74. Een Tik Tegen De Lucht

Gehoord? De goedgebekte voetbalcommentator Jack van Gelder is als dichter gelanceerd. Ene Rogier Cornelisse heeft bedacht dat de teksten van de enthousiaste, bij vlagen hysterische Van Gelder eigenlijk gedichten zijn. Hij heeft de teksten uitgetikt, gebundeld en met veel publicitair geschetter met de titel Hij zit erin! in de markt gezet. Wonderlijk. Waarom toch wordt hier te lande de middelmaat zo bejubeld? Jack van Gelder op alle krantenpagina’s. Jack van Gelder in De Wereld Draait Door. Of het ook een opgeklopte hype is. Een pleonasme, ik weet het. Maar het is ook zó ten hemel schreiend, dat mag dan best dubbelop.

Een voorbeeld? Ik geef u Prins Carnaval van de Nederlandse letteren.

‘Ongelofelijk!
Je weet dat hij het gaat doen
en dan doet-ie het ook nog
Zo scoort-ie al het hele seizoen
naar binnen komen
dreigen
dribbelen
schieten
Ongelofelijk!
Je weet dat hij het gaat doen
en dan doet-ie het ook nog.
Ongelofelijk!’

Is dit poëzie? Kennelijk wel. Er bestaat zelfs een woord voor: Gevonden Poëzie. Volgens Wikipedia: Als de schoonheid van een taaluiting wordt herkend door de toehoorders, zonder dat de spreker zich er bewust op uit was. Lieve help: Zich er bewust op uit was. Of de schrijver van dit lemma stilletje hoopte dat zijn rare Nederlands op termijn óok tot Gevonden Poëzie zal worden gerekend?

Nee, wat hier gebeurt is een, mogelijk onbewuste, poging om Bert Schierbeek te imiteren. Helaas komen ze niet verder dan een opsomming van woorden, en dat is toch echt wat anders dan de taal van Schierbeek. Kijk maar, dit fragment, uit zijn bundel Weerwerk (1977):

ben je net grootvader geworden
en ze heet Titia
en je denkt ja ik ben grootvader
maar zij is Titia
en begint al het geweld
van de wereld opnieuw
voor haar

Of, uit diezelfde weergaloze bundel waarin Schierbeek het landleven in Groningen en Frankrijk beschrijft, gesprekken met boeren, observaties van de natuur, dit juweeltje:

een vogel roerloos op een draad
valt
geeft nog net een tik
tegen de lucht
en verdwijnt

Ja, dat is toch van een andere klasse. Ergerlijk, als iemand uitsluitend vanwege zijn status als Bekende Nederlander met zo’n raar produkt op het schild wordt geheven, terwijl intussen talloze wél begaafde dichters onontdekt blijven, omdat poëzie in ons taalgebied nu eenmaal een randverschijnsel is. Tenzij je Jean Pierre Rawie heet. Zelfs Schierbeek heeft de verkoopcijfers van dit Groningse dichtkanon nooit gehaald, maar daar schijnt ook stevig de klad in te zijn gekomen. Terwijl wat die Van Gelder betreft, ik geef het je op een briefje, uiterlijk midden volgende week komen er advertenties op de voorpagina’s van landelijke bladen met Jack’s kale kop en Nu Tweede Druk!

Nee, echte poëzie vertelt met een omtrekkende beweging, het moet je bekoren en veroveren. Het raadsel taal en gevoel blijft onopgehelderd, maar zindert na. Dus niet, als het bijvoorbeeld een liefdesgedicht betreft, bovenop het onderwerp springen en benoemen, maar eerst, alsof je een schilderij opzet, een onderlaag aanbrengen en dan heel voorzichtig de kleuren invullen. Shakespeare deed dit weergaloos in zijn beroemde 18e sonnet, waarin hij eerst iets oppert (Shall I compare thee to a summers day?), en dat vervolgens weerlegt (Thou art more lovely and more temperate.)

Het navolgend kleinood van William Carlos Williams maakt ook een prachtige omweg. En wát voor een. Nergens komt het woord liefde voor, maar het is van een ongekende tederheid. Ik las het zo’n veertig jaar geleden voor het eerst en het is altijd in mijn achterhoofd blijven nazoemen. Gevonden Poëzie? Een briefje op de keukentafel? Maakt niet uit. Het is hoe dan ook prachtig:

This is Just to Say

I have eaten
the plums
that were in
the icebox

and which
you were probably
saving
for breakfast

Forgive me
they were delicious
so sweet
and so cold

Maar het mooiste liefdesgedicht dat ik ken is, daar heb je ‘m weer, van de hand van Bert Schierbeek. Geschreven ter nagedachtenis van zijn bij een verkeersongeluk om het leven gekomen vrouw, een ongeval dat Schierbeek zelf ternauwernood overleefde. Het komt uit de bundel De Deur uit 1972, ontstaan als onderdeel van Schierbeeks rouwproces. Geen omtrekkende beweging, geen voorzichtig opgezet kleurenpalet, maar een smartelijke roep van naakte wanhoop. Ik heb het ‘m horen voordragen, begin jaren tachtig, tijdens een poëzie-avond in de Kosmos in Amsterdam. Onvergetelijk, die kleine man op het podium achter een schijnbaar te hoge lezenaar, schuifelend met papier, aarzelend, alsof ie denkt zal ik of niet, en dan opeens deze aangrijpende taalvloed:

maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten

En dat, beste vrienden, dat is poëzie.

One thought on “74. Een Tik Tegen De Lucht

  1. Meneer de Clercq,

    U neemt het te serieus. Niemand heeft ooit Van Gelder met Schierbeek vergeleken, totdat u het deed. Het boekje Hij zit erin! is slechts een – tot nu toe – geslaagde poging om de aandacht te vestigen op de schoonheid van de taal van menig sportcommentaar. Niets meer en niets minder. Found poetry, zo u wilt. De gemiddelde ‘echte’ dichtbundel is gelukkig dan ook een stuk prijziger dan het werkje van Van Gelder en collega.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s