125. Waarom Ik (ook) Geen Voetbal Meer Kijk

Tijdens een feestje onlangs in Groningen (nee, niet het uit de hand gelopen Facebookfeestje in Haren, maar in Groningen stad) raakte ik in gesprek met een Colombiaan die bij de NAM werkt. Nooit geweten dat ze daar veel Zuid-Amerikaanse werknemers in dienst hebben. Het bleek tijdens dit feestje, dat plaats vond in het appartement van de Colombiaan. Hij wees me op drie mannen, hevig in discussie verwikkeld. ‘Uit Venezuela’, zei hij. En wijzend op een van hen: ‘Hij is Chavista’. Chavista? Aanhanger van president Hugo Chaves. En de andere twee? ‘Die zijn middenklasse, dus zijn ze anti-Chavistas’.

Dat scheidslijnen tussen maatschappelijke groeperingen soms kinderlijk eenvoudig te duiden zijn wist ik wel, maar wat me hier trof was het nadrukkelijke dus. Middenklassers, dús tegen de zittende president. Zou het zo simpel zijn? Mijn gesprekspartner knikte. Natuurlijk is het zo simpel. Chaves is populist, en die rekruteren hun achterban per definitie uit de lagere maatschappelijke echelons.

Het gesprek heeft me aan het denken gezet. Maatschappelijke predestinaties, natuurlijk bestaan ze. Maar waar ik me altijd over verbaasd heb is de vanzelfsprekendheid waarmee de klassen zich van elkaar onderscheiden in smaak, voorkeur en interesses. En nog verbazender: wat ze van hun Umwelt accepteren. Neem voetbal. Er is rond deze populaire jan-en-allemanssport al jarenlang iets grondig niet in de haak, een misstand die gerust vergeleken kan worden met de doorgedraaide zelfverrijking van bankdirecteuren. Maar terwijl dit gespuis allerwegen op hoon en verontwaardiging kan rekenen, lijkt er een stilzwijgende afspraak te bestaan dat de goden van volkssport nummer één qua honorering buiten elke normaalmenselijke categorie vallen. Het merkwaardige is nu dat het gewone volk, de massa voor wie (het kijken naar) voetbal als belangrijkste vrijetijdsbesteding geldt, zich daaraan niet lijkt te storen. Ik snap dat niet. Over eerdergenoemde bankdirecteuren is iedereen, uit vrijwel alle maatschappelijke geledingen, het eens, ofschoon de reacties veelkleurig zijn. Maar in grote lijnen is de teneur eensluidend: gespuis is het, opknopen die handel. Terwijl voetballers, die voor een lullig spelletje krankjorume bedragen krijgen, door diezelfde massa in blinde adoratie op het schild geheven worden.

Heel soms klinkt er protest. Aan mijn prikbord hangt sinds vorig jaar in het hoekje rare berichten (‘Roemeen geruild voor 2 ton vlees’, of ’25 mensen verdwenen tijdens paddestoelen plukken’) een knipsel uit de Volkskrant: ‘Bangladesh woedend om hoge ticketprijzen voor Messi’. Het artikel was dermate absurd, dat ik het al die maanden bewaard heb. Waar ging het om? Voetbalfans in het straatarme Bangladesh waren woedend dat de tickets voor de (oefen!)interland Argentinië – Nigeria, die op 6 september vorig jaar in de hoofdstad Dhaka gespeeld werd, minimaal 100 dollar moesten kosten. Nog pijnlijker was het, dat zelfs voor het bijwonen van trainingen betaald moest worden: tien dollar. ‘Ik heb geld gespaard’, mopperde de aangeslagen voetballiefhebber Ahmed. ‘Ik wil Messi zien, en een kaartje voor de interland kan ik niet betalen. Daarom heb ik een kaartje gekocht voor de training. Maar belachelijk is het wel dat mensen in dit land een slaatje willen slaan uit de komst van een superster.’

Wat verdienen topvoetballers? Zomaar een greep, te beginnen bij onze vriend Lionel Messi. Die toucheert per jaar ruim 33 miljoen dollar aan salaris en bonussen. David Beckham, toch al jaren op zijn retour, 31 miljoen, op de voet gevolgd door Cristiano Ronaldo met 30 miljoen. De Zweed Zlatan Ibrahimovic, eertijds enfant terrible van Ajax, is na de nodige omzwervingen bij Paris Saint Germain terechtgekomen waar hij een jaarsalaris toucheert van 14 miljoen euro. En dan onlangs het nieuws dat Gregory van der Wiel, een 24-jarige snotneus van Ajax, naar datzelfde PSG gaat. Hij heeft een contract getekend voor vier jaar en gaat er 300.000 euro per maand verdienen. Vergeleken met de echt grote jongens als Messi en Ibrahimovic natuurlijk kattenpis, maar zeg het eens hardop? Driehonderdduizend. Per maand. Dat is tienduizend per dag. Komt die oude woordgrap weer naar boven: ze krijgen zoveel per maand, maar verdienen ze het ook?

