216. Guilt by Association

Afgelopen zondag werd alom in Europa (behalve in Nederland) het einde van de Eerste Wereldoorlog herdacht, ook bekend als de Grote Oorlog. Waarmee gesuggereerd wordt dat alle andere oorlogen die nog zouden volgen kleiner zouden zijn. Wanneer precies is een oorlog groot? Wat is bepalend? Waarschijnlijk het aantal doden. Tien miljoen in de eerste wereldoorlog, en twintig tot dertig miljoen die gewond raakten. Twintig jaar later zou de tweede wereldoorlog losbarsten, daar vielen ruim 50 miljoen doden, het merendeel burgers. Maar ook circuleren er getallen van meer dan 70 miljoen. Over ‘groot’ gesproken.

Maar goed, het ging nu om de Grande Guerre die op 11 november 1918 ’s ochtends om 11:00 uur eindigde. Ironisch genoeg werd de officiële capitulatie ’s ochtends om een uur of vijf getekend, maar die symboliek vonden ze kennelijk mooi, de elfde van de elfde om elf uur, met het gevolg dat in die paar uur zomaar nog even bijna drieduizend soldaten stierven omdat niemand ze verteld had dat het was afgelopen, of omdat ze over de barricades werden gejaagd door een fanatieke sergeant die dacht hiermee op de valreep nog een medaille te verdienen. Een onbegrijpelijke, absurde slachting was het, die eerste grote wereldoorlog, waar militairen elkaar vanuit de loopgraven over en weer bestookten zonder ook maar één vierkante meter terreinwinst te boeken. Het menselijk lijden kreeg een industriële dimensie, tientallen miljoenen soldaten werden voor de eer en glorie van hun respectievelijke vaderland naar het slagveld gestuurd en blootgesteld aan onbegrijpelijk leed. Eindeloze beschietingen en bombardementen, soldaten als ratten in de val in de loopgraven, bestookt met vlammenwerpers en gifgas. Jarenlang enkeldiep in de Vlaamse modder met af en toe een brief van thuis of als ze pech hadden meteen de eerste dag een kogel. Als ze gek werden van angst en verstijfden door shell shock werden ze gedwongen teruggestuurd naar het front. Bij weigering werden ze wegens desertie en lafheid zonder pardon door hun eigen officieren geëxecuteerd.

En zo zaten ze 100 jaar later op de 11e november bijeen in Parijs bij de Arc de Triomphe, de wereldleiders van nu, en herdachten de verschrikking van toen. Maar wat dachten ze, de haviken die het lot van onze wereld in handen hebben? Wat ging er in hun hoofden om, tijdens de parades en toespraken en het voorlezen van hartverscheurende brieven die soldaten vanuit de loopgraven naar huis stuurden? En wat dachten ze bij de vlammende toespraak van Macron? We zagen ze zitten, de autocratische haatzaaiers en potentiële oorlogsvoerders van vandaag: Trump, Netanyahu, Poetin, Erdogan. Naar verluidt was Viktor Orbán er ook. Fraai gezelschap. “Het is onze plicht om na te denken over de toekomst en na te denken over wat essentieel is”, zei Macron, “oude demonen komen weer tevoorschijn, klaar om chaos en dood te zaaien”. Maakten de woorden van Macro enige indruk? Je zit machteloos thuis en huivert.

Je moet de Eerste Wereldoorlog begrijpen om de 20e eeuw te kunnen duiden, wordt wel gezegd. Maar hoe dan? Boeken lezen, documentaires zien, je kunt alles tot je nemen maar begrijp je het dan? Geopolitieke conflicten, virulent nationalisme, raaskallende volksmenners die Eigen Land en Volk Eerst prediken, alles zou zijn ontstaan uit het conflict dat begon met de moord op aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk in Sarajevo op 28 juni 1914. We hebben er gestaan, op die plek in Sarajevo, we hebben de stenen van het portiek aangeraakt waar de Servische nationalist Gavrillo Princip zich verstopte tot de auto de hoek om kwam en hij kon schieten. Noodlottige kogels die het verloop van de wereldgeschiedenis veranderden. Maar als je ‘op de plek’ staat, begrijp je het dan beter? Nee. Waanzin is niet te begrijpen.

SARAJEVO | Het toneel van een moord die zou leiden tot de Eerste Wereldoorlog. Op 28 juni 1914 vermoordde de Servische nationalist Gavrillo Princip Franz Ferdinand, aartshertog van Oostenrijk, en zijn vrouw Sophie. De moord vond plaats aan de overkant, op de hoek waar nu een museum is. De autocolonne met de aartshertog en zijn vrouw kwam van het stadhuis, het gele gebouw rechts. Toen ze de hoek bereikten vertraagde de auto, Gavrilo Princip vuurde twee kogels af en de rest, zoals ze zeggen, is geschiedenis.

