102. Oogfoto’s

“Rechtuit, en dan bij de rotonde linksaf.”
Ik ben weer eens verdwaald, dit keer in een buitenwijk van Duinkerken, en heb een man die zijn hond uitlaat de weg gevraagd. Terwijl hij kordaat aan de riem rukt om het dier dat onafgebroken tegen mij blaft tot zwijgen te brengen, wijst hij richting zuiden. Zijn tout droit kan ik nog ontcijferen, en dat ik bij het eerstvolgende rond-point naar gauche moet versta ik ook nog, al is het alleen al vanwege zijn fysieke aanwijzingen. Als een gereïncarneerde Marcel Marceau gebaart hij rechtdoor, dan een cirkel en vervolgens zwaait hij naar links. Maar uiteindelijk raak ik het spoor bijster, want hij spreekt Ch’ti, het dialect van de regio Nord Pas de Calais. Geen mens buiten Frankrijk zou er van gehoord hebben, ware het niet dat de film Bienvenue chez les Ch’tis, waarin op milde wijze met de Noorderlingen een loopje wordt genomen, enkele jaren geleden een ongekende hit werd. Alleen al in Frankrijk vonden wintig miljoen bezoekers hun weg naar de bioscoop, en regisseur/hoofdrolspeler Dany Boon groeide uit tot volksheld. Ik zag onderweg tot twee keer toe een sporthal en een keer een buurthuis met zijn naam, en dankzij Boon weten we van de Ch’ti dat ze verzot zijn op de scherpe stinkkaas Maroilles, die je in de koffie moet dopen om de smaak te verzachten en dat je door je mond moet ademen om de geur zelf niet te hoeven ruiken.

Of ik het begrepen heb, vraagt de man. Ik knik. Als hij zijn wandeling hervat wijst hij naar de lucht en zegt dat het een mooie dag wordt. Tenminste, ik versta iets als une bonne journée. Of beweert hij het tegenovergestelde? Koud is hij verdwenen of de hemel trekt dicht en het begint te spoken. De hellepoort gaat open, regen gutst. Ik vind beschutting onder een luifel bij een verlaten fabriek, naast de portiersloge waar in vroeger jaren iemand gewichtig met stempels en formulieren in de weer moet zijn geweest. Nu is het glas versplinterd en heersen wind en regen. De sporen zijn gewist. Voer voor filosofen. Is het leven dat zich hier afspeelde daarmee nutteloos geworden?

Uit de plotselinge regenduisternis duikt een fietser op. Een jonge Brit, zojuist aangekomen in de haven van Duinkerken en nu op weg naar iets wat hij niet vinden kan. Of ik de weg weet? Samen bestuderen we mijn wegenkaart, de zijne is nutteloos, 1:500.000, goed voor automobilisten, als fietser kom je er nergens mee. We vinden het niet, en hij zet op goed geluk koers oost. Hoofdschuddend zie ik hem in een gordijn van regen verdwijnen, zijn zwarte regencape wappert in de wind. Waarom hij zwart draagt, vroeg ik hem. Omdat hij het mooier vindt dan mijn kanariegele, antwoordt hij. Zwart een mooie kleur? Krankzinnig. Zichtbaarheid is cruciaal, zelfs bij zonneschijn. Wie mode wil heeft op een fiets niets te zoeken. Liever uitgedost als een kerstboom dan ondersteboven in de greppel.

