48. Een Lied van Verlangen

– Mijnheer, het was verschrikkelijk. De vissersboten vlogen over de pier zo de boulevard op. Tot hier, waar u nu zit.
     De ober van Café de la Plage beschrijft met brede armzwaai een boog vanaf de baai naar mijn tafel en ploef, pal voor m’n voeten. Nog steeds is de storm van 24 januari 2009 een onderwerp dat in de provincies langs de Franse Atlantische kust tot grote opwinding kan leiden. Een miljoen huishoudens zonder stroom, mensen vermorzeld onder omgewaaide bomen en hier vlogen de vissersboten om je oren. Rare naam trouwens, Café de la Plage. Er is toch helemaal geen strand in Andernos-les-Bains? Ik zie hoe de kalme golfslag van het Bassin d’Arcachon aan de voet van de boulevard knabbelt. Maar als ik de volgende ochtend in het zadel klim begrijp ik dat ik het mis had. Natuurlijk! De baai staat in verbinding met de oceaan. Het is eb, het strand is breed en ligt bezaaid met drooggevallen vissersboten.
     Een paar dagen eerder was ik met de veerboot de monding van de Gironde overgestoken en peddelde rustig langs de duinrand zuidwaarts. Overal schaduw van dennebomen, hier en daar een camping met gezette moekes in badpak, en toen was daar opeens Montalivet-la-Bains. Twintig huizen, vier restaurants en twee hotels, waarvan een gesloten. Congé annuel de vacances vertelt een bord op de deur en dat is raar als het seizoen volop aan de gang is. De uitbater van het tegenoverliggende Hotel Europe krabt z’n stoppels, daarna zijn buik en schudt misnoegd het zware hoofd. ’t Is niks gedaan dit jaar, monsieur. Normaal is het drie maanden zwoegen en de rest van het jaar barre eenzaamheid, maar het seizoen is allang begonnen en ’t wil maar niet op gang komen. En ja, hij verhuurt me graag een bed voor de nacht en tapt een koel welkomsbiertje waarna ik mijn weg zoek langs de oude trappen van het gezellige rommelpothotel. Later maak ik een lange wandeling langs het vrijwel uitgestorven strand en ’s avonds speelt de kok van het naastgelegen eethuisje buiten op de boulevard een weemoedige deun op zijn accordeon. Zwijgend luisteren we naar zijn lied van verlangen en drinken met z’n allen een stevig glas op een betere toekomst.

Accordeonist Montalivet 220609 web (4) VHEV

De sporen van de verwoestende januaristorm zal ik nog menigmaal tegenkomen deze dagen. De bosbouwgebieden van Les Landes hebben een formidabele optater gekregen, soms fiets ik kilometers onafgebroken door dennebossen waar de bomen op een paar meter boven de grond zijn afgeknapt, alsof een Boeing 747 een noodlanding heeft gemaakt. Ze zijn al maanden aan het opruimen, grommende machines bijten zich rukkend en zagend door het verminkte bos, een tumult van jewelste. Aan weerszijden van de weg enorme stapels hout, volgeladen opleggers met Spaanse nummerborden denderen voorbij en de dag ruikt naar hars.
     Maar ook zonder de storm zou hier worden gekapt, het bosgebied van Gascogne in Les Landes is het grootste aangelegde bos van Europa. Hoelang tot een naaldboom volwassen is? Soms rij ik langs verse aanplant, nergens schaduw, tot opeens een verdwaalde loofboom eindelijk beschutting biedt.  

