177. Hakuna Matata

‘What you doing why?’
Ik draai me om naar waar de barse mannenstem vandaan komt en sta oog in oog met drie soldaten, kalashnikovs in de aanslag. Oei, dat riekt naar narigheid. Naar waarheid zeg ik dat ik het straatnaambord fotografeer, Barack Obama Drive, ‘because in my country, we like Obama very much and it is beautiful to see his name here in Dar es Salaam.’
De woordvoerder van het stel kijkt me aan. Gezicht zonder uitdrukking, kille ogen. Hij wijst naar de hoge muur achter ons.
‘You know what this is?’
Ik zie niets, behalve de hoge muur die me niet eens was opgevallen. Ik zag alleen het naambord en de straat, die hier wel erg breed is, meer een soort plein. Daarachter de zee.
‘This is White Hous. Residence of president Jakaya Kikwete of Tanzania. No photographs!’
Shit. Nu zal je ’t hebben. Ik denk aan Cees Nooteboom, die ooit in Gambia bijna achter de tralies verdween omdat hij niet van z’n fiets stapte toen de president in colonne langs reed. Ik kijk naar de muur die zo hoog is dat je onmogelijk kunt zien wat daarachter verborgen gaat, laat staan dat je het kunt fotograferen. Krankzinnige vertoning natuurlijk, maar dit is niet het moment voor principiële discussies. De voorste soldaat wijst op m’n iPhone en zegt iets dat ik niet kan verstaan. Pas na de derde keer begrijp ik het.
‘Delete.’
Ik frommel wat aan m’n telefoon, trek een ernstig gezicht en zeg: ‘All deleted.’
‘You sure?’
‘I’m sure.’
Hij wijst naar de andere kant van het plein.
‘You go. You walk there. Not near White House.’
Ik steek het plein over richting de oceaan waar Mirjam staat te wachten waar we liepen toen ik het straatbord zag en besloot het te fotograferen. Ze heeft alles van een afstand gezien, lacht besmuikt, vertelt dat ze de soldaten op me af zag komen maar wat kon ze doen, roepen Pas op achter je! als bij Jan Klaassen en Katrijn in de poppenkast? We lachen het weg en lopen verder. Karibu Tanzania. Welkom in Tanzania.

1. IMG_5483

We zijn op weg naar Kivukoni, de vismarkt van Dar es Salaam. De vorige avond in Tanzania aangekomen, nog een tikje groggy van de lange vlucht en nu de klap van de hitte. Even wennen. Van het hotel naar de vismarkt is niet ver, kilometer of vier, vijf, maar de hitte wordt ons al gauw de baas. Het is vroeg in de middag, overal zoekt men schaduw onder bomen, jongelui in schooluniform maken huiswerk, zittend op de grond, groeten ons als we over het smalle geitenpaadje langs hen lopen. Karibu, habari gani? roepen ze ons toe. Welkom, hoe gaat het? Antwoorden in Swahili kunnen we nog niet, dus zeggen we thank you en iedereen blij. De onzekerheid die er bij de soldaten was ingeslopen lost op als sneeuw voor de zon. Maar op de vismarkt heeft Mirjam even later een rare aanvaring met een opgewonden heerschap, die, terwijl ze fotografeert, in beeld springt en als een razende tegen haar schreeuwt. Hoewel? Tegen haar? Het lijkt alsof hij recht in de lens kijkt, maar het onderwerp van zijn woede blijkt achter Mirjam te liggen, hij stiefelt uit beeld en verdwijnt schreeuwend in de massa.

4. DSC00122

De vismarkt van Dar es Salaam is een verbluffende ervaring. Overal ter wereld waar we komen bezoeken we markten en als het een kustplaats is ook de visafslag, omdat je nergens anders de ongepolijste wereld te zien krijgt zoals daar. Tot nu toe was Nha Trang in Vietnam de opwindendste vismarkt die we zagen. Er werden haaien binnengebracht en reusachtige vissen waarvan we de naam niet kenden, maar Dar es Salaam gaat er met de eerste prijs vandoor. Een fantastische kermis. Dorpsvrouwen zitten opeengepakt schouder aan schouder langs een tafel waar vis geveild wordt door mannen aan de overkant. De vrouwen wijzen op stapeltjes vis, gooien tot een propje verfrommelde bankbiljetten naar de overkant en schuiven er een plastic container achteraan die, gevuld met de vis die ze bemachtigd hebben, teruggeschoven worden. Dan staan ze op, groeten hun buurvrouwen en keren terug naar huis. Hun plaats aan de veilingtafel wordt ingenomen door andere vrouwen en het schreeuwen van vragen en bieden begint opnieuw.

