122. I No Like The Yellow

Het begon zo aardig, dat gesprek in die ontbijtkamer van het gastvrije chambre d’hôte in Normandië. Of ik die andere fietser was, vroeg een baardige kerel me twee tafels verder. Andere? Ja, want hij was ook op de fiets. Met de trein uit Milaan gekomen, tien dagen fietsen in Frankrijk en terug naar huis. We raakten in gesprek, wisselden wat ervaring uit, technisch vooral, over bandbreedte en in welk verzet je het best de steile kustwegen kon nemen. Daarna werd het specifieker. Of ik ook de plaatsen bezocht waar in 1944 de geallieerde invasie had plaatsgevonden. Ja, antwoordde ik naar waarheid. Niet dat ik helemaal omlaag ging naar de stranden, dat was met een bepakte fiets niet te doen, maar de gedenkplaatsen en de musea, ja. Het was ook moeilijk te vermijden, ik fietste westwaarts en was al langs Sword, Juno en Gold gekomen. Later die ochtend wilde ik de begraafplaats bij Colleville sur Mer zien, waar de landing op Omaha Beach had plaatsgevonden. Tienduizend doden liggen er. Mijn gesprekspartner veerde op. Ha! Daar was hij al geweest! Hoe ik het vond, die begraafplaatsen. Naar waarheid zei ik dat ik het bedrukkend vond, die eindeloze rijen witte kruizen. Hij knikte, en zei: but they are all heroes, and brothers. En toen begon hij, alsof dat woord brothers een luikje in zijn hoofd had geopend. Paratroeper was hij geweest, had meegevochten in Somalië tijdens Operation Restore Hope in ’92. Of hij geschoten had? Nou reken maar. En hij maakte een gebaar alsof hij een geweer schouderde, aanlegde en de trekker overhaalde, waarbij de loop van het geweer kortstondig omhoog kwam. Paf! Did you like the shooting? Na dat gebaar van hem leek mijn vraag gerechtvaardigd, en zijn antwoord bevestigde het. Yes, I like very much. Oei. Hoe nu verder. Ik probeerde het gesprek terug te brengen naar fietsen. Vroeg waar hij zoal gereden had, en vertelde van de tocht die Mirjam en ik jaren geleden in Zuid-Oost Azie hadden gemaakt. Thailand, Laos, Cambodja, Vietnam.

En toen gebeurde het. Hij schudde zijn hoofd en zei: I no like the yellow. Het duurde heel even tot ik hem begreep, waarna ik vroeg waarom niet, waarom hij geen Aziaten mocht. Om het pad te effenen zei ik dat ik zelden zulke lieve mensen had ontmoet als in Zuid-Oost Azië, en hoe dierbaar de Vietnamezen me waren. Maar het gesprek was al verloren. Er kwam iets raars, hij begon over verschil in cultuur, dat hij ze nooit zou begrijpen en het ook niet wilde. Hoofdschuddend herhaalde hij zijn eerdere standpunt. I no like the yellow. En toen schouderde hij opnieuw zijn denkbeeldige geweer en schoot, twee, drie keer achter elkaar. En bij elke keer maakte hij een geluid alsof hij een kogel afvuurde. Paf!

Toen ik later die dag de begraafplaats bij Colleville bezocht en ronddwaalde tussen de eindeloze rijen hagelwitte kruisen met namen van mannen die vaak niet ouder waren geworden dat twintig, eenentwintig, toen begreep ik opeens iets waar ik nog nooit over had nagedacht. Waarom bezoeken mensen deze begraafplaatsen? Wat dreef de schietgrage Italiaan, en op mijn beurt, wat bewoog mij? Ik besloot dat hij het deed vanwege de heroïek, en ik vanwege de tragiek. Het zijn maar woorden, zeker, en of er in dit geval uiteindelijk veel verschil is tussen de twee, daar moet ik het antwoord op schuldig blijven. Maar dat schieten, het ontnuchterende paf! paf! in die ontbijtkamer, het had me danig van de sokken gebracht en nog steeds zoek ik naar het waarom. Om het geweld? Of omdat ik oog in oog stond met iemand die kennelijk met groot genoegen soldaat was geweest? Die zagen we toch ook in films? Waarom dan niet in werkelijkheid? En oorlog, elkaar naar het leven staan om gelijk welke reden, religie, etniciteit, geldelijk gewin, kom er maar eens om, de geschiedenis staat er bol van. Het ís geschiedenis. Hebben wij onze rijkdom niet deels te danken aan de slachtpartijen van Jan Pieterszoon Coen? De complete bevolking van Banda uitmoorden om, godbetert, het monopolie op nootmuskaat? Het is schering en inslag. De dag ervoor had ik het nog ingepeperd gekregen in Bayeux, waar het beroemde wandkleed hangt, de slag bij Hastings in 1066, Willem de Veroveraar valt vanuit Normandië Engeland binnen en verslaat de Angelsaksische koning Harold. Zeventig strekkende meter intrige, moord en doodslag. Zullen we het ooit leren? Nee, nooit, en afleren ook niet.

