200. Belangrijk tussendoortje.

Volop bezig met een nieuw bericht over zuidwaarts ploegen door regen en zonneschijn langs de Maleise westkust, nog ’n paar dagen en ik sta voor de poorten van Malakka, eertijds Neerlands kolonie, handelspost van de VOC, buitgemaakt op de Portugezen.

Maar eerst! Mirjam wil proberen dit jaar haar Local Kitchen Stories initiatief (voorheen Streetfood) naar een hoger plan te tillen, zodat nog véél meer kinderen via o.a. Stichting Duniya dagelijks een gezonde maaltijd kunnen krijgen. Jullie kennen (ja toch?) haar (deels bekroonde) serie kookboeken over India, Vietnam en Kosovo, waar dit jaar deel vier in de serie uitkomt: Zanzibar.

Nu blijkt iemand haar heeft voorgedragen bij het VPRO-programma Tegenlicht, waar de vijf initiatieven met de meeste stemmen straks een podium krijgen en zich aan het publiek mogen presenteren. Daar wil zij graag bij zijn!

En daarom, vrienden, vriendinnen, lezers, sympathisanten, als je haar initiatief een warm hart toedraagt, dan zou ik het waarderen als je haar je stem wilt geven, en daarna dit bericht zoveel mogelijk onder je vrienden en kennissen te verspreiden. Hoe meer stemmen hoe beter want straks misschien een podiumplek in Amsterdam.

Het werkt als volgt. Klik op http://uitdagers.op.vpro.nl/ (geef de pagina even tijd om te laden!), er komen foto’s van deelnemers in beeld. Scroll omlaag tot je Mirjam ziet. Aanklikken, en je stem op haar uitbrengen. Piece of cake. Spelregels zijn glashelder, even inloggen (ten teken dat je geen robot bent) en de klus is geklaard. Je ziet het cijfer verspringen! Op naar de honderd plus.

ps. de etende kinderen hieronder is een beeld van enkele dagen geleden, dat we doorgestuurd kregen door een van onze medewerkers in Nagwa, India: 120 kinderen die dagelijks een warme maaltijd krijgen, dankzij het werk van onze Stichting Duniya, en mede dankzij de bijdrage uit de opbrengst van Mirjams boeken.

Stemmen dus! Dank, dank.

kicheri

199. Regen en Zadelbreuk

Langs Thaise kustwegen zuidwaarts. Overal wordt aan de weg gewerkt, tweebaans wordt vierbaans, bulldozers graven zich grommend door tropisch regenwoud. Waarom eigenlijk, die grote wegen? Omdat de sancties tegen Myanmar zijn opgeheven en handelsbetrekkingen versoepeld, hoor ik in een restaurant, en nu heeft Thailand wegen nodig om al die goederen te vervoeren. Elders hoor ik gesputter over corrupte politici, handjeklap met ondernemers die ze grote opdrachten toespelen, die vierbaanswegen zijn nergens goed voor. Wie het weet mag het zeggen.

Het kustgebied, waar twaalf jaar geleden die verwoestende vloedgolf overheen sloeg, is vrijwel helemaal hersteld. Ik rij door Khao Lak, naar verluidt een van de zwaarst getroffen gebieden in Zuid-Thailand. De kust is hier betrekkelijk vlak, de aanstormende watermassa, tien meter hoog, kon ongehinderd doordenderen. Ruim vierduizend mensen kwamen om, bomen ontworteld, gebouwen verwoest. Veel zie je er niet meer van, nijvere handen hebben alles opgeruimd en herbouwd (goedkope arbeidskrachten uit naburig Birma, wordt er gefluisterd, zodat veel geld in Thaise zakken kon verdwijnen) en als je niet beter weet zou je denken dat alles is zoals het ook vroeger was. Maar wat is het verhaal achter deze merkwaardige bedrijfsnaam? Alles verloren en opnieuw begonnen? De dans ontsprongen maar wel een graantje meepikken van de ellende? Verhalen liggen voor het oprapen.