Als je die eerste oorlog als Grote bestempelt, wat zijn die andere oorlogen dan? Want het gaat maar door, ik ben van kort na de tweede, maar gedurende mijn leven zijn er heel wat oorlogen voorbijgekomen. Kleiner dan die grote, maar toch, gewapende strijd. De politionele acties in Indonesië, de Chinese invasie in Tibet, oorlogen in Korea en Vietnam, in Algerije en Eritrea, India en Pakistan die elkaar te lijf gingen, de Jom Kippoer oorlog, Irak en Iran, de Joegoslavische oorlog, de Nepalese burgeroorlog, Hamas en Israël. En dan zijn er nog dertig, veertig die ik ongenoemd laat. Sommige oorlogen hebben we geeneens weet van. Andere daarentegen blijven op je netvlies. Zoals de Bosnische burgeroorlog met naar schatting 110.000 doden en 2,2 miljoen vluchtelingen, en de genocide van Srebrenica, een van de zwartste bladzijden van de recente Europese én Nederlandse geschiedenis.

Onlangs, in Sarajevo, werden we tamelijk onverwacht nadrukkelijk op ‘ons’ Nederlandse verleden gedrukt. Dwalend door de stad die tijdens het beleg (1992-1995) ontelbare mortiergranaten moest verduren, waarvan de sporen hier en daar nog zichtbaar zijn: met rode verf gemarkeerde littekens in het wegdek, door de bevolking liefkozend Sarajevo Rose gedoopt, omdat de fragmenten van de uiteenspattende mortiergranaten een op bloemen lijkend patroon in het wegdek kerven. Langzaam verdwijnen ze echter uit het straatbeeld, als ergens nieuw asfalt wordt gelegd worden ze zonder mededogen dichtgesmeerd.

Op zoek naar de laatste exemplaren van de uitstervende Roos van Sarajevo komen we langs een gebouw met het opschrift Galerija 110795 en een poster met in grote witte kapitalen op zwarte ondergrond SREBRENICA. Onderschrift: Gallery 11/07/95 is the first memorial gallery in Bosnia and Herzegovina – an exhibition space aiming to preserve the memory of the Srebrenica tragedy and the 8372 persons who perished in the massacres.

Naar binnen, twee steile trappen op. Achter een balie een paar jonge medewerkers. We betalen entree, krijgen een headset, en betreden de expositieruimtes. Schok. Ademloos. Wanden bedekt met foto’s van omgebrachte moslims, metersbrede foto’s van opgegraven lichamen, achteloos uit de grond stekend bewijsmateriaal tussen woekerende braamstruiken, video’s van die gruwelijke 11e juli 1995 toen Ratko Mladić de enclave Srebrenica innam en op camera de omineuze zin uitsprak “We geven deze stad aan het Servische volk als een geschenk … Eindelijk is het tijd om wraak te nemen op de Turken in deze regio”, doelend op de Bosnische moslims die een veilig heenkomen hadden gezocht in de door Dutchbat beschermde enclave.

Foto’s en documentaire video’s bekijken is niet hetzelfde als ‘op de plek’ staan. We zijn in Sarajevo, niet in Srebrenica. Maar voor de zoveelste keer zijn we getuige van de gruwel, we zagen de beelden al zo vaak en nu opnieuw, hoe de mannen en vrouwen gescheiden worden, naar de bussen worden gecommandeerd en we weten hoe het zal aflopen, de geschiedenis kan niet ongedaan gemaakt worden, en in die drukte zien we Nederlandse blauwhelmen. Wat zijn ze jong! Pubers zijn het, onnozele halzen, jochies van negentien, twintig, die hun dienstplicht uitzitten en geen idee hebben van de wereld en zich macho voelen en brutaal en als ze een biertje teveel op hebben scabreuze teksten op de muur schrijven, maar nu hebben ze geen flauw idee wat ze moeten doen. In de steek gelaten door het opperbevel en de NAVO, en nu lopen ze in die snikhete julimiddag als kip zonder kop in de drukte tussen al die mannen die in bussen worden geladen en nog voor het vallen van de avond dood zullen zijn en de Dutchbatters weten het niet en als ze het wel zouden weten kunnen ze er niets aan veranderen. En je krijgt plaatsvervangend een beetje medelijden met ze.

Als we onze headsets inleveren vraagt een jongeman achter de balie waar we vandaan komen, voor de statistieken. Uit Holland, zeggen we. Hij kijkt op, ik verbeeld me dat hij misprijzend naar ons kijkt, en tot mijn eigen verbazing haast ik me eraan toe te voegen “maar we hebben ze, Mladić en Karadžić, we hebben ze en ze zitten bij ons in Den Haag achter de tralies!”, alsof we het daarmee goed kunnen maken, alsof we ons daarmee van de ‘schuld van Dutchbat’ kunnen ontdoen. Guilt by association, noemen ze dat. Medeschuldig aan een oorlogsmisdaad domweg omdat we Nederlander zijn. En dat is, hoe onzinnig de beschuldiging ook, zwaar te verdragen. Juist omdat we het ook zo voelen. Guilt by assocation, but guilty nonetheless.

Een gedachte over “216. Guilt by Association

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s