65. Broodje Walvis

Krap drie weken na de parlementsverkiezingen zit ik nog steeds met een prangende vraag: waarom roept de Partij voor de Dieren toch zoveel eigenaardige reacties bij de mensen op? Ik heb het nu een aantal jaren vanaf de zijlijn bekeken en ik snap het niet. Niets, maar dan ook niets in het gedrag van woordvoerders of de inhoud van het partijprogramma rechtvaardigt de wonderlijke laat-maar-lullen respons. Meermaals heb ik op de televisie gezien hoe Marianne Thieme in actualiteitenprogramma’s werd weggezet als het ietwat warrige, emotionele meisje dat zielige konijntjes en goudvissen onder haar vleugels neemt. Bij Pauw en Witteman werd ze door eerstgenoemde met zoveel dedain afgeserveerd dat het me niet verbaasd had als ze was opgestaan en huiswaarts was gegaan. En dat terwijl het over een opmerkelijk eenvoudig onderwerp ging: het gebruik van sleepnetten, waarmee de bodems van de zeeën worden leeggeschraapt. Thieme wilde illustreren hoe monsterlijk groot die netten zijn, en gebruikte als voorbeeld een x-aantal voetbalvelden. Meteen hing er een kwajongenssfeer aan tafel. Nounou, tsjongejonge, een vrouw die iets van voetbal weet. Waarop ze een zo mogelijk nóg sprekender voorbeeld paraat had: zo groot als vijf Boeings 747. Glashelder. Een staaltje aanschouwelijk onderricht van de eerste orde. Maar Jeroen Pauw riep oh en jee en dat het nu wel erg warrig werd, voetbalvelden, vliegtuigen, daar kon niemand een touw aan vastknopen. Kom jongens, óp naar het volgende onderwerp. Ondanks die vlegelachtige behandeling bleef Marianne Thieme zitten. Ze glimlachte sereen en liet het gebeuren. Dat sierde haar. Ofschoon ik een ferme draai om Pauw’s oren wel had willen meemaken.

Gedurende de aanloop naar de recente parlementsverkiezingen begon het ridiculiseren van de PvdD met leuk bedoelde pastiches. Zo verschenen er posters voor de Partij voor de Bomen, waar later naar hartelust op gevarieerd werd. De aftrap werd gegeven met de Partij voor de Stenen, en daarna was de beer los. Schoenveters, oude auto’s, schildpadden en stapelwolken, er kwam geen einde aan en iedereen wentelde zich in dat gezamenlijke hi-hi gevoel. Maar ook las ik hier en daar een kwaadaardige reactie. Zo zou de PvdD vol zitten met vrienden van de moordenaar van Pim Fortuyn. En een schitterende graanadvertentie met een oppervlakte van 35.000 vierkante meter, gezaaid in een veld nabij Schiphol zodat vanuit de lucht een vrolijke koeienkop en de wervende tekst Kies Nu Partij Voor De Dieren te zien was, werd met landbouwgif bespoten en vernietigd. En dat alleen maar omdat een partij zich opwerpt voor een groep in onze samenleving die rechteloos is en uitgebuit wordt.

Wat is dat toch, met die relatie mens-dier? Ik breek er al zolang ik mij heugen kan het hoofd over. We knuffelen en koesteren honden, poezen, cavia’s, ezels en pony’s, maar het zal ons een rotzorg wezen als fok- en vleesvarkens hun miserabele bestaan in kooien slijten waar ze hun kont niet kunnen keren en kippen elkaar uit pure zielennood doodpikken omdat ze de paar maanden van hun ellendige leven met z’n achten of tienen een leefruimte hebben ter grootte van een krantenpagina. En dat alles omdat de consument een goedkope bout wil. Wel eens geprobeerd, die krant? Leg hem op tafel, sla hem open en ziehier: de leefruimte van acht kippen. Ik zei het al. Geen onderricht overtuigender dan aanschouwelijk onderricht.

