157. Vergeten Wereldwonder

Wat is een wereldwonder? Van Dale (1999) omschrijft het als Iets dat in de gehele wereld als wonder bekend staat, wat op zich een curieuze, want onvolledige omschrijving is. De Nederlandse Larousse Encyclopedie (1979) doet het beter, met Monumenten uit de oudheid. Wat letterlijk klopt, het oorspronkelijke rijtje wereldwonderen stamde van lang voor de christelijke jaartelling en was gebaseerd op overgeleverde beschrijving, want geen van de wonderen heeft de tijd overleefd. Voorgoed verdwenen, alsof ze nooit bestaan hebben. Op één na: de pyramide van Cheops. In mijn herinnering moesten we op de lagere school dat antieke rijtje nog uit ons hoofd leren: de Kolossus van Rhodos, de Hangende Tuinen van Babylon. Je begreep er geen snars van. Hangende Tuinen? Daar kon je fantasie niet bij.

In 2007 werd het tijd voor een nieuwe lijst. Van over de hele wereld mochten mensen kiezen uit een shortlist van 21 nominaties, samengesteld door een groep internationale deskundigen. Naar verluidt deden meer dan 100 miljoen mensen mee. Welke bouwwerken haalden de top zeven? Chichén Itzá, Machu Picchu, de Chinese Muur, de Taj Mahal, de rotswoningen in Petra, het Colosseum en het Jezusbeeld van Rio.

Nu dan de vraag: wat viel af? Dat is boeiend, want stuk voor stuk zouden ze wat mij betreft ook in de top zeven niet hebben misstaan. Een greep: Angkor in Cambodja, de Akropolis in Athene, het Alhambra in Granada en het operahuis in Sydney. Prachtig, zonder uitzondering, maar ik vraag me af wat er gebeurd zou zijn als op de shortlist baori gestaan had. Nee, niemand zou er op gestemd hebben, omdat haast niemand weet wat het is. Hadden ze het wél geweten, dan had de uiteindelijke lijst er anders uitgezien. Want de baori’s, de eeuwenoude trappenbronnen van India, zijn een mirakel. Een wereldwonder.

Ik had er, ondanks mijn vele reizen door India, nog nooit van gehoord. Nooit gezien, nooit over gelezen. Geen reisgids die ze noemde, geen collega reiziger die je erop attent maakte. Pas in 2003, toen Mirjam en ik door Rajasthan reisden ter voorbereiding van de gids die we over die deelstaat zouden schrijven, kwamen we voor het eerst met het fenomeen in aanraking. Zomaar in de woestijn doemden opeens vier spitse torens op. Water, zei de chauffeur, wijzend op de bakens in het dorre landschap, slank als minaretten. We reden er heen. Een lange stenen trap voerde tientallen meters diep omlaag naar een poel intens vervuild water waarin plastic en afval dreef. Ondanks het verkruimelende metselwerk en afbrokkelende traptreden konden we de grootsheid zien van wat ooit een oase geweest moest zijn waar de vermoeide reiziger zich aan koel, levensreddend water kon laven.

Naarmate de reis vorderde zagen we steeds meer bronnen, veel van hen eeuwenoud. Sommige in ernstige staat van verval, andere piekfijn onderhouden. En in retrospectief is het wel geestig te zien dat alleen wij, in onze Rajasthangids uit 2004, melding maakten van het fenomeen. Bij Lonely Planet, Footprint en Rough Guide is het vergeefs zoeken naar dit vergeten wereldwonder.

Begin deze maand maakte ik een korte trip naar India, ondermeer om een aantal trappenbronnen te bezoeken die mij tijdens een eerdere reis ontgaan waren. Met als hoogtepunt de adembenemend mooie Chand Baori in Abhaneri, een woestijndorp grofweg 100 kilometer ten oosten van de stad Jaipur. Van alle bronnen die ik bezocht heb is dit ongetwijfeld de indrukwekkendste. Haast onvoorstelbaar, dat het ruim twaalf eeuwen oud is. Als je het bouwwerk in volle glorie wilt zien, klik op de foto voor groot formaat.

