165. Herinnering aan de Muur

Waar was je toen…? Dit is de categorie Kennedy, landing op de maan, EK 1988 en de Val van De Muur. En vandaag gaat het natuurlijk om die laatste. Waar ik was, toen dat heugelijke nieuws tot mij kwam? Thuis, voor de televisie, jankend van ontroering. Want een paar weken daarvoor was mijn documentaire over de Duits-Duitse grens uitgezonden bij de VPRO, en wie had toen kunnen bevroeden dat het zo snel zou gaan? En had ik geweten wat voor onvergetelijke taferelen zich die avond in Berlijn zouden afspelen was ik subiet in de auto gesprongen.

Een bijzondere zomer, die van 1989. Bijna drie maanden lang reed ik in mijn tot camper verbouwde Peugeot bestelbusje langs de Innerdeutsche Grenze, het monstrum dat uit naam van een onverdedigbare politieke ideologie het land in tweeën hakte. Ik maakte opnames voor de VPRO, in de hoop dat die documentaire uiteindelijk mijn entreekaartje zou worden tot een vast freelance contract bij de beste omroep van Nederland. Wat ook zou gebeuren.

Dwalend in mijn camper...

Die zomer, dwalend in mijn camper…

Maar die zomer, dwalend door het Duitse achterland, wist ik dat nog niet. Veel was onzeker in die periode, het wereldtoneel schudde op zijn grondvesten. In juni was het grote studentenprotest op het Tienanmenplein in Peking gewelddadig uiteengeslagen, in Hongarije ontstonden de eerste scheuren in het IJzeren Gordijn, vluchtelingen uit de DDR vonden hun weg via Hongarije en Oostenrijk naar de Bondsrepubliek, en in Leipzig ging het volk in protest tegen de communistische dictatuur de straat op. Maar in het slaperige Duitse binnenland was daar niet veel van te merken. Ik herinner me eindeloze graanvelden, zacht wiegend op een milde wind die enige verkoeling bracht in de zinderende middaghitte; hier en daar een kerktoren als een vinger Gods, en landarbeiders die zich het zweet van het voorhoofd wissen, een verkoelende dronk nemen en mij vragend gebaren of ik ook een slok wil. Ik stap uit mijn busje, aanvaard de koele vriendschapsdronk en gezamenlijk kijken we naar het hoge ijzeren hek dat door het land loopt en de wereld scheidt in hier en daar.

Vandaag, 25 jaar na de Val van de Berlijnse Muur, spreekt iedereen vooral daarover: over die muur in Berlijn. Begrijpelijk, die beelden zijn iconisch, en al die jaren dat Oost en West gescheiden waren sprak die betonnen muur pal tegenover de Brandenburger Tor meer tot de verbeelding dan het dodelijke ijzerwerk dat zich door het Duitse achterland vrat. En daarom wil ik juist over dát deel van de Innerdeutsche Grenze, waar niemand buiten Duitsland weet van leek te hebben, een herinnering ophalen. Goeddeels met eigen foto’s, een enkele van het internet geplukt.

Juli 1989. Ik ben op weg van Tsjechoslowakije noordwaarts langs het grensgebied tussen Beieren en Thüringen, de scheiding tussen Oost- en West-Duitsland. Op een ochtend word ik gewekt door een vuistklop op mijn camper en sta oog in oog met groen geüniformeerde Westduitse grenspolitie. Wat ik hier doe. En of ik maar wil meekomen naar het bureau. Blijkt dat ik op verboden gebied heb gekampeerd: vlakbij de scheiding, die hier niet uit een muur bestaat maar uit metalen afrasteringen die deels onder hoogspanning staan, een Todesstreifen van zorgvuldig geharkt zand waarin voetsporen Bundesarchiv_Bild_183 Mödlareuth,_Zonengrenze van eventuele vluchtelingen direct zichtbaar zijn en machinegeweren die bij bewegingsdetectie automatisch hun dodelijke salvo’s afvuren. Oei. Maar de Westduitse grenspolitie is mij goedgezind, als ze begrijpen wie ik ben en wat ik doe mag ik een paar dagen mee op patrouille, en zo komen we op een dag bij het gehucht Mödlareuth, dat exemplarisch is voor die politieke waanzin die het land in zijn greep heeft. Hoeveel inwoners het heeft? Nog geen 50, en door een historische rariteit ligt het én op Beiers grondgebied, en op Thürings: een riviertje dat dwars door het dorp loopt, niemand heeft zich er ooit iets van aangetrokken, tot het na de 2e Wereldoorlog de grens wordt tussen de Russische en Amerikaanse zone en later de demarcatie tussen Oost en West, tussen communisme en kapitalisme. Uiteindelijk zal het families en generaties bijna te gronde richten

