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Enkele weken geleden ging ik naar mijn opticien met de klacht dat ik steeds minder scherp kon zien. Hij deed wat metingen, keek diep in mijn ogen met fel licht en zei: jongen, je hebt staar. En, met een knipoog: ja, dat krijg je, op je oude dag. Hij stuurde me naar de huisarts die me prompt naar het ziekenhuis verwees. Bij het onderzoek daar kreeg ik druppels belladonna in m’n ogen zodat de pupillen mooi wijd werden, konden ze de zaak goed bekijken. Ja, staar, beide ogen, en niet zo’n beetje ook. Ik kon meteen een afspraak maken voor de eerste operatie. Die wijde pupillen hield uren aan, ik kon geen licht verdragen, zat binnenshuis met zonnebril op naar muziek te luisteren. En toen, tijdens de wondermooie tweede akte van La Traviata, kwam opeens die vraag in me op: wat heb je liever, horen of zien. Ik wist het niet. Nog niet.

Inmiddels heb ik twee staaroperaties achter de rug, de laatste afgelopen woensdag. Bij de eerste ingreep, drie weken geleden, zat ik met zweethanden en knikkende knieën in de wachtkamer na een slapeloze nacht vol horrorfantasieën. staaroperatie-1-150916-img_9206 Zag mezelf ruggelings op de operatietafel, vastgehouden door pezige kerels, en een stem die zegt: nu wordt het even vervelend. En dan zie je het mes op je oog afkomen. Oh shit. Terwijl ik m’n klamme handen afveeg aan m’n broek wordt een oude vrouw in een rolstoel de wachtkamer binnengereden. Eén oog in verband, kennelijk zojuist geopereerd. Ze kijkt me aan en vraagt in het Fries: Binne jo hjir foar it earst? Ik knik. Ja, ik ben hier voor het eerst. Aan alles is te zien dat ik ‘m knijp als een oude dief, want ze zegt geruststellend: Meitsje dy gjin soargen, do fielt en sjocht neat. En ze heeft gelijk, je voelt en ziet niets.

Het is een wonder, die operatie. Verdovende druppels in je oog, na een half uur word je naar de voorbereidingsruimte gebracht, operatiekleding aan, van top tot teen ingepakt, je gaat languit op een verrijdbaar bed, nog wat druppels en dan rijden ze je naar de OK. Stemmen om je heen, de laatste check, wie ben je, wanneer geboren, welk oog moet geopereerd. Weten ze zeker dat ze de goede op tafel hebben. staaroperatie-2-051016-img_9237 Dan fel licht in je oog, een vrouwenstem pal boven je vertelt wat ze doet, en je beseft dat ze allang bezig is, het mes erin, de operatie is in full swing en het is zoals de oude vrouw zei, je voelt en ziet niets, behalve fel licht dat zindert en trilt als woestijnhitte.

Een goed kwartier later zegt de chirurg dat het gedaan is, tot de volgende keer. Ik word met bed en al weggereden, operatiekleding gaat uit, de verpleegkundige helpt, ondersteunt, wees voorzichtig bij het rechtop zitten, waarschuwt ze, misschien bent u wat duizelig. Bijna duvel ik even later van de trap als ik een trede mis, ’t is slecht diepte schatten met één oog. Vriend Chris vangt me op, rijdt me veilig naar huis. Drie weken later is het andere oog aan de beurt. Ah, daar bent u weer, zegt de chirurg, als we volgens protocol de vragen afwerken, hoe heet je, wanneer geboren, welk oog. Opnieuw dat licht, er wordt gesneden en gedaan, ik hoor akelige piep- en kraakgeluiden maar ik lig ontspannen achterover, laat het gebeuren, wetend dat aan het eind van het traject alles beter zal zijn.

Nu, een halve week na de tweede ingreep, zie ik de wereld scherp. Zo moet het vroeger geweest zijn, maar ik was het vergeten. Kleuren lijken intenser, het herfstlicht met lage zon, het is bijna te fel, zonnebril op, ogen moeten wennen, zoals ze sluipenderwijs gewend raakten aan minder zicht.

