204. Het Lege Land

Er moet zoveel verteld. Daarom verschijnen er dagelijks kranten en rollen kersverse boeken van de pers op weg naar nieuwe lezers, als ze er zijn, wie zal het zeggen, de nieuwe generatie heeft Facebook of Youtube, misschien gaan de kranten en boeken aanstonds rechtstreeks naar de versnipperaar. Maar intussen blijven we schrijven, want, als gezegd, er moet nog zoveel verteld, ook door mij. Over de reis naar Albanië en Kosovo en, meer recentelijk, pastorale kwesties hier op het erf: een in de modder verstrikte ezel en een kip met bloedarmoede. Klein leed, niets in vergelijking met de verdreven Rohingya in Myanmar, de verwoestingen van Sint Maarten door orkaan Irma en de overstromingen in India, Nepal en Bangladesh. Maar toch. Alles bestaat tegelijkertijd. Kan ook niet anders, als er alleen het grote leed was, werd je gek.

Daarom iets geheel anders. Ik ontdekte het door een artikel in NRC-Handelsblad: het archief van het NIMH, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, waar een verrukkelijke collectie luchtfoto’s beschikbaar is gesteld, opnames van pak ‘m beet honderd jaar geleden. De foto’s werden vooral gemaakt om een beeld te krijgen van wegen, fortificaties, bruggen, sluizen en havens, zodat de krijgsmacht nauwkeuriger kon bepalen hoe de infrastructuur militair kon worden beschermd. (Hoe deden ze dat, die luchtfoto’s maken? Drones bestonden nog niet, het moest dus met de hand vanuit een vliegtuig. Ik vond éen foto die het laat zien. Petje af, met zo’n zware camera over de rand…) Maar de ‘aviateurs van de Luchtvaardafdeeling’ fotografeerden meer dan alleen militair relevante objecten, en zo kunnen wij honderd jaar na dato met enige weemoed zien hoe ons land ooit was: van een welhaast onbegrensde leegte. We herkennen wegen en dijken, gebouwen en grachten, en dan denken we aan Rudy Kousbroek, die schreef dat er geen treuriger gevoel bestaat dan de weg te kennen in een huis dat niet meer bestaat. En J.C. Bloem: “Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.” Deze foto’s zijn er het bewijs van.

Een paar voorbeelden? Wat te denken van het Olympisch stadion in Amsterdam. Opgeleverd in 1928, op deze foto is het gloednieuw. Overal sportbanen en tennisvelden, alles verdwenen, volgebouwd. Achter het stadion de Schinkel en de Nieuwe Meer. En ruimte, zover je zien kunt, eindeloze ruimte. (Klik op de foto’s voor beeldvullend formaat.)

Schiphol. Tenminste, de plek waar later luchthaven Schiphol zal ontstaan. Na de drooglegging van de Haarlemmermeer waren extra verdedigingswerken noodzakelijk. Rond 1846 werden diverse forten gebouwd, waaronder het Fort aan het Schiphol. Later werd het fort binnen de Stelling van Amsterdam de basis van het militair vliegkamp Schiphol. Kijk nou toch, die vliegtuigjes in slagorde op dat grasveld, het lijkt kinderspeelgoed. Op 17 mei 1920 opende de KLM haar eerste lijndienst: de luchtlijn Amsterdam-Londen. Dat jaar waren er 440 passagiers. Nu staat er een luchthaven die vorig jaar ruim 60 miljoen passagiers te verwerken kreeg.

Volendam, toen het nog een vissershaven was en geen lawaaierig, ordinair toeristengedoe. Mooi, die lintbebouwing langs het water. Helemaal links Hotel Vandiepen. Honderd jaar later is het nog steeds een hotel, maar heet nu Spaander. Niet gaan logeren, je doet geen oog dicht met de dronken herrie buiten.

Zaltbommel met de brug in aanbouw, Martinus Nijhoff moest nog komen om de brug te zien en zijn fameuze gedicht te schrijven, dat uiteindelijk niet over die brug gaat maar een smartelijke herinnering is aan zijn moeder:

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.


Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Nog meer foto’s bekijken? Urenlang op zoek naar beeld van vroeger dat we nooit kenden maar ons wel herinneren? Hier is de link. Als je iets specifieks zoekt, niet de zoekfunctie bovenin de balk gebruiken, maar het vergrootglas boven de bovenste rij foto’s.

203. Duisterlingen

Nee, de kop boven dit stuk heeft niets te maken met de inhoud. Was wel de bedoeling, ik kwam het tegen in een artikel van Frits Abrahams in NRC, het ging over Trump en diens entourage, maar dat is inmiddels alweer enige tijd geleden en mijn belangstelling voor wat zich onder leiding van de brallerige egomaniak afspeelt is tanende. Uit machteloosheid. Wat kán je eraan doen? Niets dus. Maar ik vond die kop mooi, dus die blijft staan.

We waren recentelijk op pad voor een speciale opdracht, moesten fotograferen in Albanië en Kosovo en in het prachtige Puglia, Zuid-Italië, met z’n heerlijke wijnen van een druivenras dat ik niet kende, de Primitivo, en we zagen het wonderbaarlijke Matera, de deels in rotsen uitgehakte middeleeuwse stad. Maar dat alles straks, later. Want eerst Helmut Kohl, de recentelijk overleden Duitse ex-bondskanselier. Terwijl ik dit schrijf, het is zaterdagmiddag, de televisie staat aan, zie ik hoe zijn kist wordt weggedragen uit de vergaderzaal van het Europese parlement in Straatsburg waar hij, als eerste in de geschiedenis, een Europese rouwplechtigheid heeft gekregen. Hoog bezoek, uit alle delen van de wereld zijn huidige en voormalige staatshoofden en regeringsleiders ingevlogen. Jean Claude Junker, de kersverse Franse president Macron, Angela Merkel, de voormalige Spaanse premier González, Bill Clinton, en warempel, toch twee duisterlingen: Silvio Berlusconi en de Russische premier Dimitri Medvedev.

En daar gaat hij, in zijn kist, de dode ex-bondskanselier, onder de tonen van het indrukwekkende allegretto van Beethovens zevende. Waarom krijgt hij een staatsbegrafenis, vragen veel Duitsers zich af. Willy Brandt, die regeerde van 1969 tot 1974, was veel belangrijker, maar kreeg geen Europese ereceremonie. Brandt zette de nieuwe Ostpolitik in gang, wat er uiteindelijk toe geleid heeft dat de mensen in het oosten de straat opgingen. En het waren de DDR-burgers die de val van de Muur hebben bewerkstelligd, niet Helmut Kohl, die toen aan het West-Duitse roer stond. Maar Kohl zag zijn kans en pakte die met beide handen aan en gaat nu de geschiedenis in als de grondlegger van de Duitse eenheid. Zoals hij later zei: de mantel van de geschiedenis had hem aangeraakt en hij had een tip ervan gegrepen.

Dat roept de vraag op: hoe worden we herinnerd? Als tijd verstrijkt en herinneringen vervagen, wat blijft over? Carlo Levi begint zijn boek Christ Stopped at Eboli, zijn verslag uit 1947 over de armoede in het Zuid-Italiaanse Matera waar ik het net over had, met deze indrukwekkende zin: “Many years have gone by, years of war and of what men call history, of changes in men and things.” Ja, dat is wat geschiedenis in essentie is: changes in men and things. En als geschiedenis ons verandert, hoe zullen we dan herinnerd worden? Eerdergenoemde Beethoven wordt ondermeer herinnerd om zijn doofheid, zijn extreme stemmingswisselingen én dat prachtige 2e deel van zijn 7e symfonie, het allegretto, dat bij de premiere op 8 december 1813 op verzoek van het uitzinnige publiek direct herhaald moest worden, iets dat nog nooit eerder vertoond was. Helmut Kohl, dat zagen we, die komt niet zonder butsen uit zijn geschiedenis tevoorschijn. Maar belangrijker nog dan hoe wij door anderen herinnerd worden, is hoe wij nu, of straks, ons eigen leven herinneren. Welke gebeurtenissen en welke personen stand out, zoals de Engelsen het zo fraai zeggen.