Fiets en schaduw VHEV

Is er zoiets als het geheim van de lange afstandsfietser? Hoe je je hoofd bezighoudt en inzinkingen te boven komt? Ik heb wat afgefietst de laatste jaren, maar als er al een geheim is, ik heb het niet ontdekt. Elke keer opnieuw moet je jezelf uitvinden, geen dag is hetzelfde en als de weg te lang is of te stil en je gedachten je dwars beginnen te zitten, ga je in datzelfde hoofd op zoek naar dat luikje waarachter muziek verscholen gaat, of flarden poëzie, literatuur, film. Geen idee hoe andere fietsers dat doen. Ik kom ze trouwens weinig tegen, af en toe zie je uit de verte iemand aankomen, beulend en zwoegend rijden ze met verbeten kop voorbij. Lieve help, zie ik er ook zo uit? Een zwaaigroet, soms . Of niks. En steeds maar door en altijd verder.
     Soms ook word je ingehaald. Laatst nog, een landgenoot. Als een kanonskogel vliegt hij voorbij, trapt vervolgens op de rem en nadat ik ben aangesloten rijden we samen een stuk op. Hoeveel hij gemiddeld per dag rijdt? Nou, toch wel 150 km. Ik kijk hem terluiks aan. Neemt hij me in de maling? Grijze kop, stevige zestiger, minder bagage dan ik en een soort racefiets, maar toch. ‘Als ik eenmaal op ramkoers ben, ben ik niet meer te stoppen’. Geen spoor van grootspraak, ik geloof hem op zijn woord. Hij barst van de energie en is kennelijk al een tijdje alleen, wil dolgraag praten, maar moet dóór. Nog drie dagen en zo’n vierhonderd kilometer heeft hij te gaan. Nog even langs Lourdes, want dat wil hij ook gezien hebben en dan in Pau op het vliegtuig en terug naar huis, want werk. We schudden elkaar de hand. Bon courage.  En páf, daar gaat hij, als de hardloper uit het verhaal van Baron von Münchhausen, maar dan op de fiets.
     Een nuttig leermoment, en een van de geheimen van de lange afstandsfietser: volg je eigen ritme en je eigen innerlijke geluid en laat je niet intimideren door de prestaties van een ander. Want als je elke dag zo hard rijdt en zoveel, heb je dan tijd voor schaduwpauzes of tijdens een plotselinge regenbui schuilen onder geboomte en op je iPod luisteren naar Parigi, o cara  uit La Traviata?  Daarna staat een groot deel van de dag dat luikje in je hoofd wagenwijd open en je peddelt voort in een staat van diepe gelukzaligheid.
    En wellicht zou hij ook de paarden niet hebben gezien. Twee graatmagere, hoofdschuddende schimmels op een afgegraasd landje in de schroeiende zon en nergens een plek om te schuilen. Ik stapte af en zag dat ze hun hoofden schudden om de horden vliegen te verjagen, een smerige, zoemende, vastgeklonterde massa. Maar tevergeefs. Toen ik de scharminkels een stuk brood voorhield, want je moet toch iets, toen durfden ze nauwelijks bij het hek te komen. Pas na wachten en geduld kwamen ze heel voorzichtig met hun vliegbedekte snuit dichterbij en knabbelden aarzelend mijn brood.
     Even later fiets ik door een fraai dorp met de trotse aankondiging Ville Fleurie. Vrolijke bloemen overal en groepen mensen onder platanen aan de lunch bij de plaatselijke traiteur. Ik heb honger, maar ben zo verontwaardigd bij de gedachte dat de schoft die zijn dieren zo verwaarloost mogelijk aan een van de tafels zit, dat ik in de middaghitte verder trap uit kinderlijk blinde solidariteit met de paarden.

Paarden met vliegen

Ik heb kortstondig mijn bivak opgeslagen in Oloron-Ste-Marie, aan de voet van de Pyreneeën. Vanmiddag gaat een doos met overtollig gebleken bagage op de post naar huis, waaronder het kampeerbrandertje. Had me stellig voorgenomen zuinig te doen deze reis en onderweg mijn eigen lunch te bereiden, maar ik heb het sinds vertrek pas twee keer gebruikt en in de praktijk betekent dat dagelijks proviand aan boord en dus ballast.  En die fiets móet lichter: morgen de klim over de 1632 meter hoge Col du Somport, waar Spanje begint. Het stadje waar ik nu ben ligt op 230 meter, en de afstand naar de pas is krap 60 kilometer. Stijgingen tot wel 9% en dat kilometers achtereen. Zo’n klim heb ik nog nooit bij de hand gehad.
     Gaat het lukken? Vast wel. En als ik te vermoeid raak of anderszins in een impasse terecht kom, dan weet ik wat me te doen staat:

Impasse du Ha-Ha

2 thoughts on “48. Een Lied van Verlangen

  1. en??? Je hebt het vast gehaald…. laat me niet horen dat je het niet hebt gehaald want ik wil nog een tijdje genieten van je opmerkingsvermogen! Go go go go go!!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s