149. Christian

Hij heet dus Christian, de storm van gisteren. Vernoemd naar een Duitser, die 199 euro betaalde om zijn naam te mogen geven aan de storm. Het Duitse Institut für Meteorologie bedacht in 1954 een systeem Europese stormen een naam te geven en er een zakcentje aan over te houden. Dit jaar hebben ze naar eigen zeggen al 40.000 euro verdiend met de verkoop van namen. Niet alleen aan stormen, maar ook depressies (€ 199) en hogedrukgebieden (€ 299). Die zijn duurder omdat ze langer op de weerkaart blijven staan. Wonderlijk. Waarom zou je je naam willen geven aan iets dat een spoor van vernieling trekt? Raar ding, ijdelheid.

Dat het kreng Christian heette wisten we gisteren nog niet toen ‘ie op ons afkwam. Zou ons ook een zorg zijn, die naam. Wat hij zou aanrichten, daar ging het om. Hoeveel schade dit keer? Dat we er niet ongeschonden uit zouden komen was op voorhand duidelijk. We wonen, zoals het hier heet, ‘op de ruimte’, de flank van het huis pal zuidwest. ZFR storm 2004 Kilometers vrije ruimte, het huis van de buren zonder verrekijker nauwelijks te zien. Wat je wel ziet aankomen is donderend onheil, dat zich samenpakt boven de einder en zonder omhaal op je afkomt.
Zo gebeurde het ook in 2004, toen op een mooie dag in juli opeens een freakstorm over ons heen rolde. Vier gigantische bomen, wortelend in de slootrand, konden met hun dik gebladerte de wind niet de baas, gingen om en vielen pardoes op ons dak. Later zagen we het op de weerkaarten terug: het rode oog van de storm exact over ons huis. Een persfotograaf uit het naburige Lemmer, door de lokale krant opgetrommeld om een foto van de rampplek te maken, vroeg verbaasd of het gestormd had. Tien kilometer verderop in Lemmer was er niets van te merken geweest. ‘Paar kruipt door oog van de naald’, aldus de onvergetelijke kop die boven het artikel stond. We leerden een harde les. Buiten wonen, hoe romantisch ook, had onverbiddelijke consequenties.

In de bijna twintig jaar die we hier nu wonen zijn heel wat stormen over ons huis geraasd, maar geen zo dreigend als die van gisteren. Een merkwaardige machteloosheid maakt zich van je meester. Wat te doen? Het komt, daar helpt geen moedertjelief aan. Dus zo min mogelijk losse dingen rond het huis, kwetsbare potplanten gauw naar de windluwe achterkant sjouwen en dan maar afwachten. Rond elf uur begint het aan te wakkeren, het loeit en kraakt. Nog even naar de ezels, die onrustig een goed heenkomen zoeken in de stal, oren gespitst. De kippen houden we binnen, het zal niet de eerste keer zijn dat er een in de sloot geblazen wordt en jammerlijk verdrinkt. Even buienradar checken. Om 11:40 is het bijna windkracht tien.

storm 1140

Het geluid van de storm is zo overweldigend dat we niet horen wat voor vernielingen worden aangericht. Hoe kraakt een omvallende boom? Het gaat verloren in ziedend geraas. Tussendoor nog een keer naar de dieren, kijken hoe het ze gaat. We kunnen nauwelijks op de been blijven, in een rare hoek hangen we voorover tegen de storm, hij rukt gulzig aan lijf en kleding. Als we niet zo bezorgd waren om huis en haard zou het een avontuur zijn, maar er staat teveel op het spel. In de stal staan ezels en geiten met gespitste oren, ze zijn bang maar de stal is veilig. We worstelen terug naar huis, de storm zwiept en geselt, niets kunnen we doen, laat maar gebeuren.

Tien minuten later vliegt het complete dak van de schuur waar we gereedschappen, maaimachines, hooi en stro bewaren. De hele santenkraam rukt los, slaat over de kop en landt in de kippenren. Golfplaten vliegen rond, dakspanten en muurplanken scheuren doormidden, elektriciteitskabels worden losgerukt, een boom scheurt krakend uit z’n voegen en slaat neer op het kippenhok. Het inferno is over ons gekomen. Ontredderd kijken we naar de vernieling. Wat te doen? Niets. Neem nog maar een kop thee, pak een boek, laat de woede daar buiten uitrazen.

Als het ergste voorbij is nemen we poolshoogte. Vijf bomen ontworteld, als door een reuzenhand door midden geknakt. De kippen hebben het gelukkig overleefd. Verbaasd scharrelen ze tussen de brokstukken. Hoog in een boom hangt een verwrongen golfplaat, losgerukt van het kapseizende schuurdak.

Ik bel Eric en Chris, na zoveel jaar hebben we een vertrouwde kring, ze zeggen meteen toe te komen en vandaag hielpen ze de ergste schade op te ruimen, stammen in mootjes zagen, elektriciteitskabels herstellen. Het ergste is opgeruimd, een deel van de gevallen bomen laten we liggen tot het winter is, dan gaan we zagen en hakken, en Eric, de man die alles kan, heeft de stroom hersteld zodat er licht is bij de stal. Wat fijn, te weten dat je er als het erop aankomt nooit alleen voor staat.

Ontreddering, dat is wat ik voelde met al die vernieling. Maar ik dacht ook, al was het alleen al om mijn eigen onrust te bezweren: wat nou, dit is niets vergeleken met de ellende die de mensen in onze wijk Nagwa in India doormaakten toen de rivier laatst zo hoog stond, huizen onder water, alles kwijt. En wij? ’n Paar bomen en een schuur, kom op zeg. Maar toch. Klote Christian.

Storm1_IND7949

Storm2_IND7950

Storm3_IND7952 15.22.18

Storm4_IND7954

Storm5_IND7957

2 thoughts on “149. Christian

  1. Merkwaardig, die stormschade voor de tweede keer, misschien in de toekomst meer soliede schuurtjes bouwen -:)

  2. Gaat zo toch beduidend meer spreken dan als we enkel koppen in de krant lezen als ‘Europe braces for storm’. Moet inderdaad indrukwekkend geweest zijn. Sterkte met de opruimwerkzaamheden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s