140. Altijd Morgen

Alsof ik in een warm bad stapte: Duitsland. De taal ligt in mij verankerd, je kunt het niet uitwissen, en waarom ook. Zo’n prachtige, heerlijke taal. En het is echt niet alleen Rilke, aan wiens werk ik zo verkocht ben, maar ook Hesse, Zweig, Tucholsky en Brecht. Dat is wat mij mede vormde toen ik daar woonde. Tweede helft jaren zestig, waar is de tijd gebleven. Historische gebeurtenissen uit die periode zijn voor mij onlosmakelijk met dit land verbonden. De moord op Robert Kennedy. Russische tanks die een eind maakten aan de Praagse lente. Neil Armstrong op de maan. Keerpunten in de geschiedenis, voorgoed gekoppeld aan de plaats waar je was toen je het hoorde. Voor mij was dat Duitsland.

Dus wat een genoegen, vanuit Groningen bij de buren binnen te fietsen. Doodstil trouwens, daar. ’s Ochtend vroeg, de beste tijd om te rijden, de wereld koel, de wegen stil. Maar ook de dorpen. Rare gewaarwording. In veel van de dorpen waar ik doorheen kwam waren de bakkerijen, als ze er al waren, gesloten. Niet voor vakantie, maar permanent. Etalages dichtgeplakt met vergeeld krantenpapier, het opschrift Bäckerei-Konditorei, dat soms kilometers eerder in het landschap op hoopgevende wegwijzertjes te lezen was, verworden tot loze belofte. Maar niet alleen de bakkerijen treft dit lot. Kleine supermarkten, slagerijen, alles gesloten. 040713 BRD thv Rastdorf op weg naar Eleonorenwald iPhone IMG_1597 Lullig voor de lokale middenstand, maar ook voor de fietser die gegokt heeft op onderweg proviand inslaan en dan niets. Hongerklop! Je kunt zomaar van je fiets vallen, of met je hele spul omdonderen. Was me dan ook al gebeurd, ergens op een zanderige landweg waar ik per vergissing verzeild was geraakt. Het lukt je even niet meer, achterwiel slipt weg, en dan is zo’n bepakte fiets wel erg zwaar. Alsof je aan een dood paard staat te sjorren. Hoe groot dan het genoegen ergens in een dorp een benzinestation te vinden waar verse belegde broodjes en dampend zwarte koffie te krijgen zijn. En je raakt in gesprek met deze of gene, want iedereen zegt Tag en Moin, soms keurig Guten Tag. Maar of het nu Platduits of Hoogduits is, het is moedertaal. Letterlijk. Je stapt in de taal en je bent thuis.

Durf te wedden dan niet veel mensen weten dat er zoiets is als Plattdeutsch. Wordt ook wel Niederdeutsch genoemd. Nederduits. Niet omdat het minder is dan Hoogduits, maar omdat IMG_1588_edited-1 het gesproken wordt in de platte, noordelijke kustgebieden. Van vroeger herinnerde ik me zinnen als Schnakken in die Heimat an de Waterkant, wat Noord-Duitsers zeggen die naar elders zijn vertrokken en naar huis verlangen. Schnakken betekent kletsen. De rest lijkt me duidelijk. Maar het blijft verrassend, als je diep in het binnenland bent en je komt een bloemenwinkeltje tegen dat Binnen & Buten heet en voor hetzelfde geld in Groningen had kunnen staan, of Drente.

Bierbrouwerij Bremen 2013 IMG_1627_edited-1En de grote brouwerij Beck in Bremen hanteert een reclameslogan die op de gemiddelde Nederlander nou niet meteen het effect heeft van ja! die nemen we. Maar een geestig taaleffect is het wel. Voor de duidelijkheid: Süffig stamt van Saufen. Het toonaangevende woordenboek Duden maakt er iets moois van en zegt dat het ‘aangenaam van smaak en goed drinkbaar’ betekent. Quatsch. Goed te zuipen. Dat is wat er staat.

