210. Aanwijssoep

Om te beginnen: die nieuwe koning. Je merkt het meteen als je voet op Thaise bodem zet. Waar vroeger echt óveral afbeeldingen van koning Bhumibol hingen, hangt nu niets, of een statieportret van de nieuwe koning: een nors kijkende zestiger met flaporen. Had de vorige koning trouwens ook, op hun uiterlijk moet je de Thaise royalty niet beoordelen. Volgt meteen de hamvraag: waarop dan wel? Bhumibol werd door de Thai aanbeden als een halfgod, was monogaam, en leidde het land door menige regeringscrisis en militaire coup. Dat hij gedurende zijn 60-plus jaren durende koningsschap een vermogen vergaarde van naar schatting 30 miljard euro doet niet ter zake. Bhumibol’s populariteit was onaantastbaar.

Maar de nieuwe koning? Voor hem is het alle dagen feest, want hij heeft zich, zoals het echte royalty betaamt, nooit zorgen hoeven maken over de centen. Als een ware Dagobert Duck wentelt hij zich in puissante rijkdom en weet van gekkigheid niet wat te doen. Is drie keer gescheiden, heeft een trits al dan niet buitenechtelijke kinderen en woont momenteel samen met een 30 jaar jongere Thaise stewardess, bij voorkeur in zijn suite in het Kempinski Hotel in München, eigendom van het vastgoedbedrijf van de koninklijke familie. Binnenkort zal hij verhuizen, want onlangs kocht hij voor twaalf miljoen euro een villa aan de Starnberger See, bij München. Heeft twee privé vliegtuigen, merk Boeing 737, en had een poedel met de titel veldmaarschalk die tijdens een staatsdiner aan tafel zat, gekleed in gala-uniform. En hoe de Thaise regering ook geprobeerd heeft de beelden uit de pers te houden, Duitse fotografen legden vast hoe de, toen nog, kroonprins in 2016 op het vliegveld van München arriveerde, poedel op de arm, half naakt, volgeplakt met imitatie-tatoeages. Kijk mij eens schijt hebben aan alles, moet hij gedacht hebben. Fijn, zo’n nieuwe koning. Nee, het zal een tijdje duren tot deze rare snuiter door het volk op handen wordt gedragen, zoals ooit zijn vader.

Voor wie het niet weet: ik ben er weer even tussenuit geknepen, even weg uit de Nederlandse winterprut, paar weken fietsen in centraal Thailand. Eerst dagenlang langs de Mekong, met aan de overkant Laos, dan zuidwaarts, langs historische plaatsen als Sukhothai en Ayutthaya en dan Bangkok. Maar eerst, het is warempel bijna traditie aan het worden, de fiets repareren. Dit keer geen beschadiging door het transport, zoals eerder, waarbij de derailleur krom was, of een kapotte stermoer (een soort klemmetje in je vorkbuis om je balhoofdlagers vast te zetten, onmisbaar!), maar een ordinaire klapband. Althans: bijna. De achterband, een onverslijtbare Schwalbe Marathon XR waarvan gezegd wordt dat ze 15.000 km meekunnen, heeft na zo’n 7.500 de geest gegeven. Had na aankomst de fiets gemonteerd en voelde tijdens een proefritje een rare, ritmische bobbel. Afstappen, band controleren, en ja hoor, opengescheurd, de binnenband puilde naar buiten als een hernia. En de volgende ochtend zou ik op pad, mijn eerste dagetappe rijden. Wat als dit dan was gebeurd? Geen fietsenmaker te bekennen in de dorpjes, en als die er al was, had hij geen 26-inch buitenband gehad. Maar de fietsenmaker in Udon Thani heeft die afwijkende wielmaat wel. Geen Schwalbe, maar wel een Chinees merk. Goed voor hoeveel kilometer? Hij lacht, haalt zijn schouders op, weet hij veel. Maar Bangkok haal je er echt wel mee. Beloofd? Beloofd.

Dingen die je meemaakt. Vooral in het grensgebied met Laos, waar je je steeds bewust bent van de grens, ook al zie je de Mekong vaak niet, verscholen achter begroeiing of soms achter heuvels, de weg volgt niet precies haar stroomgebied. Haar, ja. Is een rivier vrouwelijk of mannelijk? In dit geval is het duidelijk, kijk maar naar haar naam, haar échte naam, Mae Nam Khong, Moeder van het Water. Soms breed, een eindeloze watermassa die gestaag voorbij schuift, soms vertakt en smal genoeg om over te steken, zoals hier, in de vroege ochtend, (als je op de foto klikt zie je het groot op scherm, dat geldt trouwens voor alle foto’s), kijk daar, een Laotiaan heeft boodschappen gedaan in Thailand en zoekt nu voorzichtig zijn weg terug, stap voor stap gaat hij over glibberige stenen en het water trekt aan zijn benen, probeer dan maar eens overeind te blijven. En als hij uitglijdt, wat dan? Zijn eerste reflex? Hand uitsteken om de val te breken. Maar dan is hij meteen zijn kostbare vracht kwijt. Hoe maak je zo snel een beslissing als je je voet voelt wegglijden? Maar het gaat goed, hij bereikt de andere oever, ik zie hem de wal opklauteren, terug naar huis.

