154. Ochtendschimmel

We zijn weer even in Frankrijk neergestreken. Werk meegenomen, dat gaat hoe dan ook door, maar de heuvels van de Morvan lonken, dus ook bergschoenen en wandeljacks mee. Oranje zijn ze, die jacks. Jaren geleden aangeschaft toen we in Nepal rond de Annapurna’s gingen lopen en welbewust die felle kleur kozen, stel dat iets zou gebeuren op ruim vijfduizend meter, in diepe sneeuw, dan zouden die oranje stipjes snel gevonden worden. Hier in de groene heuvels zijn we nu dan ook goed zichtbaar, alsof we op afstand solidair zijn met de Nederlandse schaatsers in het verre Sotsji.

Frankrijk voelt als vakantie. Nee, Frankrijk is vakantie. Andere luchten, ander landschap: van Friesland duizend kilometer zuidwaarts en je bent in een nieuwe wereld. We vertrokken na een gewone werkdag, reden de hele nacht door, wilden de volgende dag de 1.500 meter niet missen, het koningsnummer van het schaatsen op de Olympische Spelen. We hadden nauwkeurig gepland dat we, om en om het stuur nemend, redelijk fit op tijd in Autun zouden aankomen om proviand in te slaan, en dan de laatste kilometers naar ons huis in de heuvels. Paar uur slapen, dan koffie en schaatsen kijken.

Als we de auto het terrein op rijden zien we tot onze verassing een groot wit paard op de heuvel achter het huis. De heuvel gaat steil omhoog, met hier en daar wat fruitbomen, de takken behangen met het mos van ouderdom. Daarachter gaat het over in een bos. Halverwege de heuvel is een natuurlijke waterbron, dezelfde stroom die het huis van water voorziet. De waterplek op de heuvel is goed voor de schapen, die hier in de zomer grazen. Een overeenkomst die de vorige eigenaar had met veehouder Perodine uit het naburige dorp. Met de koop van het huis, nu alweer dertien jaar geleden, bleef de overeenkomst bestaan. Maar monsieur Perodine had kennelijk een paard over, en heeft het dier tijdelijk op onze heuvel gestald, ofschoon de afspraak nadrukkelijk alleen over schapen ging, stel je voor, anders lopen er opeens koeien die de boel vertrappen.

En nu, waar ’s zomers het zachte mekkeren van schapen klinkt, horen we het ingehouden hinniken van het paard, dat er na drie dagen al aan gewend is dat Mirjam ’s ochtends met een stuk brood of wortel naar het hek komt. Als we van boodschappen of een wandeling terugkomen en het terrein oprijden, staat hij bovenaan de heuvel en komt in gestrekte draf naar beneden. Niet de kortste afstand, dus rechtuit, anders zou hij in een soort overdrive terechtkomen en als een stormram door de afrastering schieten. Nee, dieren zijn slim, die begrijpen de wetten van de natuur. Hij slalomt omlaag en komt keurig bij het hek tot stilstand. En dan dat wonderlijke geluid, waar volgens mij geen woord voor is. Een tevreden snuiven waarbij de lippen zachtjes op elkaar klappen.

_IND8513

Geen idee hoe het paard heet. Moet een dier een naam hebben? Hoeft niet, paard is genoeg. Fiere kop, woeste manen. Hij herinnert me aan het paard uit de film van Albert Lamorisse, vroege jaren vijftig, onze eerste film die we in de bioscoop zagen. Crin Blanc heette het dier, Witte Manen. Trouwens, hoe kies je een naam voor een dier? Jan Cremer had ooit een hond die hij godverdomme noemde. Dan liep hij door de stad en riep keihard Kom hier godverdomme! Hoeveel mensen zouden er zijn die hun hond Bol Dot noemen? Lopen ze in het park en roepen de hond, Bol Dot kom! Ja, humor is lastig. Bol Punt kan trouwens ook. Wij noemen het paard gewoon Paard. Maakt niet uit, hij komt toch wel als we hem roepen, want weet van brood en wortel en maakt dankbare klaplipgeluidjes.

Le Bouley 210214_IND8524

Ons huis ligt in de Morvan, het bergachtige gebied in Bourgondië. De naam stamt van het Keltisch, Mar = zwart, Vand = berg. Niet ver hier vandaan ligt Mont Beuvray, waar de oud-Keltische stad Bibracte werd opgegraven. Heerlijke omgeving. Geen industrie, dus geen luchtvervuiling. En, hoera, ook geen lichtvervuiling. Als wij in Friesland ’s avonds naar buiten kijken zien we de gele gloed van rozenkwekerijen dertig kilometer verderop in de polder. Hier kijk je in een wolkeloze nacht omhoog en ziet de Melkweg.

