66. Artikel 147

Gehoord? Artikel 147 wordt uit het Wetboek van Strafrecht geschrapt. Waarschijnlijk. Mogelijk. Wellicht.

Enig idee wat dat artikel behelst? Het verbod op smalende godslastering. Niemand had er ooit nog van gehoord, het was een slapend wetsartikel dat decennialang als dode letter in het vergeethoekje lag te verstoffen. Dat was vroeger wel anders. Tijdens de vrolijke middeleeuwen werd je tong uitgerukt of je neus afgesneden als je je godslasterlijk uitliet. En de ouderen onder ons herinneren zich het laatste proces dat op dit wetsartikel gevoerd werd: het beroemde ezelsproces tegen Gerard Reve in de 60er jaren. Onze volksschrijver, die in zijn boek ‘Nader tot U’ beschreef hoe God in de gedaante van een éénjarige muisgrijze ezel bij hem aan de deur komt waarna zich een buitengewoon geestige dialoog ontwikkelt, gevolgd door een expliciet seksuele handeling. Want Reve, nietwaar. Er volgde een aanklacht door een verbolgen SGP-parlementariër (een naargeestig man, die later zelf zou worden aangeklaagd omdat hij verklaarde dat alle homoseksuelen in de hel kwamen), en de rechter oordeelde dat de passages inderdaad godslasterlijk waren, maar geen smalend karakter hadden. Reve ging in hoger beroep en voerde zelf zijn verdediging, waarbij hij aanvoerde dat de wet een onzinnig onderscheid maakte tussen het lasteren van personen die als God worden vereerd en het straffeloos kunnen uitschelden van bijvoorbeeld Maria, Boeddha en Krishna, die niet als goden worden gezien. Reve werd vrijgesproken en het wetsartikel raakte allengs in vergetelheid.

Nu is een ruime Kamermeerderheid dus vóór afschaffing, en ook de Raad van State ziet geen juridisch bezwaar, maar waarschuwt dat er mogelijk een ‘negatief signaal vanuit zou kunnen gaan richting religieuze minderheden.’ Ai, daar heb je hem weer, de essentie van Neerlands ruggengraat: het politiek correcte standpunt. Altijd nét diffuus genoeg geformuleerd om het beestje niet bij de naam te hoeven noemen, en tegelijk weet iedereen wat bedoeld wordt: onze medeburgers uit de moslimwereld. Want daar moeten we met z’n allen doodsbenauwd voor zijn, omdat ze zulke korte lontjes en lange tenen hebben. Oei oei oei, wat zijn ze gauw beledigd. In hun wereld is geen ruimte voor satire of een goedlachse cartoon. Toen de Deense krant Jyllands-Posten eind 2005 een serie van twaalf spotprenten over Mohammed afdrukte, was de wereld te klein. Doodsbedreigingen, massademonstraties, diplomatieke en economische boycots, het kon niet op. En waarom? Tja, ik weet het niet. Onderstaande prent spreekt voor zichzelf. Ik vind hem buiten gewoon grappig, al die nasmeulende zelfmoordterroristen die zich als martelaar bij Mohammed melden, en een beetje moslim zou zich toch in de baard moeten krabben en toegeven dat het misschien wat gek is, de belofte dat als je als martelaar sterft, dat je dan tot het einde der dagen met 72 maagden mag rollebollen.

Bron: Jens Julius, Jyllands-Posten

Hoe zouden andere religieuze groeperingen reageren als iemand zich kritisch over hun geloofsovertuiging uitlaat? Daar worstelt de Raad van State nog een beetje mee, en het is al sinds het eind van de 19e eeuw een precair onderwerp geweest. Immers, we bevinden ons op het snijvlak van vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst, en dat kan voor velen een te lastige hindernis zijn. Ofschoon in 1881 de liberale minister van Justitie Modderman een verbod op godslastering afwees. ‘Ik meende dat het sedert lang vaststond dat God zijn regten zelf wel weet te handhaven’, zei hij. Met andere woorden, God dopt zijn eigen boontjes wel. Maar dat richtte zich uitsluitend op het christendom. Islam was in die tijd allerminst gemeengoed, hoogstens een exotische kanttekening. Nu zijn we aan het begin van de 21e eeuw aangeland en moeten we met een heel pantheon van goden rekening houden. Want, zo vraagt men zich af, welke heilige figuren moeten we nu precies beschermen? De eerder door Reve aangeroepen Moeder Maria? En what about Krishna, Wodan of Vishnoe?