Niets nieuws hoor, wat ik hier vertel. Dertig jaar, veertig geleden raakte ik keer op keer verzeild in dezelfde discussies, het lijkt waarachtig alsof de mensheid geen stap opschiet met zijn morele bewustzijn. Het was ook in die dagen dat Peter Singer zijn revolutionaire Animal Liberation schreef, in Nederland verschenen als Pro Mens Pro Dier. ‘A New Ethics for our Treatment of Animals’ was de ondertitel, en het ging over de tirannie van mensen over dieren. En nee, het was geen oproep om vegetariër te worden, of veganist, of iets dergelijk extreems. Het bepleitte eenvoudigweg een nieuwe manier van kijken naar de relatie mens-dier. Singer riep op een nieuwe ethiek te formuleren en ingang te doen vinden, zijn boek was een bevlogen en doordacht appèl om in opstand te komen tegen het gruwelijk lijden dat talloze dieren ondergaan. Vivisectie, dierproeven, massaproductie. Want als we mensen willen bevrijden uit mensonwaardige situaties, waarom dan niet ook dieren bevrijden uit dieronwaardige situaties? Singer introduceerde het begrip speciecisme: discriminatie op basis van het al dan niet behoren tot een bepaalde soort. Als we het erover eens zijn dat we niet mogen discrimineren op basis van huidskleur of ras, waarom dan wel omdat ze vleugels hebben of een vacht? In 1990 werd het boek opnieuw uitgegeven, dit keer met de titel Dierenbevrijding. Dat was minder slim van de uitgever, want het riep associaties op met het Dierenbevrijdingsfront en dús met gewapend activisme, en speelde onbedoeld de anti-dierenwelzijnslobby in de kaart.

We schrijven intussen 2010, en met het dierenwelzijn is het nog steeds bar slecht gesteld. In Nederland hebben de kippen en varkens het geen steek beter dan dertig jaar geleden. Maar het disrespect strekt zich ook uit tot de oceanen. Niet alleen met sleepnetten zo groot als Boeings die als een orkaan alles wat op hun weg komt vernietigen, maar ook de jacht op walvissen. Nog steeds worden die monumentale zoogdieren aan het harpoen gespiest, en ondanks decennia discussiëren is er geen oplossing gevonden voor dit hemeltergende probleem. Japanse nationalisten verzetten zich briesend tegen een vangstverbod. Jaarlijks worden de dieren bij duizenden gedood ‘voor wetenschappelijk onderzoek’, maar uiteindelijk eindigen ze natuurlijk gewoon in de sushi. En wat zeggen die hypocriete Jappen? ‘De jacht op dolfijnen en walvissen is een waardevolle traditie, en dient daarom in ere te worden gehouden.’ Ja, zo ken ik er nog wel een paar. Chinezen hebben ook tradities die in ere worden gehouden. Bijvoorbeeld het levend villen van pelsdieren om zo de vacht onbeschadigd te houden. Op de website van PETA (People for the Ethical Treatment of Animals) staat een video waar je die barbaarse traditie kunt bekijken. Maar wees gewaarschuwd: als je dat doet, ben je de rest van de week totaal van slag. De ontzetting en het verdriet die je zult voelen zijn haast onverdraagbaar.

Wat moeten we met de wetenschap dat zulke dingen in onze wereld gebeuren? Op slag vegetariër worden? Welnee. Dé wereld kunnen we niet veranderen, wel iemands wereld. Te beginnen die van jezelf. Gerust vlees blijven eten, maar wel weten waar je het koopt. Niet bij de kiloknaller, maar bijvoorbeeld bij Jaap Frerichs, een veehouder een kilometer bij ons vandaan. Bijna een buurman dus. Hij houdt varkens, koeien en pluimvee zoals het overal zou moeten. Onder het motto: zij een goed leven, wij een lekkere bout.

En misschien bij de volgende verkiezingen eens een andere partij kiezen? Drie weken geleden gaven 122.257 Nederlanders hun stem aan de Partij voor de Dieren. Dat kan stukken beter. Dat moet stukken beter.