En die vraag, horen of zien? Ik denk dat ik het weet. Als ik moest kiezen, koos ik voor wat ik nu heb, m’n nieuwe ogen. Hoe groot het verlies ook moet zijn, ik kan me, zij het met grote moeite, eventueel een leven voorstellen zonder geluid, zonder stemmen, en het grootst denkbare verlies: zonder muziek. Maar een leven in duisternis? Onvoorstelbaar.

194. Vertellen over Vietnam

Zondag 5 juni 13:26 uur: het moment dat ik Hanoi bereik en mijn fietstocht ten einde is. Hoewel, Hanoi bereikte ik al eerder, eindeloze buitenwijken waarvan je maar aanneemt dat het bij de hoofdstad hoort, want plaatsnaamborden doen ze niet aan in Vietnam. Wanneer de bebouwde kom begint? Geen idee. Maar dan is het er opeens: Hoan Kiem, het magische meer in het oude hart van Hanoi, waarvan de legende wil dat een vroege Vietnamese keizer een gouden zwaard moest teruggeven aan een reusachtige schildpad, nadat hij jaren eerder datzelfde zwaard gekregen had om de Chinese erfvijand te lijf te gaan. Maar voor mij is Hoan Kiem vooral het meer waar ik ’s avonds wandelingen maakte met Mirjam, die rond datzelfde meer in de vroege ochtend ook haar hardlooptrainingen deed.

En dan is het zondag de 5e juni, ik rij centraal Hanoi binnen, herken de straten, weet wanneer links en rechts en dan is er Hoan Kiem. Ik stap af, voel de koele wind over het water en weet: het is volbracht.

1. Hans in Hanoi IMG_8842_edited-1

Maar dan. Als iets volbracht is, is het dan ook klaar? Nee. Want er is nog zóveel te vertellen. Over de bloeiende bomen in de straten van het prachtige Hoi An, dat, ook al is de naam een anagram van Ha Noi (terzijde: in het Vietnamees zijn alle woorden in lettergrepen opgehakt, niemand heeft me kunnen uitleggen waarom omdat niemand het weet), op geen enkele manier vergelijkbaar is met welke stad in Vietnam ook. Ooit de belangrijkste havenstad van Zuidoost-Azië, die door het dichtslibben van de rivier haar positie verloor aan Da Nang en in vergetelheid raakte. Als door een wonder kwam Hoi An ongeschonden door de Amerikaanse oorlog en is nu, met haar schitterende 17e en 18e eeuwse architectuur, een van de de belangrijkste trekpleisters van het land. Ik ken de stad goed, we waren er vaak, ik kwam er nu ook op de fiets doorheen, maar ontvluchtte de toeristendrukte. Maar die bomen! Zo mooi! Cassia fistula, Indische goudenregen.

3. Hoi An bloeibomen Cassia fistula Indische goudenregen IMG_8357

En de oorlog, het kan niet ongenoemd blijven. Bij ons heet hij de Vietnamoorlog, hier, terecht, de Amerikaanse. In de inleiding van onze gids over Vietnam (die, zie ik nu tot mijn verbazing, nog steeds verkrijgbaar is, ook al is hij bijna tien jaar oud) citeer ik Horst Faas, tijdens de oorlogsjaren chef van het fotobureau van Associated Press in Saigon, die schreef: ‘Vietnam is een land, geen oorlog’. Voor mij heeft het lang geduurd deze stap te maken, de oorlog viel samen met mijn adolescentie, ik kón Vietnam niet anders zien dan in relatie tot die omstreden oorlogsjaren, kon zelfs het woord Vietnam niet horen zonder er de stille echo oorlog bij te denken. Maar tijdens deze reis merkte ik dat het eindelijk wegviel, we zijn veertig jaar verder, het land ontgroeit zijn verleden, ook al is de geschiedenis op sommige plaatsen onuitwisbaar. Zoals in My Lai, waar een plaquette herinnert aan het bloedbad dat een dolgedraaide Amerikaanse eenheid aanrichtte op die inktzwarte ochtend in maart 1968. Ruim vijfhonderd schuldeloze dorpelingen verloren het leven. Hier, waar nu dit bord staat, in deze greppel, werden 170 oude mannen, vrouwen en kinderen afgeslacht. Op zo’n besmette plek kàn je niet anders dan machteloos herdenken.