Voor mij is dat onder andere Simon Lyngdoh, kok in een restaurantje in de Noord-Indiase stad Varanasi, op beschuldiging van moord in 1989 tot levenslang veroordeeld en, zo hoorde ik jaren later bij toeval, in de gevangenis gestorven. Ik kende hem, was meermaals bij hem in zijn restaurantje geweest, en toen ik van zijn dood hoorde vertrok ik in 1995 naar India om voor de VPRO een documentaire over mijn zoektocht naar zijn graf te maken.

Lang verhaal kort: Simon was niet dood, ik vond hem in de stadsgevangenis van Varanasi, waar hij ellendige, eenzame jaren achter de rug had: niemand had hem ooit bezocht, de buitenwereld had hem letterlijk dood verklaard. In gevangenschap was hij omringd door duisterlingen, maar met onze komst gloorde er aarzelend licht aan de horizon. We bezochten hem dagelijks, namen medicijnen voor hem mee en extra voedsel, smokkelden sigaretten de gevangenis in die hij als ruilmiddel kon gebruiken. Mirjam maakte deze foto op de binnenplaats van de gevangenis, clandestien, terwijl een bewaker, een medegevangene met extra privileges, nieuwsgierig toekeek.

Was Simon schuldig? Had hij de moord begaan? Hij bezwoer ons van niet, en wij geloofden hem. We achterhaalden de processtukken, vonden in getuigenverklaringen fouten en onduidelijkheden, en toen de dag naderde dat we terug moesten naar Nederland gaven we een gerenommeerd advocaat opdracht Simons zaak voor het hooggerechtshof in Allahabad aanhangig te maken. Met succes: een jaar later werd hij vrijgesproken. Nog hoor ik advocaat Sahai aan de telefoon: ‘Good evening Mister Clark, I just call to inform you that Simon Lyngdoh will soon be released from jail. Please come to India at your earliest convenience.’
Mirjam en ik reisden spoorslags af naar India en op de avond van de 1e juli 1996 werd Simon uit de gevangenis ontslagen. Kijk ons staan, aan de poort van de gevangenis, Simon nog vol ongeloof dat hij buiten staat en kan gaan waar hij wil. In één klap is zijn geschiedenis herschreven. In de woorden van Carlo Levi: ‘What men call history, of changes in men and things.’ Helaas was Simons gezondheid in gevangenschap zó achteruit gegaan dat hij twee jaar later stierf. In vrijheid, dat wel. Onze enige, zij het schrale, troost.

In Amerika vieren ze jaarlijks de Fourth of July, onafhankelijkheidsdag. Wij vieren hier thuis vandaag, zoals elk jaar, de First of July, de dag waarop Simon zijn onafhankelijkheid én zijn vrijheid terugkreeg. En natuurlijk was het toeval, maar toch: in het jaar van zijn vrijlating, een paar weken vóór het verlossende telefoontje van onze advocaat dat we de rechtszaak hadden gewonnen, richtten wij onze Stichting Duniya op, waarvan de slogan nog steeds luidt: ‘Dé wereld kunnen we niet veranderen. Iemands wereld wel.’ En zoals het oerhollandse gezegde gaat: die houden we erin. Al was het alleen maar ter nagedachtenis van Simon.

202. The Ones That Got Away

It ain’t over till the fat lady sings. In mijn geval betekent het: als de fiets klaar staat voor de terugvlucht. Fietsdozen zoals in Nederland zijn hier niet te vinden, dus kris kras met de metro door Singapore op zoek naar karton, bubbeltjesfolie en plakband fiets-verpakt-changi-img_10260 en met die hele mikmak naar Changi Airport. Daar dan een halve middag fröbelen om het kreng ingepakt te krijgen. Lijkt gemakkelijk, maar ik geef het je te doen, in je eentje, dan is zo’n fiets opeens héél groot en onhandelbaar.
Maar uiteindelijk is het moment dan daar, alles gereed, de laatste dag aangebroken, nog een laatste bezoek aan de botanische tuin (waar, oh horror, eergisteren een 270 jaar oude en 45 meter hoge boom omviel en een nietsvermoedende vrouw verpletterde) en vooruit, nog één keer door Bookstore Kinokuniya, zó groot en uitgebreid dat na een kwartier euforie omslaat in wanhoop, zoveel boeken, zoveel.

