144. Omdat Het Moet

Fietsen kan rare dingen met je doen. Of misschien is raar het verkeerde woord. Beter is: intens. Het is net alsof je denken in een andere versnelling terecht komt. Is het omdat ik alleen reis, op mijzelf aangewezen zonder Mirjam, mijn vertrouwde klankbord en sparringpartner? Of is het omdat ik aan het slow reizen ben, en dat er daardoor meer tijd is voor reflectie? Niet ondenkbaar. In elk geval merkte ik tijdens deze reis (opnieuw) dat ik soms in verhevigde mate met het verleden bezig ben. Niet zozeer mijn particuliere verleden, ofschoon dat ook wel door je hoofd wil spoken. Logisch, dat zit in hoofd en vezels, je bént je verleden. Soms zou je er van af willen, ga weg, laat me met rust. Maar in dit geval bedoel ik toch vooral het verleden van de wereld waar ik op dat moment ben. Kortom: de soms nog bijna grijpbare geschiedenis. En hoe daar mee om te gaan.

Onvermijdelijk dat dit, vooral in dit deel van de wereld, grote thema’s zijn. Geldt ook voor de stad waar ik nu ben, Praag. In een Duitse gids lees ik: wo in anderen Städten Grundwasser fliesst, hat Prag Blut. Maar is dat alleen hier? Natuurlijk niet. Geschiedenis wordt, zolang de mensheid bestaat, geschreven in bloed. We hebben elkaar altijd al de hersens ingeslagen om welke krankzinnige reden ook. Gebiedsuitbreiding, religieuze of etnische superioriteit, bedenk het maar.

Tijdens deze reis merkte ik dat weer toen ik door Brandenburg reed: Ravensbrück, Sachsenhausen. Vernietigingskampen van het Nationaal-Socialisme. Beide concentratiekampen kende ik, had ze eerder bezocht, over vrouwenkamp Ravensbrück maakte ik begin jaren negentig voor de VPRO een documentaire en schreef er over in de Groene Amsterdammer. ’t Was me ook wat. Opeens zou er een supermarkt gebouwd worden pal naast het voormalige kamp, en de toegang zou over de Strasse der Nationen gaan, de klinkerstraat die toegang biedt tot het voormalige kamp, onder barre omstandigheden door vrouwelijke gevangenen aangelegd. Het plan stuitte op enorme weerstand, en toen het gebouw er eenmaal stond werd de vergunning te elfder ure ingetrokken. Pas in 2011 werd het gebouw gesloopt. De gebeurtenis riep wereldwijd de vraag op: hoe gaan we met ons verleden, met onze geschiedenis, om? _DSC6952

Ik besloot Ravensbrück opnieuw te bezoeken, 22 jaar na dato. Er bleek veel veranderd. Destijds was de voorlichting in het kamp geheel gericht op anti-fascistische Sovjet propaganda, maar na de val van de Sovjet-Unie en de terugtrekking van Sovjettroepen uit de voormalige DDR, moest de geschiedenis worden herschreven. Of beter gezegd: moest de geschiedenis objectief worden herschreven. Het nieuwe Ravensbrück voorziet in die behoefte, en ronddwalend door de leegte waar ooit de barakken stonden was er zoals eerder dat verdoofde gevoel van ongeloof dat dit alles heeft kunnen gebeuren. En omdat ik op de fiets was, zag ik de volgende dag iets waarvan ik het bestaan niet wist. Ik reed door een bos achter het voormalige kamp en ontdekte dat het oorspronkelijke kampgebied eindeloos veel groter was dan wat het publiek te zien krijgt. Kilometers achtereen steeds weer kleine bordjes: hier stond een heropvoedingskamp, hier een werkkamp voor Siemens waar de gevangenenen te werk werden gesteld, en daar een kamp voor ‘moeilijk opvoedbare meisjes’, een eufemisme voor sociaal zwakkeren, die uiteindelijk allemaal in de gaskamer eindigden. Van die buitenkampen geen spoor meer, alles verwaarloosd en gesloopt tijdens de Sovjetperiode en nu overwoekerd door bos. Armando moest eens weten, met zijn term ‘schuldig landschap’.

De kernvraag bij dit alles is, en dat overviel me toen ik door dat stille bos fietste waar zich zo’n zeventig jaar geleden de gruwel afspeelde: moeten we ons herinneren? Moeten we herdenken? Ik merkte dat ik er kort over kon zijn. Ja. Waarom? Omdat het moet. Niet bepaald een intellectueel argument, maar het enige dat ik heb.

