138. In De War

Dat de mensheid soms stevig in de war is, weten we. Vanochtend bijvoorbeeld Ruud Lubbers die toegaf dat er Amerikaanse kernwapens liggen onder de grond op vliegbasis Volkel. Krijgen de actievoerders van destijds alsnog gelijk, met hun protesten in de vroege jaren tachtig en de talloze Paas-actiekampen toentertijd. Ik herinner me dat ik, toen ik nog als verslaggever voor de NOS werkte, eens de nacht doorbracht tussen al die oprecht bezorgde vredesactivisten die in tentjes in het bos naast de luchtmachtbasis bivakkeerden, zich warmden bij knappende vuurtjes en droomden van een vredige, kernwapenvrije wereld. Om te beginnen in Volkel. Maar het kabinet wuifde de protesten weg. Onzin, werd gezegd, er liggen geen kernwapens op Nederlands grondgebied. En de rest van Nederland draaide zich nog maar eens om in bed, indachtig de sussende woorden van Colijn dat we rustig moesten gaan slapen.

Echt nieuw is wat Lubbers vertelt overigens niet. Als we het hadden onthouden hadden we kunnen weten dat toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen hetzelfde in 1998 al openlijk had toegegeven tijdens een kernwapendebat in de Eerste Kamer. Waar hij Colijn-achtig geruststellend aan toevoegde dat we ons hoefden geen zorgen hoefden te maken omdat de kernwapens ‘niet op scherp staan’. Maar we hebben het niet onthouden. En we accepteren kennelijk dat we door onze volksvertegenwoordiging belogen en bedot worden.

Is dat mensheid in de war? Ja, absoluut. Sla de krant er maar op na. Bedrog in de financiële wereld. Mateloze zelfverrijking ten koste van anderen. Burgeroorlog in Syrië, volksopstand in Turkije. Londen opgeschrikt een jihadistische straatmoord. Dat is het wonderlijke met de mensheid. Er is een permanente staat van in de war zijn die genormaliseerd is. We schrikken op, en gaan vervolgens door met wat we doen. Omdat het niet anders kan. Omdat we er niets aan kunnen veranderen, het speelt zich goeddeels buiten onze invloedssfeer af, en dus accepteren we het, noodgedwongen. Altijd zal er strijd zijn, en altijd leugen en gedoe. In de woorden van de Britse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679): bellum omnium in omnes. De mens leeft in een permanente toestand van oorlog van allen tegen allen. Dus ook tegen onszelf.

Zo zat ik te prakkiseren toen ik vanochtend weer naar onze dwaze zwaluw zat te kijken. Want, dacht ik, die permanente staat van in de war zijn is iets typisch menselijks. Bij dieren zal dat niet voorkomen. Die kennen ook moord en doodslag, maar dan uitsluitend ter instandhouding van territorium en soort en niet, zoals de mens, om machtsuitbreiding of om anderen een religie door de strot te duwen.

Maar die zwaluw van ons, die is stevig in de war. Hier is sprake van een regelrechte afwijking, want het arme dier leeft niet op voet van oorlog met soortgenoten, maar uitsluitend met zichzelf.

Nu is die zwaluw niet de eerste verwarde vogel die ik zie. Ik had al eerder beschreven hoe vogels danig het spoor bijster kunnen zijn (zie Rare Vogels uit 2009), dus die vergeetachtigheid slaat niet alleen op de kernkoppen in Volkel. Zo beschreef ik destijds een witte kwikstaart die zijn dagen sleet met het aanvallen van zijn eigen spiegelbeeld. De hele dag hoorden we het woeste tikken van zijn snavel tegen de lichtkoepel. Een tragische voorstelling, want terwijl z’n soortgenoten bouwen, broeden en voeden deed deze clown niets anders dan aanvallen. Hoe het met hem is afgelopen weet ik niet, het duurde eindeloos, maar op een dag was hij verdwenen. Misschien gestorven van uitputting, want hij leek ook nooit tijd te hebben om op insectenjacht te gaan.

witte-kwikstaart-wm

En nu is er dus die verwarde zwaluw. Het begon heel eigenaardig, we lieten per vergissing de voordeur open en daar vloog opeens die prachtvogel door het huis, met z’n blauwzwarte vederdek en die helderwitte buik. Streek neer in de boekenkast, vloog weer op toen we voorzichtig naderbij kwamen en dartelde langzaam voor ons uit, soms sur place in de lucht stilhangend als een kolibrie. Maar toen we haar eenmaal naar buiten hadden gekregen, wilde ze van geen wijken weten. Ze bleef maar bij de voordeur rondfladderen, klemde zich vast aan de onderkant van het venster naast de deur en keek naar binnen.

Zwaluw1_IND7891

Wachtte ze op een soortgenoot? Kon het zijn dat er twee zwaluwen naar binnen waren gekomen en deze nu op haar kameraad wachtte? We gingen terug naar de woonkamer, zochten tussen de boeken, maar niets. Kon zo’n dier zich te pletter hebben gevlogen en lag nu dood achter een rij boeken? Onzin. Geen vogel zo wendbaar en behendig als een zwaluw, die vliegt zich niet dood in een bibliotheek.

Dus wat nu de verklaring is van onze verwarde zwaluw die nu al bijna een week bij de voordeur bivakkeert? Aanvankelijk wilden we haar zo min mogelijk storen, telkens als we door de deur gingen vloog ze paniekerig op om, zogauw de kust veilig was, weer op haar plekje op de vensterbank terug te keren. Dan liepen we achterom via de keuken om haar met rust te laten. Maar dat slijt op den duur en nu lijkt het erop dat we aan elkaar gewend raken. Ze fladdert nog wel wat als we langs komen, maar vliegt niet meer weg. Ook praten we tegen haar. Of is het een hem? Dag zwaluw, zeggen we ’s ochtends. Dag dwaze, verwarde zwaluw. En ’s avonds, als we naar bed gaan en de deur op slot draaien, zeggen we, net als Colijn, ga maar rustig slapen.

Zwaluw3_IND7905

Zwaluw2_IND7902

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s