Wat mij verbaast is de vanzelfsprekendheid waarmee de stille revolutie in het voetbal zich heeft voltrokken. Ik herinner me de reacties toen jonge sterspelers van Ajax eind jaren zestig in hun sportwagens voorreden bij het stadion in De Meer. Over het paard getilde blitskikkers waren het. Geen wonder dat het publiek zo reageerde, ze wisten niet beter dan dat voetballers na hun voetbalcarrière een sigarenzaak begonnen, denk aan Bennie Muller en Gert Bals. Maar het bleef niet bij sportwagens. Groot was de verontwaardiging toen Cruijff in 1973 naar Barcelona ging. Verdiende hij bij Ajax jaarlijks 95.000 gulden, de transfer naar Barcelona leverde hem enkele miljoenen op en heel het land sprak er schande van. Nu vindt iedereen het de normaalste zaak van de wereld als een topvoetballer zich aan de hoogste bieder verkoopt, en het maakt geen zier uit of het Bahrein is of Tsjetsjenië. Als het maar schuift. Erst kommt das Fressen, dann die Moral schreef Brecht. Maar voetballers hebben een onbedaarlijke vreetlust, dus van moraal is geen sprake. Dat is niet eens zo verbazend. Waar ik écht van sta te kijken is dat ‘de gewone man’ er geen woord aan vuil maakt, terwijl ze, als het over onze hardwerkende parlementariërs gaat, de mond vol hebben van ‘zakkenvullers’.

Wat te doen? Er is maar een keuze: distantiëren, of encanailleren. Als iets je tegenstaat, wil je er geen deel van uitmaken. Niet dat je er iets aan kunt veranderen, maar je kunt wel stelling nemen. Je eet geen kippenvlees omdat je tegen de misstanden in de bio-industrie bent. Als republikein ga je op Prinsjesdag niet naar de Gouden Koets staan zwaaien. En als je tegen die bespottelijke salariëring in de voetballerij bent, kijk je geen voetbal meer. Ik weet, de wereld zal er niet door veranderen. Maar je moet toch wat.

5 thoughts on “125. Waarom Ik (ook) Geen Voetbal Meer Kijk

  1. Hallo Hans,

    Ook vandaag in de volkskrant, een leuk stukje over een ex prof van Excelsior, is ook wel weer relativerend.
    Verder kijk ik zowieso minder voetbal, maar dan omdat ik het zelf beter kon!
    groet,

    Eric

  2. Mijn beste Hans,

    Topvoetbal kijken kost niks! Je moet het alleen niet ‘live’ willen zien.

    Ik kijk graag naar voetbal en gelukkig is de Engelse Premier League volgens kenners de beste ter wereld, dus ik bof. Maar ik ga niet naar het Arsenal stadion, al woon ik vrijwel op gehoorsafstand, want de kaartjes zijn me te duur. Gesteld al dat ik ze al zou kunnen krijgen – meestal is het uitverkocht en ben je aan zwarthandelaars uitgeleverd.

    Maar ik kom volop aan mijn trekken op de buis en dat kost me behalve mijn tijd niets. Want die TV License (zal wel kijkbijdrage heten in het Nederlands) betaal ik toch al voor de films en documentaires en satirische programma’s die ik ook graag bekijk.

    Ik zie geen reden me schuldig te voelen bij het zien van overbetaalde topatleten op de TV. Maar wie last heeft van gewetensnood kan voor niks of een habbekrats wedstrijden bijwonen van welwillende amateurs. Ongetwijfeld gezellig en opwindend, alleen ze kunnen het niet zo goed als topsporters.

    Groetjes van je immorele broer in London!

    Peter

    PS: Hoe zit het overigens met andere topsporters? Tennissers? Boksers? Coureurs? Bolt vraagt naar verluidt een ton startgeld voor een race van nog geen tien seconden. En die Tour de France rijden ze vast ook niet voor een minimumloon.

    • Dierbare broer,

      ik probeer een antwoord te formuleren op die merkwaardige attitude van het ‘gewone volk’, hoe de goegemeente hier het zwijgen toe doet, terwijl het op andere vlakken (zoals ik al aanstipte: de volksvertegenwoordigers) meteen de bek vol heeft van misprijzen en veroordeling. Dat gaat me boven de pet.