8 thoughts on “65. Broodje Walvis

  1. Je raakt me diep in de ziel. Gelukkig kan ik eitjes rapen van kippen die een behuizing hebben waar ze op haiti jaloers zouden zijn. Onze vriezer zit vol met vlees wat op het aangrenzende perceel van ons land loopt en gelukkig konden wij uitzoeken: een beest wat geen antibiotica heeft gekregen omdat het de tijd kreeg eens ziek te zijn en weer beter te worden. De moestuin levert het lekkers erbij. En nu begint het: de slakken plegen zelfmoord in een rondje zout… En de vliegen die het wagen om binnen te komen heb ik lang geprobeerd weg te kijken maar sterven nu een langzame en wrede dood aan een kleefstrip want het is ondoenlijk om hen hun gang te laten gaan… Daarnaast is de krant een tweede leven begonnen aan moord en doodslag… Maar het voelt niet goed… Weet iemand raad?? Wilma

  2. Wat prachtig verwoord! Hulde! Waarom heeft niet iedereen deze tegenwoordigheid van geest? Dat zou toch mooi zijn…

    Laurine

  3. Mag ik een steentje bijdragen? Misschien wordt de relatie tussen mens en dier wat begrijpelijker als je die niet op zichzelf bekijkt maar als symptoom van andere verschijnselen.

    Bijvoorbeeld: ook gezelschapsdieren over de hele wereld door sommigen wreed behandeld omdat de aanleg tot wreedheid nou eenmaal in de mens zelf zit.

    Maar belangrijker: de bio-industrie bestaat omdat in grote delen van de wereld al heel lang een efficiëntiewedloop bezig is in alle diensten en goederen, en dus ook in de voedselindustrie. Dat mensen toestaan dat dieren op de meest efficiënte, en voor hen dus meest onaangename wijze worden verwerkt is volgens mij niet los te zien van andere dingen die mensen zijn gaan toestaan: dat fruit en groente ook buiten de normale seizoenen in de winkel liggen, geen smaak hebben maar wel betaalbaar zijn, dat megabedrijven als Knorr en Nestlé onderdelen van maaltijden of zelfs hele maaltijden samenstellen uit emulgatoren, kleur-en smaakstoffen, smaakversterkers en noem maar op, dat in een verpakking doen en daar schaamteloos reclame voor maken. Dat plaatselijke tradities in het bereiden van eten verdwijnen omdat bedrijven als McDonald’s goedkoper kunnen werken en een overal in de wereld herkenbaar product neerzetten. Als mensen kunnen kiezen tussen kwaliteit en prijs zullen ze vaak geneigd zijn concessies te doen aan de kwaliteit. Bovendien worden distributie en marketing steeds grootschaliger. Ideale omstandigheden dus voor de bio-industrie, die zelfs enorme schandalen relatief snel te boven komt.

    Thomas Friedman schetste in ‘The world is flat’ een wereld waarin ook diensten aan groeiende wereldwijde concurrentie onderhevig zijn en niemand op aarde meer zeker is van zijn baan wanneer iemand anders, waar dan ook, efficiënter kan werken. Huiveringwekkend, vond ik. Hoopgevend, vond hij, want overal openen zich nieuwe mogelijkheden. Ook hier gaat het weer om efficiëntie: wie niet efficiënt kan werken kan in de nieuwe wereld niet mee. Zo ontwikkelt zich de wereld.

    Optreden tegen dierenleed is dus niet zo zinvol wanneer je niet tegelijkertijd vragen stelt over dingen als de (zo menselijke) zucht naar een lage prijs, de (zo menselijke) voorkeur voor gemak (van b.v. kant en klare etenswaren), de concurrentie van grote spelers op allerlei markten, de invloed van reclame. Het hangt allemaal met elkaar samen. Denk ik.

    Hm. Had eigenlijk nog wel meer te zeggen, maar dit is al aardig lang geworden voor een eenvoudige reactie. Om met Herman van Veen te spreken: een andere keer misschien!

  4. Helemaal mee eens. En Friedmans schets is hier uiterst actueel, nu elfduizend postbodes op straat komen te staan omdat TNT efficiënter moet gaan werken.

    Vandaar ook, binnen de context van het consumentisme, mijn constatering ‘En dat alles omdat de consument een goedkope bout wil.’ Een niet uit te roeien zucht naar goedkoop en veel. Ik heb ooit bij een raadsvergadering gezeten hier in de gemeente over de uitbreiding van een nabijgelegen varkenshouderij. De communisten in de raad (jaja, ze bestaan nog, echte clichémannetjes, twee shagrokende norskoppen) waren vóor uitbreiding, ‘want de gewone man moest ook z’n kilo worst kunnen blijven kopen voor drievijftig.’ Het is bedroevend gesteld, met de menselijke soort. En ik stél ook vragen over de dingen die dierenleed veroorzaken. Alleen heb ik niet de mogelijkheid de wereld te veranderen. Behalve mijn eigen wereld.

