178. De Stad van Steen

In de jaren zeventig heb ik ze verslonden, de boeken van Alan Moorehead over de ontdekkingsreizen naar de bron van de Nijl en de verslagen van de expedities van Livingstone, Stanley, Speke en Burton. En altijd, altijd werd Zanzibar genoemd als de plek vanwaar de avonturen begonnen. Zanzibar: een magische klank, sterker nog dan Timboektoe. Maar nooit kwam het in me op er heen te gaan. Geen idee waarom niet. Hoe moeilijk kon het zijn? Vliegtuig, boot, minder dan een etmaal en je bent er.

’n Jaar of tien geleden begon Mirjam ook over Zanzibar, we schreven het bij op onze Things To Do lijst, maar die was al zo lang, van alles kreeg voorrang en de jaren verstreken. Nu dan eindelijk is het zo ver, en we dwalen door Stone Town, het oude, negentiende eeuwse deel van Zanzibar Town. Sommige huizen zijn van oudere datum, maar het meerendeel stamt uit de periode toen Zanzibar als belangrijk handelscentrum op het hoogtepunt van haar macht was, en de rijkdom zich vertaalde in de bouw van moskeeën, paleizen en luxueuze woningen. De labyrintische stegen zijn smal en koel. Richard Francis Burton, de Britse ontdekkingsreiziger en oriëntalist, schreef in 1857: The streets are, as they should be under such a sky, deep and winding alleys, hardly twenty feet broad, and travellers compare them to the threads of a tangled skein. Moest ik opzoeken, skein. A wound ball of yarn, zegt Wikipedia. En zo ervaren wij de straten van oud Zanzibar ook. Het enige verschil is dat je in Burtons tijd niet werd lastig gevallen door handelaren in prullaria die je bijkans hun nering binnensleuren.

_HDC0711

Waarom Stone Town heet zoals ze heet? Nergens vind ik een officiële verklaring, maar het ligt voor de hand. Vergelijkbaar met onze oude veenkoloniën waar de dagloners en veenarbeiders in plaggenhutten woonden en de eigenaren van de landbouwbedrijven in hun buitenhuizen. Binnen de stadsmuren van Zanzibar Town huisden welgestelde Arabieren, Indiërs en Europeanen in hun uit steen opgetrokken woningen, buiten de oude stad verrezen de eenvoudige, met palmblad bedekte onderkomens van de armlastige Afrikanen en Swahili’s, kustbewoners die van het continent naar het eiland trokken om werk te vinden. Nog steeds heet het woongebied buiten Stone Town Ng’ambo, ‘de andere kant’, waar je, als je de stad uitrijdt, terloops kunt zien hoe ontwikkelingshulp níet moet: een naargeestige rij verloederde, door moesson zwart uitgeslagen flatgebouwen, in 1963 gefinancierd en gebouwd door de toenmalige DDR in het kader van een internationaal ontwikkelingsplan.

Net als vorige week in Dar es Salaam bezoeken we ook hier de markt. Het is heet, boven de smalle straatjes hangt rood zeildoek om de felle zon te dempen, alles verandert van kleur, het sijpelt het oude marktgebouw binnen, dompelt de wereld in een slaperige roes. Vlees-, groenten- en vismarkt werden begin vorige eeuw door de Britten gebouwd toen Zanzibar onder het Brits protectoraat viel. Er hangt een aangenaam relaxte sfeer, geen geschreeuw, niemand valt je lastig. haai Misschien omdat ze weten dat je als buitenlander hier toch niet hompen geit of vis gaat kopen? Dus is het kijken en genieten. Hooggestapelde kraakverse kruiden en groenten, een vleesafdeling waar we niet veel tijd aan besteden, zoals overal is het tussen de kadavers nét iets teveel van het goede. In de vismarkt loopt de verkoop op z’n eind, hier en daar nog wat tonijn en inktvis, we zien een haai (misschien dezelfde die we ’s ochtends op het dak van een busje zagen dat ons inhaalde toen we in een dala dala, een publieke taxi, op weg waren naar de stad?) en buiten het marktgebouw blijkt net een vracht pijlstaartroggen te zijn afgeleverd (zie volgende foto). Zeven kanjers wachten op een koper, ze liggen slordig en achteloos neergesmeten op straat, hun machtige vleugels en gevaarlijke staart verworden tot nutteloze attributen.