Vreemd is het woord moin. Dat kende ik nog niet. Omdat ze in Duitsland overwegend beleefd zijn word je op straat veel gegroet. Wandelaars, fietsers, je komt langs en je hoort moin. Dat het een verbastering van Guten Morgen was begreep ik wel, en eerst verstond ik dan ook Morgn. Tot ik het op een reclamezuil geschreven zag: moin. Dus voortaan groette ik vrolijk terug. Moin! Maar het werd twaalf uur en nog verder in de middag, en ze bleven standvastig bij moin. Soms zelfs dubbelop, moin moin. En wat blijkt? Het is avond, je hebt gegeten, wandelt nog wat over straat in de vallende duisternis en wat hoor je? Precies. Ochtend, middag of avond, het zal de Duitsers worst wezen. Hier is het altijd morgen.

Intussen, in Bremen. Wandelend door een drukke winkelstraat, niet omdat ik dat leuk vind maar omdat ik iets nodig heb, opeens mooie muziek. Viool. Je denkt dat het uit een winkel komt, maar dat kan niet, geen winkel ter wereld speelt klassieke muziek. Deden ze dat maar. Nee, het komt niet uit een winkel, maar daar, op de hoek. Een kleine, wat slodderige jongeman met een viool. Prachtig, echt prachtig. Ik raak met hem in gesprek, wil wat foto’s van hem maken voor mijn serie straatmuzikanten, vraag of het mag. Hij knikt enthousiast. Zegt dat hij geen foto’s heeft van zichzelf. Goed, daar brengen we dan nu verandering in. En terwijl ik fotografeer speelt hij glunderend verder, Lungu Eugeniu uit Moldavië. Een deel van een partita van Bach, een melancholieke csárdás, en het prachtige Méditation uit de opera Thaïs van Jules Massenet. En dat zomaar op straat! Je gelooft je oren niet. Maar wat denk je? Iedereen loopt voorbij. Te druk, met boodschappen en kletsen. Barbaren! Zo’n wereld verdient geen Moldavische straatviolist. Maar ja, hij moet toch wat, die Lungu.

72 dpi_DSC6863 kopie

Op een dag rij ik door een bos. Donker, er lijkt geen eind aan te komen. Veel naaldhout, zo donker dat je geen honderd meter kunt zien. Dan weer loofbos waar de zon doorheen filtert en in brede schuine banen de grond raakt en varens doet groeien. Meer dan tweeduizend vierkanter kilometer, las ik op een groot informatiebord aan de rand van het bos. Waar ook stond dat er bij wijze van experiment drie wisenten waren losgelaten. Wisenten! Van die beesten die je uit Artis kent, ’n soort bizon met enorme kop. Dat wetende rij je toch niet echt ontspannen door dat bos. Nergens een hek te zien. Wat als zo’n beest opeens op je pad komt? Maar als ik weer in de open ruimte kom zonder een ontmoeting met een wisent, denk ik: stel je voor dat ze er niet zijn? Dat ze niet eens bestaan? Dat het een stunt is om toeristen naar de regio te lokken? Overheden hebben het volk wel voor minder bedot.

Dat denken in zo’n bos, dat is iets normaals als je fietst. En niet alleen in een bos, maar altijd. Constant. Vergeet het malle ‘je hoofd leegmaken’. Dat is ook een stunt, in dit geval van alternatieve therapeuten. Doen alsof iets kan, maar het kan niet. Je hoofd kan niet leeg. Dat denkt en denkt, daar is het voor gemaakt. Net als je ogen. Die kijken en zoeken. Als je het niet zou doen was je blind. De blik moet dartelen, altijd op zoek, zoals geur moet worden gesnoven en gedachten moet worden uitgedacht. Ofschoon dat ook de verkeerde kant kan uitgaan. Dat je raar gaat denken. Angstdenken. In datzelfde bos waar misschien, of misschien ook niet, die wisenten lopen, lag een kleine boomstam over het pad. Smal pad, doodstil. Het hout leek opzettelijk over het pad gelegd, zo netjes lag het, exact van de ene kant naar de andere, nergens nog ruimte, ik moest wel afstappen en mijn fiets er overheen tillen. En dan: wat er als er opeens een griezel uit het bos opduikt en mij aanvalt? Niemand weet waar ik op dit moment ben, niemand weet van dit bos, ik ben onvindbaar. En dan is het net die ontregelende film Deliverance uit 1972. Dat opeens het Duitse broertje van die tandeloze hillbilly voor me staat met een geweer, gevolgd door die verschrikkelijke verkrachtingsscène, en die gore bosbewoner die roept: I bet you can squeal like a pig. Weeeeeeee! En dat er dan niemand is met ’n kruisboog om me te redden.

