175. Rondje Bali en Lombok

Eigenaardig woord toch: versnelling. Alsof je, in mijn geval dus op de fiets, alleen maar bezig bent met sneller. Niet dus. Ik schakel wat af hier, omlaag vooral, naar kleiner, langzamer, omdat het klimmen geblazen is. Kleiner verzet heet dat in wielertermen, en dat is de spijker op de kop. Verzet! Dat is wat je voelt als je tegen een heuvel op moet van pak ‘m beet 10%. Dat probeer je eerst een stukje in het zadel, maar het is niet bij te trappen, het wordt een soort spinning, normaal ga je er voor naar de sportschool maar hier, met bagage achterop, kijk je wel twee keer uit. Lopen dus. En duwen. Mag ik een voorbeeldje geven wat je hier voor je kiezen kunt krijgen?

72_HDC7248_edited2

Voor wie het niet weet: sinds vorige week ben ik in Indonesië. Rondje Bali en Lombok, Mirjam en ik deden het twaalf jaar geleden al eens samen. En het is boeiend te zien hoe selectief het geheugen is, want niet alleen was ik dus vergeten hoe loeizwaar het kan zijn, ik had ook geen helder beeld meer van de verbluffende schoonheid van dit eiland. Vaag was er het clichébeeld van rijstvelden en de lawaaistrip Kuta met winkels en walmende verkeersdrukte, maar de verbluffende schoonheid van het binnenland was ik vergeten. Het was dan ook een feestelijke verrassing, landinwaarts, door dorpen en gehuchten waar oude vrouwen, wachtend op klanten in hun open winkeltje met bananen, afwasmiddel en flesjes frisdrank, enthousiast opveren en beginnen te zwaaien en orang susu roepen. Dat herinner ik me dan weer wél, die kreet. Witte man. Of letterlijk: melk mens. En als ze dan in een soort zelfbedacht Engels roept Where you come from, antwoord ik naar waarheid: Belanda. Ooit was er een tijd dat je misschien beter kon verzwijgen dat je uit Holland kwam, maar dat was dan vooral op Atjeh vrees ik maar niet hier, niet op Bali, hier is alles pais en vree en de lokale Olympus, de machtige vulkaan Gunung Agung, komt met haar hoofd uit de wolken en ziet dat alles goed is.

72_HDC7258

In die dorpen, zo wonderlijk, je ziet nauwelijks het verschil tussen tempels en woonhuizen. Wie lijkt dan op wie? De huizen op tempels denk ik, omdat elk woonhuis een eigen tempel heeft maar de tempels geen woonhuis. Alles is ommuurd, de stenen zwartgroen bemost door tropische regens, en overal stenen beelden. Demonische gedrochten met vervaarlijke slagtanden en boze ogen, IMG_5067 kopie half hond half mens. Vrolijke Ganesha’s, de Hindoegod met het olifantenhoofd, of lieftallige, serene figuren, man noch vrouw, vaak in een zwart-wit geblokt lendendoek. Die krijgen ze niet uit puriteinse overwegingen omgehangen, maar zwart en wit staan op Bali voor goed en slecht en de beelden dragen de doeken om boze geesten te verjagen. Het allervrolijkst was dit olijke kereltje, die ik bij de entree van een woonhuis zag.

Het Hindoe-Boeddhistisch gedomineerde Bali is een uitzondering in het overwegend Islamitische Indonesië, en ik heb geen idee hoe het op de andere eilanden toegaat, of de Islam daar ook steeds minder tolerant wordt zoals elders op de wereld, maar ik schrok van mijn eigen associatie toen ik rechts werd ingehaald (het verkeer rijdt hier links) door een paar jonge kerels op scooters. Ze bestuurden hun voertuig met de rechterhand en in hun vrije linker hielden ze een vervaarlijke klewang, een soort machete. Zwaaiend met die dingen reden ze pal langs me en ik schrok me kapot, wilde me in een reflex in de berm laten vallen, van ze wegduiken. Toen ze uit zicht waren en ik van de schrik bekomen voelde ik me bijna schuldig, want ik besefte met een schok hoezeer mijn gevoel en waarneming beïnvloed zijn geraakt door die afgrijselijke onthoofdingsvideo’s van het moorddadig geboefte van IS. Maar dat had níets te maken met Bali, die jongens wisten van niks, waren op weg naar hun werk in een rijstveld, of bananenplantage. En hun manier van rijden, gereedschap in de hand, was een illustratie van de ontspanning die ik overal op dit eiland proef. En ik dacht: je zou toch wensen dat de islam een relaxte, vrolijke religie kon zijn zoals die hier op Bali geleefd wordt, zo ongecompliceerd en rommelig en toegewijd met die fantastische beelden en torentjes en geblokte rokjes en meisjes die ’s ochtends in hun mooiste sarong voor het huis met een prevelementje offerandes neerzetten om de goden gunstig te stemmen. Wat kan daar nu fout aan zijn?

