60. Windland

Zal je altijd zien. Verheug ik me op een groots sportevenement, komt opeens nieuws naar buiten waardoor alles in een ander daglicht komt te staan: de Tour de France. Ik probeer elk jaar zoveel mogelijk mijn agenda rond dat spektakel te plooien, de maand juli moet beschermd, ik wil mij achter geblindeerde vensters laven aan spannende helicopterbeelden en het wielrennersproza van Dijkstra en Ducrot. Nooit heb ik me gestoord aan wielrenhaters die het peloton afdoen als rijdende apotheek, al wist ik natuurlijk wel beter – denk aan de krankzinnige zomer van 1998: de Festina-ploeg blijkt een georganiseerd dopingnetwerk en in de kofferbak van de TVM-ploegleider worden 104 ampullen Epo gevonden. En zo zijn er elk jaar wel akkefietjes of wordt iemand beschuldigd van dopinggebruik, Lance Armstrong voorop.  Maar nooit wordt het bewezen, en de Tour dendert ongehinderd voort door het wonderschone Franse landschap.

Maar nu dan opeens die jezuïtische draaikont Floyd Landis, winnaar van 2006. Een spectaculaire Tour was het, waarin Landis opzien baarde toen hij de ene dag in een zware bergetappe volledig kapot was maar de volgende dag als herboren een nog zwaardere rit wist te winnen en iedereen op dusdanig grote afstand te zetten dat hij Tourwinnaar werd. Kort daarna kwam zijn positieve test naar buiten, de zege werd hem ontnomen, die ging naar Oscar Pereiro. Wat deed de Amerikaan? Ontkende in alle toonaarden zijn dopinggebruik, gaf twee miljoen dollar uit aan rechtszaken om de beschuldigingen aan te vechten, schreef zelfs een heel boek over zijn onschuld (Positively False: The Real Story of How I Won the Tour de France) en vandaag komt hij opeens als een duveltje-uit-een-doosje met een volledige bekentenis. ‘Ja, ik heb dope gebruikt, ja ik heb mijn lijf volgespoten met testosteron en groeihormonen, maar nu heb ik spijt en ik wil mijn geweten zuiveren. Maar meester, ik heb het niet alleen gedaan hoor, eigenlijk is het Lance Armstrong z’n schuld, hij heeft me ertoe aangezet, hij heeft me geleerd hoe je met injectienaalden moet omgaan.’ Ik heb eens opgezocht waar Landis vandaan komt. Blijkt een diepchristelijke enclave in het achterlijke achterland van de USA. Daar waar leugens gemeengoed zijn.

Eigenlijk wel geestig, dat gedoe rond die doping. Want van mij mogen ze. Waarom ook niet? Het is hún lijf. Boksers mogen elkaar toch ook de hersens inslaan? Het interesseert me geen zier hoe de fietsers de eindstreep halen, als het gevecht maar mooi is. En dat is het vrijwel altijd, dat maakt dit soort wielerevenementen tot zulke onweerstaanbare spektakelstukken. Het afzien, de ademnood, beenkramp, snotkop en valpartijen. Ofschoon wat op dit moment van de renners in de Ronde van Italië gevraagd wordt soms aan de grens van het betamelijke raakt – daar ploegen ze door sneeuw en storm en de langste etappe is maar liefst 262 kilometer. Het is me een raadsel hoe ze dat volhouden, die renners met hun sprinkhaanmagere lijven. Hoe moet je die motor voeden? Hoeveel spaghetti kan een mens verdragen? Daarom mogen ze wat mij betreft gerust naar pil of poeder grijpen.

Ik zie zo’n extreem sportevenement als een afspiegeling van de normale maatschappij. Daar gebruiken de mensen ook uit vrije wil naar dood en verderf zaaiende stimuli, ook al weten ze drommels goed dat je er uiteindelijk aan kapot zult gaan. Wil je roken zodat je je lekkerder voelt? Ga je gang. Rook gerust je longen aan gort. Wil je hormonen spuiten zodat je beter kunt presteren maar die uiteindelijk je lijf verwoesten? Be my guest. Ik laat me daardoor de lol aan het kijken naar de Tour niet bederven. Alleen moeten ze er wel eerlijk over zijn, die renners. Gewoon zeggen dat ze het doen, en niet jaren later opeens met een mea culpa komen. Betekent dat de wielerorganisaties ook de bakens moeten verzetten. Geen controles meer. Geen verbod. Zo’n Lance Armstrong, daar jagen ze al jaren op maar elke keer kwam hij schoon uit de controle. Niks aan de hand. Of komt hij straks, net als Landis, met een bekentenis? Ondenkbaar.

En vanmiddag klim ik zelf weer in het zadel en zweep het oude lijf door het open land waar het altijd waait. Friesland, windland. En af en toe stop ik voor een broodje kroket.

Naschrift januari 2013
En zo word je met je naïeve goedgelovige sulligheid door de rauwe werkelijkheid ingehaald. Lance Armstrong heeft opgebiecht dat hij alle jaren doping heeft gebruikt, en niet zo’n beetje ook. Alles wat verboden was ging er bij hem in als koek, en hij heeft al die tijd alles en iedereen met een hoop poeha en lawaai om de tuin geleid. Armstrong aan de dope? Ondenkbaar! schreef ik in 2010. Zo overtuigend was zijn ontkenning. En we wilden maar wat graag in het wonder geloven. Wat een ongelofelijke teleurstelling.

One thought on “60. Windland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s