55. Zoeken naar Ruiz de Castro

En opeens moest ik aan stratenmakers denken. Hoe er altijd gedoe was met de bestrating bij het paleis op de Dam. Dat wilde maar niet lukken. Dan was het klaar maar moest het over, of het lag er vier jaar en dan bleek het scheef of verzakt of te glad want verkeerde keien. Kortom, weer zo’n gemeentelijke miskleun om smakelijk te lachen, want hoe groot is dat plein helemaal? ’n Paar duizend vierkante meter, hoogstens.
     Nee, dan Portugal. Hier weten ze hoe het moet. Pleinen, straten, boulevards, trottoirs, overal ligt de mooist denkbare bestrating. Strenge rechthoeken, golvende motieven, gestileerde lelies en alles in prachtig zwartwit marmer. En niet alleen Lissabon, maar vrijwel elke stad in Portugal heeft dat straatwerk en verder nog, tot in de voormalige kolonieën als Kaapverdië en Brazilië, in Copacabana, vind je het terug.

Bestrating 1

Nadeel is wel dat het niet overal kreupelvriendelijk is. Ik heb er heel wat zien strompelen, de lammen en blinden van Lissabon. Daar zijn er trouwens veel van. Sociale vangnetten bestaan in Portugal nog niet in die mate als bij ons, werkloosheid is hoog, bijna tien procent van de beroepsbevolking, net als in Spanje. Naast mijn hotel is een vestiging van de sociale dienst waar de rij wachtenden tot over de zwartwitte stoep kronkelt. Op de hoek van de straat zit een man zonder voeten, pet op de grond tussen de stompjes. Hoe zou hij ’s avonds thuiskomen? Wordt hij opgehaald? Ik zie geen rolstoel. En als je die wél hebt is het zwoegen, op de keien van Lissabon. Dat hotst en bonkt en als je klem raakt met zo’n klein voorwieltje, als een boodschappenwagentje in de tramrails, wie helpt je dan?

Rolstl Lsbn

Tien jaar geleden waren Mirjam en ik voor het eerst in Lissabon, en dwalend door de Bairro Alto, een wijk vlakbij het oude centrum waar veel restaurants zijn waar fado wordt gezongen, raakten we verzeild in een aardig eethuisje. ’n Paar rijen aaneengeschoven tafels en achterin de open keuken. Buiten stond een kleine man met een menukaart in de hand en probeerde het publiek over te halen binnen te komen. En ja, er zou fado worden gezongen. Zo’n colporteur buiten bij de deur is in grotere Portugese steden, waar de restaurants soms schouder aan schouder staan en de concurrentie moordend is, de normaalste zaak van de wereld. En ook verschrikkelijk irritant, die kerels die je nationaliteit gokken en je aanspreken in Duits of Frans koeterwaals. Maar die avond tien jaar geleden, in die tamelijk rustige straat in de Bairro Alto, was het kleine mannetje met z’n slodderige bruine pak een vriendelijke verschijning en we gingen graag in op z’n verzoek.
     Toen we eenmaal binnen zaten en hij weer naar buiten liep zag ik dat hij mank liep. Een rare sleepvoet, als Rizzo in Midnight Cowboy. Waar had ik hem eerder gezien? En opeens wist ik het: in een prachtige tv-serie bij mijn eigen VPRO, Lied van Verdriet. Acht afleveringen in evenzoveel landen, steeds over één persoon, en deze kleine mankepoot was daarin geportretteerd als de schoenpoetser die zijn geluk probeerde als fadista , ’s avonds optrad in dit kleine restaurantje en droomde van een doorbraak. Die nooit was gekomen, want als je in Nederland op de tv komt ben je hoogstens bekend in Nederland en wat heb je daaraan, in de Barrio Alto in Lissabon. Ik ging naar buiten en vroeg hem of mijn herinnering klopte. Vol trots haalde hij een beduimelde flyer van de VPRO uit zijn zak met de naam van de serie en zijn afbeelding, piepklein tussen de gezichten van de andere geportretteerden. Arme Ruiz de Castro. Heel even had zijn ster geflonkerd, maar het had hem niets opgeleverd. Nog steeds stond hij buiten om klanten te paaien en als het zijn beurt was kwam hij binnen, zong zijn nummer en meteen daarna stond hij weer op straat.
     Er werd veel fado gezongen die avond, en het was een bont gezelschap dat optrad. Zo was er de halfblinde Luis Braga, die we daags daarna op de tast door de straat zagen lopen en toen hij tegen en vuilnisvat aanbotste als een verstrooide professor Zonnebloem bij wijze van excuus zijn hoed afnam. Ruiz de Castro zong smartelijke liederen over iets dat we niet konden verstaan en toen was het de beurt aan Esmeralda. Een kolossale vrouw in het zwart die zich uitgebreid in een hoekje opmaakte en als een ware diva optrad, alsof ze op een echt toneel stond en niet naast de wc deur in een tweederangs etablissement. Met flair en kracht zong ze de liederen van weemoed en verlangen en we vonden haar prachtig. Na de voorstelling wrongen de artiesten zich tussen de tafeltjes door en verkochten muziekcassettes met foto’s op de cover van toen ze nog jong waren en vol verwachting.     
     Ruiz de Castro had geen bandjes om te verkopen. Al wat hij had was een flyer van de VPRO in zijn binnenzak. Toen we weggingen gaven we hem een flinke fooi. Hij frommelde het biljet in de zak van zijn bruine colbert, stak een hand op in dank en wendde zich tot wandelaars die aarzelend voor de deur bleven staan om ze naar binnen te praten.