Met enige weemoed denk ik terug aan de onlangs overleden Rudy Kousbroek. Een scherpzinnig rationalist en anti-religieus denker, die een grondige hekel had aan de grenzeloze eigenwaan van de gelovige die denkt als enige toegang te hebben tot de bron van waarden en waarheid. ‘Het is onvoorstelbaar dat de gelovigen het nog altijd volkomen gewoon vinden dat zij hun opvattingen aan ons mogen opdringen’ schreef hij ooit, en ik ben het hartgrondig met hem eens. En daarom juich ik de afschaffing van artikel 147 van harte toe. Het wordt tijd dat er hartelijk gelachen mag worden om gelovigen. Christenen, joden, moslims of hindoes, de hele rataplan, als we vinden dat die religieuze kermisklanten iets teveel lawaai maken mogen we daar gerust de draak mee steken. Of als ze zó wonderlijk bezig zijn dat je niet anders kunt dan er smakelijk om lachen. Smakelijk, ja. Niet smadelijk. Zoals de mannen in onderstaande foto. Het zijn Indiase brahmanen, de hoogstgeplaatsten op de religieuze en maatschappelijke ladder, dat zie je aan het witte koordje om hun bovenlichaam. Alleen Brahmanen mogen dat, want zij beschouwen zichzelf als de zuiversten van de Indiase samenleving. ‘Zij die tweemaal geboren zijn’, zoals ze zichzelf aanduiden, en daarmee verheven zijn boven alle andere kasten in India, en vooral de kastelozen. Over eigenwaan gesproken. Alleen dat is al reuze geestig. Nóg leuker is dat ze oprecht denken dat ze op grond van hun religie invloed kunnen uitoefenen op het weer. Kijk nou toch eens. Vier volwassen kerels in een teiltje die offerandes in een vuurtje gooien in de hoop dat het gaat regenen. Is het niet schattig? Welk van de vele Indiase goden ze proberen te paaien is niet duidelijk. Maar niet iedereen gelooft er in, kijk maar naar de foto (als je op de foto klikt wordt hij vergroot). Links bij de deur zit een man die heel bedenkelijk kijkt. Hij kijkt naar het flauwekulritueel en gelooft er geen snars van dat het ze ooit gaat lukken. Regen als je een god aanbidt? Vergeet het. En nu maar hopen dat hij straks niet wordt aangeklaagd wegens godslastering.

Bron: AP/Volkskrant

2 thoughts on “66. Artikel 147

  1. Smadelijke godslastering is in West-Europa al bijna een contradictio in terminis geworden. Er zijn niet zoveel mensen meer die zich tot in hun ziel gekwetst voelen wanneer iemand zich laatdunkend of spottend over religie uitlaat. En dus heeft het ook weinig zin dat strafbaar te stellen.
    Maar: dat geldt niet noodzakelijk voor andere culturen en andere godsdiensten, waar onze Westerse choqueerdrang (vermomd als vrijheid van meningsuiting) op zijn minst niet altijd begrepen wordt.

    In Spanje verscheen eind vorig jaar onder auspiciën van ik weet niet meer welk ministerie een bundel cartoons en grappen onder de titel ‘La sonrisa divina’. Het bijzondere aan de bundel was dat er grappen in stonden over allerlei geloven – maar dat elke grap over een religie was gemaakt door een aanhanger van die religie! Ik vond het een lovenswaardig initiatief. Zelfspot is altijd heelzamer dan de spot die van anderen komt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s