De muur tussen Oost en West Mödlareuth.

De muur tussen Oost en West Mödlareuth.

We komen in het dorp. Een paar huizen, wat schuren en een kroeg. Er wordt een kar geladen, de tractor staat met draaiende motor midden op de dorpsweg. Een oude vrouw steekt over. We spreken haar aan, en ze vertelt. Haar zuster woont aan de andere kant, daar, wijst ze, achter de muur, die dwars door het dorp snijdt. Hebben jullie contact? Ze schudt nee. Als we elkaar willen spreken moet het met de telefoon, als we elkaar zien en zwaaien wordt ze gearresteerd. Daarom is hier in het dorp de muur, die hier Sichtblende heet. Een blindscherm, zodat de dorpelingen geen oogcontact kunnen hebben. Iets verderop in het land is het weer draad, stroom en kogels. En die telefoon? Internationaal, zegt ze. Het klinkt als een grap, maar lachen doet ze niet. Van hier naar Bonn, dan Berlijn. Eerst west, dan oost. En dan via Dresden naar hier, naar mijn zuster in het andere Mödlareuth, daar over de muur. Hemelsbreed vijftig meter, maar ze rekenen internationaal.

Mödlareuth1989- 2

Als ik met de politiecommissaris Werther, die me deze dagen begeleidt, te voet het dorp verlaat zien we hoe de betonnen muur plaats maakt voor het metalen hek en de zandbestrooide Todesstreifen. Letterlijk: doodsstrook. Hij wijst op een steen in de grond, in het midden een kerf. Dit is de echte grens, zegt hij, en die kerf is exact de overgang van west naar oost. Aan de andere kant zien we de wachttorens, mannen met verrekijkers volgen elke stap die we maken. Ik zet mijn voet op de steen en schuif demonstratief mijn schoen over de kerf. Grenzverletzung, zegt Werther grinnikend. Je bent nu zonder toestemming op het grondgebied van de DDR geweest. Ze hebben je gefotografeerd en binnen 24 uur is je foto langs de hele grens verspreid. Ik lach hem uit, wat een onzin. Maar een maand later, in Berlijn, als ik bij station Friedrichstrasse Oost-Berlijn in wil, worden mijn camera en opnameapparatuur in beslag genomen. Later, bij terugkeer naar het westen, krijg ik alles terug. Had Werther gelijk, en hadden ze mijn foto zelfs hier in Berlijn? Of begon ik paranoïde te worden?

Als je wekenlang, dag in dag uit, dorpen als dit zag, en overal waarschuwingsborden en angstaanjagende torens met wachters, wat deed dat met je waarneming? Wat deed het met de inwoners van dat verdoemde land, aan de andere kant van draad, stroom en kogels? Ik volgde de grens tot aan de Oostzee, waar ze met grote stalen kettingen het water in ging, met dobberende waarschuwingsboeien, Schiessbefehl. Aan de andere kant, op het strand, jonge kerels met machinegeweren. Mocht een landgenoot de vlucht wagen, wachtte hem een wisse dood. Jonge kerels waren het, ik zag hoe ze nieuwsgierig mijn kant opkeken. Ik groette ze, hopend op een praatje, maar ze draaiden zich weg. Te gevaarlijk, overal spionnen, collega’s konden je aangeven en dan was het afgelopen.