Overigens: ik heb het zojuist nagekeken op Youtube, en na veertig jaar staat die beroemde beginscène uit Deliverance, met de ‘dueling banjo’s’, nog steeds als een huis. De hele film, mag ik aannemen. Voor wie hem niet kent, en dus bovenstaande referenties niet heeft kunnen begrijpen, een aanrader.

Maar ik dwaal af. Want er was nog een andere gedachte, daar ergens in dat Duitse achterland. Want ik rij langs boerderijen en uit gesloten schuren hoor ik gekrijs van varkens. En ik ruik varkens. Dit is varkensland. En als ik dat knorren en schreeuwen hoor uit die concentratiekampen, want denk maar niet dat een van die dieren ooit buitenlucht rook of buitenlicht zag, als ik dat hoor vraag ik me af of er een verband is tussen katholicisme en varkens. Of beter: varkenshouders. Want net zoals bij ons de varkenssector overwegend in katholiek Brabant zit, zie ik hier in bijna elke tuin, steevast dicht bij de weg zodat de boodschap luid en duidelijk Christusbeeld Emsland BRD 2013 IMG_1604wordt uitgedragen, een kruisbeeld. Meer dan manshoog, pontificaal op het grasveld. De gespijkerde Jezus, soms is zijn lendendoek vrolijk blauw geschilderd, elders heeft men het bloed uit handen en voeten nadrukkelijk rood aangezet. En op de sokkel een juichkreet. ‘Jesus unser Erlöser’. Of, misschien speciaal voor de voorbijkomende fietser, ‘Gottes zegen auf allen Wegen’. Maar het verklaart nog steeds niet het katholicisme van de varkenshouders. En toch moet er een verklaring zijn.

En de lokale economie? Hoe het de mensen gaat? Meestal heb je er als voorbijgaand reiziger geen idee van. Maar ik kreeg er een onverwacht staaltje van te zien, en te horen, toen ik de nacht doorbracht in een dorp van spreekwoordelijk tien huizen, een kerk, een dichtgetimmerde supermarkt en zowaar één hotel restaurant. Ja, ze moesten het vooral hebben van zakenlieden op doorreis, vertelde de waard toen hij mijn avondeten op tafel zette. Aan de stamtafel drie mannen. Bier op tafel, en af en toe een woedende vuist. Het ging over Ikea, en een van de mannen had het hoogste woord. Dat het klotespul was en dat hij het verdomde op bezoek te gaan bij mensen die het in huis hadden. Niets zo waardeloos als een Ikea keuken! Er kwam nog een ronde bier, en langzaamaan maakte Ikea plaats voor een ander onderwerp. Maar toen ik de volgende dag in het zadel klom en het dorp uitreed, begreep ik de wanhopige tirade van de man aan de stamtafel. Want daar stond een fabriekje. Eberhard Mosel, Holzbearbeitung und Feintischlerei seit 1897 stond op de gevel. In de etalage zag ik keukenblokken en aanrechten, tafels en stoelen, alles handgemaakt van het mooiste hout. Maar op het parkeerterrein geen enkele auto, en de deuren gesloten. Op het raam een plakkaat. Uitverkoop wegens opheffing. De woedende man gisterenavond. Werknemer van het timmerfabriekje? Zoon van de eigenaar, die na de zoveelste generatie de zaak te gronde ziet gaan? Nee, dan ben je geen vriend van Ikea.

One thought on “140. Altijd Morgen

  1. Zoals altijd een plezier om te lezen. Las dit bericht tussen twee lessen door, liet het tijdens de tweede les aan de lerares zien. Dat mensen die een auto kunnen betalen zulke afstanden fietsen begreep ze niet meteen, en waarom was die ene foto zwart-wit? Heb het uitgelegd, toen begreep ze het. Geloof ik.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s