101. Sokkelcommunicatie

Wie was Jan Hop? Geen vraag die je normaal zou stellen. Tot je door het grensgebied van Schermer en Purmer fietst, bij het Fort bij Spijkerboor de pontveer over het Noordhollands Kanaal neemt en de veerbaas vraagt waarom zijn kanariegele schuitje Jan Hop heet.

Maar eerst die andere naam. Fort bij Spijkerboor. Nooit van gehoord, tot je er oog in oog mee staat en denkt, wat? Onderdeel van de Stelling van Amsterdam, sinds 1996 op de UNESCO werelderfgoedlijst. 42 forten in een kring rond Amsterdam, gebouwd eind 19e eeuw als laatste verdedigingslinie tegen eventueel vijandelijke buurlanden. Ik wil het wel bezoeken, maar stuit op hoge metalen afrastering en een bord dat vertelt over vrijwilligers en beperkte openstelling. Verder dan maar. Geen aanschouwelijk onderricht over Neerlands krijgskunde. En de naam Spijkerboor? Aan de overkant van het Noordhollands Kanaal ligt een gehucht waar ze vroeger schepen bouwden. Het hardhout moest worden voorgeboord, anders kon er geen spijker door. Voilà: Spijkerboor.

En dan het kanaal. Weer een duik in de geschiedenis. Begin 19e eeuw gegraven met brute spierkracht. Negenduizend ongeschoolde en onderbetaalde arbeiders die met schoppen en kruiwagens tachtig kilometer weerbarstige grond te lijf gingen, vijf jaar lang. Ze sliepen in zelfgemaakte bouwsels langs de werkplek, en als ze tegen hun barre werkomstandigheden in opstand kwamen werd het militair geroepen om ze een toontje lager te laten zingen. Bijna tweehonderd jaar later sta ik met mijn fiets aan de oever en zwaai naar de kroeg aan de overkant in Spijkerboor, waar ik de veerbaas vermoed. En warempel, een man komt naar buiten, zwaait terug, en even later tuft het gele scheepje in mijn richting naar de overkant.

Waarom Jan Hop? vraag ik, als ik mijn fiets aan boord zet. Het blijkt een eerbetoon aan veerman Jan Hop, die vanaf 1911 tot zijn dood in 1946 de overtocht verzorgde. Tijdens de oorlogsjaren had hij een signaal afgesproken met de ondergrondse, als die vanuit het poldergebied het kanaal wilden oversteken. Als er Duitse troepen in de buurt waren, liet Hop de deur van het cafe op een kier staan. Was er geen gevaar, hield hij de deur dicht. Zodoende kon de ondergrondse vanaf de andere kant van het kanaal zien of de kust veilig was of niet. Zelfs bij slecht weer. Viel er licht door de kierende deur, was het foute boel. Ter nagedachtenis aan deze kleine maar belangrijke bijdrage aan het verzet staat er nu ter nagedachtenis aan de vroegere veerman een bescheiden kunstwerk langs het kanaal, schuin tegenover zijn vroegere cafe. Maar het mooiste is toch die veerpont met zijn naam. Jan-Hop. Waarom dat koppelteken er staat? Niemand die het weet.

En dan kom je in Hoorn. Je gaat op een terras zitten aan het centrale plein De Rode Steen en terwijl je een biertje nipt turf je hoeveel mensen het standbeeld dat pontificaal midden op dat plein staat van dichtbij bekijken. Opvallend veel. Toch gauw elke vier, vijf minuten komt iemand er op af en leest het opschrift: “Jan Pieterszoon Coen (1587-1629). Geboren te Hoorn. Gouverneur-generaal van de V.O.C. en grondlegger van Batavia, het huidige Jakarta. Standbeeld geplaatst in 1893”. Daarna volgt algemene toeristische informatie over het plein waar het beeld staat.

De meeste van ons kennen de vaderlandse geschiedenis een beetje en we wisten dus, of hadden het kunnen weten, dat Coen een bloeddorstige imperialist was. Maar zoals het gaat met je eigen landsgeschiedenis, de betekenis wil niet echt doordringen. Misstanden ver weg, ja, dat omhelst makkelijk. Maar dichtbij? Mwah. Er was een lokaal burgerinitiatief voor nodig om te zeggen waar het op staat: Coen was de Mladic van zijn tijd, en het geeft geen pas een massaslachter, letterlijk, op een voetstuk te plaatsen. Niemand buiten Hoorn wist van dat beeld, tot het door die lokale actievoerders enkele weken geleden weer eens op de agenda werd gezet, met een glasheldere boodschap: we moeten niet trots zijn op Jan Pieterszoon Coen. Om Batavia te stichten brandde hij het opstandige Jakarta tot de grond af. Duizenden mensen vonden de dood. Erger nog was de slachtpartij op de Banda-eilanden. 1621 was het, en de Bandanezen weigerden de VOC het door hen gewenste monopolie op foelie en nootmuskaat. Liever deden ze zaken met meerdere partijen, zoals de Britten en Portugezen. Coen wilde ze een lesje leren, maar toen hij op verzet stuitte liet hij de complete bevolking ombrengen. De meeste bronnen gaan uit van vijftienduizend doden. Japanse samoerai-beulen, in dienst van de VOC, werden ingezet om dorpsoudsten te onthoofden. Achthonderd nog levende Bandanezen werd gedeporteerd naar Batavia; een handvol vluchtte de bergen in en kwam om van de honger. Na deze systematische uitroeiing was Banda volledig ontvolkt, en het hele gebied werd door Nederland gekoloniseerd, inclusief de bewoners van de omliggende eilanden.

In 1865, vijf jaar na het verschijnen van zijn Max Havelaar, schreef Multatuli een emotionele brief aan zijn directe superieur, gouverneur Duymaer van Twist: Waar zijn de Bandanezen gebleven? Onze bondgenoten toen wij zwak waren, onze slaven toen wij sterk werden. Pizarro, Cortez en hunne opvolgers hebben nog Indianen overgelaten in Zuid Amerika, maar wat heeft Nederland gedaan? Er zij geen Bandanezen meer. Koude rillingen, als je deze hartenkreet tot je laat doordringen. Zelfs Pizarro, de meedogenloze Spaanse conquistador, liet een deel van de overwonnenen in leven. Coen had daar geen boodschap aan. Uitroeien die handel. En dan, een paar honderd jaar later, horen we onze premier Balkenende in het parlement zeggen: Nederland kan het weer! Over grenzen heenkijken. Die VOC-mentaliteit… Dynamiek! Toch!? Ongelofelijk. Het is alweer vijf jaar geleden, maar ik krijg er na al die jaren nog steeds de bibbers van.

En hoe is het in Hoorn afgelopen, met die gemeenteraadsvergadering? Zoals verwacht. Mladic, pardon, Coen blijft waar hij staat, maar het beeld krijgt een aangepaste tekst, met, aldus de gemeente, aandacht voor de schaduwkanten van de handelswijze van vriend Coen. En ze hebben er een leuk woord voor bedacht ook nog. Hoelang ze gebrainstormd hebben weet ik niet, maar de uitkomst is een juweeltje van ambtelijk polderen: sokkelcommunicatie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s