121. Het Tikkende Graan

Mag het eerst nog even over Argentinië gaan? Dat ligt alweer bijna een maand achter ons en intussen is zoveel gebeurd, de dagelijkse werkelijkheid dendert voort en neemt je mee zodat je bijna vergeten zou dat we daar geweest zijn. Even op herhaling dus, want ik was er nog niet helemaal klaar mee.

Observaties en beeldvorming. Daar gaat het om bij een nieuw land, en als ons bij terugkeer gevraagd wordt: gaan jullie nog een keer? is het antwoord ja. Geen aarzeling maar volmondig, daar hoeven we geen seconde over na te denken. Ook komt de vraag: is het een moeilijk te bereizen land. Antwoord: nee. Toegegeven, we hebben alleen delen van het noorden gezien en het is zo groot, dat strekt zich uit tot het niet verder kan, tot Vuurland waar het de grens deelt met buurman Chili. Maar op basis van wat we zagen, de verbluffend mooie provincies Salta en Jujuy waar we een auto huurden en probleemloos over onverharde wegen doolden tussen cacteeën en indrukwekkende rotsmassieven, en de dagen dat we rondzwierven door Buenos Aires en genoten van de diverse karakters van die uitgestrekt metropool, op basis van dat alles kunnen we zeggen ja, het land is makkelijk te bereizen. Gaan dus! ieder van jullie die nog twijfelt.

Laat me nog even de loftrompet steken over Argentijnse logistiek: hoe ze het verkeer geregeld hebben verdient onmiddellijke navolging, wat mij betreft wereldwijd. Namelijk: alle straten hebben eenrichtingsverkeer. In heel Buenos Aires, met uitzondering van twee of drie grotere verkeersaders, geldt de simpelste aller verkeersregels: hier mag je maar één kant op! In de zekerheid dat de volgende straat de andere kant op gaat, het gaat om en om, je weet dus altijd waar je aan toe bent. Neem daarbij dat alles in overzichtelijke blokken is verdeeld en na elk blok de huisnummers van het volgende blok worden aangegeven, en je kunt nauwelijks verdwalen. Behalve dan qua afstand, want je loopt je een hartverzakking in die grote stad. Maar goed, daar hebben ze taxi’s voor uitgevonden.

Iets anders waar de Argentijnse hoofdstad in excelleert is niet alleen de veelheid maar bovenal de veelzijdigheid aan straatmuzikanten. Ik wil Amsterdam niet tekort doen, maar waarom zijn wij toch zo vreselijk provinciaal? Gemier met vergunningen, zoveel straatmuzikanten per zoveel oppervlakte stad en per wijk ook nog gebonden aan volume en aantal artiesten per groep. Hoe kleinburgerlijk wil je het hebben? Waarom niet de natuurlijke selectie gewoon z’n werk laten doen? Als het publiek het niet lust geven ze geen geld en verdwijnt de artiest vanzelf. In Buenos Aires, om meer precies te zijn in de wijk San Telmo, krioelt het van de straatartiesten en ik zweer het, de een nog beter dan de ander. Zoals dit groepje artiesten. Onder begeleiding van een enkele gitaar zingen ze a capella de mooiste liederen en iedereen in het publiek kent ze. Want ook dat heeft Argentinië op ons voor: een ongekende schat aan folklore. Ontelbare liederen kennen ze en iedereen zingt ze uit volle borst mee. Hoe mooi kan het zijn? Want zang verbroedert, het omarmt je, laat je deel zijn van een groep, een collectief, en in dit geval is de groep het volk, de Argentijnen. En als de artiesten met de pet rondgaan wordt gul gegeven.