_HDC0719

_HDC0725

Wij hebben voor de komende weken onderdak gevonden in Bellevue Guesthouse, een dik uur rijden van Stone Town naar de oostkant van het eiland. Een sprookjesachtig strand onder handbereik, fijne kamer en een perfect, klein restaurant waar Mirjam al dikke maatjes is met Yussuf Ali en Khamis Daub, de koks die bij toerbeurt in de keuken de scepter zwaaien. Want laten we niet vergeten waarom we hier zijn: Mirjams nieuwe boek researchen, deel vier in de unieke serie Streetfood: Zanzibar. Dagelijks worden er nieuwe hoofdstukken aan het langzaam groeiende boek toegevoegd: foto’s, verhalen en recepten van lokale bewoners, waar we thuis op bezoek gaan. Of, laat ik eerlijk zijn, het is vooral Mirjam die het doet, soms ga ik mee. Op dit moment, terwijl ik dit schrijf, is ze in het nabije dorpje Bwejuu (Bwejoe) op bezoek bij de kennis van de zuster van iemand die in het guesthouse werkt. Het gaat als een lopend vuurtje, de succesvolle kookboekenschrijfster uit Nederland werkt aan een boek over Zanzibar en iedereen wil meedoen, steentje bijdragen, en als het kan met naam en foto in het boek. Kan niet bij iedereen, maar de familie van Idris en Tum, die bij het krieken van de dag beginnen met chapati’s bakken voor de verkoop, zal zeker in het boek komen. Onderstaande foto maakte Mirjam daar gisterenochtend, om vijf uur werd ze opgehaald om er te fotograferen. Interessant detail: het huisje ontbeert elektriciteit, het vroege ochtendlicht was nét genoeg om dit prachtbeeld te maken. En iedereen in de familie werkt mee om de eindjes aan elkaar te knopen, tot aan het kleine zoontje van nauwelijks drie jaar.

©MirjamLetsch-ZANZIBAR-1250

Morgen gaan we een kijkje nemen bij een vrouwencollectief uit het naburige dorp dat zeewier verbouwt. Een heel bijzonder initiatief, waardoor de vrouwen zelf een bescheiden maar regelmatig inkomen verwerven. En de dagen daarna zijn ook allemaal volgeboekt met afspraken, interviews, fotograferen, schrijven en tussendoor lange strandwandelingen. Ja, het leven is goed.

Tot slot nog iets geestigs: reclames van vroeger waarin onze donkere medemens een rol speelt. Ofwel: reclames met guitige negertjes met dikke lippen. Vroeger heel gewoon, elke tijd zijn eigen mores. In Nederland, waar het publieke debat bol stond van Zwarte Piet, word je nu bijkans gelyncht als je die reclames nu nog leuk zou vinden. En hier? Hier vinden ze ze práchtig. Houden wel van een beetje humor. Deze oude reclame van Albert Heijn bijvoorbeeld hangt in Stone Town, in Zanzibar Coffee House. Je denkt toch niet dat ze dat doen als aanklacht tegen het vroegere kolonialisme, of om te laten zien hoe racistisch die verrekte blanken zijn? Welnee joh, gewoon een leuk plaatje, ’n soort cartoon. Klaar, uit.

FB_HDC0739

3 thoughts on “178. De Stad van Steen

  1. Ja,…….Zanzibar ……..was ik eens even heel lang geleden in 1959 in gezelschap vanTom Mboya in de tijd van de Commonwealth of World Citizins,( gesticht door Hugh Schonfield) in het kader van een afrikaans studentenprogramma met afstudeermogelijkheden in de United States. Interessante tijden…….Er zal op Zanzibar wel heel wat veranderd zijn . Hans, je hebt weer een prachtig reisverslag geschreven dat bij mij weer veel herinneringen heeft opgeroepen. Dank.

  2. Mooi verhaal, Hans! Ik krijg steeds meer heimwee. Stone Town, de night market, de markt bij de oostblokflats, Freddy Mercury’s, ’s avonds laat chai in de kleine steegjes, het weeshuis dat nu restaurant is, de shisha’s op het dakterras. Bwejuu. Ga ook een kijkje nemen in Jambiani, bij Brenda. Mount of information. We benne niet een klein beetje jaloers…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s