49. Schuilen bij Indurain

– Qué?
De ober draagt een zonnebril en spreekt uitsluitend Spaans. Prima, en logisch ook wel, maar hij is mijn eerste Spanjaard deze reis en ik ben ternauwernood dertig meter over de grens en misselijk van vermoeidheid: de landsgrens ligt op het hoogste punt, de Puerta de Somport. Een paar passen terug en je bent pardoes weer in Frankrijk en heet het Col du Somport. In beide gevallen blijft hij even hoog, 1640 meter.
    Viel het mee, uiteindelijk? Nee. Het was afzien. Een masochistische exercitie. Wel verbluffend mooi trouwens, de Aspe vallei, met lange tijd het onbekommerd gorgelen van de rivier pal naast me. Daarna begon het klimmen en was er geen oog meer voor schoonheid. Zoveel mogelijk fietsen en af en toe uit het zadel en duwen omdat je bang bent dat je benen uit de kom zullen schieten. Soms een auto die je inhaalt, maar sinds enkele jaren is er een tunnel en slechts een enkeling neemt de oude scenic route en ziet een kerel met z’n fiets zwoegen. Opeens donkere wolken en koude wind, op deze hoogte kan het in één keer omslaan, en dat doet het ook, de regen klettert. Schuilen dus, onder stille dennebomen. Een kwartier later en ik was kletsnat geworden, want daarboven groeien geen bomen. 

 Schuilen Col de Somport

Vlak voor de top word ik ingehaald door een touringcar. Eenmaal boven zie ik mannen in kleurrijke sportkleding hun fietsen en bagage uit de bus laden en elkaar stoer voor het bord Puerta de Somport 1640 meter fotograferen.
     Sinds de aanleg van de tunnel heeft het café op de pas nog maar weinig klanten. Café au lait, zeg ik vermoeid en laat me op een barkruk zakken. Qué? Dertig meter over de grens en Frans is niet langer lingua franca. En dan mijn eerste voorzichtige woorden Spaans: un café con leche, por favor. Intussen, alweer een paar dagen verder, heb ik een guía de conversación Español-Inglés aangeschaft en treed ik de Iberische wereld onversaagd tegemoet. Nu kan ik peren en een nieuwe binnenband kopen, een winkelier vragen of hij nog tandenstokers op voorraad heeft en de ober laten weten dat ik geen wijn wil bestellen. Ofschoon me die laatste mededeling tamelijk zinloos lijkt. Zo ontgaat me ook het nut van de zin no hay ningún nina en la piscina: er zijn geen kinderen in het zwembad. Handig als je zwemleraar bent, maar dan zit je in voorarrest in Den Bosch en zwoeg je niet met je fiets over de 1640 meter hoge pas in de Pyreneeën. Maar dat leed is geleden, ofschoon het een goede voorbereiding was voor wat nog komt: tussen hier en de Atlantische Oceaan liggen nog bergpassen van 1200 en 1500 meter. En van alles waar ik nu nog geen idee van heb. In elk geval veel ruimte.  Het is wennen aan een nieuwe taal, een nieuw geluid. Hoe spreek je Jaca uit? Dat is de eerste stad waar ik overnacht, en je wilt het graag goed doen. Is het Haca, met een H? Lastig, want als je een ijsje bestelt zég je elado maar op de winklelruit staat helado. Jaca klinkt als Gaka, maar dat leer ik niet uit mijn gids maar door te vragen. Spanjaarden vinden het geweldig als je ze aanspreekt, en dat doe ik maar al te graag. Handen en voeten, dát is de taal die de wereld verstaat. Ook als je met een lege bidon bij een verlaten boerderij aanklopt. Un poco de agua por favor? Lukt altijd.

Landschap zon

Visueel is Spanje een totaal andere wereld. Leeg! Ooit moeten overal bomen gestaan hebben, maar leerden we op de lagere school niet al dat Alva die heeft omgehakt voor zijn armada? Zal wel iets genuanceerder liggen, maar feit blijft dat de Spaanse graanvelden heel wat groter zijn dan in Frankrijk. En als je dan de dag begint en de stad waar je sliep ligt een flink stuk achter je en voor je niets dan glooiende velden, dan slaat de schrik je wel om het hart als de hemel betrekt…

Landschap regendreiging

Waar nu heen? Want reken maar dat het op die open vlaktes kan spoken. Dat liedje uit My Fair Lady bestaat niet voor niets, The rain in Spain stays mainly in the plain. Maar nergens bomen of een oude schaapshut. Niets, nada. Behalve dan de aankondiging dat vierhonderd meter verderop een van Spanje’s beroemdste zonen woont. Aankloppen en vragen of ik mag schuilen?

Indurain

Maar tegen die tijd is de dreiging verdwenen, de zon brandt weer op je rug en gaat het door berg en dal stampend en zwoegend voort naar de volgende stad, het volgende dorp. Steeds meer wandelaars ook, met rugzakken. Pelgrims op weg naar Santiago de Compostella. Geen onderneming waar je lichtzinnig aan moet beginnen, ik heb ze stevig ruzie horen maken, schreeuwend tegen elkaar tussen de olijfbomen en wijnranken, boze stemmen dragen ver in open land. In je eentje heb je hoogstens jezelf waartegen je tekeer kunt gaan.
     Ik ben nu bijna drie weken onderweg. Sommige beelden blijven je langer bij dan andere. Door vliegen belaagde paarden in Frankrijk. Het aangevreten kadaver van een everzwijn in de berm. De machtige vleugels van vale gieren hoog boven de kloof van Lumbier. De prachtige 12e eeuwse kapel Ermita de Eunate, waar je met gesloten ogen de pelgrims van voorbije eeuwen kunt horen. Maar wat me het meest trof dezer dagen was in het dorp Navarette de met inmiddels vergeelde kranten dichtgeplakte winkelruit van het boekenwinkeltje Libreria Intelecto, met een groot bord En Venta op de deur.

One thought on “49. Schuilen bij Indurain

  1. toen ik een kindje was, klonk uit de radio een liedje: ik zou je in een doosje willen doen van misschien wel Donald Jones. Die tekst intrigeerde me zo! Sinds dien wil ik soms zo klein zijn zodat ik mee kan in iemands broekzak; en sinds drie weken is het wonder geschied: ik reis een prachtige reis en kijk mijn ogen uit en ohhhh, wat ben ik dankbaar want ik hoef er niets voor te doen!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s