Toen ik voor het eerst een dodenherdenking meemaakte was ik nog kind. Begin jaren vijftig, ik zal zes of zeven geweest zijn. Oud genoeg in elk geval om mij de gebeurtenis te herinneren. Tamelijk helder zelfs. Mijn vader nam mij mee naar De Dreef in Haarlem, waar op 7 maart 1945, twee maanden voor de bevrijding, vijftien gevangen verzetslieden door de Duitsers werden geëxecuteerd als represaille voor de aanslag van Hannie Schaft op een NSB-agent. Op de plek van de executie staat een beeld van Mari Andriessen, ‘Man voor het Vuurpeloton’. 219 Vlak daarnaast hielden actievoerders een hongerstaking. Zij hadden een stand ingericht met informatie, maar ik kan me niet herinneren waarom zij in hongerstaking waren gegaan. Tegen wat? De oorlog was toch al een jaar of acht, negen voorbij? Ik had nog nooit van hongerstaken gehoord en vond het fascinerend. Mijn vader niet. De oorlog was voorbij, mopperde hij, iedereen had weer voldoende te eten, dat moest je respecteren en niet raar doen met niet eten. Intussen werden rond het beeld bloemen gelegd, iemand hield een toespraak, en toen kwamen de twee minuten stilte. Dat moment had op mij het effect van een mokerslag. Al die zwijgende mensen, de handen gevouwen, de ogen neergeslagen. Ik keek op naar mijn vader naast mij. Ook hij hield het hoofd gebogen en ogen gesloten. Indrukwekkend. Zo had ik hem nog nooit gezien. En op dat moment trok achter ons een auto met gierende banden op en scheurde weg over De Dreef. Ik zag hoe mijn vader opschrok en met ingehouden woede de auto nakeek. Op de terugweg naar huis legde hij uit waarom. Dat die stilte heilig was, dat je op dat moment verbonden moest voelen met de gevallenen, en dat korte verbond mocht niet verbroken worden.

Intussen zijn we bijna zestig jaar verder en ik weet dat er alles voor te zeggen is om niet te herdenken. Of in elk geval om voormalige concentratiekampen niet te bezoeken. Ik ken de argumenten, en ook al ben ik het er hartgrondig mee oneens, ik begrijp ze wel. Dat je er niet heen hoeft omdat je ook zo wel weet hoe gruwelijk het geweest is. Of omdat de emotionele ontreddering die zo’n bezoek teweeg brengt te groot is. Ik begrijp het, maar bij mij is het welhaast tegenovergesteld. Ik wíl me aan die ontreddering blootstellen juist omdát het de enige manier is om in contact te blijven met dat verleden dat ons aller verleden is. Omdat het ons gebracht heeft waar we nu zijn. Het heeft ons mede gevormd, en moet daarom niet alleen gerespecteerd maar ook gezien worden.

Berlijn is daar een goed voorbeeld van, en Praag evenzeer. IJkpunten in de geschiedenis, en ik heb ze allemaal meegemaakt. Misschien niet allemaal even bewust, maar ze speelden zich af tijdens mijn leven en maken daar dús onvervreemdbaar deel van uit. De bouw van de Muur in 1961. De bezetting van Praag door het Warschaupact in 1968 om een einde te maken aan de Praagse Lente van Alexander Dubček. De ineenstorting van het Sovjet-Rijk en de val van De Muur in 1989. In Duitsland wisten ze niet hoe snel ze die ellendige muur moesten afbreken. Wég ermee. Van alle kanten werd gewaarschuwd, niet te snel! Je moet het verleden niet al te rigoureus willen wegpoetsen. Maar dat deden ze wel, en opeens stonden ze met lege handen. Er was niets meer te herdenken, de plaatsen des onheils waren, letterlijk, gladgestreken. Gelukkig zijn ze tot inkeer gekomen, en de geschiedenis heeft een waardige, tastbare plaats gekregen. Met andere woorden: er is plaats voor herinnering. Niet alleen belangrijk voor hen die het meemaakten, maar ook, en vooral, voor de generaties die hierna komen.

Hoe gingen de Duitse kranten trouwens om met die historische gebeurtenis in de nacht van 8 op 9 november 1989? Dat is ook geschiedenis. In het Ost-West-Café aan de Bernauer Strasse hangen de kranten die daags na de val van de Muur verschenen. Vrijwel zonder uitzondering reserveerden ze de hele voorpagina om de historische gebeurtenis te verslaan. Behalve het roddelblad Bild. Die vond het privéleven van toenmalig televisiepresentator Klausjürgen Wussow toch nét even belangrijker…

_DSC6990

Bernauer Strasse. Veel mensen weten het niet, maar de bouw van de Muur was op deze plek in Berlijn uiterst dramatisch. De grenslijn liep gelijk met de voorkant van de woningen, binnenshuis was oost, sprong je uit het raam kwam je in west. En dat deden ze dan ook. In paniek sprongen ze van drie, vier hoog om naar het vrije westen te komen. Soms was het bijna te laat, was de Oost-Duitse politie al binnengestormd om ze tegen te houden. Beneden op straat stonden landgenoten, en als ze toch uit het raam sprongen werd er van twee kanten aan ze getrokken. Bizarre, krankzinnige taferelen die gelukkig, hoe kort het fragment ook is, voor het nageslacht zijn vastgelegd:

Op deze plaats aan de Bernauer Strasse vond een van de eerste Republikfluchten plaats: op 15 augustus 1961 sprong een Oost-Duitse soldaat over het prikkeldraad naar het westen. De bouw van de Muur was twee dagen eerder begonnen, op de meeste plaatsen was het niet veel meer dan een geïmproviseerde versperring, en de 19-jarige Conrad Schumann zag zijn kans schoon. Bij toeval werd zijn vlucht vastgelegd, zowel op film als foto. Documenten die van iconische waarde bleken.