Gisteren vroeg in de middag ben ik teruggegaan naar het fadorestaurant van toen. Lang zoeken, geen idee meer waar het precies is, maar uiteindelijk vind ik het. We gaan sluiten, zegt de eigenaresse, maar vanavond zijn we weer open. Wie treedt er op? vraag ik. Ze noemt wat namen, waarvan ik alleen Luis Braga herken. Maar nu is hij helemaal blind, zegt ze hoofdschuddend. En Esmeralda? Ze maakt een wegwerpgebaar. Al jaren niet meer gezien, en niemand weet waar ze is. En Ruiz de Castro? Even kijkt ze me niet begrijpend aan, alsof ze me niet verstaat. Ik imiteer een sleepvoet. Ah! roept ze, de hinkepoot. Dan schudt ze haar hoofd. Nee, die is dood. Al heel lang. Een ongeluk? Nee, gewoon, ouderdom. En zonder een spier te vertrekken zegt ze: hij was al heel oud, in de zestig.

Als ik die middag door de stad dwaal, hoor ik zingen. Een prachtige stem. Ik volg het geluid, sla een hoek om en daar zit een blinde vrouw. Ze begeleidt zichzelf op een triangel, op haar schoot een doosje met een gleuf, verankerd om haar hals met een leren riem. Haar stem is aangrijpend, rauwe weemoed, het snijdt in mijn ziel zo mooi zingt ze. Ik luister een tijd en laat dan wat munten in het doosje glijden. Op het geluid van het vallend kleingeld kijkt ze op en tussen het zingen door zegt ze obrigado, dankjewel. 
     De volgende dag ga ik terug om opnieuw naar haar te luisteren, maar vind de plek verlaten.

Blinde zangeres Lissabon

3 thoughts on “55. Zoeken naar Ruiz de Castro

  1. Jeetje Hans, je bent onvermoeibaar! Zijn er plannen om al deze heerlijke overpeinzingen en superfoto’s te bundelen in een mooi dik boek? Met harde kaft en rood een leeslintje? Ik hoop het. Schaf ik ’t meteen aan en ga ik ’t fijn in bed nog eens rustig lezen allemaal. Pols Elmar eens!
    Liefs en fiets ze! Elise

  2. Of: een fotoboek en verhalen over straatmuzikanten. Liefst ook met een CD achter in het boek. Ze zijn er overal, in alle steden…. Prachtig!

  3. Als dat uitkomt ga ik het nomineren voor onze leesclub! Laat ik je weten welke analyses de dames erop loslaten..:) En vergeet ook een Eetzicht-boek niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s