En toen was er dat Forrest Gump moment. Wie de film kent (toch zo’n beetje iedereen, zou ik denken) herinnert zich dat Forrest het opeens in zijn hoofd haalt te gaan hardlopen. Hij rent het dorp uit en blijft rennen tot aan de kust. Daar keert hij om en rent dwars door het hele land naar de andere kust. Mijn Forrest Gump moment was niet helemaal zo drastisch, maar toen ik in Cherbourg aankwam en er was geen land meer, Normandië was op, kon ik omkeren of rechtdoor de zee in. Ik koos voor het laatste, behalve dat ik de zee niet in ging, maar op. Aan boord van de veerboot naar Poole in Dorchester, Engeland. Daar peddelde ik in twee dagen via Bournemouth en Southampton naar Porthmouth, waar ik de nachtboot nam naar Saint Malo aan de Bretonse kust. Waarom niet langer in Engeland gebleven? Verschillende redenen, maar de belangrijkste: het was me te druk, de wegen voelden onveilig, ik kreeg benauwende associaties met Spanje een paar jaar geleden, waar ik soms geschampt werd door vrachtwagens. Nee, dat zou me geen tweede keer gebeuren. Graag wil ik ooit nog Thomas Hardy’s Wessex bezoeken, maar een andere keer, en vooral: met ander vervoer. Mijn fiets is heerlijk, maar niet heilig.

En toen was daar in het ochtendgloren Saint Malo. Een heel avontuur, hoor, die veerboot. Een monster van gigantische afmetingen, met open mond sta je te kijken als het ding komt aanvaren en afmeert. Zo groot, zo eindeloos. En dan gaat de boeg open, zijwaarts schuivende panelen als de bek van een krab, en het uitladen begint. Auto’s, vrachtwagens, opleggers, alles spuugt het monster uit en als het leeg is word je gewenkt, kom maar, jij met je fiets. En daar ga je, nietig als een insect het ruim in. En na jou komen de auto’s, de vrachtwagens en de opleggers. Twaalf uur duurt de overvaart. Er kan gegeten worden en gedronken, het is druk, en diep in het ruim zijn cabines, couchettes zoals vroeger in de trein, vier klapbedden en nu maar hopen dat niemand snurkt. Het viel mee, één bed was bezet, twee bleven leeg. Slapen met een vreemdeling in een hok zonder raam, en buiten de zee, de eeuwige zee.

En dan het Titanicgevoel. Wat als er iets gebeurt? Eindeloze gangen, twee keer de hoek om en je weet het niet meer, alles lijkt op elkaar, hoe nu verder. Kortom, je bent verdwaald. En dan een moment van milde paniek. Wat als het schip kapseist, water stroomt door de gangen, koud, help, waar nu heen? Maar het gaat goed, want plotseling blijkt het ochtend, een vrouwenstem roept door de intercom dat we over een half uur in Saint Malo zijn en dankuwel dat u voor Brittany Ferries hebt gekozen.

Saint Malo. Weer een en al geschiedenis, en ook zoiets waar ik me het hoofd over gebroken heb. Wat betekent het, geschiedenis? Wat doet het met je? De stad werd in 1944 bijna volledig aan puin geschoten, maar zoveel mogelijk in oude stijl herbouwd. Het is dus namaak oud. Niemand die het verschil ziet, maar toch. Als je het weet, is de connectie met het verleden dan verdwenen? Wat voel je eigenlijk als je op oude grond loopt? Bedenk je het, of is er werkelijk die link naar het verleden? Peinzend loop ik over de stadsmuren en kijk uit over de eilandjes die bij eb te voet bereikbaar zijn. Daar ergens ligt Francois René de Chateaubriand begraven, beroemdste zoon van Saint Malo, romantisch dichter, schrijver, politicus. Ambassadeur in Londen, waar zijn kok het gerecht uitvond dat zijn naam draagt. En dan zie je wat geschiedenis waard is, wat het met je doet. Werk je je hele leven hard aan een literair oeuvre en bekleed je de hoogste politieke posities, word je herinnerd als biefstuk.

6 thoughts on “122. I No Like The Yellow

  1. Zo!!! Griezelige ontmoeting! Iets idioter en je ontbijt met een Anders Breivik, of zo iemand!!! Ik kan er ook moeilijk mee omgaan als mensen (eerst kinderen) met pief paf poef stoer doen!!!! Terwijl ik toch kan waarderen als zoon met een buks een knijper uit de boom schiet!
    Die graven, ik zag ze ooit op Java, zoveel en zo groot, zo keurig en daarin zo contrastrijk met de omgeving… ik lees op het moment Adriaan van Dis: Leeftocht. Die neemt je mee naar dezelfde gedachtengangen en gevoelens waar jij op het moment in zit.
    Je kon me met dit bericht niet intenser raken!
    Selamat Djalan!!!!

  2. Ha Hans, ik lees je stukken pas sinds kort en heb er veel plezier in. Nu heb ik je blog als startpagina gemaakt maar het werkt nog niet optimaal. Als ik in mijn email een bericht vind dat je een nieuw stuk heb geschreven, zou je verwachten dat de startpagina op ook automatisch het nieuwe stuk laat zien. Maar dat is niet zo. Ik moet dan doorklikken naar het volgende stuk en die opnieuw tot startpagina verkiezen. Geen moeite natuurlijk maar het zou leuk zijn als het vanzelf ging. Kan je daar iets aan doen?

    • Verander de bestaande URL bij de startpaginagegevens door https://hanslcv.wordpress.com/ mocht dit er nog niet staan. Waarschijnlijk staat er nog iets meer achter, nl. een verwijzing naar een bepaald artikel. Zonder die toevoeging kom je altijd uit bij de startpagina, dus bij het meest recente artikel.

  3. Hans, dankzij jouw verhalen waan ik me op vakantie, herbeleef ik geschiedenislessen en…
    verworden de bijwerkingen van mijn 5de kuur tot ” a piece of cake”. Vooral door blijven fietsen en schrijven, s’il vous plait.
    Liefs Marijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s