111. Steen en Rimpels

Alweer een tijdje terug uit Vietnam, maar zoals Cees Nooteboom placht te zeggen: als je verre reizen maakt ontstaat er een rare tweespalt, je lichaam is hier terwijl je ziel nog onderweg is. Of was het omgedraaid? Hoe dan ook, een zeker mate van ontheemd zijn in lichaam en geest, dat is het wel.

Maar ook al zijn we thuis en hervat het normale leven zijn loop, het hoofdstuk Vietnam is allerminst afgesloten. Integendeel, het is deel van ons normale leven. Mijn vorige stuk eindigde ik dan ook met de aankondiging dat ik in een volgend bericht over ons revalidatiecentrum zou schrijven, over het werk dat daar gedaan wordt, hoe belangrijk het is dat we dat kunnen blijven doen. En daar hebben we donateurs voor nodig. Goedhartige mensen die ons werk willen steunen. Lastig onderwerp, vooral nu we van alle kanten bestookt worden met het mediageweld rond de goededoelenactie van het Glazen Huis en Serious Request. Probeer daar maar eens tegenop te boksen. Toch wil ik een poging wagen.

Ons centrum ligt vlak buiten de districtshoofdstad Lai Chau in de gelijknamige provincie hoog in het uiterste noorden van Vietnam en maakt deel uit van een weeshuis dat er al stond en volop in gebruik is. Maar er was ruimte over, kamers bleken ongebruikt, met een beetje passen en meten konden we er twintig, misschien wel dertig kinderen onderbrengen. Toen Dong An, directeur van de ontwikkelingsorganisatie C2 en onze counterpart in Hanoi, het plan lanceerde was iedereen enthousiast: de directie van het weeshuis, het volkscomité (het uitvoerende orgaan van de provinciale overheid), DOLISA (Department of Labour, Invalids and Social Affairs) en wij, Stichting Duniya. In april 2009 tekende Mirjam namens Duniya het contract waarmee we ons voor drie jaar vastlegden als hoofdfinancier van het revalidatiecentrum. Gaandeweg neemt DOLISA de financiering over en wij zullen beschikbaar blijven als co-financier en springen bij in geval van onvoorziene omstandigheden. Want dit centrum is zó belangrijk, het moet blijven voortbestaan. Structurele zorg, noemen we dat. Want het werkt. Aarzelend nog, maar het draait. Geen 20 of 30, maar 45 kinderen (!) hebben er een onderkomen gekregen en tien leerkrachten en fysiotherapeuten ontfermen zich naar beste kunnen over hun welzijn.

Geestig woord eigenlijk, ‘structureel’. In de voorbije jaren hebben we meer dan eens bij grotere organisaties en draagkrachtige particulieren aangeklopt voor steun, maar vingen meestal bot omdat onze projecten niet structureel genoeg waren. Wat bedoelt u, vroegen we dan. Bleek dat ons werk in India, waar we nu toch al ruim vijftien jaar (!) bezig zijn, niet structureel genoeg zou zijn omdat ‘alleen families uit de sloppenwijk Nagwa’ van ons kliniekje en ons schooltje profiteerden. Nee, heette het. Zo’n project moet groot! zodat nóg meer mensen er van kunnen profiteren. Onbegrijpelijk vonden we dat. Jaar in jaar uit elke dag ruim tachtig kinderen naar school en elke dag een bord warm eten, een groep vrouwen die een eerlijk inkomen kunnen verdienen in ons kleinschalige atelier, is dat niet structureel genoeg? Denk aan de steen die in het water geworpen wordt. Eerst is er alleen plons, maar van daaruit ontstaat energie die zich als rimpels in het water naar buiten bewegen in een steeds groter wordende cirkel en steeds maar groter en alles wordt erdoor aangeraakt…

En dan Vietnam. Is ons revalidatiecentrum in Lai Chau ‘structureel’? Nou, reken maar. Want elk gehandicapt kind dat hier een onderkomen vindt ontlast de ouders, die daardoor meer tijd en energie hebben om een inkomen te verwerven. Als dat niet structureel is, weet ik het niet meer. Als de kinderen terug gaan naar huis (de afspraak is dat ze uiterlijk tot hun zeventiende mogen blijven) hopen we dat ze, letterlijk, voldoende stevig in hun schoenen kunnen staan dat ze, ondanks hun beperkingen, binnen hun gemeenschap een waardevol leven kunnen leiden. Dan is er al zoveel gewonnen, en heeft het centrum zich bewezen. Indachtig het motto van Stichting Duniya: Dé wereld kunnen we niet veranderen. Iemands wereld wel. Ook hier: steen en rimpels.

