39. De Man die Rokjesdag Bedacht

Martin Bril is dood, en wat het meeste opviel bij het verscheiden van de populaire veelschrijver was de massale aandacht. Kamerbreed, wordt wel eens gegrapt. Maar bij Martin Bril was het landsbreed. Bijna twee pagina’s in NRC Handelsblad. Een indrukwekkend vaarwel in het televisieprogramma De wereld draait door met een tot tranen geroerde Bart Chabot en Huub van der Lubbe die mooi gruizig Dylan zong. Zijn eigen Volkskrant eerde hem met een mooie foto op de voorpagina en dagen na zijn dood een niet aflatende stroom brieven van lezers die zich collectief verbaasden over de emoties die de aangekondigde dood van ’s lands populairste columnist bij hen losmaakte. Ja, er werden heel wat tranen geplengd. Het blijft wonderlijk, huilen om de dood van iemand die je niet kent. Vond ook die vrouw die in De Wereld Draait Door te gast was:  ‘Ik schrok, begon heel hard te huilen, net als toen mijn broer overleden was. Terwijl ik Bril nog nooit ontmoet heb.’

Wat zou de betreurde schrijver zelf van deze commotie gezegd hebben?

Tsja.
Enfin.
Ach.

Dat waren de stijlgrapjes van Martin Bril. Want ook al lees ik De Volkskrant niet dagelijks, ik kreeg hem voldoende onder ogen om de truuk van Bril te doorzien. Natuurlijk, hij was voor alles een scherpe kijker en reuze gewiekst met taal, maar ook een tikje gemakzuchtig, want hij hanteerde vrijwel altijd hetzelfde stijlmiddel, en als je dat als lezer eenmaal in de smiezen hebt verveelt het al gauw. Hij schreef zoals hij sprak. Knauwend, met afgehakte zinnen. Goedbeschouwd was Martin Bril een minor author met een beperkt palet, en het is tekenend voor het dorp Nederland dat er zo’n grenzeloze ophef over zijn dood wordt gemaakt. Als een buitenlander dezer dagen de kranten zou hebben gelezen had hij gedacht dat ons een koningszoon was ontvallen.

Maar door de massale aandacht voor de dood van Martin Bril herinnerde ik me die andere Martin, die me zoveel liever was. Ook dood aan kanker, komende mei alweer zeven jaar geleden. Martin van Amerongen. Ach wat een aardige man. Als ik al een literair voorbeeld had, dan was hij het wel. Erudiet en ongelofelijk veelzijdig. Hij schreef met hetzelfde gemak over Puccini, Wagner, Shakespeare en Heine als over Pim Fortuyn en Ruud Gullit. Had overal verstand van en zo niet dan had hij er toch in elk geval een mening over. Fantastisch vond ik dat.  Ik heb hem nooit lijfelijk ontmoet, maar we hebben veel gecorrespondeerd en getelefoneerd toen ik voor de Groene Amsterdammer schreef en hij daar hoofdredacteur was. Als hij een stuk afkeurde kreeg ik de tekst met doortimmerde argumenten en een vriendelijke kwinkslag teruggestuurd. Keurde hij een stuk goed maar had hij toch wat op- of aannmerkingen, dan kreeg ik netjes de vraag voorgelegd of ik me kon vinden in zijn correcties. Op de schrijfmachine dus en per post, email bestond nog niet. Lag er weer een enveloppe op de mat met het logo van De Groene. Mooie tijden waren dat.

Ik geef toe: mijn beeld van Martin van A. is gekleurd door persoonlijke gevoelens, en bij uitbreiding geldt dat ook voor Martin B., want eigenlijk was ik een beetje boos op hem. Ooit schreef hij een column over Echtenerbrug, het dorp vier kilometer verderop waar we bij de Spar onze boodschappen doen, waar onze vertrouwde huisartsen praktijk houden, waar Hendrik woont die van kerkuilen weet en waar we af en toe aanleggen bij Jan en Sjoerd in eetcafé De Dikke Tut. Het dorp waar we mensen bij naam kennen en naar ze zwaaien. Ons dorp, waar we ons thuis voelen.

