132. Adieu, Depardieu

Om gek van te worden. Niets is meer wat het lijkt, de wereld hangt van list en bedrog aan elkaar. Frauderende bouwbedrijven, leugenachtige bankdirecteuren, konkelende politici, een half krankzinnige Berlusconi die weer aan het roer wil in Italië, Venezolanen die beweren dat Chávez door Amerika met kanker is besmet en omgebracht, Budweiser bier waar minder alcohol in zit dan op het blikje staat, Duitse bio-eieren komen doodleuk uit de legbatterij, wereldwijd wordt gesleurd met giftig dierenvoedsel en paardenvlees wordt als rund verkocht. Nu kan me dat laatste op zich niet zoveel schelen, je wordt er niet ziek van, maar het is het ontnuchterende besef dat je nergens van op aan kunt. Zwendel, waar je ook kijkt. Je kunt je vrouw vertrouwen, en je hond, maar verder wordt het moeilijk. Neem wielrenner Michael Boogerd. Die aardige Michael met z’n trouwe hondenogen, die jarenlang doodkalm heeft beweerd schoon te hebben gekoerst, maar gisteren bekende dat hij zo’n beetje zijn hele carrière op doping heeft gereden. Et tu, Brute? Ja, hij ook. Kan je zeggen: ja, logisch, iedereen in dat wereldje heeft gebruikt, je denkt toch niet dat je alleen op pindakaas en spaghetti tegen de Alpe d’Huez op kunt? Nou, dat dacht ik in het geval van Boogerd toevallig wél. Zal wel naïef zijn, maar nog zie ik hem in de Tour de France van 2002 de Koninginnenrit winnen, met die enorme, wijd opengetrokken lachebek. En ik geloofde hem op z’n ogen toen hij tegen Mart Smeets zei nooit iets gebruikt te hebben. En die Oostenrijkse dopingarts Matschiner? Welnee, nooit ontmoet. Tot vorige week die facturen opdoken en Boogerd er niet langer omheen kon. Bloeddoping, cortisonen, epo, de hele reut. Paf, weer een held van z’n sokkel.

Het heeft me wel aan het denken gezet, want de algemeenheid van leugen en bedrog raakt aan een dilemma dat zowel filosofisch is als existentieel: in hoeverre moet iemand samenvallen met het beeld dat we van de persoon in kwestie hebben? In het midden latend of het een geïdealiseerd beeld is of niet, ergens moet de appreciatie, en dus de identificatie, op gestoeld zijn. Neem Bertolt Brecht. Schreef aangrijpende liedteksten en toneelstukken over de door het vuige kapitalistentuig onderdrukte arbeidersklasse, kleedde zich uitsluitend in zwarte kolensjouwersjasjes en arbeideristische flodderhemden, maar liet die hemden wel door zijn Frankfurter kleermaker uit de fijnste zijde snijden en met de hand naaien. Van mij mag het, maar het schetst wel een beetje een sneu beeld van zo’n man, want het is bedrog. En het rechtvaardigt de vraag: kan je zijn liedteksten, dus datgene waarmee je hem vereenzelvigt, nog wel serieus nemen? Of neem Jean-Jacques Rousseau, met zijn geruchtmakende boek Emile ou de l’éducation waarin hij zijn zienswijze over de aangeboren goedheid van de mens koppelde aan zijn denkbeelden over de ideale, natuurlijke opvoeding van een kind. Maar in het echte leven verwekte deze pseudo-idealist vijf kinderen die hij alle vijf in een kindertehuis dumpte omdat ze teveel lawaai maakten. Dat is al een stuk ernstiger dan het toch wat kinderachtig aandoende bedrog van Brecht.

