47. No One Is A Hobo By Choice

Ik kom hem tegen op de doodstille D-18 langs de oever van de Vienne op weg naar Châtellerault. Of beter gezegd, ik haal hem in. Zie hem al van ver lopen, beetje krom, met één hand trekt hij een karretje voort vol plastic zakken.
    Touraine heet het hier, naar de stad Tours. Of eigenlijk ook weer niet, officieel heet het Indre-et-Loire, na de revolutie werd Frankrijk in departementen ingedeeld die naar grote steden werden vernoemd maar dat gaf meteen narigheid, waarom zij wel en wij niet, bovendien ligt Tours tweehonderd kilometer verderop, dus nu heet bijna alles neutraal naar rivieren en bergen maar probeer zoiets als Touraine er maar eens uit te krijgen.
    Maandag de 15e vertrok ik uit Orléans en koud tien minuten de stad uit meteen regen. En geen bescheiden voorjaarsbuitje, wat we dan mals noemen, nee, het volle pond. Dat is doorbijten, urenlang in gietende regen met regencape en doorweekte schoenen zeventig kilometer langs de Loire met hier en daar boerderijen met gewoontegetrouw blaffende honden die vervolgens schielijk de droogte van hun hok opzoeken. Schuilend onder een boom in de buurt van Beaugency nog een fietser, een 71-jarige Duitser die bezig is een jeugddroom te verwezenlijken: met de fiets langs de Loire. Een jeugddroom? Maar waarom niet eerder, zo lastig is dat toch niet, van Duitsland naar Frankrijk? Ach, huwelijk en werk ging voor, zegt hij doodserieus, en meine Frau wilde niet dat ik ging. Nu is ze dood en is hij met de auto naar Orléans gereden, fiets achterop, en gaat hij 150 kilometer fietsen in vier dagen en dan met de trein terug naar Orléans. Wie zei dat het leven geen avontuur was? We rijden samen op naar Beaugency, waar hij weken geleden een hotel heeft besproken. Bij een kruispunt staat als een veelarmige vogelverschrikker een paal vol wegwijzers naar diverse hotels, maar lichtelijk ontredderd stelt hij vast dat het zijne er niet bij staat. Oei. Een mens maakt wat mee.      

De dagen daarop fiets ik in uitbundige zon en ziet de wereld er een stuk vriendelijker uit. Drukke wegen vermijd ik, het is niets dan akker en wijngaard en stille gehuchten met zwaluwen wolkend rond de kerktoren en oude vrouwtjes voorovergebogen in de moestuin. Dan, in een vrijwel uitgestorven dorpsstraat pal tegenover de bakkerswinkel, een Landrover met zwaailicht en op de zijkant Backroads – The Leading Company in Offroad Bicycle Tours. Daarnaast een tiental fietsers met valhelmen, elleboog- en kniebescherms en fluorescerende gevarendriehoek op de rug. Terwijl ik bij de boulangerie mijn pain complet afreken zie ik hoe het dappere tiental door twee assistenten bidons krijgt uitgereikt en kleine rugzakjes met proviand. En daar gaan ze! In colonne over de muisstille D-weg, met als hekkensluiter de Landrover met zwaailicht. Als ze uit het zicht zijn, blijft de vredige rust van het prachtige Franse achterland. Overal zie ik borden met Vins de Vouvray, maar nergens wijngaarden. Een raadsel. Bovendien is water verstandiger als je nog vijfitg kilometer te gaan hebt…

Vouvray

Frankrijk betekent geschiedenis, hier ademt elke straathoek en ieder veld historie, wat dat betreft is het met de openbare ruimte van Friesland treurig gesteld. Naarmate ik zuidelijker kom verandert de bouwstijl. Gothische kerken met hun spitse torens en boogvensters maken plaats voor de romaanse bouwstijl, en daar gaat mijn voorkeur naar uit: die heerlijk stevige bolle kerkjes die op wat harde stoeltjes na zo goed als leeg zijn, hier en daar hoogstens een onduidelijke lokale heilige, een afbrokkelende maagd Maria of een St. Jacob, die door de aanraking van ontelbare pelgrims flink versleten is…

St. Savinien, Melle

En wat te denken van de Romeinen? Veel van de wegen die ik befiets zijn van oorsprong Romeinse heerwegen die grote steden als Poitiers en Saintes met elkaar verbonden. En in die laatste stad trof ik de indrukwekkende restanten van een arena, gebouwd tijdens de regering van Claudius omstreeks 40 na Chr., met zitplaatsen voor ruim vijftienduizend toeschouwers. Je zult er geen gebrul van leeuwen of wapengekletter van gladiatoren meer kunnen fantaseren, maar op zo´n middag met deze wolken is het desondanks een indrukwekkende lokatie…   

Romeinse arena, Saintes

two roads diverged

 En welke weg nu te nemen? Het is een beetje als de kapotgeciteerde slotregels van The Road Not Taken van Robert Frost:

Two roads diverged in a wood, and I –
I took the one less traveled by.
And that has made all the difference.