Begin september kwam ik terug en ging de studio in om mijn documentaire te monteren, die op de 15e september werd uitgezonden. Vreemd, als ik het nu terugluister. De jonge vrouw die enkele weken eerder via de Hongaarse grens en Oostenrijk naar het westen was gevlucht. Ons land was een gevangenis, verzuchtte ze. Je kon niemand vertrouwen, iedereen kon je verraden, je ouders, je kleine zusje, je wist het niet. En dan Armando, schrijver en beeldend kunstenaar. Hij woonde in Berlijn, ik bezocht hem thuis, maakte een interview met hem. Het was eind juli. Berlijn? Berlijn ís de Muur, zei hij. En voorlopig blijft dat zo. Waarom? Volgens mij duurt het nog jaren tot de Muur valt, de Duitsers blinken nu eenmaal niet uit in Zivilcourage. Daagse na die legendarische 9e november belde ik hem op. Weet je nog wat je toen zei? vroeg ik hem. Ik hoorde hem knikken. Ja, zei hij, en wat hád ik het mis.

Casette VPRO

Waar was je, 25 jaar geleden toen de Muur viel? Ik was thuis, keek televisie en jankte van ontroering. Omdat ik aan die vrouw in Mödlareuth dacht, die nu naar haar zuster kon, zonder telefoon, gewoon over het riviertje en aankloppen, dag zuster, ben je thuis? Later bleek dat het ruim een maand duurde tot Mödlareuth bevrijd werd, zoals de meeste dorpen langs het IJzeren Gordijn verging. Berlijn was een andere wereld waar alles sneller ging, het achterland moest nog even wachten. Maar daar waren ze aan gewend, aan wachten.

Later bleek dat ik de laatste Nederlandse journalist was geweest die een documentaire over de Duits-Duitse grens had gemaakt. En wat blijft er uiteindelijk na al die jaren over van al die emoties, van die reis, het gevoel dat je iets over de geschiedenis hebt verteld? Niets. Behalve wat parafernalia. Een cassette van de publieksservice van de VPRO, VK Het Gebouw zo ging dat in die tijd, voor tien gulden kreeg je ‘m thuisgestuurd, kon je de uitzending nog een keer beluisteren. En een vergeeld knipseltje uit de mediarubriek van de Volkskrant, waarin de uitzending werd aangekondigd. Geen ‘Uitzending gemist’, geen sociale media, niets van dat al. Wat was, was geweest. En misschien moet het zo ook zijn. Wat achter je ligt is voorbij, doet niet meer terzake. Vooruitkijken is het devies. Weten dat de wereld, zoals ze nu is, weliswaar mede gevormd is door de geschieden waar je deel van bent geweest, maar het gaat verder, almaar verder, en elke dag wordt nieuwe geschiedenis gemaakt. Tot ook dat herinnering is, vergeeld als een krantenknipsel.

5 thoughts on “165. Herinnering aan de Muur

  1. Dank, Hans, voor jouw herinnering aan zoveel meer dan de Muur door Berlijn.
    Het VPRO radio-archief heeft deze documentaire niet. Beeld en Geluid wist ook niet waarover ik het had. Hiermee vertel ik je natuurlijk niets nieuws.
    En inderdaad,
    zodra het is, is het geweest.

    • Dag Nettie. Ja, toch een beetje gezamenlijk verleden.
      En gisteren zag ik Harmke op Ned 1, herinneringen ophalen. Ach ja.

      Nee, wist niet dat mijn uitzending niet in het archief zat. Heb gelukkig zelf wel een kopie. Wie had toen gedacht dat ik zoveel jaar na dato een tikje nostalgisch zou zitten doen? Had het kunnen weten. En nu is het voorbij en er komt steeds meer nieuwe geschiedenis en onze hoofden tollen maar door.

      Denk aan Nescio: “Iedere dag is 24 uur, en ieder uur gaat er meer door de hoofden van al die tobbende mensen dan je in duizenden boeken zou kunnen opschrijven.”

      • Denkend aan Nescio:
        Het leven heeft mij, Goddank, bijna niets geleerd. ‘Het leven heeft me veel geleerd’, zegt de oue sok.

        Ik blijf me verwonderen. Dat houdt me staande.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s