    Ik geloof heilig in de premisse dat het de eenlingen zijn die het verschil maken. Ga fatsoenlijk met je directe omgeving om, dat is al een mooi begin. Dé wereld kunnen we niet veranderen, wel iemands wereld. Dat is de slogan van onze Stichting Duniya (www.duniya.org) en in het normale leven proberen we dat mondjesmaat in praktijk te brengen. Letterlijk, mondjesmaat. Door minder maar beter vlees te kopen bijvoorbeeld. ’t Kan allemaal wel, hoor.

    En een betere wereld krijg je ook door die door jou in je weblog geschetste gastvrijheid van de Turken. Mooi was dat.

  5. Ik wil eigenlijk heel veel zeggen, maar kan even de woorden niet vinden. Daarom sluit ik me maar aan bij de reactie van Laurine. Bedankt!

  6. Wat een goed stuk, als lid van de Partij voor de Dieren steekt dit mij een hart onder mijn riem! Om mijn two cents toe te voegen, wat er volgens mij meespeelt bij de reacties op deze partij en niet zozeer bij andere partijen, is dat het gedachtengoed dat we beter voor onze wereld, onszelf en onze mede aardbewoners zouden moeten zorgen voor iedereen wel voor de hand ligt. We dóen het alleen niet. Hoe harder mensen roepen of me belachelijk maken als ik vertel op wie ik gestemd heb (hé, goudvis! Ja, inderdaad. Wist je dat ze 40 zouden kunnen worden?), hoe harder ze blijkbaar hun eigen geweten moeten overstemmen.

    Ik ben vegetariër, en wil daarmee niets zeggen over de inhoud van het bord van iemand anders. Toch zet míjn prima vleesloos gerecht mijn disgenoten vaak wel aan het denken, of ze willen of niet. “Als ik zou weten hoe het eraan toeging zou ik het ook niet meer eten hoor!” krijg ik als wat, verzachter van het leed, te horen. Tja, denk ik dan, je wéét het toch al? Je kiest er alleen voor om daar geen consequenties aan te verbinden….

  7. Wat een prachtig stuk. Het Chinese filmpje heb ik inderdaad niet kunnen afkijken. Je hoort weleens van deze praktijken, maar nu met eigen ogen zien, dat is wel indringender.
    In reactie op Richard van Leeuwen wil ik nog wijzen op een bijdrage van Marianne Thieme om te breken met de “Ponzi-politiek”. De essentie van het stuk is dat we inmiddels op vrijwel alle maatschappelijke gebieden meer halen dan we er brengen. Roofzucht en overexploitatie en het streven naar korte-termijn-winst laten ons, en de generaties na ons, met een lege wereld achter. Leven we dan inderdaad in The Age of Stupid?

    http://www.partijvoordedieren.nl/download/20091028%20Breek%20met%20de%20Ponzipolitiek.pdf

  8. De Partij voor de Dieren mag je in de media blijkbaar zonder enige kennis van zaken belachelijk vinden. In combinatie met de wens van vooral radio- en tv-presentatoren om te bepalen ‘waar wij het over moeten hebben’ leidt dat tot absurde willekeur. Uitschieter: het kleine-lijsttrekkersdebat met presentator Ron Fresen. “Vertel in anderhalve minuut wat u gaat doen aan de crisis”, dwingt Fresen de drie partijleiders. Als M. Thieme aan de beurt is voegt hij toe: “ik wil het woord duurzaamheid níet horen”.
    Vlak daarvoor legt Marianne Thieme op een vraag van Verdonk uit wat je zinnig tegen Schiphol-ganzen zou kunnen doen: de weilanden met zonnepanelen bedekken…. Fresen en Verdonk luisteren niet meer; ze wedijveren in kraaiend geschater: “hebben we het over ganzen, begint ze over zónnepanelen!”.

    Als uiterst gelovige dominees in de ontkerkelijkte wereld prediken de mediahelden hun dogma’s: Mensen zijn het goddelijke hoogtepunt van de schepping – mensen zijn zóveel meer waard dan dieren – veertien Qkoorts-doden zijn erger dan het afmaken van 50.000 geiten (en straks móeten we weer door kunnen fokken met die dieren. De Mens is God en de Mammon zijn profeet). Maar waar hebt u dat geleerd of gelezen, dominees?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s