Op de hoek Bernauer Strasse bij het herdenkingsmonument van de Muur is de vlucht van Schumann levensgroot vastgelegd. Zelf heeft hij het niet meer meegemaakt. Na zijn vlucht is hij altijd bang geweest ooit door de Stasi, de Oost-Duitse Staatssicherheit, te worden ingerekend. Zelfs de val van de Muur heeft die vrees niet bij hem kunnen wegnemen. Altijd over zijn schouder kijken, altijd bang. In 1998 kon hij het niet meer aan en pleegde zelfmoord.

_DSC6994

Een ander monument van historisch belang in Berlijn is het Holocaust Memorial, ter nagedachtenis aan de Europese Joden die tijdens de oorlog het leven verloren. Ook dit monument heeft tientallen jaren op zich laten wachten. Moest er herdacht worden? En zo ja, hoe? De discussie woedde eindeloos, tot in 1994 een competitie werd uitgeschreven. In 1999 werd het gewonnen ontwerp bekend gemaakt, en in 2005 werd het officieel geopend. Een reusachtig terrein van 19.000 m2 met 2711 grijze betonnen blokken. Geen uitleg, geen namen, niets. Ik heb er rondgedwaald, gekeken, gevoeld, en ben tot de conclusie genomen dat ik het heel bijzonder vind. De vervreemding is extreem, en dat is precies wat de bedoeling van de makers moet zijn geweest. De vrouw op de foto die ik er maakte denkt er precies zo over, lijkt het…

_DSC7002

Nog een plek die historisch is, maar geen herdenkingswaarde heeft. Althans niet in de zin zoals Bernauer Strasse en het Holocaust Memorial dat hebben: de Glienicker Brücke. Als er íets symbool kan staan voor de Koude Oorlog dan is het deze brug over de rivier de Havel tussen het door de Sovjets bezette Potsdam en de Amerikaanse sector van West-Berlijn. De spionnenbrug, werd hij door de buitenlandse pers genoemd, omdat hier, exact in het midden van de brug, spionnen en gevangenen werden uitgeruild. De beroemdste, en meteen ook laatste ruil, was die van mensenrechtenactivist en politieke gevangene Anatoly Sharansky tegen een aantal Oost-Duitse spionnen in februari 1986. Toen ik er overheen fietste en in het midden een witte verfstreep zag, ben ik afgestapt en heb heel symbolisch een grote stap over de streep gezet. Fysiek contact met de geschiedenis. Heel bijzonder.

_DSC7005

En nu, in Praag, is daar opnieuw geschiedenis, waar je ook kijkt. Niet alleen in de vorstelijke paleizen, zoals overal ter wereld, maar in het kleine, en voor velen haast onzichtbaar. Zoals de oneffenheden en een gestileerd kruis in het plaveisel aan de voet van het Nationaal Museum aan de oostkant van Václavské náměstí, beter bekend als Wenceslas Square. Op deze plek stak student Jan Palach zich op 19 januari 1969 in brand als protest tegen de Sovjet invasie enkele maanden eerder, die een eind maakte aan de Praagse Lente. Ik herinner me de gebeurtenis glashelder, het was de eerste keer dat ik van zelfverbranding hoorde. Pas later begreep ik dat het naar voorbeeld was van de Vietnamese monnik Thích Quảng Đức in 1963 in Saigon. Bij mijn weten de eerste zelfverbranding die de wereldpers haalde. Had het protest van Jan Palach, en later nog twee studenten, enig nut? We zullen het nooit weten, maar hun daad was een ijkpunt in de geschiedenis. En is het, vind ik, waard herinnerd en herdacht te worden. Omdat het de geschiedenis mede heeft bepaald. En die geschiedenis, dat zijn wij ook.

_DSC7073

Goed. Tot zover. Volgende keer lichtere kost. Over fietsen vanuit Praag westwaarts, bijvoorbeeld.

_________________________________________________________________________

3 thoughts on “144. Omdat Het Moet

  1. Interessante overwegingen. Vraag me altijd af hoe al die Sovjetvolkeren erin slagen om geen verleden te hebben, of zich enkel een heel selectief verleden te herinneren.

  2. Je roept herinneringen op; in 1975 stond ik in Berlijn aan de Spree te kijken naar een kindje wat erin gevallen was. Niemand durfde erin te springen om het kindje te redden, uit angst voor de immer speurende ogen uit wachttorens en daken, die ineens een kogelsalvo op je af konden vuren. Die muur heb ook ik zo gehaat! In 1989 op 9 november danste ik dan ook met mijn twee-jarige dochter op de arm terwijl de tranen me over de wangen stroomden. Alsof mijn schuldgevoel uit 1975 ook eindelijk omver werd gehaald…

  3. Je hebt gelijk, omdat het moet. Ik ben van iets jongere generatie (1967), maar vindt ook nog steeds dat dat soort zaken moet worden herdacht, waardoor kan worden geleerd van het verleden. Zonder verleden geen toekomst ! Goed geschreven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s