208. De Boeken van 2017

Vreemd jaar was het, wat lezen betreft tenminste, het lijstje is dus wat kort. Soms gaat dat zo, dan is er teveel allerlei anders. Maar als altijd zaten er wel degelijk krenten in de pap.

_________________________________________________________________________


Kleiner Mann – was nun? (Hans Fallada, 1932).
Aangrijpende, wonderschoon geschreven vertelling van Hans Fallada (pseudoniem van Rudolf Ditzen, 1893 – 1947) over de kleine ploeteraar Johannes Pinneberg en zijn zwangere geliefde Emma (‘Lämmchen’) in de eerste moeilijke jaren na de wereldwijde crisis van 1929. Fallada beschrijft tot in de kleinste details het klimaat in Duitsland tijdens de Weimar Republiek, dat wordt getekend door de opkomst van het nationaal-socialisme, toenemende werkloosheid, gebrekkige woonomstandigheden en de willekeur van werkgevers. Geen idee hoe de Nederlandse vertaling is, maar ik betwijfel of een andere taal de pracht van Fallada’s Duits, doorspekt met Berlijns dialect, recht kan doen.

_________________________________________________________________________


Indiase nocturne (Antonio Tabucchi, 1984).
Ik kende het boek van Tabucchi niet, wel de verfilming ervan door de Franse regisseur Alain Corneau (Nocturne Indien, 1989), een van de raadselachtigste films die ik ooit zag. Nu ik het boek gelezen heb, zie ik dat Corneau de tekst letterlijk verfilmd heeft. Het vertelt het verhaal van een man die naar India reist op zoek naar zijn verloren vriend Xavier, maar gaande de vertelling begrijp je nooit precies wat werkelijkheid is en wat fictie. Misschien zijn verteller en verloren vriend een en dezelfde? De reis voert van Bombay naar Madras en door de binnenlanden uiteindelijk naar Goa. Mij sprak de bij vlagen dromerige beschrijving van India aan zoals het was in de vroege jaren ’80 toen ik het land voor het eerst bezocht. Raadselachtig, vervreemdend, bij vlagen confronterend. Zoals de ontmoeting met een dokter, een cardioloog, tijdens een nachtelijke rondgang door een intens vervuild ziekenhuis, en de verteller vraagt: ‘Waaraan sterven de mensen hier?’, waarop de cardioloog antwoordt: ‘Aan van alles wat niets met het hart te maken heeft.’

_________________________________________________________________________


The High Mountains of Portugal (Yann Martel, 2016).
In vier woorden? ‘Surrealistisch drieluik met aap.’ Het verhaal begint ten tijde van de eerste automobiel en eindigt min of meer in onze tijd. Hoofdrolspelers zijn een jonge archivaris, een patholoog, een Canadese senator en een chimpansee. De archivaris vindt in het archief van Lissabon een oud dagboek, waarin hij leest over een bijzonder religieus object in een kerkje, diep in de bergen van Portugal. Een uitputtende reis en een fataal ongeluk zijn het gevolg. Later ondernemen zowel de patholoog als de senator (met chimpansee) dezelfde queeste de bergen in op zoek naar het kerkje. Achteraf stel je vast dat niet zozeer de merkwaardige gebeurtenissen ontroeren als wel de drie bijna Don Quichotterige mannen die elk in hun tijd een verleden bevechten in dat bijna mythisch achterland in het noorden van Portugal. Het beste is om je over te geven aan een wonderlijke vertelling die zowel naar de Bijbel als Agatha Christie verwijst en uiteindelijk alles op een slimme manier samenknoopt.

_________________________________________________________________________

207. Nog even de Balkan

Toen we deze zomer voor ons werk naar Albanië en Kosovo gingen, dacht ik: heet de Balkan, na de verwoestende burgeroorlog van 1991 tot 1999, nog steeds Balkan? Ja dus. Wat niet meer bestaat is Joegoslavië. Als je over tien jaar vraagt wie die oorlog begon, of waardoor ze ontstond, weet niemand het meer. Nu nog wel? Welnee. Zelden was een oorlog zo onduidelijk, ik herinner me dat we destijds op de buitenlandredactie bij de VPRO zaten te puzelen hoe het eigenlijk zat daar, met dat breiwerk van landen en religieus-etnische groeperingen binnen de Joegoslavische Federatie, niemand wist het, wat een gedoe. Nu is dat Joegoslavië weer een lappendeken van individuele landen, met Kosovo als vreemde eend in de bijt: in 2008 weekte het zich los van aartsvijand Servië en riep eenzijdig de onafhankelijkheid uit.

