52. Van het Hoofd en het Wierookvat

Kijk, het zit zo. Jacobus, een van de apostelen, predikt het evangelie in Spanje en wordt in het jaar 44, als hij voor een concilie terugkeert naar Jerusalem, op bevel van koning Herodes onthoofd. Twee van zijn leerlingen gaan met het afgehakte hoofd aan de haal en klimmen aan boord van een bootje. Het ding heeft mast noch roer, maar vaart zomaar op eigen kracht de hele Middellandse Zee over, voorbij Gibraltar de Atlantische Oceaan op en komt in het uiterste noordwesten van Spanje tot stilstand. De mannen gaan aan wal, trekken en stuk landinwaarts waar zij het hoofd begraven en vervolgens kijkt niemand er meer naar om tot acht eeuwen later een kluizenaar, die toevallig in de buurt woont, door engelen met behulp van sterrenlicht de plek van Jacobus’ graf krijgt aangewezen. Er wordt een kerkje gebouwd, de plek wordt Sant-iago genoemd, Spaans voor Sint Jacob, en omdat er sterren in het spel waren wordt daar op termijn het latijnse campus stellarum aan toegevoegd, sterrenveld.
     Van het een komt het ander. Om volstrekt onduidelijke reden gaan de mensen op pad, Santiago wordt een bedevaartsoord, uit de verste uithoeken van Europa stroomt men toe en omdat religie een onbegrijpelijk toneelstuk is, staan twaalf eeuwen later in Santiago de Compostela twaalf mannen in rode jurken op een podium te prevelen en trekken acht andere mannen in bruine jurken aan een dik touw en zwiert het grootste wierookvat ter wereld als een dol geworden insekt hoog boven de hoofden van de massa door de dwarsbeuken van de kathedraal.

Santiago wierookvat 1

Santiago wierookvat 2

Ik mag dat wel. Het heeft iets aandoenlijks, dat een groot deel van de mensheid dit soort zottenpraat voor waar aanneemt, maar de basis van elke religie is nu eenmaal een fantastische ratatouille van gruwel en mirakel en als de mensen daar steun en toeverlaat in vinden, zal het mij best zijn. Ik vermaak me wel. Ik kijk mijn ogen uit onderweg naar kerken en bruggen en de mooiste bouwwerken die we ons kunnen wensen en dat alles bestaat dankzij de gelovige medemens. Wat een weelde.
     En zo bereikte ik Santiago en zocht mijn weg door de oude middeleeuwse straten naar de Praza do Obradoiro en opeens stond ik op dat reusachtige plein oog in oog met die duizend jaar oude mosbegroeide kathedraal. En het was ontroerend te weten dat dit de plek is waarnaar al die pelgrims sinds eeuwen op weg zijn. Een buitengewoon mooi gevoel, een beetje zoals ik het ook ooit eerder ervoer in Jerusalem, en Rome. Een soort thuiskomen op een plek waar je niet eerder geweest bent.

ballon

Vandaag is mijn derde en laatste dag in Santiago. Ik sliep de voorgaande dagen een gat in de ochtend, waste mijn verstofte kleren, smeerde het loopwerk van mijn fiets en zwierf urenlang door de oude stad. Een prachtplek is het. Onbarmhartig toeristisch en terzelfdertijd sprankelend authentiek. In het centrum rond de kathedraal staan de winkels met de lelijkste prullaria schouder aan schouder. Jacobsschelpen, knoestige wandelstokken, heiligenbeeldjes en Santiago T-shirts. Hoe kan het ook anders, elke dag komen honderden mensen de stad binnen, vermoeide wandelaars en fietsers met blaren op voet en kont en gebruinde koppen, maar ook busladingen met smetteloze kwetterende hordes, en het grootste deel woont de dagelijkse misa del peregrino bij, de pelgrimsmis. Op sommige dagen, niemand weet precies wanneer, wordt de botafumeiro geslingerd. Ik trof het dus dat ik het meemaakte. Een waar spektakel. Het gebruik stamt uit de 11e eeuw, de stank van al die ongewassen pelgrims die in de kathedraal voedsel en onderdak kregen was niet te harden en ramen open hielp niet. Iemand moet toen een trekmechanisme bedacht hebben met daaraan die krankzinnig grote wierookpot: 80 kilo zwaar en 1,60 meter hoog. Het werkte, ofschoon in de annalen van Santiago wel een aantal ongelukken zijn opgetekend. Niet dodelijk, de eerste keer knalde de pot tegen de muur en de gloeiende kolen vlogen in het rond. Sindsdien gaan de deuren van de dwarsbeuken open. Mocht de pot losraken, vliegt hij zo het plein op.
     Wat óók onveranderd is gebleven in al die eeuwen is het goedkatholieke gebruik van het sacrament van de biecht. Langs de zijbeuk van de kathedraal staan rijen donkerbruine huisjes. Als het rode lichtje brandt is er iemand thuis en mag je komen praten en dan komt alles vast wel weer in orde. Sommige huisjes zijn onbewoond. Andere daarentegen zijn wél bewoond maar daar komt niemand op bezoek. Deze arme ziel bijvoorbeeld heeft een kaartje aan de voordeur, speciaal voor Deutschsprachige Pilger. Maar niemand wil met hem praten.