1. Chand Baori Abhaneri 72_IND8791

Het idee achter de trappenbron, die gebouwd werden door vermogende lokale heersers, was om bij droogte voldoende watervoorraad achter de hand te hebben voor de omliggende dorpen. Rajasthan bestaat voor meer dan de helft uit woestijn, maandenlange droogtes worden afgewisseld door plotselinge, hevige regens, en het is zaak dat water vast te houden. En het was niet alleen regenwater waarmee de baori’s gevuld werden. Sommige gingen tientallen meters diep tot ze natuurlijke waterlagen aanboorden, waardoor ook zonder moessonregens water, hoe spaarzaam ook, voorhanden was.

Het intrigerende is dat India, als enige land ter wereld, in de verre oudheid een bouwvorm heeft ontwikkeld die qua functionaliteit én esthetiek een ereplaats in het rijtje wereldwonderen verdient. Ook nu weer, zeker bij Chand Baori, keek ik met ingehouden adem naar die verbluffende schoonheid. Ook het besef dat de bron niet alleen een praktische, maar ook een religieuze en sociale betekenis had is zo bijzonder: de put deed ook dienst als ontmoetingsplaats waar dorpelingen koelte en vertier zochten en zich ritueel konden reinigen alvorens ze naar de naastliggende tempel gingen.

Een andere, werkelijk beeldschone baori, is de kleinere 16e eeuwse Panna Mia bij de oude vestingstad Amber, iets buiten Jaipur. Net als bij de Chand Baori kan het water van drie kanten bereikt worden, de paviljoens in het midden waren voor de vorst en zijn gevolg. Volgens overlevering waren de trappen bedekt met tapijten en kussens, baldakijnen boden schaduw, en ook onder de chattri’s, de kleine stenen paviljoentjes op de vier hoeken van de bron, kon men schaduw vinden. Ik maakte deze foto begin deze maand, en heb er ruim een uur rondgedwaald zonder ook maar iemand te zien. Terwijl een paar honderd meter verderop de toeristen elkaar verdrongen in de oude vestingstad Amber, zonder te weten dat op een steenworp afstand deze wonderschone trappenbron lag. Geen reisgids die hen er op wees. Een raadsel.

2. Panna Mia ki Kund Amber 72_IND8719sig

De trappenbron kent grofweg twee ontwerpen: de vierkante (die ook wel kund genoemd wordt) met trappen aan drie kanten, en de langwerpige, met een enkele monumentale stenen trap die naar het water leidt. Bij deze baori zijn, afhankelijk van de omvang, in de zijkanten nissen en soms zelfs complete kamers aangebracht, waar men gedurende de hete zomermaanden verkoeling kon vinden. Sommige van deze ruimtes deden dienst als tempel. Het zijn met name deze bronnen die veelal in ernstig verval zijn geraakt. Iets buiten het stadje Nimrana, zo’n 100 kilometer zuidwestelijk van New Delhi, vond ik een ernstig vervallen bron. Ik heb niet kunnen achterhalen uit welke periode het bouwwerk stamt, en het schijnt ook geen naam te hebben. Baori? vroegen we aan de dorpelingen, nadat we lange tijd vergeefs gezocht hadden, en met een achteloos handgebaar werden we in de goede richting gestuurd. Ruim buiten het stadje vonden we het kolossale bouwwerk, slechts bezocht door wegflitsende hagedissen en geiten die er hun kostje bij elkaar scharrelden. Voorzichtig daalde ik langs kapotte traptreden omlaag de aarde in, en met elke meter die ik dieper ging werd het koeler. Boven in de verzengende zon was het bijna veertig graden, beneden bij de nu verdroogde bron schatte ik het half zo warm. Voorwaar, een wereldwonder, hoe vervallen ook.

5. Nimrana 72_IND8970sig

Hoog op de heuvelrug boven de oude stad Amber ligt Nahagarh fort, een reusachtig verdedigingsbouwwerk dat als afschrikking diende voor lieden die de vorstenstad bedreigden. Van de tienduizenden toeristen die jaarlijks de vorstelijke paleizen van Amber bezoeken is er slechts een enkeling die Nahagarh aandoet. Jammer, want behalve een fraai uitzicht over de oude stad én het moderne Jaipur, is daar, ten behoeve van de soldaten die eertijds het fort bemanden, in 1732 een fenomenaal waterreservoir aangelegd. Het is geen baori of kund maar een groot driehoekig waterreservoir dat herinnert aan een amfitheater. Hier ontbreekt het religieuze aspect, er zijn geen verkoelende ruimtes of tempels, dit is puur functioneel. En hoe! Het water dat tijdens de moesson op de heuvelrug viel werd in kanaaltjes naar een spiraalvormige ingang geleid, waar het met grote kracht doorheen spoelde en door die centrifugale draaiing slik en bezinksel achterliet, zodat het gereinigd in het reservoir kwam. Een verbluffend staaltje techniek, en van een weergaloze schoonheid.