Ik was al enige tijd niet meer in Vietnam geweest en had het centrum nog niet kunnen zien. Wel had ik de ontwikkelingen op de voet kunnen volgen via berichten en foto’s van Dong An en Myrna Eijsenring, een Nederlandse onderwijsdeskundige die jarenlang in Hanoi woonde en zich als adviseur (en fondswerver!) aan ons project heeft willen verbinden. We kregen aanstekelijke foto’s van de inrichting van de slaapvertrekken en klaslokalen en de door Duniya betaalde nieuwbouw waarin de revalidatieruimte gevestigd is. En nu zagen we het dan eindelijk met eigen ogen. Mooi is het! En trots waren we, op de plaquette aan de buitenmuur. Heel traditioneel in de partijkleuren rood en geel…

Maar het gaat er natuurlijk om wat er in het centrum gebeurt, en dat we daarmee kunnen doorgaan. En dat kan alleen als we veel meer donateurs krijgen. Donateurs die structureel (!) een bijdrage willen leveren om ons werk te ondersteunen. En om hen over de streep te trekken, om duidelijk te maken wat we daar doen, onderstaand een paar foto’s die het verhaal vertellen. Of tenminste een deel daarvan. (Klik op de foto’s voor grotere weergave.)

Dit is het speelplein. Rechts de klaslokalen, aan de achterkant de slaapkamers (vier kinderen samen in een kamer), sanitaire ruimtes en de eetzaal. De foto is ’s ochtends genomen tijdens het speelkwartier. De hond hoort bij het weeshuis. Een lief dier, soms knabbelt hij spelenderwijs aan een kinderarm, maar dat wordt niet altijd goed begrepen. Komt wel.

In de revalidatieruimte komen elke middag, nadat ze ’s ochtends onderwijs hebben gekregen, de lichamelijk gehandicapte kinderen bijeen en doen, vaak een-op-een met de fysiotherapeut, hun oefeningen. Voor sommige kinderen is het hard werken. Neem de elfjarige Nguyen Thi Huyen. Haar hersenen zijn door zuurstofgebrek bij de geboorte zwaar beschadigd. Ze kan haar ledematen niet aansturen, meestal zit ze in een rolstoel. Maar elke middag zwiebert ze dapper tussen de leggers van de loopbrug heen en weer. Vijf minuten heen, vijf terug. Even uitrusten en dan gaat ze opnieuw. Ze zal het nooit leren, dat zelfstandige lopen, en het is niet ondenkbaar dat zij, als ze zeventien is, in het centrum mag blijven. Haar ouders wonen vlakbij, komen elke dag op bezoek, maar kunnen haar thuis niet verzorgen omdat ze allebei hard moeten werken om de rest van de familie te onderhouden.

Het meisje links op de grond heet Lò Thi Khun. Zes jaar. Ook zij kan niet lopen, of heel slecht, maar bij haar zit er schot in, ook al gaat het letterlijk met kleine stapjes. Er is iets met haar rug, ze kan haar bovenlichaam niet goed overeind houden. Het liefst ligt ze op de grond. Dan rolt ze gierend van het lachen heen en weer over de zachte matten. Goeie training, en een heerlijk spelletje.

Lành Van Su (links) en Quynh zijn dikke vrienden, ook al hebben ze elkaar nooit gezien. Ze zijn blind. Lành helemaal, Quynh ziet met één oog een soort tunnel met wat flarden grijs en zwart, dus zijn vriendje Lành is voor hem een schaduw. Alles doen ze op de tast. Aandoenlijk, als je ze ziet spelen op het plein. ’n Soort tastend om elkaar heen draaien en dan duwtjes geven, heel voorzichtig. Onvoorstelbaar, leven in permanente duisternis.

Soms wordt het Lành teveel, dan blijft hij in bed. De leraren vertellen dat hij wel vaker van die depressies heeft, dat hij diep onder de dekens wegkruipt en even niets meer van die onzichtbare buitenwereld wil weten.

Intussen probeert Quynh tijdens rekenles, als ze het metrisch stelsel onder de knie proberen te krijgen, op de weegschaal af te lezen hoeveel zijn klasgenoot weegt. Het lukt hem niet. Hoe dicht hij er ook op kruipt, hij kan de wijzers niet zien.

In het aangrenzende klaslokaal krijgen de kleintjes spelenderwijs les. Een bal overgooien en dan hardop tellen. Achterin de hoek zit Lò Thi Khun, het meisje van een van de vorige foto’s, uit de revalidatieruimte. Ze leunt tegen de muur om overeind te blijven. Zoals in alle klassen zitten ook hier blinde en ziende kinderen doorelkaar. Iets verderop naar rechts zit Páng, een mongooltje. Vier dagen geleden is ze in het centrum gekomen, nu doet ze al dapper mee. Van elkaar leren en elkaar helpen. Samen komen ze er wel.

