203. Duisterlingen

Nee, de kop boven dit stuk heeft niets te maken met de inhoud. Was wel de bedoeling, ik kwam het tegen in een artikel van Frits Abrahams in NRC, het ging over Trump en diens entourage, maar dat is inmiddels alweer enige tijd geleden en mijn belangstelling voor wat zich onder leiding van de brallerige egomaniak afspeelt is tanende. Uit machteloosheid. Wat kán je eraan doen? Niets dus. Maar ik vond die kop mooi, dus die blijft staan.

We waren recentelijk op pad voor een speciale opdracht, moesten fotograferen in Albanië en Kosovo en in het prachtige Puglia, Zuid-Italië, met z’n heerlijke wijnen van een druivenras dat ik niet kende, de Primitivo, en we zagen het wonderbaarlijke Matera, de deels in rotsen uitgehakte middeleeuwse stad. Maar dat alles straks, later. Want eerst Helmut Kohl, de recentelijk overleden Duitse ex-bondskanselier. Terwijl ik dit schrijf, het is zaterdagmiddag, de televisie staat aan, zie ik hoe zijn kist wordt weggedragen uit de vergaderzaal van het Europese parlement in Straatsburg waar hij, als eerste in de geschiedenis, een Europese rouwplechtigheid heeft gekregen. Hoog bezoek, uit alle delen van de wereld zijn huidige en voormalige staatshoofden en regeringsleiders ingevlogen. Jean Claude Junker, de kersverse Franse president Macron, Angela Merkel, de voormalige Spaanse premier González, Bill Clinton, en warempel, toch twee duisterlingen: Silvio Berlusconi en de Russische premier Dimitri Medvedev.

En daar gaat hij, in zijn kist, de dode ex-bondskanselier, onder de tonen van het indrukwekkende allegretto van Beethovens zevende. Waarom krijgt hij een staatsbegrafenis, vragen veel Duitsers zich af. Willy Brandt, die regeerde van 1969 tot 1974, was veel belangrijker, maar kreeg geen Europese ereceremonie. Brandt zette de nieuwe Ostpolitik in gang, wat er uiteindelijk toe geleid heeft dat de mensen in het oosten de straat opgingen. En het waren de DDR-burgers die de val van de Muur hebben bewerkstelligd, niet Helmut Kohl, die toen aan het West-Duitse roer stond. Maar Kohl zag zijn kans en pakte die met beide handen aan en gaat nu de geschiedenis in als de grondlegger van de Duitse eenheid. Zoals hij later zei: de mantel van de geschiedenis had hem aangeraakt en hij had een tip ervan gegrepen.

Dat roept de vraag op: hoe worden we herinnerd? Als tijd verstrijkt en herinneringen vervagen, wat blijft over? Carlo Levi begint zijn boek Christ Stopped at Eboli, zijn verslag uit 1947 over de armoede in het Zuid-Italiaanse Matera waar ik het net over had, met deze indrukwekkende zin: “Many years have gone by, years of war and of what men call history, of changes in men and things.” Ja, dat is wat geschiedenis in essentie is: changes in men and things. En als geschiedenis ons verandert, hoe zullen we dan herinnerd worden? Eerdergenoemde Beethoven wordt ondermeer herinnerd om zijn doofheid, zijn extreme stemmingswisselingen én dat prachtige 2e deel van zijn 7e symfonie, het allegretto, dat bij de premiere op 8 december 1813 op verzoek van het uitzinnige publiek direct herhaald moest worden, iets dat nog nooit eerder vertoond was. Helmut Kohl, dat zagen we, die komt niet zonder butsen uit zijn geschiedenis tevoorschijn. Maar belangrijker nog dan hoe wij door anderen herinnerd worden, is hoe wij nu, of straks, ons eigen leven herinneren. Welke gebeurtenissen en welke personen stand out, zoals de Engelsen het zo fraai zeggen.

Voor mij is dat onder andere Simon Lyngdoh, kok in een restaurantje in de Noord-Indiase stad Varanasi, op beschuldiging van moord in 1989 tot levenslang veroordeeld en, zo hoorde ik jaren later bij toeval, in de gevangenis gestorven. Ik kende hem, was meermaals bij hem in zijn restaurantje geweest, en toen ik van zijn dood hoorde vertrok ik in 1995 naar India om voor de VPRO een documentaire over mijn zoektocht naar zijn graf te maken.

Lang verhaal kort: Simon was niet dood, ik vond hem in de stadsgevangenis van Varanasi, waar hij ellendige, eenzame jaren achter de rug had: niemand had hem ooit bezocht, de buitenwereld had hem letterlijk dood verklaard. In gevangenschap was hij omringd door duisterlingen, maar met onze komst gloorde er aarzelend licht aan de horizon. We bezochten hem dagelijks, namen medicijnen voor hem mee en extra voedsel, smokkelden sigaretten de gevangenis in die hij als ruilmiddel kon gebruiken. Mirjam maakte deze foto op de binnenplaats van de gevangenis, clandestien, terwijl een bewaker, een medegevangene met extra privileges, nieuwsgierig toekeek.

Was Simon schuldig? Had hij de moord begaan? Hij bezwoer ons van niet, en wij geloofden hem. We achterhaalden de processtukken, vonden in getuigenverklaringen fouten en onduidelijkheden, en toen de dag naderde dat we terug moesten naar Nederland gaven we een gerenommeerd advocaat opdracht Simons zaak voor het hooggerechtshof in Allahabad aanhangig te maken. Met succes: een jaar later werd hij vrijgesproken. Nog hoor ik advocaat Sahai aan de telefoon: ‘Good evening Mister Clark, I just call to inform you that Simon Lyngdoh will soon be released from jail. Please come to India at your earliest convenience.’
Mirjam en ik reisden spoorslags af naar India en op de avond van de 1e juli 1996 werd Simon uit de gevangenis ontslagen. Kijk ons staan, aan de poort van de gevangenis, Simon nog vol ongeloof dat hij buiten staat en kan gaan waar hij wil. In één klap is zijn geschiedenis herschreven. In de woorden van Carlo Levi: ‘What men call history, of changes in men and things.’ Helaas was Simons gezondheid in gevangenschap zó achteruit gegaan dat hij twee jaar later stierf. In vrijheid, dat wel. Onze enige, zij het schrale, troost.

In Amerika vieren ze jaarlijks de Fourth of July, onafhankelijkheidsdag. Wij vieren hier thuis vandaag, zoals elk jaar, de First of July, de dag waarop Simon zijn onafhankelijkheid én zijn vrijheid terugkreeg. En natuurlijk was het toeval, maar toch: in het jaar van zijn vrijlating, een paar weken vóór het verlossende telefoontje van onze advocaat dat we de rechtszaak hadden gewonnen, richtten wij onze Stichting Duniya op, waarvan de slogan nog steeds luidt: ‘Dé wereld kunnen we niet veranderen. Iemands wereld wel.’ En zoals het oerhollandse gezegde gaat: die houden we erin. Al was het alleen maar ter nagedachtenis van Simon.

3 thoughts on “203. Duisterlingen

  1. Wat een fantastisch inspirerend, en hoopgevend stuk mensheid weer van jullie, Hans en Mirjam! Met respect en dank!
    Vriendelijke groet uit Zweden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s