De wegen in Thailand zijn goed. Behoorlijk goed. Maar niet altijd, en dan wordt er aan gewerkt. Of niet, dan is het een puinhoop en is het met de fiets moeizaam sleuren door rul zand of, heel soms, gaat het langs een weggeslagen rivieroever, zoals hier, een paar dagen geleden, maar dat is allang niet meer de Mekong, dit is een andere rivier, ze heet Yom en zo te zien heeft ze tijdens de laatste regentijd behoorlijk huisgehouden, hoog moet ze geweest zijn en woest, de hele oever weggevreten en afgekalfd. Of is het van een paar jaar geleden? Hebben ze toen die stokjes in de grond gestoken, een hekje neergezet en dat was het dan, zo kan het voorlopig blijven. Deden de Belgen vroeger ook, was ergens weer het asfalt opengescheurd, zetten ze een bordje neer, pas op, slecht wegdek. Kwam je vier jaar later langs dezelfde plek, nog steeds dat bordje. Stuk goedkoper dan de weg opknappen.

Maar soms wordt er wel degelijk aan de weg gewerkt. Hoewel, nergens wegarbeiders of machines te zien maar wel tien kilometer achterelkaar stof en steenslag en dan een tegenligger, zo’n monster dat voortdendert, vanuit zijn cabine kijkt hij neer op de eenzame fietser, maar wat moet hij, stoppen? Sorry jongen, al dat stof. Welnee, doorkarren. En je houdt je adem in en als de vrachtwagen lang en breed uit zicht is daalt het stof langzaam en je hoopt dat er voorlopig geen volgende komt.

Ik ben nu in Sukhothai, waar in het Historical Park de ruïnes van de eerste hoofdstad van Siam te zien zijn. De stad beleefde haar hoogtepunt van midden 13e tot eind 14e eeuw, daarna verschoof de macht naar de zuidelijker gelegen stad Ayutthaya (waar ik naar op weg ben). De restanten van Sukhothai staan op de werelderfgoedlijst. Schitterend, werkelijk. Ik dwaalde gisteren aan het eind van de middag bij mooi strijklicht tussen de ruïnes, het was adembenemend. Vanochtend ging ik terug om de plek bij ochtendlicht te zien. Veel schoolklassen waren op bezoek, hordes kinderen renden rond, meer oog voor tikkertje dan oude stenen. Hoewel, deze twee meisjes vonden tijd om even een adempauze in te lassen en een diepe buiging te maken voor een van de prachtige boeddha’s.

Ik had dit bericht beter Flarden kunnen noemen, maar het heet Aanwijssoep, zou dus over soep gaan. Aanwijssoep. Wat dat is? Je komt langs een eetstalletje, stapt af, neemt een kijkje in de keuken, wat zit er onder de deksels, en met de eigenaar kom je er wel uit, ook als je de taal niet spreekt. Varkensvlees? Nee dank je. Kip? Nee dank je. Dan aanwijzen wat je wél wilt en drie minuten later staat er een dampende mok soep op tafel. Stevige bouillon met noedels, handenvol groenten en kruiden en hompen van wortelgewassen die ik niet ken maar heerlijk smaken. Soms lukt het niet echt, dat aanwijzen, en je ziet hem denken, wat wíl die kerel nou, en hij maar naar het vlees wijzen, pork, dat woord kent hij dan weer wel. Nee dank. Geef maar wat van dat groene spul, dat daar, gekookt eitje erin, die, ja, en klaar is de aanwijssoep. In de rubriek Eetzicht staan veel voorbeelden van maaltijden die zo tot stand zijn gekomen. Soep, vooral, ja. Omdat dat het makkelijkste is.

Hoewel, andere aanwijsmogelijkheden zijn er ook, en het hoeft niet per se soep te zijn. Ik doe het vaak, op straat, aanwijzen. Veel keus is er sowieso niet. Beetje dit, beetje dat, nee, geen vlees, doe maar wat extra groenten bij de rijst. En wokken maar. Zoals hier in een achterafstraatje in Nong Khai waar een familie een streetfood karretje runt. ’n Paar tafeltjes op de stoep, je eten wordt klaargemaakt waar je bij staat en voor 50 baht (iets meer dan een euro) heb je een bord vol. Maar het mooiste: nooit zag ik iemand zó woest wokken als deze oude dame. Een belevenis! En voor wie nog nooit in Thailand was en geen idee heeft hoe het eten op straat in z’n werk gaat, nou, zo dus.

(Klik op het filmpje hieronder.)

 

 

Een gedachte over “210. Aanwijssoep

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s