      Daarbij komt dat ik, vrees ik, een beetje op voetbal ben uitgekeken. En niet alleen omdat het merendeel van de voetballers half-analfabete domoren (lijken te) zijn die geen vijf zinnen achterelkaar kunnen formuleren en ik, als hartstochtelijk aanhanger van het principe van de meritocratie, het onverdraaglijk vind dat een betrekkelijk onbenullige bezigheid als voetbal (én basketbal, hardlopen en wielrennen, maar bovenal voetbal) zo absurd gehonoreerd wordt terwijl andere maatschappelijke bezigheden (gezondheidszorg bijvoorbeeld) er zo bekaaid afkomt. Maar ook omdat voetbal me een beetje verveelt. Meermaals gebeurde het me dat ik aan het eind van een wedstrijd dacht: zo, en nu? Liever investeer ik die tijd in iets anders. Lezen, bijvoorbeeld, of schrijven. Ik kan een eeuwigheid zonder voetbal maar geen dag zonder schrijven, zoals jij geen dag zonder je piano kunt.

      Nogmaals: dit is géén aanklacht tegen hen die wél naar het spelletje kijken. Maar ik verbaas me over de processen, de kanteling in de oordeelsvorming.

      En misschien ook dit: al; die jaren met onze stichting, altijd bezig met India en Vietnam, voedselprogramma, operaties, jarenlang proberen fondsen te werven om dat werk voort te zetten en denken in tientjes en honderdjes, dat beïnvloedt je denken. Kan niet anders. En is ook goed.

      Hans

  3. Je laatste zin komt over als een uitdrukking van machteloosheid. En daar is ook wel reden voor, want wat je beschrijft is groter dan wij allemaal, denk ik. Het is van alle tijden dat er mensen zijn die meer binnenhalen dan anderen en daar hefbomen voor gebruiken als andermans spierkracht, andermans intelligentie, andermans geld, maar pas sinds bedrijven wereldwijde merken neerzetten kan het gebeuren op de schaal die we nu zien. En als je het daar niet mee eens bent zul je niet alleen geen voetbal moeten kijken, maar ook allerlei telecombedrijven, verzekeringen, automerken, luchtvaarmaatschappijen en fabrikanten van sportartikelen of electronica moeten mijden. Want:

    Ik heb eens gekeken waar de clubs hun inkomsten vandaan halen waarvan die dure spelers betaald worden. Deloitte publiceert jaarlijks een overzicht van de rijkste clubs en hun inkomsten, waaruit blijkt dat afgelopen jaar tussen de 16% en 41% van de inkomsten kwam uit de verkoop van toegangskaarten, wat dus willens en wetens door de fans betaald werd. De rest kwam uit televisierechten en sponsoring. Die televisierechten worden ook weer deels op vrijwillige basis betaald via tv-abonnementen, maar vaker via belasting en reclame bekostigd. De sponsoring, nou, het is wel duidelijk op wie dat afgewenteld wordt. En zo betaalt dus uiteindelijk iedereen op een indirecte manier (door belasting te betalen maar vooral door reclame te dulden en de merken waarvoor reclame wordt gemaakt wereldwijd te kopen) mee aan wat je (terecht, vind ik) aan de kaak stelt. Het venijn zit er natuurlijk in dat niemand kan zien hoe dat geld van zijn portemonnee naar de veelverdiener verdwijnt en niemand er zelfs maar iets aan kan doen.

    Behalve misschien, zoals je al zegt, je eigen bescheiden keuzes maken. Je afvragen wat je kunt doen om de perverse effecten van mondialisering (ik gebruik dat woord liever dan globalisering) tegen te gaan. Omdat dat, denk ik, het grotere geheel is waar de spelerssalarissen alleen maar één klein deel van zijn.

    • Zoals je zegt: ‘… willens en wetens door de fans betaald’. En juist dát aspect bevreemdt mij zo. Dat was dan ook de teneur van mijn stukje, of bedoelde dat te zijn.

      Maar ach, ik weet het, je eigen keuzes maken, je principes volgen, ten koste waarvan? Verander de wereld, begin bij jezelf. Maar hoever moet je gaan? Ik interviewde ooit een jongeman die in een ijskoud, bedroevend ongezellig kamertje woonde ergens in een intens verpauperde buurt in Utrecht. Hij verwierp de consumptiemaatschappij, de megalomanie van de energieleveranciers, weigerde derhalve een kachel te stoken of warm eten te maken op een gasfornuis. Enfin, een koppige eenzame kerel die zozeer aan zijn principes vastzat dat hij op de koop toenam dat het hem hem in verregaande staat van ellende bracht.
      Het viel mij zwaar sympathie voor zijn fanatisme op te brengen, uiteindelijk deed het mij vooral denken aan Evelyn Waugh’s Brideshead Revisited: Sebastian contra mundum. Een soort onbegrepen wanhoop waaraan geen ontsnappen mogelijk is.

      In mijn stukje gaat de parallel met vleesconsumptie en republikeinse inborst natuurlijk een beetje mank, en ik had ook de bedoeling een tikje te provoceren, maar aan het eind van de dag sta ik nog steeds vierkant achter mijn principes. En dat wil ik graag zo houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s