Een gedicht dat bijna elke puber wel eens aanhaalt, maar in de praktijk gebeurt het natuurlijk zo goed als nooit, die Road less traveled neemt haast niemand, ook ik niet. Want ook al wijst het bord naar rechts, ik sla hier ook gewoon linksaf, getuige de paaltjes de drukste van de twee haast uitgestorven weggetjes. Weet ik tenminste zeker dat ik de bewoonde wereld weer bereik en een plek om te slapen.
     En daar, op die weg, zie ik Charles. Niet op of omkijkend sjouwt hij door, zijn woeste haardos zweetnat, zijn  gezicht getekend door teveel zon. Of drank? Als ik naast hem afstap en met hem oploop stapt hij onverminderd door, maar al gauw zijn we in gesprek. Zestig is hij, zojuist geworden. Waarom hij dit doet? Te lang verhaal, en te gecompliceerd. Hoelang hij dit doet? Al veertig jaar. Overal is hij geweest, ooit liep hij van Parijs naar New Delhi, en met smaak vertelt hij over de dag toen hij vanuit Turkije de grens met Iran was overgewandeld en in een rumoerig café neerstreek, waar opeens een hoge officier binnenkwam en iedereen zich in angstig zwijgen over z’n thee boog. Zo niet Charles. Uitbundig begroette hij de officier en vroeg de weg naar de eerstvolgende grote stad. Waarop de officier hem verse thee aanbood en een lift gaf. Een wonder! En wonderen gebeuren alleen als je eerlijk in de wereld staat. En dat doet Charles. Nooit gestolen, nooit bedrogen, nooit een vrouw gehad, dus ook daar geen misstappen, en z’n hele leven nog nooit gedronken. – I have never even been tipsy! roept hij, geen druppel! Zijn Engels is aanzienlijk beter dan mijn Frans, en al gauw praten we over de invloed van alcohol op het leven van schrijvers. Wie gingen er dood  aan drank? Daar zijn we het snel over eens, we kennen onze klassieken: Charles Baudelaire, Dylan Thomas, Malcolm Lowry, Jack London, Charles Bukowski.  En Jack Kerouac, sluit ik het rijtje af.
    Wat? Is Kerouac dood? Geschokt blijft hij midden op de weg staan, zachtjes zijn hoofd schuddend in ongeloof. Nou, ja,  toch al zo’n jaar of veertig, zeg ik er vergoeielijkend bij. Waarop Charles zijn schouders ophaalt en kortstondig in zijn moerstaal terugvalt. Putain, je m’en fou! Kerouac was niet eens een echte hobo, geen echte zwerver, altijd maar weer veilig achter de rokken van z’n moeder. En jij, Charles? Ben jij een echte hobo? Ja, dat is hij, en dat al veertig jaar. Geen huis, geen geld, en een verhaal dat te lang is om te vertellen. Maar met als belangrijkste uitkomst: nobody is a hobo by choice. It happens, and when it does, you must follow. Als ik hem vraag of ik een foto van hem mag maken, en hem daar ook wel geld voor wil geven, schudt hij gedecideerd zijn hoofd. Nee, nooit. Maar heb je dan geen geld nodig? Ja, tienduizend euro per week, zegt hij zonder een spier te vertrekken. Maar ik krijg maar 425 per maand. En dat gaat hij nu halen, in Poitiers. Over twee dagen denkt hij er te zijn.
     Na elke zin veegt hij over zijn uitgedroogde mond. Het is heet, we zweten, hij met z’n karretje, ik met m’n fiets. Dan wijst hij omlaag. Een soort oude wasplaats, ommetseld met stenen. Kom, zegt hij, daar is water. Ben je gek? werp ik tegen. Die vuile troep? Bijna wordt hij boos. Ik loop hieral m’n hele leven, en ik weet waar het water is. Vertrouw me. Vlak naast de vervuilde poel stroomt, haast onzichtbaar, een straaltje water uit de rotsen. Een bron, wijst Charles. En zegt niet zonder trots: ik ken elke natuurlijke bron in Frankrijk. Hij vult een beker en drinkt en drinkt opnieuw. Na enige aarzeling volg ik zijn voorbeeld. Heerlijk. Het zachtste en zoetste water dat ik ooit proefde. Charles glimt. Zie je? Een echte hobo kent zijn water.
     Als we afscheid nemen probeer ik het nog één keer, maar nee. Geen foto, en al helemaal geen geld. Ik stap op en trap de heuvel op. Eenmaal boven, kijk ik nog een keer om. Nog veertig kilometer tot Poitiers. Nobody is a hobo by choice.

3 thoughts on “47. No One Is A Hobo By Choice

  1. Hans,

    heb jij ooit een boek geschreven, en zo ja, dan graag een titel. Ik wou dat ik jou was op schrijfgebied.

    Groetjes, Philippe

  2. Eigenlijk is het heel goed dat je geen foto mocht maken van Charles: ik heb een prachtig beeld in mijn hoofd. Jouw verhaal heeft nauwelijks beeld nodig (maar blijf ze toch maar plaatsen, die foto’s!).

  3. Schitterend verhaal! Vol welbedoelde jaloezie kijk ik naar de foto van jou, leunend tegen het wijnhuis. Ik had – heel onverstandig – toch voor wijn gekozen.

    Ride like the wind!

    groet
    Roel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s