Over de stad Singapore zal ik dit keer niet uitwijden. Dat deed ik negen jaar geleden al, toen ik hier ook op de fiets aankwam, en het stuk herlezend zou het nu geschreven kunnen zijn. Hetzelfde gevoel over de puissant luxe stad, dezelfde verbazing, genoegens en dezelfde observaties. De modellen op de metershoge lichtreclames kijken nog even nors en verveeld, het aanbod aan restaurants en food courts is nog even overweldigend en de spastische mondharmonicaspeler die op de stoep in zijn rolstoel tegenover het sjieke Takashimaya warenhuis muziek maakte kan zijn instrument niet meer vasthouden en verkoopt nu pakjes papieren zakdoeken.

Vanavond pakken, laat vannacht naar Changi Airport en dinsdagochtend op Schiphol. Maar voor ik vertrek wil ik nog wat beeld van de afgelopen weken laten zien. Je fotografeert altijd meer dan er ruimte is in je weblog, en omdat ik nog altijd de illusie heb door mijn verhalen anderen enthousiast te maken óók op reis te gaan (en, zoals het cliché wil, een foto soms meer vertelt dan duizend woorden, wat ik overigens betwijfel), een handvol foto’s van onderweg.

(En zoals altijd: klik op de foto voor groot beeld. Echt, de moeite waard.)

Thailand. Tien uur 's avonds, de kapper nog steeds aan het werk. Zijn klant: een jochie. Nog lang geen bedtijd.

Thailand. Tien uur ’s avonds, de kapper nog steeds aan het werk. Zijn klant: een jochie. Ook voor hem nog lang geen bedtijd.

28 januari 2017, de eerste dag van het Chinese Nieuwjaar. Hier wordt symbolisch geld verbrand voor de gestorven voorouders, zodat overledenen ook in het hiernamaals toch een goed tweede leven zullen leiden.

Op 28 januari 2017, de eerste dag van het Chinese nieuwjaar, wordt symbolisch geld verbrand voor de gestorven voorouders, zodat zij ook in het hiernamaals goed verzorgd zijn.

Malakka's beroemdste zoon is een voormalig bodybuilder, nu, op z'n 80e, vooraanstaand politicus. De vier standbeelden van hem die Malakka sieren zijn voor Maleise toeristen minstens zo populair als de koloniale gebouwen waardoor Malakka sinds 2008 op de Werelderfgoedlijst staat. Er wordt gefluisterd dat de atleet, wiens ego net zo groot is als zijn spierbundels, de beelden uit eigen zak betaald heeft.

Malakka’s beroemdste zoon is een voormalig bodybuilder. De vier standbeelden van hem die de stad sieren zijn voor Maleise toeristen populairder dan de koloniale gebouwen waardoor Malakka sinds 2008 op de Werelderfgoedlijst staat. Er wordt gefluisterd dat de atleet, wiens ego net zo groot is als zijn spierbundels, de beelden uit eigen zak betaald heeft.

Maleisië, op het eiland Langkawi. Brievenbusvrouwtjes, noemen Mirjam en ik de in zwart gehulde moslimas die de wereld door een spleetje zien. Wat zou ze doen, hier aan het strand? Een duik nemen kan niet met al die kleren. Een sms'je dan maar? Niet aan haar man, die dobbert lekker in de golven, in z'n zwembroek.

Maleisië, op het eiland Langkawi. Brievenbusvrouwtjes, noemen Mirjam en ik de in zwart gehulde moslimas die de wereld door een spleetje zien. Wat zou ze doen, hier aan het strand? Een duik nemen kan niet met al die kleren. Een sms’je dan maar? Niet aan haar man, die dobbert lekker in de golven, in z’n zwembroek. Hij wel, ja.