Albanië en Kosovo: we gingen er heen voor een opdracht, moesten fotograferen en schrijven, over traditionele bakkers. Bakkers, ja. En bakkerijen, en brood. Brood! Dat oudste aller voedsels, dat ogenschijnlijk simpele mengsel van meel, zout en water, maar zó divers, zo oud, zo oer. Een heerlijke opdracht, veel reizen en mensen ontmoeten en op schitterende locaties fotograferen. Intussen, as we speak, zijn we nét weer terug uit Oeganda, Iran en Dubai. En dan krijg je weer die rariteit van de tijd, die kreupelt achter de actualiteit aan, we zitten hier en over daar heb ik nauwelijks bericht. Jammer, want het is er zó mooi. Zuid-Italië dus, en Albanië en Kosovo. Om over Oeganda en Iran nog maar te zwijgen. Met zevenmijlslaarzen dan maar, en vooral met beeld. Deze bijvoorbeeld, de houtgestookte oven in een bakkerij in het middeleeuwse Matera in Puglia, in de hak van Italië. Een reusachtige, gloeiendhete oven waar in één klap 250 broden van een kilo kunnen worden gebakken.

Dat stadje Matera is een verhaal apart, ik kan het nu alleen even aanstippen, maar wat ís het bijzonder. De stad is vooral bekend vanwege de Sassi, een wijk die goeddeels bestaat uit grotwoningen. Ooit een welvarende middeleeuwse stad met een bloeiende economie, maar raakte allengs in verval. In 1945 werd de stad aan de vergetelheid ontrukt door Carlo Levi met zijn beroemd geworden boek Christ Stopped at Eboli, waarin hij de mensonterende armoede beschreef waarin Matera’s bevolking leefde. Geen sanitaire voorzieningen of stromend water, een op de twee kinderen stierf aan malaria, ondervoeding en vervuiling. Matera kreeg de bijnaam Schande van Italië, en de bevolking werd gedwongen geëvacueerd. In de jaren zestig werd de stad herontdekt en promoveerde niet alleen tot een geliefd decor voor speelfilms (Il Vangelo secondo Matteo (1964) van Pier Paolo Pasolini, Tre fratelli (1981) van Francesco Rosi en The Passion of the Christ (2004) van Mel Gibson), maar ook tot toeristisch trekpleister van de eerste orde: de verfoeide grotwoningen van weleer zijn grotendeels verbouwd tot luxe appartementen, restaurants en hotels.

Kenden we de hak van Italië? Nee. Lang geleden kwam ik langs de andere kant van de laars, langs de westelijke kust via Sicilië naar Afrika. Nu dwaalden we door het binnenland van Basilicata, gloeiendheet, uitgestrekte landerijen, witte runderen in de schaduw van oud geboomte, reusachtige ronde hooibalen en op een richtingaanwijzer de verouderde aankondiging dat de renners van de honderdste editie van de Giro d’Italia hier zullen langskomen. Jawel, nu weten we dat onze Tom Dumoulin die editie ging winnen, maar die 12e mei in de zinderende middaghitte wist hij nog van niets en opeens sta je in de sportgeschiedenis, hier kwam hij langs, de toekomstige winnaar, op deze stille boerenweg waar Mirjam foto’s maakte van een uitbundig bloeiende berm.

Met onze vertrouwde Landrover staken we met de nachtboot van Bari over naar Albanië, waar we na een spannende bergrit in het noordelijk gelegen nationaal park Valbonëdal (Parku Kombëtar Lugina e Valbonës) in een twee huizen tellend gehucht een familie fotografeerden die, na jarenlange bittere armoede als bergboeren, nu een aardig inkomen hebben met kamerverhuur en voedzame maaltijden koken voor toeristen die wandeltochten door de Albanese Alpen maakten. Helaas hadden we veel motorpech, hink-stap-sprong gingen we door berg en dal en zochten tevergeefs ons heil bij lokale garages. Pas in Friesland werd het probleem definitief opgelost. Intussen: een reis van heb ik jou daar. Kijk nou toch, dat landschap.

