37. De Zwijntjesjager

Dankzij de onvolprezen chroniquer S. Montag een nieuw woord geleerd: zwijntjesjager. Fietsendief. Hopeloos verouderd en in onbruik geraakt. Zo leer je iets nieuws waar je niets aan hebt, nog niets eens herinnering.
   De Grote Van Dale geeft geen verklaring (heette dat vroeger niet Verklarend Woordenboek?) en ook mijn etymologisch naslagwerk kent het niet, maar noemt wel zwijntje: gestolen fiets, en het vermoeden dat het van zwijnen komt, van het jidddische Schwein haben, geluk hebben. Jiddisch?
Lijkt me onzin. Jiddisch komt dan wel uit het Duits, maar als er één taal is die volgens mij geen jiddische leenwoorden heeft is het Hochdeutsch.  Anders zou het, net als bij ons, mazzel geweest zijn. Maar dit terzijde.

Montag schreef een stukje over het mislukken van het Parijse vélib project, de Franse variant van het unieke (en helaas ook mislukte) witte fietsenplan van Luud Schimmelpennink uit 1965. Ruim veertig jaar later probeert Frankrijk het met grijze fietsen, en het vélos en libre-service gaat in 2007 van start met 20.000 exemplaren. Krap twee jaar later lijkt het projekt mislukt. Er bestaat wel animo voor, maar de fietsen worden gejat en vernield. Bijna 1200 zijn zo zwaar beschadigd dat ze ingrijpend moesten worden gerepereerd, en 8.000 fietsen zijn verdwenen. Naar verluidt zijn er heel wat in Afrika en Oost-Europa opgedoken.

Gestolen fiets. Verschrikkelijk. Je komt buiten en hij is verdwenen. Het bloed zakt uit je hoofd, je kijkt om je heen, tegen beter weten in toch even denken niet ergens anders neergezet? En dan het verlammend besef: gestolen. Ergens in de stad rijdt iemand op jouw fiets, en je kunt er niets aan doen. Mij overkwam het in 1983 toen ik nog in Amsterdam woonde. Ik had de ideale stadsfiets: een zwartgemoffelde omafiets met in mijn herinnering banden die nét te breed waren om in de tramrails verstrikt te raken. Nog dezelfde dag heb ik de bruggen afgestruind waarvan het een publiek geheim was dat junkies er gestolen fietsen verkochten, maar tevergeefs. Fietsdendieven zijn ploertig  schorem. Kijk maar naar Ladri di biciclette van Vittorio de Sica uit 1948. Je hart doet er pijn van.  

Maar naast de fietsendief is er de fietsenvernieler. Ik weet niet welk van de twee erger is, maar het blijft een bedenkelijk fenomeen. Wat heeft de fiets dat het mensen tot vandalisme aanzet? Ik heb het nooit begrepen, maar in mijn Amsterdamse jaren heb ik heel wat eenzame aan brugleuningen geketende fietswielen gezien. Waar was de rest?

Ach, mooi Amsterdam. Een tijdje geleden werd Mirjam benaderd door een Spaans fotobureau of ze op korte termijn voor een inflight magazine van een luchtvaartmaatschappij uit de Emiraten een reportage over Amsterdam kon leveren. Mirjam was verhinderd, dus ging ik in haar plaats. Maar ze wisten daar in Spanje toch wel dat het februari was, en dus koud en kaal? Ja, geen probleem, dat wisten ze. En zo dwaalde ik een lange dag door koud maar zonnig Amsterdam en had de tijd van mijn leven. Ik was een beetje vergeten hoe heerlijk het er is. Wat een stad. Wat een schoonheid.  Wie wil kan de fotoreportage zien op de website van het fotobureau. Maar wat ik hier alvast wil laten zien is dat die wonderbaarlijke  fiets niet uit Amsterdam weg te denken is. Zo was het, en zo zal het blijven. Vernielzuchtig rapalje en zwijntjesjagers ten spijt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 thoughts on “37. De Zwijntjesjager

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s