tsunami-taylor-khao-lak-jan-2017-mg_9669

Een van de toeristische trekpleisters in Khao Lak is Memorial Park 813, vernoemd naar de politieboot die hier terechtkwam. Het gevaarte, 25 meter lang en 45 duizend kilo zwaar, lag honderd meter uit de kust voor anker politieboot-khao-lak-feb-2008 toen de vloedgolf hem optilde en ruim twee kilometer landinwaarts meesleepte.
Toen ik hier de eerste keer kwam, krap drie jaar na de tsunami, lag de boot exact zoals het water hem had achtergelaten. Scheef, slordig, als speelgoed dat door een verwend kind is weggegooid. Juist door de schijnbare achteloosheid waarmee het ding daar lag kon je een beetje bedenken wat de tomeloze kracht van het water geweest moet zijn. Maar zoals altijd moeten de dingen verfraaid, mooier gemaakt, plooien gladgestreken. De boot is netjes recht gezet en op sokkels geplaatst, heeft een verfje gekregen en eromheen is de wereld in beton gegoten. Wég de emotie, de mogelijkheid te fantaseren. Een zielloos object in een aangeharkte wereld.

politieboot-khao-lak-jan-2017-img_9683

Enkele dagen later, voorbij het schiereiland Phuket vanwaar ik met de veerboot oversteek naar het kustplaatsje Ao Nang om verder zuidwaarts te rijden, scheurt de hemel open en stopt het twee dagen en nachten niet meer met regenen. Achter Ao Nang gaat de weg omhoog het binnenland in, en het asfalt is veranderd in een kleine rivier, water spoelt de straten schoon en gorgelt naar zee. regen-thailand-08-01-17 De bergen rond het dorp gaan gehuld in nevel, ’s nachts word ik wakker van het razend gekletter op het zinken dak naast mijn kamer. Hoe nu verder? Dit is geen weer om te fietsen, te nat, en bovenal: te gevaarlijk. Het Thais meteorologisch instituut waarschuwt voor stormachtige rukwinden en hoge golven, er hangt een reusachtig lagedrukgebied boven Zuid-Thailand dat nauwelijks van z’n plaats komt, tergend langzaam kruipt het noordwaarts richting Birma. Ik bestudeer de kaart. De zuidkant van het front ligt ter hoogte van de stad Satun, bijna driehonderd kilometer zuidelijker. Wat te doen? Hier nog dagenlang wachten tot het optrekt? Geen sprake van. krant-staand-img_9765 Ik huur een pick-up, de fiets wordt vastgesnoerd in de laadbak en off we go. En het blijkt de enig juiste beslissing. Onderweg, de ruitenwissers op volle snelheid, zien we de betekenis van noodweer. Rivieren kunnen het water niet aan, wegen stromen over, in de laaggelegen gebieden naast de weg staan huizen tot aan de dakrand onder water, een jongen zwemt met een waterbuffel tussen de palmbomen. Veilig achter de voorruit van de pick-up zie ik hoe het water wervelt achter vrachtwagens, iemand op een motor probeert in een plotselinge rukwind overeind te blijven, de flinterdunne poncho wappert als een losgeslagen zeil. Als fietser was ik hier reddeloos verloren. De volgende dag zie ik foto’s in de krant, de plotselinge weeromslag heeft iedereen verrast, kniediep waden dorpelingen door de straat, een oude vrouw wordt door hulpverleners in zwemvest geëvacueerd. Later blijkt dat 12 mensen om het leven zijn gekomen door de ‘unseasonable downpour’, zoals het Thaise nieuws het noemt.