En nu echt tot slot, en dan zijn we klaar met Argentinië: een veelbezochte lokatie in Buenos Aires is Cemetario de la Recoleta, de begraafplaats die bij Argentijnse én buitenlandse bezoekers vooral in trek is vanwege het graf van Evita Perón, maar het ontbreekt niet bepaald aan andere beroemdheden. Je vindt academici, schrijvers, hooggeplaatste militairen en maar liefst achttien presidenten, en allemaal in zo’n wonderlijk bouwseltje, kleine huisjes, veelal protserige marmeren dingen met pilaren, beelden en koperen lauwerkransen.
Eigenaardig, zo’n ommuurde dodenakker middenin een woonwijk, maar toen hij in de vroege 18e eeuw werd aangelegd was het aan de rand van de stad. ’t Doet aan Pere Lachaise in Parijs denken, maar die beslaat bijna 50 hectare (!) terwijl ze het in Buenos Aires met krap vijf hectare moeten doen, en dat merk je. Er zijn bijna vijfduizend grafmonumenten en de ruimte tussen de gebouwtjes is klein, als je er een tijd ronddwaalt wordt het benauwd, het kruipt je naar de keel, al die doden onder handbereik. Want dat zijn ze en soms bijna zichtbaar ook, want de meeste graven hebben glazen deuren waardoorheen je de kisten ziet staan. Soms is er een keldertje, gaat er een wenteltrapje omlaag en als je goed kijkt zie je daar beneden hele stapels, we telden soms meer dan tien grafkisten, als broodjes bovenop elkaar. Hoe gaat dat in z’n werk? Moet een bizarre vertoning zijn. Als er een nieuw familielid sterft gaan de deuren open, kist naar binnen en dan stapelen ze Jan bovenop Piet die daar al ik weet niet hoelang ligt. Sommige graven zijn onverzorgd, raampjes gebroken, weer en wind hebben vrij spel, daar kan zo’n houten kist niet tegen, in een enkel geval zagen we een verdroogd mummiehoofd. Een macabere vertoning. Deze kist niet, die ziet er nog puik uit. Toch staat hij er al sinds 1951, las ik op het bordje bij de deur. Ik zei het al, het zijn net huisjes. Alleen de deurbel ontbreekt.

Goed, terug naar de huidige tijd. Ik ben weer op de fiets geklommen en peddel nu langs de Normandische kust. De ergste regenbuien zijn voorbij, menigmaal heb ik ze in de verte zien aankomen, zwartdreigende lucht die over de Franse akkers komt aanrollen. Soms was het te laat om in een dorp te schuilen, stond ik een half uur langs de kant van de weg onder bomen die hun best doen de regen tegen te houden, maar uiteindelijk de strijd opgeven. Maar het volgende moment stralende zonneschijn, dan is het verrukkelijk rijden tussen de eindeloze akkers en graanvelden. Soms een mooie herinnering aan een voorbije Tour de France, zoals hier, op de D925 ter hoogte van St-Valery-en-Caux. Welke Tour was het? Geen idee. Maar wel een prachtig beeld.

Foto met iPhone gemaakt.

Rijdend tussen al dat wuivend graan moest ik aan Robert Pirsig denken, auteur van de in 1974 verschenen bestseller Zen and the Art of Motorcycle Maintenance. Hij was vol onbegrip over automobilisten die, opgesloten in hun metalen cocon, niets ervoeren van de wereld daarbuiten. Nee, dan de motorrijder, dat was een klasse apart want díe had contact met wat er om hem heen gebeurde. Welnu, dacht ik, fietsend door het doodstille land met links en rechts dat graan, als je die rekensom doorvoert heb je nóg een hogere klasse, namelijk de fietser. Die rijdt pas écht langzaam en verbaast zich op zijn beurt over motorrijders die, in dikke pakken gehuld en verborgen achter een integraalhelm, knetterend langsscheuren en de stilte verstoren. Wat wisten zij van de wereld om hen heen?