Singapore. Klein rotjoch verkoopt de duiven een schop als ze in de buurt komen. Zusje kijkt bedenkelijk, maar laat het ettertje z'n gang gaan.

Singapore. Klein rotjoch verkoopt de duiven een schop als ze in de buurt komen. Zusje kijkt bedenkelijk, maar laat het ettertje z’n gang gaan.

In Thailand worden de geesten te vriend gehouden met dagelijkse offerandes: bloemenslingers, voedsel en veel zoete frisdrank. Wat zouden ze na een tijdje met die flesjes doen als het er teveel worden? Leeggieten? En riskeren dat de geesten boos worden? Oei, dilemma.

In Thailand worden de geesten te vriend gehouden met dagelijkse offerandes: bloemenslingers, voedsel en veel zoete frisdrank. Wat zouden ze na een tijdje met die flesjes doen als het er teveel worden? Leeggieten? En riskeren dat de geesten boos worden? Oei, dilemma.

Maleisië. Linke soep, een aap voeren. Je weet nooit of hij niet opeens in je benen springt en vastbijt. In dit geval ging het goed, hij verdween met volle mond langs een regenpijp uit zicht.

Maleisië. Linke soep, een aap voeren. Je weet nooit of hij niet opeens in je benen springt en vastbijt. In dit geval ging het goed, hij verdween met volle mond langs een regenpijp uit zicht.

In Bangkok probeert een vrouw passanten te verleiden tot karaoke, maar niemand heeft er zin in. Uit arren moede zingt ze zelf maar een deuntje.

In Bangkok probeert een vrouw passanten te verleiden tot karaoke, maar niemand heeft er zin in. Uit arren moede zingt ze zelf maar een deuntje.

Maleisië. Op het eiland Penang doet de riksjafietser een schietgebedje. Voor klandizie? Zou er een riksjagod zijn? In India is dat Ganesh, beschermheilige van reizigers. Maar hier?

Maleisië. Op het eiland Penang doet de riksjafietser een schietgebedje. Voor klandizie? Zou er een riksjagod zijn? In India is dat Ganesh, beschermheilige van reizigers. Maar hier?

Als er één geluid is dat ik deze reis veelvuldig hoorde, is het kletterende regen. Watersnood in midden-Thailand, en dagelijkse stortbuien in Maleisië, het hield niet op. Toch heeft het iets huiselijks, dat gutsende water en jij en je fiets lekker droog.

Als er één geluid is dat ik deze reis veelvuldig hoorde, is het kletterende regen. Watersnood in midden-Thailand, en dagelijkse stortbuien in Maleisië, het hield niet op. Toch heeft het iets huiselijks, dat gutsende water en jij en je fiets lekker droog.

Thailand. Dit is een van de redenen waarom ik van de tropen hou: de kokospalmen. Slank, hoog, sierlijk. Bij dit dorpje wordt vuil verbrand, de rook accentueert de bomen. Prachtig.

Thailand. Dit is een van de redenen waarom ik van de tropen hou: de kokospalmbomen. Slank, hoog, sierlijk. Bij dit dorpje wordt vuil verbrand, de rook accentueert de bomen. Prachtig.

Maleisië, op het eiland Penang. De oude binnenstad van George Town met z'n 18e eeuwse arcades, slimme bouwstijl, altijd schaduw. Jammer dat alles nu wordt volgeplempt met rommel en handelswaar.

Maleisië, op het eiland Penang. De oude binnenstad van George Town met z’n 18e eeuwse arcades, slimme bouwstijl, altijd schaduw. Jammer dat alles nu wordt volgeplempt met rommel en handelswaar.

Vlak na de tsunami van 2004 werden overal langs de Thaise kust blauw-witte waarschuwingsborden geplaatst wat te doen en waarheen te vluchten bij een volgende tsunami. Na ruim tien jaar zijn de borden verbleekt en zo goed als onleesbaar.