4. My Lai IMG_8306

Zo ook in de stad Dong Hoi, die door Amerikaanse bommen in 1965 vrijwel geheel in de as werd gelegd. Stille getuige is het restant van een kruiskerk: de klokkentoren en rafelranden in het metselwerk waar het schip was. Vietnam heeft hiermee, net als Berlijn, zijn eigen Gedächtniskirche, maar welke rol speelt het stenen kadaver in het bewustzijn van de nieuwe generaties Vietnamezen? Geen, vermoed ik. De eigen geschiedenis is niet populair bij de naoorlogse generaties, net zomin als men vraagtekens plaatst bij het monopolie en de retoriek van de eenpartijstaat. Het is, het was, en zal zo zijn.

5. Church Dong Hoi IMG_8503

Een ander relict uit die oorlogsjaren is de Hien Luong brug over de Ben Hai rivier waar Vietnam, in overeenstemming met de Akkoorden van Genève van 1954, langs de 17e breedtegraad werd gedeeld. De enige officiële verbinding tussen noord en zuid was deze brug, waarvan het noordelijk deel rood geverfd werd, om voor de hand liggende redenen. Geen idee waarom het nu blauw is. Het zuidelijk deel kreeg de kleur geel, kennelijk werd dat gezien als de kleur van het kapitalisme. (Was groen dan niet beter geweest?) De brug is niet langer in gebruik, is te smal en krakkemikkig om het zware verkeer aan te kunnen. En het is verboden terrein. Foto’s maken kan alleen vanaf de nieuwe brug, die parallel aan de oude loopt.

Bridge IMG_8476

Ach, er is zoveel te vertellen over Vietnam. De wonderbaarlijke manier van bouwen bijvoorbeeld. Amsterdam heeft enkele oude woningen die terecht pijpenla worden genoemd, smal en diep. Maar als ze érgens het recht hebben op die benaming, dan is het Vietnam. Dit is een typisch voorbeeld van de Vietnamese bouwstijl: nhà ống, letterlijk: ‘kokerhuis’. De stijl stamt uit de tijd dat belasting geheven werd over de breedte van de gevel. Dus hoe smaller, hoe goedkoper. Een andere reden: bouwgrond is kostbaar. Omhoog is goedkoper dan in de breedte. Dat dit in de stad geldt, kan ik me voorstellen. Maar op het platteland?

6. Lonely house IMG_8775

Een verbluffende ervaring was de manier waarop ze in Vietnam omgaan met dieren. Dierenwelzijn is niet iets dat hier écht leeft. Eerder liet ik al een foto zien waarop te zien is hoe onbarmhartig er wordt omgesprongen met pluimvee, en ik zoek nog steeds naar een verklaring van dit brute gedrag. Is het cultureel bepaald? Heeft het iets met innerlijke beschaving te maken? Het blijft een moeilijk vraagstuk.

Groot was dan ook mijn verbazing, en vreugde, toen ik zag wat ze in Vietnam doen met varkens die, net als bij ons, in vrachtwagens worden getransporteerd. In Europa wordt keer op keer geprotesteerd, overigens zonder succes, tegen de manier waarop slachtvee over grote afstanden wordt vervoerd. Geen water, geen rust, dieren die elkaar uit pure angst tot bloedens toe aanvallen.
Onderstaand tafereel zag ik niet één, maar wel twintig keer tijdens mijn tocht door Vietnam: langdurig worden de dieren gekoeld met grote waterstralen. Heerlijk vinden ze het, de varkens. Een tevreden geknor en gesmak van jewelste. Er zijn zelfs speciale parkeerplaatsen waar chauffeurs hun kwetsbare lading op deze manier kunnen afkoelen en laten drinken. Zeker, ze zijn op weg naar de slacht. Maar op een fatsoenlijke manier. Daar kunnen de barbaarse veetransporteurs in Europa nog wat van leren.