In Kosovo werden we deze reis, zoals ook eerder, opnieuw geconfronteerd met die afschuwelijke geschiedenis die zoveel onschuldige burgers het leven kostte tijdens de Kosovo oorlog (1998-1999). Gjakovë, van oudsher een stad met naar verhouding weinig Servische inwoners, werd geroemd om haar culturele en religieuze tolerantie. Milošević echter zag de stad als broeinest van Albanees nationalistisch verzet en verordonneerde buitensporig harde maatregelen jegens de burgerbevolking. Op 27 april 1999 werden 372 Kosovaarse mannen en jongens uit een vluchtelingenkonvooi op weg naar Albanië standrechtelijk door Servische politie geëxecuteerd. Hun lichamen werden in het eerstbeste weiland gedumpt, waar ze nu begraven liggen. In stille verbijstering hebben we tussen hun graven gewandeld. Zoveel jong levens, weggevaagd, en voor wat?
De haat jegens de Serviërs zit er diep in, bij de Kosovaarse Albanezen. Plaatsnaamborden, traditioneel in twee talen, Albanees en Servisch, zijn er de stille getuigen van.

Ach wat hebben we rondgezworven door dat heerlijke Kosovo. Vooral het zuidelijke Prisren hebben we in ons hart gesloten. Zo vaak al waren we hier, dwaalden door de oude straten, bezochten oude moskeeën en badhuizen, waren te gast bij nieuwe vrienden, sommigen van hen droegen bij aan Mirjams vorige Streetfood boek over Kosovo en werkten ook nu mee bij het zoeken van geschikte locaties voor ons nieuwe Brood-project. En wandelend door de oude stad, her en der geïmproviseerde marktstalletjes, de late middagzon slaat lange schaduwen en zet te wereld in een goudgele gloed. Mooie, dierbare momenten zijn dat.

Tot slot nog ergens in Kroatië, op de terugweg naar huis, steeds weer deze waarschuwingsborden bij tunnels. Prijelaz za divlje zivotinje. Voor nachtelijke voetgangers, oppassen, er zitten beren en wolven in de tunnel? Een raadsel. Uiteindelijk gaf het woordenboek uitsluitsel: een wildwissel. Daaronder: zeleni most. Dat ken ik maar al te goed, Most, van de stari most, de vierhonderd jaar oude brug in Mostar. Opgeblazen in 1993 tijdens confrontaties tussen het Bosnische regeringsleger en de Bosnisch Kroatische milities. Zeleni, zo leer ik nu, betekent groen. Groene brug. Mooi. En niet bedreigend, hoe militant je ook bent. Deze brug zal lang staan, niemand zal zich eraan storen. Denk ik. Hoop ik.

206. Verwarde Consument

Laatste nieuws uit Amerika: de voedsel- en warenautoriteit FDA heeft een bakker gemaand de verpakking van z’n muesli aan te passen. Waarom? Omdat ze behalve haver en noten ook love in hun product stoppen. Want alles wat uit onze bakkerij komt wordt met liefde bereid, zegt de bakker met een knipoog, aldus de Washington Post. Maar de FDA houdt voet bij stuk. Liefde is geen ingrediënt, en dus mag het niet op de verpakking. Liefde! Hét ingrediënt van het menselijk bestaan, onderwerp van gedichten en zo’n beetje elk rock-and-roll liedje, de emotie waar Romeo en Julia voor stierven, mag niet op een pak muesli. De klant zou eens in de war kunnen raken!

Intussen in Nederland… mocht je het nieuws niet gevolgd hebben: de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, heeft de Vegetarische Slager op de vingers getikt omdat consumenten misleid zouden worden door de naam van de vleesvervangende producten die het bedrijf aanbiedt. Zoals vegetarische Kipstuckjes, Gehacktbal en Gerookte Speckjes. Jazeker! Een bedrijf dat een schitterend, puur plantaardig alternatief biedt voor vleesconsumptie, waarvan we inmiddels dubbel en dwars weten dat het enorme milieuschade oplevert en waarvan we met grote regelmaat de gruwelijkste berichten lezen over structurele dierenmishandeling, zo’n innoverende onderneming krijgt er van langs omdat het verwarring zou zaaien bij de consument.