’t Was een onaangenaam stukje, want Martin Bril bleek opeens een nuffige grotestadsjongen die lichtelijk neerbuigend over het plattelandsdorpje schreef. Want wat deed hij? Hij had zijn auto in de hoofdstraat geparkeerd, om zich heen gekeken en niets gezien. Dat schreef hij. Hij keek om zich heen en niets had hij gezien, behalve een Spar, een Doe-Het-Zelf en een dame die met een emmer in de hand de straat overstak en de Rabo pinautomaat met een natte doek afnam. Lulliger kon haast niet. Wat een vreselijk beeld doemde uit zijn woorden op. Wat een gat, dat Echtenerbrug. Met nog geen dertien stokslagen zou hij er ooit naartoe gaan, en nu hij er wel was zou hij maken dat hij weg kwam.

martin-bril-artikel-volkskrant
Martin Bril kwam uit Amsterdam en koos er bewust voor het suffige plattelandsimago te benadrukken. Als hij werkelijk de oplettende waarnemer was die nu in alle toonaarden herdacht wordt, had hij over die hoofdstraat veel aanstekelijker kunnen schrijven. Want sinds jaar en dag staat daar een machtige, roodbruine tractor uit Rusland, compleet met hamer en sikkel op de rugleuning. Eigendom van Poepjes, ooit vriend van Jansma. Dorpsgenoten en hobbysleutelaars, en getuige het bord boven hun werkplaats aan de overkant van de straat lid van de VVDK, Vrienden Van De Krukas. ‘Jansma en Poepjes’ stond jarenlang in grote letters boven de werkplaats, maar ze kregen ruzie en Jansma rukte de rechterhelft van het naambord van de gevel. Sindsdien staat de Russische tractor van Poepjes in weer en wind op straat, want hij mag van Jansma niet meer in de werkplaats.

russische-tractor-2-web

russische-tractor-1-web

“Kijken naar dingen die niemand ziet”, stond boven het stuk over Bril in De Volkskrant, maar in Echtenerbrug zag hij over het hoofd wat ieder ander wél gezien zou hebben. Niet alleen de naam Poepjes, waar Amsterdammers lekker over zouden kunnen gniffelen, maar vooral een joekel van een Russische tractor, zomaar langs de straat van een dorp in Friesland, en als hij de moeite had genomen uit zijn auto te stappen en even had doorgevraagd had hij een sappig dorpsverhaal kunnen optekenen.

Enfin.
Tsja.
Ach.

Martin Bril zal de geschiedenis ingaan als de man die het woord rokjesdag bedacht. Maar in mijn herinnering zal hij voortleven als de man die een prachtig verhaal liet liggen en bewust een dorp in Friesland voor schut zette.

3 thoughts on “39. De Man die Rokjesdag Bedacht

  1. Mooi. Heel mooi verwoord. Ik ben/was zelf wel een fan van Bril, maar dit is even een verfrissende kijk op zijn schrijfkunst. Las deze week ook nog een uitspraak van hem over Friesland, die me niet bijzonder kon bekoren. Beetje nuffig inderdaad. Heb nu meer genoten van jouw stuk.
    Groet
    Meintje

  2. Ha Hans,

    Fraai stuk! EN inderdaad een gemiste kans van MB.

    Ik mocht Bril graag. Zag hem wel eens als vreemde eend op Binnenhof en rond merkwaardige persconferenties en akelige debatten. De volgende ochtends sloeg ik meteen de Volkskrant open, om zijn waarnemingen te peilen, meestal met brede glimlach.

    Zijn vrouw droeg een gedicht van hem voor, op de begrafenis: Zo godvergeten

    De zon ging stralend onder
    De zon kwam stralend op

    Daar lag het dus niet aan
    Dat ik zo godvergeten was.

    Prachtig!

  3. Naschrift 16 augustus 2011

    Toen ik ruim twee jaar geleden dit stuk schreef, citeerde ik de column van Martin Bril uit mijn herinnering. De Volkskrant had de tekst niet in het online archief. Kennelijk zijn ze al het werk van Bril online aan het zetten, want vanochtend ontdekte ik het gewraakte stuk op internet.

    Mijn herinnering klopt dus bij nader inzien niet helemaal, want Bril was niet zo uitgesproken negatief als ik het mij herinnerde. Maar wat me wel opvalt: wat een ongelófelijk slecht stukje was het. Een zielloos afgeraffeld stukje non-prosa. Lieve hemel, is dit de bejubelde Martin Bril? Waardeloos.

    Oordeel zelf: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/781139/2006/06/28/Echtenerbrug.dhtml

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s