2. _HDC0534

De markt bestaat uit verschillende sectoren. Verse vis wordt aan wal gebracht, verhandeld en verpakt. Verkochte vis wordt schoongemaakt, en als de opdrachtgever wil tegen een geringe meerprijs ter plaatse gefrituurd. Op gloeiende houtgestookte vuren staan reusachtige woks, waarin de olie borrelt. Zwetende mannen, broekspijpen opgerold en op blote voeten, scheppen met schuimspanen de vis in en uit de olie, alles gromt en gloeit, druipt en walmt. Hier, wil je proeven? Ze reiken ons vis aan op een oude krant, visjes zo klein en dun als lucifers, halfwas makreel, een stevige moot rog en zeeduivel. We proeven of slaan dankend af, nee, genoeg, sorry, maar asante sana, dankjewel. En zo proeven we en krijgen gaandeweg het eerste Swahili onder de knie.

3. 72_HDC0558

Beneden in de baai wordt de vis aangevoerd en uitgeladen. De grootste vangst het eerst, ’s ochtends vroeg, daarna de kleinere vissersbootjes. Aan boord wordt de vis in manden geschept en vervolgens aan land gebracht. Trots laten ze het zien. Een soort spiering, bedekt met een laag zout. Die gaan dadelijk rechtstreeks de olie in, komt geen mes aan te pas, niks schoonmaken. Frituren en huppekee op het bord.

5. _HDC0599

Bij de inktvis is het een ander verhaal, daar kan je niet zonder mes. Leuke job? Nee, denk het niet. Zwijgend zit de man achter een glibberige berg en snijdt ogen en maag weg. Zijn bewegingen zijn ritmisch, niets komt er tussen, het doet denken aan Chaplins Modern Times, steeds dezelfde beweging, dezelfde handeling, hoelang hou je dit vol? Misschien mag hij straks iets anders, villen of hakken, of ruilen met een van de collega’s die zwetend achter de ronkende vuren staan. Of misschien is hij gedoemd tot altijd hetzelfde, altijd inktvis, een leven met squid?

6. _HDC0606

Intussen hebben we de oversteek naar Zanzibar gemaakt. We hadden het vliegtuig kunnen nemen, een sprongetje van 20 minuten, maar een eiland moet over water. Twee uur op een snelle veerboot, dek en cabine volgepropt, passagiers slapen of kijken naar een Chinese vechtfilm. Het is bijna avond als we ons in de chaos van haven en douane storten. De smalle havenstraat van middeleeuws Zanzibar Town is verstopt met taxi’s, maar na verloop van tijd lost het op en koersen we in duisternis naar de oostkust, waar we voor de komende weken onderdak hebben gevonden en van waaruit we ons werk gaan doen: Mirjams volgende boek researchen. En een beetje vakantie houden. Dat begint meteen al de volgende ochtend als we een lange strandwandeling maken. Het strand is wonderschoon en doodstil, behalve af en toe een Masai die ons met Hakuna Matata begroet en na een korte babbel handel probeert te verkopen. Hakuna Matata? Hé, dat ken ik. Ooit, bijna in een vorig leven, zat ik met mijn zoons in de bioscoop en zag de tekenfilm Lion King, waarin dat gezongen werd. Hakuna Matata: geen probleem. Geen zorgen. Take it easy.

Later blijkt dat het niets met Zanzibar te maken heeft, het is Swahili uit Kenia, geïmporteerd om de toeristen te behagen die het van die film herkennen. We wimpelen de handel van de Masai af, die op zijn fiets over het strand zijn weg vervolgt, en wandelen verder langs de schitterende Indische Oceaan. En ik moet toegeven: eigenlijk niet zo gek, dat Hakuna Matata. Zo mag het zijn, de komende weken. Geen zorgen. Take it easy.

FB IMG_5541

3 thoughts on “177. Hakuna Matata

  1. Wat een heerlijk reisverhaal! En prachtige foto’s waardoor ik even met jullie over de markt liep en olie rook, ook al zit ik eigenlijk op kantoor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s