7. Varkens IMG_8540

Ik had ook zoveel willen vertellen over het dorpsleven, de mensen die je ziet, het kleinschalige, waarvan je het gevoel hebt dat het altijd zo was en zo zal blijven. Zoals het drogen van de oogst. In Centraal-Vietnam was de rijstoogst in volle gang. Dat gaat het hele jaar door, drie keer per jaar kan geoogst worden als het een beetje meezit. Rijst wordt handmatig gedorst, en wat overblijft zijn rijstkorrels en rijststro. Dat moet gedroogd worden. Waar beter dan op een schone, harde ondergrond? Op de openbare weg dus. Het gevolg is, als je er langs moet, dat je voorzichtig laverend langs en soms door de oogst fietst. Kom over vijftig jaar, en het zal nog steeds zo gaan.

Harvest drying in the streets, Vietnam IMG_8549

Aandoenlijk is ook de manier waarop met nieuwe verworvenheden wordt omgegaan. Een spoorwegovergang bijvoorbeeld. Geen slagbomen of rinkelende waarschuwingsbellen, maar een man op een stoel die, als hij tenminste niet net in slaap is gesukkeld, opstaat en het verkeer tegenhoudt als een trein nadert.

2. Guarded railway crossing Vietnam © Hans de Clercq 2016 IMG_8754 FB

Tot slot een beeld dat je in Hanoi vooral in de koele ochtenduren aantreft: vogelaars die hun gekooide zangvogels tentoonstellen en luisteren naar hun zang. ‘In Vietnam, the sight of bird cages paints the traditional picture of a rich man relaxing with his birds,’ schrijft Le Quy Minh, een expert op het gebied van vogels en een van Vietnams beroemdste vogelaars. ‘Birds are expensive and time-consuming and those that keep birds do so to show that they are able to lead the life of a relaxed, romantic, rich man.’ Dat mag zo zijn, maar voor westerlingen, of in elk geval voor mij, blijft het een treurige aanblik, zo’n vogel in een kooi waar hij zijn vleugels niet kan uitslaan. Niet alle tradities verdienen navolging. Vogels horen in een tuin, ongekooid, en zingen wanneer het hen uitkomt.

10. Birdlovers IMG_8921

Vertellen over Vietnam is onbegonnen werk. Teveel, en te divers. Bovendien: ik ben weer thuis. De reis is voltooid. Ik reed 3687 kilometer waartoe ik 225 uur en 40 minuten in het zadel zat en verloor 6,5 kilo lichaamsgewicht. In ruil daarvoor zegden talloze vrienden en kennissen toe mijn rit te willen sponsoren: meer dan tienduizend euro is toegezegd (en deels al overgemaakt) als steun voor de voedselprojecten van Stichting Duniya. Driewerf hoera! en dank aan iedereen die heeft willen bijdragen. Binnenkort krijgen jullie een mail met bericht waarheen het toegezegde bedrag over te maken.

En hoe ging de reis terug? Er leek op Hanoi Airport een stevige kink in de kabel te komen toen mijn fiets niet onverpakt mee mocht. Jaren geleden waren Mirjam en ik al eens, na een maandenlange fietstocht door Zuidoost-Azië, vanuit Hanoi teruggevlogen naar Nederland, de fietsen provisorisch beschermd met wat bubbeltjesfolie op de kwetsbaarste plekken. Maar de regels zijn aangescherpt, fietsen móeten in een doos, maar dat hoorde ik pas toen ik mij, netjes drie uur voor vertrek, op de luchthaven meldde. Even leek het erop dat ik m’n fiets moest achterlaten, tot een kiene baliemedewerker bedacht dat als je een koffer kunt laten sealen, dat toch ook met een fiets moet kunnen? We scharrelden wat karton bij elkaar, en twee sealers togen, onder aanvoering van hun cheffin en het toeziend oog van de politie, aan het werk met hun enorme rol vershoudfolie.

11. Fiets inpakken IMG_8977

En zo kwam alles toch nog goed. Toen ik op Schiphol het pakket moeizaam balancerend op het bagagekarretje langs de douane loodste kreeg ik een goedkeurend opgestoken duim en een hartelijk welkom van de man met de pet. En aan de andere kant van de glazen deur stond mijn geliefde Mirjam. Ja mensen, het leven is mooi.

12. Fiets ingepakt IMG_8991