Biechtstoel Santiago de Compostela 1

Katholieken zijn slim. De katholieke Ruud Lubbers zei het ooit zelf, dus wie ben ik het tegen te spreken. Maar hij voegde daar meteen aan toe dat je katholieken daarom ook beter niet kunt vertrouwen. Wonderlijke uitspraak, maar dat ze iets met geld hebben is duidelijk. Of laat ik het anders zeggen: ze hebben iets met efficiëntie. Zoals met die wierook, dat was slim, en meteen een nieuw ritueel erbij, dat schiet lekker op. Want wat is een kerk anders dan een onderneming die efficiënt gerund moet worden? Dus moet ook iemand op een dag gedacht hebben: dat gedonder met die kaarsen, dat geeft alleen maar troep en het levert te weinig op, de mensen jatten ze steeds, dat kost ons handenvol geld. En wat hebben ze bedacht, hier in Spanje? Electrische lampjes! Gewoon een kist met een deksel en een paar rijen kerstlichtjes erin en een gleuf voor de centen. ’t Is even een investering, maar je hebt het gauw terugverdiend.
En zo kan het gebeuren dat kerkbezoekers als aapjes met de handen door de tralies gaan en een muntje in de gleuf gooien en ploef springen een paar lichtjes aan. Soms ook niet, dan zijn ze kapot. Maar je euro is verdwenen. Voor San Jacob, staat er bij de automaat. Of voor een andere San. Maar als de lampjes kapot zijn, wie zegt dan dat je donatie bij de goede komt? Lastig hoor, religie.

Electrische kaarsjes Santiago

Goed, voldoende over geestelijk voedsel. Het lichaam wil ook wat, en laat gezegd: eten in Spanje verdient een pluim. Let wel, ik zeg niet per se het eten, want dat is soms lastig als je je woordenboek vergeten bent en dan maar gissen, want sommige gerechten herken ik nu wel, maar als ik albóndigas bestel wil ik ook zeker weten dat ik met gehakt gevulde paprika krijg en geen stierenkloten. Ook is de culinaire traditie in elke streek anders, en hier in Galicië staat zeevoedsel hoog aangeschreven. En oei, dat is lastig. Tikje onaangenaam zelfs. Bakken vol wriemelende sprietbeesten met dichtgebonden klauwen die van narigheid niet weten welke kant op, ik kan er nauwelijks naar kijken, laat staan dat ik ze bestel. En die rare dingen in de etalage, het lijkt op gebak, een tulband,  maar het zijn inktvissen. Zelfs de Spanjaarden zelf staan soms vol verbazing naar de uitstalling te kijken…

Etalage octopus Santiago

Wat die pluim verdient is de manier waarop je in Spanje eet. Ocharm, wat hebben we het met de Nederlandse horeca toch slecht getroffen. Twee euro voor een kop koffie, slechte bediening, te duur en vaak tegenvallend eten en altijd en overal die ongelofelijke teringmuziek. In Spanje hoor je nérgens muziek, tenzij aangekondigd en live. Maar die sfeer! Ik wip nu al drie dagen ’s ochtends hetzelfde eethuisje binnen voor een desayuno, en ze herkennen me en zetten ongevraagd mijn ontbijtje op tafel met verse vruchtensap en koffie en toast voor drie euro vijftig en niet meer dan één euro voor brandverse koffie. Later op de dag een ménu del día, altijd meer dan genoeg op je bord en wijn inbegrepen. In sommige restaurants, vooral in kleinere minder toeristische steden, zetten ze pardoes een hele fles bij je neer, zie maar hoeveel je neemt, de rekening blijft hetzelfde, een tientje, soms wat meer.
     Maar het allermooiste vind ik pintxos (zie mijn rubriek Eetzicht). Iedereen roemt de tapa’s, maar dat is overschat en vaak veel te duur. Pintxos daarentegen zijn een wonder van culinaire (en zakelijke) inventiviteit. Stukjes stokbrood met kaas, ham, kaas met noten, kaas met ham, oesterzwam, tortilla met worst en in elke snack een houten tandenstoker. Niet weggooien, als je klaar bent stokjes tellen en afrekenen. € 1,40 per prikker. Fantastisch.

