119. Zjama

En dan die temperaturen hier. We zitten op ruim 2500 meter hoogte, overdag tikt het kwik met gemak tegen de 27, maar zogauw de zon achter de bergen duikt komt zwarte schaduw en vliegt de temperatuur omlaag, met een krappe vier heb je het ‘s nachts wel gehad. Plus, dat dan weer wel.

Iemand een kaart bij de hand? Blader naar Argentinië, helemaal linksboven, richting grens met Bolivië. De provincies Salta en Jujuy, waar we op uitnodging van het Ministerie van Toerisme volledig verzorgd rondreizen en fotograferen, niet alleen voor eigen archief maar ook voor toekomstige posters en brochures van het ministerie en mogelijk een expositie in Nederland. Leuke deal. En dit is dan weer zo’n land waarvan je verzucht: waarom kwamen we hier niet eerder? Genoeg redenen te bedenken, we zijn altijd op Azië georiënteerd geweest en in de reizigerswereld bestaat een rare waterscheiding, je gaat oost of je gaat west. Wij gingen ons leven lang oost en zagen heel Azië, met uitzondering van Birma. Maar Zuid-Amerika? Ooit woonde ik op Curacao, nu ook alweer veertig jaar geleden, maar afgezien van een kort bezoek aan Venezuela bleef Zuid-Amerika terra incognita. Maar daar is nu verandering in gekomen.

De eerste kennismaking is er een van verpletterende impact, want behalve dagenlang rondzwerven door Buenos Aires (waar Mirjams expositie nog tot eind deze maand loopt) zijn we nu alweer ruim een week op pad door de twee noordelijkste provincies van Argentinië, Salta en Jujuy. Dat je uitspreekt als Goegoei met de eindklank van illusie, maar dat is het niet, zoals de wereld zich hier aan ons openbaart is onversneden werkelijkheid. Neem die cowboys die we een paar dagen geleden in Salta zagen. Gaucho’s heten ze hier, of vaqueros, wat letterlijk koeienjongens betekent en dan ben je weer terug bij cowboys. Eenmaal per jaar komen ze hier in Salta samen om hun held te eren, generaal Güemes, die in 1816 de Argentijnse onafhankelijkheidsstrijd een handje hielp door met zijn leger van gaucho’s de provincie Salta van het Spaanse juk te bevrijden. Güemes vond daarbij de dood, en elk jaar wordt hij op zijn sterfdag, de 17e juni, herdacht door duizenden gaucho’s die te paard naar Salta komen. Waarvandaan ze komen is onduidelijk, nergens een veewagen te bekennen, die komen dus echt van heinde en verre op hun paard aangereden en eenmaal in Salta aangekomen stallen ze hun rijdier en dwalen ontheemd door de stad, rauwe kerels met door weer en wind getekende koppen, kijk hem lopen in zijn uniform, bij elke stap rinkelen zijn sporen en als hij vermoeid is strijkt hij neer op een bank in de Iglesias San Fransisco, kijkt naar troostgevende beelden, tuurt naar zijn knoestige handen en wie weet wat hij denkt, misschien aan morgen als hij met een paar duizend kompanen te paard langs het beeld van hun held zal defileren.

Zagen we ooit zoveel paarden? Nee. Straten vol, overal het geklepper van hoeven op asfalt en politie om het verkeer tegen te houden, vandaag hebben de paarden voorrang. Stoere gaucho’s zagen we nog nooit, we kijken onze ogen uit, besnorde macho’s met sombreros die het heerlijk vinden voor het oog van de camera hun fierheid te tonen. Stoer laten ze hun paarden over de straat trappelen en als ze een camera in de buurt weten leunen ze achteloos over hun paard of roepen ons toe, ola muchachos!

En dan dit. Je rijdt door de stad, kruispunt, stoplicht springt op geel, je stopt. En dan gebeurt het. Nauwelijks heb je rood of van het trottoir springen jongelui tevoorschijn die een act beginnen. Wat zagen we zoal? Een man op een circusfiets, zo’n eenwieler. Jongleurs die hun kunsten vertonen met vijf of zes ballen, een keer zelfs iemand met sinaasappels. Een man die op zijn handen heen en weer paradeert pal voor de wachtende auto’s en op tijd weer op de been is om langs de wachtende auto’s te rennen en hier en daar toegestoken muntjes in ontvangst te nemen. En daar gaat het om: tot de sekonde weten hoelang het stoplicht op rood staat en je act daarop aanpassen. Deze jongens in Salta spelen het klaar hun zes jongleerknotsen driekwart minuut heen en weer te gooien, ze dan onder hun arm te klemmen en langs de wachtende auto’s te rennen om hier en daar muntjes in ontvangst te nemen. Het gaat op het scherpst van de snede en springt het licht op groen (of zoals hier eerst oranje en dan pas groen) is het zaak op tijd de veiligheid van het trottoir te bereiken.
Ik ben verzot op straatartiesten, ze verrijken het leven. Hoe mooi zou het zijn als ze op een dag ook op Nederlandse kruispunten zouden opduiken…

Dat het ons als chauffeur kon gebeuren dat artiesten voor ons opdoken kwam omdat we een auto hadden gehuurd. Nooit gedacht dat we ooit over Argentijnse wegen zouden rijden, maar nu is het dan echt gebeurd. Drie schitterende dagen goeddeels over de onverharde RN40 die tot aan het zuidelijkste puntje van Patagonië doorloopt, door een landschap waarvan we nauwelijks hadden kunnen dromen dat het bestond. Misschien wel eens gezien in National Geographic of op een natuurdocumentaire, maar als je er daadwerkelijk bent, de verblindende hitte voelt als je tussen de rotsen loopt, als je ziet hoe de avondzon de grillige rotsformaties in rode gloed zet, als je uur na uur voorzichtig langs kuilen en gaten manouvreert en zo goed als nooit andere auto’s tegenkomt, tja, dan …

Stof en wind hebben hier een heel andere betekenis gekregen. Omdat ze je onverwacht bespringen, als een boosaardig monster dat je ongezien besluipt en plotseling toeslaat. We stonden ergens langs de RN40, even uitgestapt om de benen te strekken en proberen foto’s te maken van twee ezels die zich aan de andere kant van de weg tussen het struikgewas ophielden. Voorzichtig nieuwsgierig keken ze onze kant op, maar dichterbij komen was duidelijk een brug te ver. En toen opeens een rukwind, vanuit het niets denderde het natuurgeweld van achteren over ons heen, hoog opwolkend stof verried de route die de onzichtbare wind nam. En even zo plotseling als het gekomen was verdween het. Het stof daalde neer, de ezels keken ons an, draaiden zich om en verdwenen uit het zicht. Na het bulderend geweld van de wind was de stilte zo intens dat het suisde.

En die beesten hier die je overal ziet rondlopen en waar zelfs op de hoogvlakte waarschuwingsborden voor staan? Dat spreek je niet uit als lama maar zjama.

Voor de liefhebbers: de rubrieken Eetzicht en Waakzicht zijn bijgewerkt!

About these ads

5 reacties op “119. Zjama

  1. Prachtig artikel !! Erg leuk om op uitnodiging van Min. van Toerisme aldaar te mogen genieten van een fraai stukje Argentinie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s