Verwarring? Kijk eens naar de verpakking. Hoe achterlijk moet je zijn om hierdoor verward te raken? Hoe moeilijk kan het zijn? Dames en heren: als er ‘VEGETARISCH’ op een product staat, zit er géén vlees in.

Een paar jaar geleden was dit ook al een kwestie, kwam zelfs in de Tweede Kamer, een CDA-Kamerlid protesteerde tegen de productnamen van vegetarische schnitzels en hamburgers omdat hij ze misleidend vond. Zijn bezwaren hadden geen effect, maar begin dit jaar dook het onderwerp weer op toen de Duitse minister van Landbouw pleitte voor een verbod op vleesnamen voor vegetarische producten. Meteen werd het ook in Den Haag weer een thema. “Als je iets koopt, moet duidelijk zijn wat het is”, zei Tweede Kamerlid Erik Ziengs (VVD). “Het etiket moet weergeven wat er in een product zit.” De NVWA echter zag toen nog geen reden om in te grijpen. “Dat doen we alleen als er sprake kan zijn van verwarring. Die is er wat ons betreft niet”. Waarom ze nu opeens wél overstag zijn gegaan is een raadsel. De vleeslobby zou er achter zitten, horen we her en der, maar de NVWA spreekt dat tegen. “Het is een reactie op een tip van een consument”, aldus woordvoerder Benno Bruggink. “Wat op de verpakking staat is misleidend en verwarrend, en dat is tegen de wet.”

Oh, werkelijk? Dus er móet op de verpakking staan wat er in zit? Nou, kom maar op. We hadden hier in huize Letsch en De Clercq (en ongetwijfeld in ontelbare huishoudens elders in het land, waar hele families zich op de knieën hebben geslagen van plezier om zoveel grenzeloze stupiditeit van de NVWA) binnen een kwartier een waslijst met producten waarvan de beschrijving NIET overeenkomt met de inhoud en die dús tegen de wet zijn. Pindakaas zonder kaas. Grasboter zonder gras. Zeeuwse bolussen zonder dat er ’n drol in zit. Oude wijvenkoek (huh? waar is Tante Bep gebleven?), pepernoten zonder peper en ook geen noten, vleestomaat zonder vlees, ga maar door. Het bárst er van. Autodrop, bokkenpootjes, slavinken, koetjesreep, kikkererwt, smurfenijs, tijgerbrood, babypoeder, katjesdrop, Arnhemse meisjes, kano’s, koninginnensoep, eekhoorntjesbrood …

Bij wijze van illustratie onderstaand een paar verpakkingen. Zou de NVWA voldoende humor hebben? Ik betwijfel het. En waarom ze opeens de Vegetarische slager aanpakken is intussen een raadsel. Andere producenten van vleesalternatieven, zoals Vivera, Tivall, Valess en SoyGood, lieten ze met rust. Ondernemen ze deze actie om hun geschonden blazoen een beetje op te poetsen? Immers, de Fipronil affaire ligt ons allen vers in het geheugen. De NVWA legde waarschuwingen uit België dat dit giftige product in de kippenhouderij werd gebruikt naast zich neer, en toen ze eindelijk iets deden was het te laat. Bedrijven over de kop, twee en een half miljoen kippen ‘geruimd’, zoals het eufemistisch heet, het leed was niet te overzien. En nu dus even de ‘verwarde consument’ beschermen? Onsterfelijk belachelijk hebben ze zich gemaakt. En het publiek, wij dus, moeten niet nalaten ze dat eens stevig onder de neus te wrijven. Ik roep iedereen op meldingen te doen van producten met misleidende namen: katjesdrop zonder katjes, pindakaas zonder kaas, kruidenthee zonder thee, spekjes van suiker. Of onderstaande voorbeelden. Dat kan via deze link: https://formdesk.minlnv.nl/kcdv/A_Melden_LevensmiddelenV1_Inspect. Vrienden! Burgers! Medelanders! Verzet u tegen de knoet van de NVWA!