76. De Kunst van het Niets Maken

In de feel-good movie Pretty Woman verzucht Richard Gere, in de rol van de kille zakenman Edward Lewis die zijn geld verdient met het opkopen, strippen en doorverkopen van noodlijdende ondernemingen, met enige bezorgdheid tegen zijn zakenpartner: But we don’t build anything, Phil. We don’t make anything. Niet dat hij zelf tot dat inzicht is gekomen, het moest hem worden ingefluisterd door het hoertje met het gouden hart, Julia Roberts. Het blijkt een keerpunt in ’s mans leven. Hij heeft het licht gezien, verzet de bakens en gaat daadwerkelijk iets maken. Iets creëren.

Ik moest aan deze sleutelscène denken ik toen ik vanochtend op het NOS journaal een item zag over de dj Armin van Buuren. Voor de vierde keer op rij is deze Nederlander uitgeroepen tot beste dj van de wereld. De term dj staat voor wat hij doet, zijn beroep dus. Spreek uit die jay. Afkorting van het inmiddels in onbruik geraakte Engelse woord disc jockey. En wat doet de beroemde landgenoot? Hij draait plaatjes. En niet in een rokerige discotheek in Purmerend of Beetsterzwaag, maar op rave en dance party’s in Parijs, New York, Buenos Aires en Melbourne, waar tienduizenden mensen komen hossen en uit hun dak gaan op muziek die Armin van Buuren draait. De dj is wereldberoemd en heeft een geschat vermogen van tien miljoen euro. En het blijkt dat onze samenleving nóg zo’n beroemde plaatjesdraaier heeft voortgebracht: dj Tiësto. Deze snuiter heeft volgens Quote een geschat vermogen van 28 miljoen euro. En ik denk dan: dat hebben ze verdiend met plaatjes draaien? Met muziek die iemand anders bedacht en gemaakt heeft?

Ik weet het. Benjamin Franklin zei het al: “Any fool can criticize, condemn, and complain and most fools do”, en weblogs lenen zich bij uitstek voor getetter vanaf de zijlijn. Maar hier is oprecht iets merkwaardigs aan de hand, en dat mag gesignaleerd worden: iemand die wereldfaam verwerft met iemand anders’ geesteskind. En dan heb ik het niet over auteursrechten, dat zal allemaal wel netjes geregeld zijn, maar het gaat over de afwezigheid van het creatieve proces. Zelf maakt hij niets, hij reproduceert. Maakt goede sier met andermans creatie. Toch zei genoemde dj Van Buuren naar aanleiding van zijn uitverkiezing zonder enige zelfspot ‘ik maak mooie muziek omdat ik mooie muziek wil maken.’ Het verbluffende was dat de interviewer het liet voor wat het was, inplaats van te zeggen: maar je máákt helemaal geen muziek! Je draait andermans plaatjes! Wonderlijk. Het is toch een beetje alsof je in volle zalen gaat staan voorlezen uit andermans werk en dan de AKO literatuurprijs krijgt.

En wat te denken van het beroep trendwatcher? Ook zo’n merkwaardige professie. Ik heb er een keer een in het wild gezien, tijdens een studiedag van de NVJ/NVF over de toekomst van de freelance fotografie en -journalistiek. Crisis, minder opdrachten, en hoe nu verder. We werden toegesproken door een guitig mannetje die geïntroduceerd werd als trendwatcher. Deze Adjiedj Bakas, een opvallende verschijning met kortgeschoren haar en op die kale schedel een parmantig kuifje, huppelde over het podium, honderduit kakelend over maatschappelijke trends in verleden en toekomst en wij als kleine zelfstandigen daar tussenin, maakte in elke derde zin grappig bedoelde toespelingen op zijn Surinaamse afkomst en zijn homoseksualiteit, gaf aan het eind toe dat hij geen vastomlijnd toekomstscenario kon uitstippelen en verwees naar een tafel waar wij met korting zijn boeken konden aanschaffen, met veelbelovende titels als ‘De Toekomst van Werk’ en ‘De Toekomst van De Liefde.’

Ik had natuurlijk al wel eens van het fenomeen gehoord, maar er nooit over nagedacht wat een trenwatcher eigenlijk doet voor zijn dagelijks brood. Na deze kolderieke ontmoeting met Bakas, die in 2009 overigens werd uitgeroepen tot trendwatcher van het jaar, heb ik geprobeerd daar een vinger achter te krijgen. En het rare is: trendwatchers doen niets. Behalve dan dat ze om zich heen kijken naar wat andere mensen doen en dát als toekomstige trend rapporteren. En wie maakt gebruik van deze moderne piskijkers? Het is haast onvoorstelbaar, maar iedereen lijkt dat te doen. Het midden- en kleinbedrijf, de retail, het bankwezen, iedereen die zich ‘in de markt’ beweegt en afhankelijk is van consumentengedrag wil weten wat die consument beweegt. Terwijl diezelfde consument weer wordt beïnvloed door wat ándere consumenten doen, en die op hun beurt volgen het dictaat van de markt. Een krankzinnige kruisbestuiving, en de trendwatcher bekijkt die mallemolen, signaleert bewegingen en trends en verkoopt die prognoses aan de naar omzet hunkerende markt zodat die er op kan inspringen. Voorbeeld: ergens bedenkt iemand een alternatief vervoermiddel voor in de binnenstad. Een kleine aluminium step, waarmee je handig en snel kleinere afstanden kunt overbruggen wat je anders lopend had moeten doen. De trendwatcher ziet in een straat in New York of Londen iemand op zo’n ding, maakt daar melding van, en voordat je tot tien kunt tellen wordt de markt overspoeld met aluminium steps en íedereen wil er een omdat alle anderen er ook een hebben. Of de trendwatcher ziet veranderingen in de mode, in het gebruik van keukenapparatuur, of reizen naar X en Y, en ze ontwikkelen een interessant klinkend vocabulaire als De Wetmatigheid Van De Drie C’s: Community, Connectivity en Creativity, bedenken pseudo-antropologische kenmerken als ‘Wisdom of Crowds’ en modieuze aanduidingen als coolhopping en springspotting. En de markt volgt, en de consument volgt, en zo blijft het circus als een gigantisch perpetuum mobile doordraaien en middenin zit de trendwatcher en hij maakt niets. Dat doen anderen. De trendwatcher creëert niets, behalve kletspraat en hype.

Disc jockeys en trendwatchers. ’t Is me het wereldje wel. Ik weet dat de associatie mank gaat, maar opeens moest ik aan Gerard Reve denken, aan zijn wonderbaarlijke gedicht Roeping (uit de bundel Verzamelde Gedichten, 1986):

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

One thought on “76. De Kunst van het Niets Maken

  1. Dit is me uit het hart gegrepen, broeder, en goed verwoord ook. Jij maakt niet niets maar iets, en dat is een groot goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s