Dat samen optrekken geldt ook voor het eten. Ook hier blind en ziend door elkaar. Aan elke tafel zit één van de iets oudere kinderen, als een soort toezichthouder. Het voedsel wordt in de aangrenzende kookruimte op een houtgestookte oven bereid. Drie keer per dag rijst, met wat groenten en vandaag als verrassing wat vlees. Het voedselbudget is krap, daar moeten we wat aan doen…

Dit is Lo Thi Noi. Zeven is ze, en volstrekt blind. ’s Ochtends zag ik haar op het speelplein. Ze doet met alles mee, klautert in het klimrek en glijdt van de glijbaan, voorzichtig haar weg door de wereld tastend. En eten? De tafeloudste schept haar kommetje vol en dan eet ze, op de tast, zonder ook maar één korrel te morsen. Een wonder.

Na de lunch en na de (verplichte) middagslaap, komen de kinderen met een lichamelijke handicap naar de revalidatieruimte. Lò Va Toan is spastisch, soms heeft hij licht epileptische aanvallen. Dan ligt hij verkrampt te stuiptrekken tot de aanval over is. De grotere kinderen weten wat ze moeten doen als dat gebeurt: zijn hoofd vasthouden tot het over is. Vanmiddag voelt hij zich sterk en durft hij het gevecht aan met zijn kromme, onwillige ledematen. Elke keer als zijn linkerhand losschiet van het handvat duwt hij hem terug en gaat verder met draaien, een uur of langer tot hij uitgeput is.

En dit is Do Huyen Thuong. In februari is ze tien geworden. Ze leeft in een eigen wereld. Klik de foto aan en bekijk haar gezicht op groot formaat. Een wonderlijk, allerliefst meisje. Toen we de eerste dag aankwamen kreeg ze Mirjam in het vizier, rende huilend op haar af en klom in haar armen. Nog nooit hadden ze elkaar gezien, maar er was iets, een wonderbaarlijke ‘klik’. Van mij, zo’n enge grote kerel, moest ze niets hebben. Het duurde een week tot ze voorzichtig dichterbij durfde om hand in hand met me over het speelplein te wandelen. Onduidelijk wat ze allemaal heeft meegemaakt in haar jonge leventje. We durven het niet te bedenken. Maar wat het ook is, hier in ons centrum is ze veilig.

Blijft onze zorg beperkt tot de kinderen in het centrum? Nee. Onze fysiotherapeute gaat er regelmatig op uit om bij mensen thuis hun gehandicapte kind onder handen te nemen. Zoals dit meisje. Kan niet uit zichzelf omhoog komen, en als ze eenmaal zit knikt en knakt ze als een ledenpop. Meestal ligt ze op bed, maar toen wij haar thuis bezochten gingen we met haar op de grond zitten. Daar probeert ze uit alle macht langzaam in zithouding voorwaarts te schuifelen. Rukje na rukje, beetje bij beetje schuift ze in centimeters naar de rand van het vloerkleed. Een halve meter in tien minuten. Voordat ze hulp kreeg gebeurde ze niets. Nu gaat ze in centimeters. Wie weet worden het ooit meters.

Volgende week het derde en laatste deel over Vietnam. Over de zoektocht naar een patiëntje in een afgelegen dorp hoog in de bergen in het voor toeristen streng verboden grensgebied met China, daar waar je alleen mag komen met speciale papieren. Of, zoals wij, in gezelschap van iemand van het volkscomité.

En voor wie ons wil helpen met óns Serious Request zodat wij met ons centrum kunnen doorgaan: Stichting Duniya, bankrekening 44.16.24.383. Dankjewel.

5 thoughts on “111. Steen en Rimpels

  1. Hans, wat mooi en informatief opgeschreven. Dank! Zo leer ik ‘onze kinderen’ in Vietnam ook steeds beter kennen. Steen en rimpels, ik ben er trots op!

  2. Beste Hans en Mirjam
    de initiatieven die je hierboven beschrijft, zijn voor mij vooral waardevol omdat het overeenkomt met de manier waarop je (ik geloof dat ik niet de enige ben!) zelf iets tot stand zou willen brengen. Jullie, en Duniya, brengen dit op door inzet, moed en energie. Hoe vanzelfsprekend dit voor jullie lijkt, voor degenen in het veilige thuisland (N) komt zo’n ‘klein’ initiatief groots over. Ik blijf dan ook bewonderaar.
    Duniya’s deken-actie ga ik ook nog steunen al hoor ik gelukkig niet meer tot de eersten. Het blijkt een succes.
    In dit geval kun je stellen hoe meer rimpels hoe mooier! Dank voor de beeldende verhalen.

  3. Hans de kindjes springen mijn kamer in, floep van het scherm, fantastisch beschreven en zo tastbaar bijna…krijg helemaal heimwee en ja die juffen doen het toch maar elke dag weer met heel beperkte middelen…ik word hier helemaal vrolijk van…leuk verslag, geillustreerd met die vrolijke “koppies” . We blijven er van alles aan doen om dit werk voort te zetten!. Bedankt!
    Myrna

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s