Foto iPhone

Foto iPhone

Een andere religie die hier, zoals overal elders in Azië, volop beoefend wordt is die van de fotografie. Die wonderlijke bevestiging van dat je pas ergens geweest bent als het ook met foto bewezen kan worden. Heel vroeger hadden we die standaardgrap over Japanners, op bezoek in Parijs. Ze stormen met z’n allen de Sacré Coeur binnen, camera’s gaan klik-klik-klik en ze stuiven weer naar buiten, de bus in, óp naar de volgende attractie. Vraagt iemand: hoe was de Sacré Coeur? Weet ik niet, dat zie ik thuis als de foto’s ontwikkeld zijn. Iets vergelijkbaars zie je hier op Bali. Bij de tempel van Tanah Lot, een klein 16e eeuws Hindoe-heiligdom op een rots in zee, krioelt het van de dagjesmensen die allemaal, maar dan ook állemaal, op de foto willen. Mét de tempel. Ze gaan er niet echt heen, naar die tempel, ben je gek, zou betekenen dat ze kniediep door de golven moeten met de kans dat je onderuit gaat. Nee, als je een foto kunt laten zien als bewijs dat je er geweest bent is dat hetzelfde als gezien en je houdt droge voeten ook nog.

Tanah Lot_HDC7228_

Wat je zoal hoort en ziet als je fietst. Ergens in een dal in een veld dat vol staat met oogstrijpe rijst, een levende vogelverschrikker. Hij heeft draden over het veld gebonden waaraan plastic zakjes hangen en rukt aan de draden die in een woeste dans boven de rijst fladderen terwijl hij roept en zingt en schreeuwt. Je hoort het vallen van kokosnoten. Een man zit hoog in de boom en hakt er op los met z’n klewang. De enorme noten vallen omlaag, het is alsof ze in een hogere versnelling raken, snelheid krijgen en hun reis omlaag eindigt met een doffe klap. Je hoort het monotone geluid van de gamelan, ergens vanuit een huis, of een tempel, wat is het verschil, huis is hier tempel. En je ziet het magnifieke uitzicht op de Straat van Lombok als je met je fiets een lange afdaling maakt en halverwege even een adempauze neemt om je handen, verkrampt van het remmen, rust te geven. Beneden ligt Padangbai, waar de ferry naar Lombok gaat.

_HDC7263

Hoeveel ferries er tussen de eilanden varen weet ik niet maar het moeten er veel zijn, want het is een overtocht van ruim vier uur en elk uur vertrekt er een, het is een constant heen en weer. Ofschoon er forse vertraging kan ontstaan omdat twee vrachtwagens bij het ontschepen ruzie hebben gekregen wie voorrang heeft, elkaar klemreden en nu aan elkaar vastzitten, bumpers verstrengeld. Broodje-aap verhaal, zeker, maar het wordt met graagte verteld. Als ik op de pier wacht tot ik met m’n fiets aan boord mag moet ik lang wachten tot de vrachtwagens er af zijn. Grommende motoren en gitzwarte uitlaatgassen die lang blijven hangen in de windstille ochtend. Nee, je hoeft je fiets niet vast te binden, zegt de stuwadoor, de zee is kalm vandaag. En dat is ze. Een uitgestrekte diepblauwe heerlijkheid is het, met zelfs hier en daar de zwartglanzende lijven van dolfijnen die boven water komen en met een gladde duik verdwijnen. Ik voel me als in een natuurfilm en hang gelukzalig over de railing naar al dat moois te kijken.

72 _HDC7286

Bij het ontschepen wordt het broodje-aap verhaal bijna werkelijkheid. In het ruim toeteren de vrachtwagenchauffeurs om het hardst dat ze haast hebben en weg willen. Als de laadklep omlaag is schieten er twee naar voren wie het eerst van boord kan en verdomd, ze klappen bumper tegen bumper en komen tot stilstand. De stuwadoor, die opzij was gesprongen, bang dat hij onder de wielen zou komen, staat op de kade en regelt het verkeer als een politieagent. Stop jij. En jij, rijden! Bijna broodje-aap, jazeker.

De eerste veertig kilometer op Lombok zijn een feest, want plat. Vlakke weg! Geen heuvels! Ik peddel gelukzalig tussen rijstvelden en dorpjes, overal moskeeën, we zijn immers op islamitisch Lombok, hoor de muezzin oproepen tot gebed. In de dorpen roepen de kinderen me toe, Hello Mister! Af en toe een vrouwenstem hoog boven alles uit, schreeuwend alsof ze een marsmannetje ziet: tourist! tourist!

Dan komt een scooter langszij. Achter het stuur een jong meisje, achterop een oude vrouw. Het meisje mindert vaart zodat ze met me kan oprijden. Beide kijken ze me vorsend aan. Ik lach, steek mijn hand op en zeg Hello Ladies! De oude vrouw lacht mij met het restant van haar gebit stralend toe en roept: I love you! Dan geeft het meisje gas en ze vliegen voor me uit, gierend als bakvissen.

Zie Waar? (navigatiebalk boven) voor routekaart.

3 thoughts on “175. Rondje Bali en Lombok

  1. Hoi Hans,

    rusteloze benen. Altijd maar onderweg, genietend van alles rondom je. Versnelling. Ik had er ook meer nodig, ben 2 weken geleden dwars door Oeganda gefietst voor het goede doel. Steile hellingen, slechte wegen en hitte maakten het soms mentaal lastig. Mooi maar zeer arm land. Mooie reis verder Hans.

    Philippe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s