214. Geslagen Brood

Het is nauwelijks nog bij te benen. Net nog in Moldavië, waar we een prachtige reportage maakten over een bevlogen jonge bakster (vrouw, jawel, Natalia Minunatka uit Chișinău, die ons meenam naar de landbouwer die haar biologisch graan levert..), nu weer in Roemenië na hink-stap-sprong over een lappendeken van aftandse wegen waar het asfalt honderdmaal gerepareerd is en nog steeds rammelen de schokbrekers in diepe gaten. De navigatie werkt niet in Oost-Europa, we manoeuvreren ouderwets op landkaart en, voorzover ze er zijn, wegwijzers. Maar dan een slagboom en barak: grensovergang. Mannen in uniform. Vragend gebaar, waarheen? Romania, zeggen we. Ze schudden het hoofd, en wijzend naar de gebouwtjes verderop: Ukraïne. Oei, verdwaald. Omdraaien en terug naar de splitsing waar we vandaan komen. Nogmaals de kaart. Dan zien we het. De ene vertakking gaat naar Oekraïne, de ander naar Transnistrië, het dwergstaatje ingeklemd tussen Moldavië en Oekraïne, kleiner dan Brabant en door niemand erkend.

Twee dagen later, door de zuidelijke uitlopers van de Karpaten naar de beeldschone middeleeuwse stad Sighișoara in Transsylvanië, geboorteplaats van Vlad Dracul, die eeuwen later model zou staan voor Bram Stokers Dracula. En dan, door schitterend heuvellandschap, naar Cloașterf, een dorpje van honderd plus zielen waar we een afspraak hebben met Dana Medrea die voor ons pâine bâtuīa zal bakken, geslagen brood. Hoe je aan zo’n contact komt? Zo’n adres in the middle of nowhere? Dat heet ‘productie’. Eindeloze research, zoeken, bellen en e-mailen en dan vind je uiteindelijk via-via iets unieks. In dit geval dus Dana Medrea. 48 jaar, tweemaal per week staat ze om drie uur ’s nachts op om deeg te kneden en brood te maken voor een deel van haar mede-dorpelingen. Ze werkt part-time in een staatswinkeltje waar basisbehoeften te koop zijn, eieren en schuursponsjes, suiker en tabak. Haar man heeft Parkinson, hij schuifelt wat rond in de rommelige keuken en stookt sterke drank achter in de schuur bij de kippen en eenden. Alles komt op Dana neer, maar gelukkig is daar de zachtmoedige Vasile, een licht geestelijk gehandicapte zwerver die ze jaren geleden in huis namen, heeft kind noch kraai, een gruweljeugd van tehuizen en communistische heropvoedingskampen, nu heeft hij dagelijks zijn eten en een warm bed en in ruil klust hij rond het huis, verzorgt de dieren, hakt hout en plukt druiven.

Een bericht in foto’s. Hieronder het huis van Dana en en haar man. Links de schuren met vee, rechts de woning en in het midden, met rokende schoorsteen, het bakhuis.

Dana is vrolijk. Misschien tegen de klippen op, maar in ruim de halve dag die we bij haar te gast zijn blijft ze opgewekt, terwijl ze sjouwt en regelt, kneedt en bakt. Toegegeven, het buitenlandse bezoek met camera’s is een gebeurtenis van jewelste, daar wordt ze vanzelf vrolijk van. Aan het keukenkastje een foto van een monnik, al jaren dood maar nog steeds voor haar een bron van troost en kracht. Eenmaal per drie weken komt er een priester naar de orthodoxe kerk, dan zit ze en luistert en kan weer voort, drie weken lang.

Vasile plukt druiven. Hij balanceert op een trapje en geconcentreerd plukt hij tros na tros, die hij later in de pers tot sap zal kneuzen voor de wijn. Alles wordt hier zelf gedaan, want zeg nou zelf, is toch logisch? zeggen ze met een lach, alles wat je zelf maakt hoef je niet te kopen.

Dana zegt tegen Vasil dat hij hout moet hakken, het deeg is gerezen, de oven moet opgestookt. Gehoorzaam stapt hij van zijn krukje, laat de druiven de druiven, pakt bijl en hout en gaat aan de slag. Eenden snateren, in de schuur knort het varken.

Het hout gaat naar het bakhuisje. Rechts de klapdeur naar de waterput. Waterleiding hebben ze ook, maar het is goedkoper water uit de bron te halen. Alles wat je zelf maakt, precies, ja, zo werkt het hier.

Dana stookt het vuur op in de oven, rook vult de ruimte, kringelt langs het plafond. Een buurvrouw kijkt toe, brood dat ze zojuist gekocht heeft onder de armen geklemd.

Na drie kwartier is alles opgebrand, wat overblijft is een dikke laag gloeiende sintels die uit de oven worden geschraapt. Dan gaat het brood er in, deurtje dicht. Twee uur wachten.

Of we de kelder willen zien? Dana’s echtgenoot Eugen gaat ons voor, stapje voor stapje de trap af, lopen gaat moeilijk, hij moet zich af en toe vasthouden. Calon, in wiens guesthous we logeren, gaat voor om te vertalen. Pot na pot krijgt uitleg. Zure kersen, varkensvlees in vet, tomaten en augurken op zuur, sommige potten al drie jaar oud en nog steeds in puike staat. Straks komt de winter, met zo’n voorraad kom je die wel door.

En dan is het klaar, het ‘geslagen brood’, en zien we waar die wonderlijke term vandaan komt. Zwart geblakerd komt het uit de oven, wordt uit de vorm geschud en met een stuk hout wordt de zwarte korst er afgebikt. Waarom deze manier van bakken? Ze zegt iets van lekkerder en dat het langer vers blijft omdat de buitenkant die onder de zwarte korst vandaan komt minder droog is, precies duidelijk wordt het niet maar hoe dan ook, het is een unieke traditie, nergens anders wordt dit gedaan behalve hier, in Transsylvanië.

Tot slot nog even samen op de foto. Dana is alweer bezig met haar volgende product, breekbrood, dat verkoopt ze straks in de winkel waar ze werkt. Lachen? Natuurlijk. Altijd blijven lachen, hoe zwaar het leven ook is. Dana, in haar shirt met de naam van een stad waar ze haar leven lang nooit zal komen. Dappere Dana.

2 gedachten over “214. Geslagen Brood

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s