Operazangers Santiago 2

Is er in Santiago meer straatmuziek dan elders? Ik denk van wel. Elke dag gebeurt er iets op een andere straathoek. Soms de mottige zwerver met hond die drie tonen uit zijn blokfluit perst, maar die zie je overal. Hier echter gebeurt iets bijzonders. Ooit operazangers op straat aan het werk gehoord? In Santiago gebeurt het. Twee welluidende tenoren, misschien niet Carnegy Hall kwaliteit, maar het is dan ook gratis. Of wat je in hun hoed gooit. Van alles komt voorbij, van Verdi’s La Donne e Mobile tot een stukje van het duet uit de Parelvissers van Bizet. En op exact dezelfde straathoek staat, of beter: zit de volgende avond een compleet orkest. En die kale blaast op z’n tuba dat het een lieve lust is en het publiek lacht en klapt en zingt mee en alles is feest, hier in Santiago.

Orkest Santiago straat

Het nationale instrument van de Spaanse provincie Galicië en zuiderbuur Portugal is de gaita, een soort doedelzak. Ik ben er geen liefhebber van, het klinkt scherp en snijdend als een verkeerd gespeelde hobo, een kwartiertje is wel genoeg, maar dan is het ook wel een aangenam kwartiertje, daar onder de arcade bij de kathedraal waar Anton Reixa z’n instrument bespeelt. Grappig, als je zo’n tijdje stilletjes in een hoekje staat en je ziet hoe de meeste mensen schielijk wegduiken als ze te dicht langs het geluid lopen. Of meteen stevig de pas in zetten om naar de andere kant van de onderdoorgang te komen. De enige die echt geïnteresseerd blijft staan is dit kleine meisje. Maar kijk, daar komt haar moeder al aan, ze strekt haar hand al uit en zal haar bij de arm pakken. Mee jij! De trap op. Weg bij die pestherrie!

Anton Reixa, Spaanse doedelzakspeler (gaita), Santiago de C. 16.7.09

Accordeon Santiago Wilfdell 8

Hoe anders is dat in de stille buurt achter het Convento de San Paio de Antealtares. Heerlijke klanken lokken mij naar die straat waar haast niemand komt en waar bij een verlaten terras een accordeonist speelt. Zomaar, voor niemand, behalve zichzelf. En de kroegbaas. En voor mij. We hebben lang met elkaar zitten praten, daar aan dat tafeltje. Hij komt uit Engeland, praat met een licht Schots accent, woont in Granada en lijkt op een jonge Tom Waits. En hij speelt en ik luister en na mijn accordeonist op de verlaten boulevard van het Franse badplaatsje Montavilet, hoor ik nu opnieuw de schone weemoed van dit instrument en nu, vandaag, vind ik het, na piano en sarangi, het mooiste instrument dat ik ken.
     Maar de deurbewaakster van het klooster? Die vindt het maar niks. Wég met die herrie, want met al die muziek buiten op straat hoort ze binnen in het klooster god niet. Of zichzelf. En daar gaan de deuren. Met een doffe klap vallen ze in het slot.
      En de accordeonist pakt z’n instrument en vertrekt naar Granada, en ik?
Ik stap morgen weer op de fiets. Richting Portugal.

Non in deur Convento de San Paio de Antealtares, Santiago de Compostela

3 thoughts on “52. Van het Hoofd en het Wierookvat

  1. Fisterra is a municipality of Spain in the Province of A Coruña, in the autonomous community of Galicia. Fisterra is on Cape Fisterra, the final destination for many pilgrims on the Way of St. James. Ga je hier ook nog langs om je vieze broek te verbranden en in zee te gooien?

  2. Lampjes in plaats van kaarsen? Muntje in de gleuf? Het lijkt wel kermis.

    Ik heb wel wat met de Katholieken. Het is alsof ze het allemaal wat minder serieus nemen dan die nare Protestanten met hun vroom geprevel en kale kerken. De hordes heiligen, de licht-Freudiaanse maagd-aanbidding, de glow-in-the-dark standbeeldjes, de constante parades met nep-Christus – religie als Disneyland. En ook als overtuigd atheist met een vleugje non-denominational spiritualiteit kan ik een fraaie kapel waarderen.

    Je bent al aardig ver, pap. Ga zo door. Wellicht kom je verlicht weer thuis.

  3. Oh, die interactie tussen die oude ober en de accordeonist, schitterend. Prachtplaat!

    Wij redden het hier wel hoor, je vee en je vrouw! We denken alleen af en toe dat de herfst gaat inzetten. En het woekert komkommers in de kas, daar kunnen we niet tegenop eten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s