Vlak na de tsunami van 2004 werden overal langs de Thaise kust blauw-witte waarschuwingsborden geplaatst wat te doen en waarheen te vluchten bij een volgende tsunami. Maar statistisch is de kans op nóg zo’n ramp klein, de aandacht verslapt, na ruim tien jaar zijn de borden verbleekt en zo goed als onleesbaar.

Maleisië, Georgetown. Een tijdje naar haar staan kijken, maar geen beweging. Uitgeput van het inventariseren? Proberen orde te scheppen in chaos? Nauwelijks ruimte voor haar krukje, zo vol is de winkel.

Maleisië, Georgetown. Een tijdje naar haar staan kijken, maar geen beweging. Uitgeput van het inventariseren? Proberen orde te scheppen in chaos? Nauwelijks ruimte voor haar krukje, zo vol is de winkel.

Nog een doodvermoeid iemand. Dit was in Bangkok. Leek alsof hij boven z'n bord in slaap was gevallen, maar uiteindelijk werd er toch wat naar binnen gewerkt.

Nog een doodvermoeid iemand. Dit was in Bangkok. Leek alsof hij boven z’n bord in slaap was gevallen, maar uiteindelijk kwam er beweging in en werd er toch wat naar binnen gewerkt.

Intrigerend, dit waarschuwingsbord in Thailand, want het betekent dat het de gewoonste zaak van de wereld was, vuilnis en ander afval op straat te verbranden. En de gemeente dan steeds het gesmolten asfalt oplappen.

Intrigerend, dit waarschuwingsbord in Thailand, want het betekent dat het de gewoonste zaak van de wereld was, vuilnis en ander afval op straat te verbranden. En de gemeente dan steeds het gesmolten asfalt oplappen.

Rubberplantages. Die zag ik vooral in Thailand, in Maleisië is het oliepalmen wat de klok slaat. Mooi, die bomen in slagorde. En doodstil, nooit zag ik iemand, die bakjes worden niet vaak geleegd, het melken gaat langzaam.

Rubberplantages. Die zag ik vooral in Thailand, in Maleisië is het oliepalmen wat de klok slaat. Mooi, die bomen in slagorde. En doodstil, nooit zag ik iemand, die bakjes worden niet vaak geleegd, het melken gaat langzaam.

Dit is nu écht street food. Zomaar ergens langs de weg in Thailand, bij een spoorwegovergang, lijkt een strategische plek. Maar waarom zetten ze die parasol niet strategischer neer? Zodat ze in de schaduw kunnen staan? Nu staat er één krukje. Voor die klant die straks komt. Hopelijk.

Dit is nu écht street food. Zomaar ergens langs de weg in Thailand, bij een spoorwegovergang, lijkt een strategische plek. Maar waarom zetten ze die parasol niet strategischer neer? Zodat ze in de schaduw kunnen staan? Nu staat er één krukje. Voor die klant die straks komt. Hopelijk.

Je zou niets liever willen dan op de brug blijven staan en wachten tot het tij keert, tot het water komt en de boten bevrijdt. Kijk eens hoe hoog die trappen, nu in de modder, straks nét hoog genoeg om droge voeten te houden. Prachtig.

Je zou niets liever willen dan op de brug blijven staan en wachten tot het tij keert, tot het water komt en de boten bevrijdt. Kijk eens hoe hoog die trappen, nu in de modder, straks nét hoog genoeg om droge voeten te houden. Prachtig.

Tot slot. Dit waren de mooiste momenten, het fietsen in de ochtendkoelte langs plantages en kleine dorpen, de weg stil, af en toe een tegenligger die zwaait en een duim opsteekt. De wereld stil en vredig, zoals je 'm graag ziet. Mooi, ja.

Tot slot. Dit waren de mooiste momenten, het fietsen in de ochtendkoelte langs plantages en kleine dorpen, af en toe een tegenligger die zwaait en een duim opsteekt. De wereld stil en vredig, zoals je ‘m graag ziet. Mooi, ja.