Nee, dan de langzame fietser. Die heeft pas echt contact met de wereld. Ik herinnerde mij een vorige tocht door Frankrijk, toen ik op een dorpspleintje in gesprek was geraakt met een politieagent. Het ging over de kaas die daar in de buurt gemaakt werd, en toen hij begreep dat ik uit Nederland kwam ging het opeens over postduiven. Of ik wist hoelang zo’n dier er over deed om van Amsterdam naar dit dorp te vliegen? Met pretoogjes keek hij me aan. Ik had er inmiddels bijna duizend kilometer op zitten. Hoelang zou zo’n beestje daarover doen? Ik schatte vijftien uur. De man sloeg zich op de dijen van plezier. Vijftien uur? Mais non! wist ik dan niet dat een duif wel 130 km per uur kon vliegen? Binnen acht uur was hij thuis! Na dit lesje klom ik in het zadel en na een welgemeend bonne route vervolgde ik mijn weg. En een paar dagen geleden, tussen die graanvelden, was ik even gestopt voor een adempauze en een slok water. Doodstil was het, het enige dat ik hoorde was een merkwaardig tikken. Niet ritmisch, geen regelmaat, maar af en toe een helder tikgeluid. Ik knielde tussen het graan en luisterde. En warempel, daar kwam het vandaan. Het was het graan dat tikte. Wat er gebeurde weet ik niet, ik kon het niet zien, maar vermoedde dat de zaadjes spontaan opensprongen, zoals een brem dat ook doet. De plant moet zich uitzaaien, het zaad moet uitgestrooid, en liefst zo ver mogelijk. Tik! daar ging er weer een.

Toegegeven, soms ben je na een dag fietsen zó moe dat je nauwelijks nog energie hebt de stad te bekijken waar je zojuist bent aangekomen. Je zoekt een plek voor de nacht, gaat douchen, omkleden en ergens eten. Als het tegen zit moet je ook je fiets nog verzorgen, schoonmaken, ketting smeren. Tegen de tijd dat dat alles achter de rug is ben je zó aan het eind van je latijn dat je maar een ding wilt en dat is slapen. Ben je met een auto op pad, of met een motor, heb je daar geen last van. Maar ja, dan heb je ook geen weet van postduiven. Of van tikkend graan.

Naschrift: de rubrieken Eetzicht en Waakzicht zijn geactualiseerd. Zo ook de Gallery.

8 thoughts on “121. Het Tikkende Graan

  1. Dag Hans, wederom een mooi verhaal !! Hoop dat je je fiets nog eens deze kant van de Corbieres opstuurt: het mooiste gebied van Fankrijk( ze zeggen ook wel eens ” klein Frankrijk “omdat we hier alles hebben). Heb hier toen ik mijn beide meniscussen nog had, veel gefietst maar dat is nu helaas verleden tijd.

    Een hartelijke groet ook aan Mirjam, Jan de Boer.

  2. Mooi artikel. Geweldig die straat artiesten in Buenos Aires. Ben ook van mening dat ze hier (in Ned.) te weinig zijn. Ik geniet mee van je fietstocht, eetzicht en waakzicht !

    • Neen! Reacties welkom! Durf te wedden dat je kanttekeningen wilt plaatsen bij mijn opmerkingen over Pirsig. Ben het op voorhand (bijna) met je eens, want zoals ik nu zit, vermoeid en zwetend, ruil ik weetjes over postduiven en tikkend graan gerust weer in. Niets zo wispelturig als de mens. Gelukkig maar. Nooit vasthouden, altijd bewegend.

      • Ik zat inderdaad over Pirsig na te denken, maar je bent een goed verstaander en hebt dus geen verdere woorden nodig…😉

        En ik vroeg me af hoe die foto van je fiets onder de windmolens bewerkt hebt, maar ik denk het al te weten, aangezien erbij staat dat hij met de iPhone genomen is: Charlotte heeft me ooit verteld over een app die dat soort effecten kan bereiken. Schitterend toch?

      • Als iemand begrijpt wat er met een lange-afstandsdfietser kan gebeuren, de zekerheden en twijfels die elkaar rap kunnen opvolgen en allemaal even gerechtvaardigd zijn, dan ben jij het wel. It takes one to know one. Maar sta open voor verdere Pirsis analyse.

        De foto is nauwelijks bewerkt. Dit is 1:1. Charlotte bedoelt waarschijnlijk Hipstamatic filters, maar dat is dit niet, dit is gewoon standaard. Heb het beeld wel geïmporteerd in PS (de eenvoudige versie die ik op mijn laptop heb, Elements 10) en de lucht een klein beetje doorgedrukt (burn tool). Verder zelfs niet eens verscherpt, dat werkt niet bij iPhone materiaal, dan krijg je een rare korrel. Ter vergelijking: zie Eetzicht, nrs. 98, 94 en 82. Ook iPhone.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s