Prachtig glooiend coulissenlandschap hier, en veel bos. Het heet Parc naturel régional du Morvan, het bos geniet beschermde status, maar is wel degelijk voor commercieel exploitatie, er zijn jaren dat er stevig gekapt wordt. Soms kom je voor verrassingen te staan. Zo ontdekten we deze week een onverharde weg dwars door een bos waar voorheen niets was dan een smal kronkelpad en knoestige, mosbegroeide oude bomen. Als we daar wandelden waanden we ons in een tekening van Marten Toonder. Nu opeens een metershoog talud, de gele aarde als een verwoestend lint dwars door het landschap. En waarheen gaat het? We volgen de route, over de heuvel waar een enorme vlakte is kaalgekapt IMG_0732 (en waar we een ouder echtpaar verwoed in de weer zien met een motorzaag, de achterbak van hun auto ligt vol stukken boomstam – contrabande à la Morvan!), en uiteindelijk eindigt het pad bij een smalle verharde weg die naar de andere kant van de heuvels voert. Later horen we dat een enorme ontbossing gepland is en de nieuwe weg zou zijn aangelegd om het hout af te voeren. Maar ook begrijpen we tot onze opluchting dat het grootste deel van de vaste wandelroute die we hier sinds jaar en dag lopen onaangetast zal blijven. Heerlijk is het hier, en doodstil, als je langs het oude pad een adempauze neemt is er niets dan vogelzang, echoënd langs de zoom van het oude woud.

Onze boodschappen doen we bij een kruidenierswinkel in een naburig dorp of we gaan naar Autun, vijftien kilometer verderop, een stief kwartiertje over de meanderende D3. Fraaie stad, dit eeuwenoude Autun. Gesticht tijdens de heerschappij van de eerste Romeinse keizer, Augustus, en ook naar hem vernoemd: Augustodunum. Romeinse stadspoorten en -wallen, een openluchttheater, de sporen zijn talrijk. Prachtige kathedraal ook, Romaans, vroeg 12e eeuw. We komen er vaak, en graag. ’n Paar prima restaurants, geen dikdoenerij, maar gemoedelijk. Voor wie ooit van plan is Autun aan te doen: een van onze favorieten is een klein visrestaurant, Le Monde de Don Cabillaud (noteer maar: 4 Rue des Bancs); slechts ’n paar tafels, open keuken, beperkte keuze uit dagverse producten en gemoedelijke sfeer.

En onze boodschappen? Je ontkomt er niet aan, en ik kom er graag: mijn (bijna) naamgenoot Leclerc. Wat een puike Winkel van Sinkel is dat toch. Zelden zag ik zo’n goede visafdeling, om over de kazen en wijnen maar te zwijgen. Vlees eten we nauwelijks, maar ook carnivoren komen hier goed aan hun trekken. Producten uit de directe omgeving, met foto’s van de (Charolais)runderen waarvan het vlees hier verkocht wordt, IMG_0801 compleet met aanduiding van welke boerderij. Betrouwbaarder vlees eten kan nauwelijks.
Maar het dierbaarst is ons de woensdag- en vrijdagmarkt in Les Halles d’ Autun. Biologische producten van kleine producenten uit de buurt, de heerlijkste broden, groenten en kazen. Een waar feest, elke keer weer. Tevreden nemen we de heerlijkheden mee naar huis. En morgen? Dan worden we wakker, hopelijk weer een droge dag na de stevige regen van vandaag, en uit ons raam kijkend zien we onze Crin Blanc, bij het hek wachtend in de ochtendmist op wortel en broodkorst.

2 thoughts on “154. Ochtendschimmel

  1. De Morvan…..een heerlijk wandelgebied met helaas net even voor mij te veel en vaak regen Autun een interssante (oud-romeinse) stad..
    Maar toch Ik deel helemaal jullie enthousiasme en kan de lezers aanbevelen deze tregio toch echt eens te bezoeken !!

    • Beste heer Jan de Boer…binnenkort gaan we op stap in de stad Autun!!
      Heb jij enige adressen van goeie resto’s en hippe, jongeren café’s?
      Hartelijk dank!! Bart

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s