79. Verbazende Kunst

Onlangs een paar dagen Zuid-Nederland. Maastricht. Mooie stad, kom er graag. De ooit verpauperde binnenstad prachtig gerestaureerd, chique, elegant. Daar kan het Amsterdamse proletenparadijs PC Hooftstraat nog wat van leren.

Avond was het. Ik wandelde wat rond, en toen opeens een bekende melodie, ergens vanuit een zijstraat, als een verre echo van Pablo Neruda’s gedicht Uit Een Straat Werd Ik Geroepen. Ik volgde het geluid, het opzwepende ritme van Dance at the Gym uit West Side Story. Het bracht me naar de Markt. Donker, straatlantaarns wierpen slechts een vaag schijnsel, maar toch was er voldoende licht uit honderden fakkels, gedragen door evenzoveel mensen die zich hier verzameld hadden om te protesteren tegen de bezuinigingsmaatregelen van het nieuwe kabinet. Wat de West Side Story ermee te maken had? Misschien de associatie met strijd, twee groepen tegen elkaar, zoals in de film deze gedanste ontmoeting tussen de Jets en de Sharks de opmaat vormt tot de fatale vechtpartij, de rumble. Maar of de organisatoren dat bewust bedoeld hadden? Het klonk prachtig, dat wel. Mambo! riep het publiek, en zwaaide de fakkels. Daarna werd, op aangeven van een dirigent, na een minuut stilte heel hard geschreeuwd en met pannendeksels geslagen. Schreeuwen om cultuur was de boodschap, en het toegestroomde publiek brulde zich gehoorzaam de longen uit het lijf.

Om de protestactie Schreeuw Om Cultuur te noemen, of dat nu zo’n goed idee was? Ik weet het niet. Spotjes op de televisie van schreeuwende mensen en posters van mensen met wijd opengesperde mond… hm. En waarom zagen we in die spotjes ook voetbalcommentatoren? Wat hebben die met kunst te maken? Cultuur ja. Voetbal is immers ook cultuur. Daarom was die term ook ongelukkig gekozen, want het gaat niet om cultuur an sich. Immers, cultuur heeft betrekking op de staat van beschaving binnen een bepaalde groep op een bepaald tijdstip. En kunst is onderdeel van die cultuur. Maar er wordt niet bezuinigd op die hele cultuur. Er wordt niet bezuinigd op voetbal, politie of de aanleg van wegen. Allemaal onderdeel van onze cultuur. Nee, het gaat om dat ene segment dat we gemakshalve met kunst aanduiden. Linkse hobby’s! roept gedoogpartij PVV, en slijpt de messen. Die club maakt overigens ook deel uit van onze cultuur. Wel eens aan gedacht? Daar schreeuwen we toch niet voor? Bovendien kent dat rapalje zijn geschiedenis niet. Overlevering wil dat Churchill, toen hem ten tijde van WOII gevraagd werd te bezuinigen op kunst vanwege de torenhoge oorlogsuitgaven, geantwoord heeft: bezuinigen op kunst? Waar vechten we dan nog voor?

De volgende dag ga ik naar het Bonnefantenmuseum om die stelling aan de realiteit te toetsen. En opnieuw begrijp ik: nee, op kunst mag je niet bezuinigen. Nooit. Niet dat alles me aanspreekt. Ik kan weinig met Joseph Beuys, en van Gilbert & George krijg ik de kriebels. Maar dat maakt niet uit. Kunst hoef je niet te begrijpen. Het moet je hart raken en verbazen. Zoals ik dat voel bij andere kunstenaars. In een zijzaaltje zie ik de kostelijke video Hut van Roman Signer. Ik zag het al eerder, het maakt deel uit van de vaste collectie, en zo zie ik na zoveel jaar opnieuw Signers absurde poging om, uit het raam hangend, een projectiel omlaag te gooien waarmee waterkracht gegenereerd wordt en een hoed omhoog wordt geschoten die hij probeert te vangen. Nog altijd even absurd als ontroerend. Alleen dat al maakt een rit naar Maastricht de moeite waard.

Maar nog verrassender is een videokunstwerk van de Belg Francis Alÿs. Ik kende hem van zijn met groene verf getrokken grens in Jeruzalem. Hier zie ik Choques, waarin hij op straat over een plotseling overstekende hond struikelt. Gefilmd vanuit negen camerastandpunten en getoond op evenzovele, kleine televisies verspreid door het museum. Krankzinnig en fascinerend, je dwaalt door de zalen op zoek naar, hopelijk, een volgende monitor. Tot je onverwacht in een grote zaal komt met Alÿs’ werk Silencio, een ode aan de stilte. De vloer is bedekt met driehonderd onderscheidelijk gekleurde rubberen deurmatjes, de zich steeds herhalende afbeelding van de wijsvinger tegen de lippen manen tot stilte en contemplatie. Wat een vondst.

En dan, zoals de avond tevoren de muziek uit een zijstraat kwam, hier opeens ingetogen samenzang uit een zaal met oude meesters. Het blijken zangers van de Maastreechter Staar, die Brahms’ wiegelied Guten Abend, gut’ Nacht zingen. Een onverwachte echo uit mijn jeugd, het lied dat mijn moeder zong als ik als kind ziek en koortsig in bed lag. Achter de zangers een schilderij van Pieter Brueghel de Jonge, De Volkstelling in Bethlehem. Een merkwaardige ambiance, maar het werkt, en ontroert.

Kunst een linkse hobby? Laat me niet lachen. Kunst is zo oud als de mensheid, het is ons bloed en zuurstof. We kunnen onmogelijk zonder.

2 thoughts on “79. Verbazende Kunst

  1. Ik zat er ook eens even over na te denken. Vooral de PVV waarom ze dat standpunt gekozen hebben. Heel veel (vermoedelijke kiezers in mijn standpunt) gaan bijvoorbeeld naar een concert van de toppers, 3 k’s, musicals en andere festivals. Als daar dan ook hogere btw op komt en minder subsidie zal de PVV zijn eigen achterban in de vingers snijden. Het is absoluut geen linkse hobby. Oh en dan nog wat, als ze vinden dat het alleen iets is voor de linkse mensen waarom doen ze daar dan niet iets aan. Ze moeten het zelf ook willen! Of durven ze dat niet toe te geven?

    Hoi

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s