Het weerbericht had gelijk: het lagedrukgebied eindigt bij Satun, vlakbij de grens met Maleisië. In stromende regen kom ik aan en neem een kamer in het eerste hotel dat ik zie. De volgende ochtend kijk ik uit het raam: de zon schijnt, de wereld dampt. Maar dan gaat iets anders mis. ‘Zelden komen rampen eenzaam als verspieders’ schreef Shakespeare, en misschien is het wat zwaar op de hand om in dit geval over rampen te spreken, toch is het schrikken als ik op m’n fiets stap en het zadel pardoes onder me wegbreekt: de zadelbrug, de metalen beugel waarop een zadel rust, finaal doormidden. Ben je van de regen verlost, krijg je dit. Verder rijden onmogelijk, het zadel hangt scheef alsof je in een stoel gaat zitten en door de zitting zakt. Wat nu? Ik heb altijd beweerd dat je in Azië op elke straathoek een werkplaats kunt vinden, een alleskunner met twee linkerhanden. Welnu, die woont dan ergens anders, maar niet hier. Met de fiets aan de hand straat in straat uit, overal vragen, op het malheur wijzen, maar niemand die iets weet, als ze je vraag al begrijpen.

Maar als altijd is redding nabij, zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar, het dient zich zomaar aan. Een jongedame rijdt met haar scooter pardoes de stoep op en vraagt of ze kan helpen. Dat doen mensen soms, ze zien iets, een vreemdeling op de stoep, en denken: die wil iets, misschien kan ik helpen. Koester die momenten, ze zijn dun gezaaid. En ze blijkt de reddende engel. Vijf minuten later sta ik in een rommelige werkplaats waar de eigenaar (zonder lasbril!) de zaak repareert. Tien minuten later is de klus geklaard. Grote glimlach als hij water over de verse las giet en het metaal sissend afkoelt. IJzersterk heeft na vandaag een nieuwe betekenis.

lassen-fietszadel-1-img_9766

Erg veel ben ik intussen, qua kilometers althans, niet opgeschoten. Hoeft ook niet, het is geen M4M sponsorrit voor Stichting Duniya, kilometers zijn nu niet belangrijk. Ik ben in Maleisië op het eiland Langkawi (zie kaart), paar dagen zon. Overmorgen gaat het verder, dan neem ik de veerboot naar Georgetown op Penang. En daarna verder zuidwaarts: voorlopig richt ik mijn vizier op Malakka en Kuala Lumpur.

198. Een Jaar in Zwart-Wit

De vraag was, toen ik in Bangkok aankwam: hoe zou het openbare leven er uitzien, na de dood van koning Bhumibol? Hij stierf op 13 oktober, en meteen werd een maand rouw afgekondigd, waarin de bevolking zich in het zwart moesten kleden, en als dat niet kon was wit een waardig alternatief. Die eerste, strenge rouwperiode is voorbij, maar de afgezwakte vorm zal tot oktober volgend jaar duren. Ook de televisie, die een maand lang uitsluitend zwart-wit uitzond, mocht weer in kleur, zo begreep ik van een Thaise mijnheer in het vliegtuig. Maar alles moest sober, geen uitbundigheid, geen vrolijke programma’s, en in het openbare leven geen felle kleuren – bij voorkeur het hele jaar. Via sociale media werd opgeroepen tot een boycot van winkels waar verkopers geen zwarte kleren droegen en er zouden al opstootjes geweest zijn, mensen die ál te fleurig over straat gingen. Protest, een hardhandige duw, maar tot echte volkswoede was het niet gekomen.

Hoe zag het er nu uit, twee maanden na het overlijden? Op het vliegveld zag ik niets bijzonders, behalve dat in mijn gevoel foto’s van de koning ontbraken, terwijl ik meende dat die er vroeger wél hingen. Of was het niet gewoon zo dat óveral foto’s van de koning hingen, op straat, in winkels, bij mensen thuis? En ik ze daardoor ook op het vliegveld verwachtte? guirlandes-zwartwit-img_9460 Eenmaal in de taxi op weg naar de binnenstad werd duidelijk hoe rouw in Thailand er uitziet. Foto’s, bijna zonder uitzondering in zwart-wit. Slingers van zwart-witte stof langs poorten, muren en hekken. Foto’s met reusachtige bloemstukken, echte rozen, wit. Later, wandelend door de straten, foto’s in etalages, op straathoeken, bij overheidsgebouwen, scholen. Bij een markt op straat applaudisseerden marktvrouwen toen ik een foto maakte van een reusachtig spandoek dat gevelbreed tegen een gebouw was opgehangen. Good king! riepen ze in koor, en gaven me opgestoken duimen, Thaise likes, alsof de wereld Facebook was.