Waar ligt de grens? Bij Gérard Depardieu. Die heeft naar mijn maatstaven de grens van het betamelijke ruimschoots overschreden. Als iemand niet langer samenvalt met het beeld dat we van hem hebben, of het beeld dat hij van zichzelf heeft willen creëren, dan is hij het. Eeuwig zonde, want wat was het een fabelachtig acteur. Vincent_Francois_Paul_et_les_Autres-12513001102005 Als ik terugga in mijn herinnering leerde het Nederlandse filmpubliek hem kennen met zijn rol als jonge bokser in Vincent, François, Paul… et les autres uit 1974 van Claude Sautet. De hoofdrollen waren voor Yves Montand, Michel Piccoli en Serge Reggiani, maar ik herinner me hoe verrukt we waren van die woeste jongeling Depardieu en hoopten vurig meer van hem te zien. En dat deden we. We zagen hem terug in juweeltjes als Pas si méchant que ça en Jean de Florette; als ontluikend socialist in Bertolucci’s Novecento en als gekwelde romanticus in Cyrano de Bergerac; als bevlogen revolutionair die zijn idealen met de dood moest bekopen in Danton en de mijnwerker die vecht voor een beter bestaan voor zijn medekompels in Germinal. Niet dat die sociale betrokkenheid zijn vaste signatuur was, want daarnaast speelde hij in talloze onzinfilms die hij waarschijnlijk koos voor het grote geld, Depardieu Novecento 1976 maar toch leek hij het meeste samen te vallen met die karakterrollen van dwarsligger die opstaat tegen sociaal onrecht. Of een aandoenlijke ruwe bolster blanke pit, zoals de ongeletterde dorpeling in La tête en friche of de grofgebekte, kettingrokende musicus uit Green Card. Kijk hem zitten, hier rechts, met z’n gebeeldhouwde kop, op de set van Bertoclucci’s Novecento. We schrijven 1976. Slank en sterk, een man vol belofte. Maar anno 2013 blijkt hij veranderd in een moddervette opportunist die zich laat fêteren door potentaten als de Russische president Vladimir Putin en diens Tsjetsjeense ambtgenoot Ramzan Kadyrov. Een beschamende vertoning, die de vraag rechtvaardigt of je, dit wetende, nu nog onbevangen naar films met Depardieu kunt kijken. Ik vrees eerlijk gezegd van niet. Natuurlijk, Jean de Florette blijft een meesterwerk, en de Depardieu die we als idealistische bultenaar op het scherm zien is ruim vijfentwintig jaar jonger dan de volgevreten karikatuur die hij geworden is. Maar kan je dat los zien van elkaar? Of zie je in die jongere Depardieu al de schemer van wat hij in 2013 zal worden? Ik ben bang van wel. En verdikkeme, wat is dat eeuwig zonde. cn_image.size.gerard-depardieu-france-belgium

6 thoughts on “132. Adieu, Depardieu

  1. Mooi stuk, mooi opgebouwd naar de finale toe, met plezier gelezen.

    Op gazeta.ru kwam ik een week geleden een redactioneel artikel tegen over Depardieu als nieuwe ‘piarsjik’ (een prachtig voorbeeld van een Engels woord – PR-agent – dat is verrussischt) van het Kremlin. Hij wordt er vergeleken met westerse intellectuelen (genoemd worden George Bernard Shaw, Lion Feuchtwanger, Romain Rolland en André Gide) die tijdens Stalin’s regime de lof van de Soviet Unie zongen of op zijn minst de Soviet Unie bezochten. Maar de conclusie is dat Depardieu hun reputatie en aanzien mist en dat zijn in Rusland vertoonde ‘hoera-patriotisme’ het land geen goed zal doen.

    Om op de laatste paar regels van dit stuk te reageren: toevallig zag ik een paar dagen geleden Jean de Florette voor het eerst, en ik moet zeggen dat ik geen moment aan de Depardieu van nu dacht. De grote bultenaar die ik daar zag was niet Depardieu, dat was de zoon van Florette. En zo hoort het natuurlijk ook. En… als politici liegen (wat we van ze verwachten) en topsporters bedriegen (waarvan we intussen weten dat we ook dat kunnen verwachten) waarom zou dan een acteur, een beroepsdoenalsoffer, in zijn privé-leven een heilige moeten zijn?

    Eerlijk gezegd snap ik niet veel van wat hij nu aan het doen is en vind ik alles wat over hem geschreven wordt de laatste tijd erg vermakelijk. Maar hij lijkt een rol te spelen die niemand overtuigt. Voor een groot acteur is dat eigenlijk heel verontrustend.

    • Goed te lezen dat je Jean de Florette onbevangen kon ondergaan. Je hebt deel twee (Manon des Sources) toch ook wel gezien hoop ik? Schitterende rol van Yves Montand (een van zijn laatste films) en vooral Daniel Auteuil, een fascinerend acteur die ik daarna ondermeer zag in juweeltjes als Dialogue avec mon jardinier en Le huitième jour.

      • Manon des Sources ligt nog te wachten. Bij deze twee films was ik gekomen omdat ik meer van Daniel Auteuil wilde zien…

  2. Depardieu was inderdaad ook mijn held en ik had zelfs graag een beschuitje met hem gegeten, tot een aantal jaren terug toen die vieze wellustige grijns op zijn gezicht verscheen en zijn lichaam de proporties van een vette pad….

  3. Je hebt gelijk wat Depardieu betreft, je gaat toch anders kijken naar de films. Toch blijf ik de film Novecento een van de beste klassieke film vinden, die ik toen regelmatig gezien heb en sinds kort als DVD heb, wel in het Italiaans natuurlijk en niet zoals de VPRO een tijdje terug uitzond in het Engels. Ook Jean de Florette en Manon des Sources zijn geweldig en zou ik graag weer willen zien. Eergisteren heb ik de film Gandhi weer eens gezien. Daar zie je ook weinig van zijn privé leven, hoe het met de kinderen van hem gaat. Worden die ook opgeofferd aan de grote politiek? Toch geloof ik wel dat hij het goed gemeend heeft met India. In ieder geval veel beter dan moeder Theresa.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s