4. Nahagarh Jaipur 72_IND8727sig

3. Nahagarh 72_IND8730sig

Ik herinner me, tijdens die lange reis zo’n tien jaar geleden ter voorbereiding van ons boek, dat we bijna gedeprimeerd raakten door de eindeloze reeks vervuilde en vervallen bronnen. Maar zo gaan die dingen. Nu de lokale bevolking voor het meerendeel beschikt over water uit de kraan, of een kleine waterput naast het huis, heeft niemand nog een boodschap aan die eeuwenoude waterplaatsen. De sociale functie is overbodig geworden, niemand kijkt er nog naar om, dus worden ze gebruikt als vuilnisbelt. Geld voor onderhoud ontbreekt en als het er wél zou zijn, dan duikt een ander obstakel op, namelijk de onuitroeibare achterlijkheid van het Indiase kastenstelsel. Zo legde een lokale ondernemer ons bloedserieus de prangende vraag voor: “waar moeten we de onaanraakbare vandaan halen om de rotzooi op te ruimen”?

In New Delhi vond ik een oude bron die recentelijk in alle glorie hersteld is: de Agrasen ki Baori, waarvan niemand precies weet wanneer hij gebouwd werd, gemakshalve houdt men het op de 16e eeuw. De bron ligt ruim een kilometer buiten de stadsmuren van wat ooit Oud Delhi was, in de onmetelijke open ruimte ten zuiden van de oude stad. Hier en daar stond tussen bomen en struikgewas een mausoleum van deze of gene moslimvorst, en een enkele trappenbron. Inmiddels is de nieuwe stad mijlenver opgerukt, en het geeft een schitterend beeld, als je oud en nieuw, de trappenbron en de hoogbouw van New Delhi, in één beeld vangt. En nog aardiger is, te zien hoe deze baori, net als in vroeger dagen, een sociale functie heeft. Maar nu niet meer voor de dorpelingen om in de koelte van de zijnissen bij te praten over lokale aangelegenheden, of om een ritueel bad te nemen alvorens naar de tempel te gaan, maar voor jonge geliefden, die elkaar hier op de koele trappen ontmoeten, stiekem, ver weg van de sociale beklemming van het ouderlijk huis.

6. Agrasen ki Baoli 72 _IND8986sig

4 thoughts on “157. Vergeten Wereldwonder

  1. Schiiterend , Hans !!! Maar je weet op die wereld-erfgoedlijst staan vooral westerse ……..
    een kwestie van geld, lobby en macht. Prima dus om dit op deze manier aan te tonen !!

    • Ha die Jan. Dank. Ja, ik ben diep geraakt door het wonder van die magistrale bouwwerken, en ben blij dat anderen dat kennelijk met mij delen.

      Maar even een correctie: ik had het toch niet over de werelderfgoedlijst? De wereldwonderen, daar ging het om! Geestig ook wel, dat het er per se zeven moeten zijn, dat hadden de oude Grieken bedacht, zo als ik ergens, omdat het getal zeven de totaliteit uitdrukte. Vandaar dat alles uit zeven moest bestaan: zeven planeten, zeven kleuren, zeven wetenschappen, zeven dagen in de week en dus ook zeven wereldwonderen.

      Die werelderfgoedlijst is overigens, vind ik, minder westers georiënteerd dan je zou denken. India (omdat we het daar nu toevallig over hebben) is ruim bedeeld, en ik zag zojuist dat ook Humayuns tombe op de lijst staat. Dat is toevallig een van de mausoleums buiten Oud Delhi die ik in mijn stuk noem, op een steenworp afstand van Agrasen ki Baori.

      De Chand Baori in Abhaneri, die zou op die werelderfgoedlijst horen. Wie weet gebeurt het ooit.

      Groet!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s