Fietsen is een wonderlijke bezigheid. Wat het ook is, geen meditatie. Je gedachten staan geen seconde stil. Alles wat je ziet wordt als mogelijke vertelling opgeslagen en intussen maak je onafgebroken foto’s met je ogen. Oogfoto’s. Toch kan praten met volstrekte vreemdelingen louterend werken. Zo niet voor jezelf, dan toch voor de ander. Een paar dagen eerder, op de veerboot van Vlissingen naar Breskens, raakte ik in gesprek met een oudere vrouw met een kleuter op haar arm. We keken naar de brede hekgolf van de veerboot en het silhouet van Vlissingen, dat langzaam in de nevel verdween. Ik knikte haar vriendelijk toe, en plots ze stak van wal. Dat dit haar kleinkind was, en nee, niet van de jonge vrouw met de rugzak die iets verderop naar het water staarde, dat was haar schoondochter, een prachtmeid. Nee, het kind was van haar eigen dochter. Achtentwintig, en een zware persoonlijkheidsstoornis. Borderline, zei de vrouw nadrukkelijk, en maakte een kantelbeweging met haar hand alsof iets van tafel valt. Meerdere zelfmoordpogingen had haar dochter ondernomen, maar nooit lukte het. Peinzend keek ze me aan. ‘Lukte het haar maar een keer’.
Zachtjes bonkte de veerboot tegen de dukdalf, de loopplank kraakte omlaag, passagiers gingen aan wal. Nog eenmaal draaide ze zich om en zwaaide naar me. Succes! wilde ik roepen, maar slikte het op tijd in.

Door België, waar het kanaal van Brugge naar Oostende Waggelwater heet en je een broodje smos moet vragen als je ham-kaas wilt. België, waar je kilometers achtereen kinderkopjes onder de wielen krijgt en alles schudt en kraakt alsof je Parijs-Roubaix rijdt. Waar, als de wegwijzers weer eens plotsklaps ophouden en je middenin de weilanden op een T-splitsing staat en niet weet waarheen, een racefietser in de remmen knijpt, uit het zadel klimt en met vingerwijzing een routekaart in de lucht schetst, waarna hij met een hartelijk salut zijn weg vervolgt. Ja, ik mag dat wel, dat zuiderland.

En dan, ergens in Noord-Frankrijk langs de D-940 tussen Calais en Boulogne-sur-Mer, met ergens in de verte de Opaalkust, opnieuw een ontmoeting. Dit keer in Café L’Echo de la Mer. Ik ben aan een pauze toe, en een uitspanning met zo’n naam laat je niet liggen. Het is halverwege de middag, het op de gevel aangekondigde Stella Artois lonkt, maar ik houd het bij koffie. Terwijl de man achter de tap de melk opschuimt knikt hij vragend naar buiten, waar mijn fiets tegen de gevel leunt.
– Waarheen? vraagt hij.
– Naar het zuiden, antwoord ik.
Hij knikt opnieuw en schuift de kop koffie over de toog in mijn richting. Dan loopt hij naar buiten en staat met de handen over de borst gevouwen een tijdlang zwijgend naar mijn fiets te kijken. Als hij weer naar binnen komt neemt hij mij vorsend op.
– Vraiment, vers le sud?
– Ja, echt, naar het zuiden.
Hij knikt opnieuw, gaat aan de stamtafel zitten en verliest zich in de krant. Soms is het leven heerlijk eenvoudig.

___________________________________________________

Naschrift:
enkele dagen geleden heb ik mijn tocht onderbroken omdat Mirjams moeder een spoedoperatie heeft moeten ondergaan. Op dit moment ligt ze nog steeds op de intensive care en wordt kunstmatig in slaap gehouden tot de vitale functies voldoende hersteld zijn. We hopen dat alles goed gaat, maar het is een precair evenwicht. Zo kwetsbaar, het leven.
.

3 thoughts on “102. Oogfoto’s

  1. Van harte beterschap voor Mirjam haar moeder. Spoedig herstel.
    En Hans op tijd een beetje zonnebrandcrème hoor!:)

  2. De angstdroom van iedere reiziger: je denkt een nieuw verhaal te beginnen, en het verhaal zegt stop. Hoop dat het gauw beter gaat.
    Heb je je fiets achtergelaten?

  3. Ja, ik heb het hele spul in de opslagruimte van een hotel in Dieppe achtergelaten en ben met met de trein teruggekomen. Eerst de boemel naar Parijs, en van daaruit de Thalys naar Amsterdam.

    We hebben angstige tijden doorleefd, het zag er bitter slecht uit, maar Mirjams moeder is inmiddels ontwaakt en krabbelt langzaam terug. Een verbluffende veerkracht en levenswil, de artsen staan perplex. Maar volgens diezelfde artsen is de weg naar herstel een lange weg, revalidatie kan jaren (!) duren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s