muurfoto-bhumibol-bangkok-img_9465

Intussen dendert de Thaise wereld gewoon door. Natuurlijk, je kunt niet blíjven treuren. De etiquette verlangt het misschien, en de sociale mores ook, dus je doet mee, maar intussen moet er gewerkt en geld verdiend en brood gebakken, dode koning of niet, en ik kán me niet voorstellen dat die Bhumibol echt zo geliefd was. Iedereen weet toch dat hij met slimmigheidjes 20 miljard dollar vergaard heeft? Dat kan toch niet onbesproken blijven, in een land waar een groot deel van de bevolking in bittere armoede leeft? Maar het is linke soep hier, je verdwijnt achter de tralies als je het koningshuis beledigt. Het is een vorm van totalitarisme, en dan kijk je wel uit je mening te geven. En wat is belediging? Geen Lucky-tv, geloof dat maar. Die zou voor het vuurpeloton komen. Maar zelfs een opmerking in sociale media die ook maar ruíkt naar kritiek op het koningshuis, kan 15 jaar cel opleveren. En de bevolking wordt opgeroepen mensen aan te geven die dit doen. Met succes. Volgens Reuters zijn sinds de dood van Bhumibol het aantal aangiften toegenomen, tegen acht verdachten zijn arrestatiebevelen uitgevaardigd, vier van hen zijn al opgepakt. En het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft Nederlandse toeristen die naar Thailand gaan gewaarschuwd: “Elke misplaatste opmerking kan als beledigend beschouwd worden.”

Ach, het leven gaat door, en je past je aan. Op de taxiboot in Bangkok, die van steiger naar steiger vaart en passagiers oppikt, zag ik deze monniken. Die trekken zich nergens iets van aan, dacht ik. Of toch? Je weet het niet, met die gasten.

monnik-op-boot-bangkok-img_9448

Ik ben dus weer in Azië, met de fiets. Kreeg opeens zin nog één keer Zuid-Thailand en Maleisië te doorkruisen, eindpunt Singapore. Deed het in vroeg 2008 ook, bijna negen jaar geleden, tijd voor een replay. Overwoog aanvankelijk er opnieuw een sponsorrit voor onze Stichting Duniya van te maken, maar misschien te kort op de vorige rit, begin dit jaar? Heb je hém weer, zouden ze denken. Nu dus puur voor mijzelf, en op de valreep naar het nieuwe jaar ben ik, nadat ik de bergrug die oost en west scheidt ben overgestoken, met inmiddels ruim 600 km op de teller in een klein resort aan de westkust neergestreken. De zee is vanaf hier niet te zien, die ligt op een kilometer afstand achter de mangroves, maar ik zag haar al meermaals onderweg aan de oostkust, vanaf kleine kustwegen waar slapende honden niet op of omkijken als in de middaghitte een fietser voorbijkomt en landarbeiders, rustend in schaduw, loom de hand heffen in groet. En ik zal haar nog meermaals zien, straks, op weg naar het zuiden, langs de plaatsen waar in 2004 de tsunami toesloeg. Benieuwd of de vernietiging teniet is gedaan, de resorts herbouwd. Verslag volgt.

De zon die niet onder gaat maar óp komt boven zee, het blijft wonderlijk. En zo zie je eens temeer dat fotografie niet altijd de waarheid onthult. Niet uit onwil, maar omdat het niet kán. Neem onderstaande foto. Gaat ze op of onder? Alleen de maker weet het.

Vanuit Thailand een, letterlijk en figuurlijk, warme groet aan allen. Pas op met vuurwerk, hef het glas op een goed nieuwjaar en omhels je dierbaren. Ja, laten we hopen op een goed 2017. De mensheid verdient het, dat het goed komt met ons allen.

sunrise-eastcoast-thailand-dec-2016-img_9576