29. Pootje Over Naar Rechts

Het zit er alweer op. Waar we eerder winter vierden en met bloed, zweet en tranen de kilometers onder onze ijzers wegsloegen, is het nu kwakkel en mistroost. IJs smelt sneller dan je denkt, het lijkt wel een plaats delict, zo goed als geen spoor meer te bekennen.

Dat met dat bloed is natuurlijk overdreven, maar als je in geen twaalf jaar op de schaats hebt gestaan en dan opeens een week lang elke dag, wat zegt je lichaam dan? Dat zegt au en wordt nijdig, en als je ’s ochtends stijf en moe onder de dekens vandaan kruipt weet je opeens weer dat je geen veertig meer bent.  Maar ook: was was het mooi en je had er geen sekonde van willen missen. Ziehier de paradox van het opwindende Nederlandse wintergevoel. Het kwik daalt, en je legt pen en blocnote naast de thermometer: de vorst moet geboekstaafd. Hoeveel graden daalt het per uur? Opeens is er het verlangen naar knerpende voetstappen op een tot toendra bevroren Friesland. En je gaat op zoek naar je Noren die je sinds 1997 niet meer in handen had en op een holletje gaat het naar een ondernemende dorpsgenoot die in allerijl een bord in de bevroren grond heeft gehamerd: schaatsen slijpen € 4,50.  

We binden de ijzers onder, schaatsen de eerste slagen op de sloot naast huis en jagen en passant de ezels de stuipen op het lijf (zie #27: Alle Reden vom Wetter). Dan wagen we ons verder. Eerst de rand van het Tjeukemeer, waar je dorpelingen begroet die je van gezicht of vaak ook van naam kent. Na veertien jaar ben je geen buitenstaander meer. Er wordt gezwaaid en gelachen, de bevroren wereld verbroedert. Daags erna gaat het naar het Nannewijd, een natuurgebied niet ver van ons huis, waar tussen het gewone schaatsvolk de DSB- en BAM-ploegen trainen als voorbereiding voor de NK marathon op de Oostvaardersplassen. De sfeer is bijzonder, ondanks de drukte valt er nooit een onvertogen woord, snelle jongens flitsen handig langs de ploeterende middenmoot. Een zwaan stapt met onhandige Charlie Chaplinpassen over het gitzwarte ijs, honderden eenden kruipen samen aan de rand van een wak. 

Zondag 11 januari is de laatste dag waarop volop geschaatst kan worden. De dooi is aangezegd, pas maar op, het komt, dus nemen we de kans te baat en rijden vanuit Blokzijl een tocht van 35 kilometer met tegenwind over de Beulakerwijde en dan de luwte via Giethoorn terug naar Blokzijl. Kan het mooier? Bij Dwarsgracht herinner ik me hoe ik in 1986 ook op het ijs stond en daarna pas weer in 1997.  Schaatsen gaat per decennium.
Nu is het weekenddruk, de gemoedelijke wereld lijkt een ouderwetse schoolplaat. Bij een koek-en-zopie eten we meegebrachte boterhammen en laven ons aan hete chocolademelk en snert. Het ijs vertoont polsbrede scheuren, vlak voor ons blijft een man achter zijn eigen schaats haken en slaat achterover met z’n schedel krakend op het ijs. 

 dsc_0597

  google-schaats-klein2

dsc_0637

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Doodmoe komen we thuis, net nog op tijd om schaatsgrootmeester Sven Kramer in het nabije Thialf met groot gemak de tienduizend meter te zien winnen en voor de derde keer op rij Europees kampioen allround te worden. Was Fabris niet gediskwalificeerd, hadden we mogelijk iets van een eindstrijd gehad. Nu was het teveel gesneden koek.   

Gewone jongen hoor, die Sven. Liep hem eens tegen het lijf in Albert Heijn hier in Heerenveen. Onderschat dat niet, je maakt hier wat mee. De lelijkste stad van Nederland, maar in sommige jaargetijden struikel je over beroemde landgenoten. Niet alleen Youp van ’t Hek, maar vooral al die schaatshelden, waarvan er een heleboel in Heerenveen wonen, Pauline van Deutekom, Ireen Wüst, Annemarie Thomas (die vlak bij ons op een boerderij opgroeide), Rintje Ritsma uit het nabije Lemmer. En Jochem Uytdehaage, Carl Verheijen en Hans Vonk. De keeper, niet de dirigent. Gewone mensen die het liefst onherkend over straat gaan, maar zo werkt het niet. Sta je in AH naast iemand aan het soepvak en je denkt: die kén ik, maar je kunt niet op z’n naam komen. Aardig ogend joch, bijna een kop kleiner dan ik, dat litteken op z’n wang, waar ken ik ‘m van? Pas later, in de auto terug naar huis, valt het op z’n plek. Sven Kramer! Maar had ik het dan en daar geweten, wat dan? Hand geschud? Schouderklop? Even tegen celebrity aanschurken? Welnee, dat joch wil een blik soep en naar huis.

Die diskwalificatie van Enrico Fabris was trouwens een schande. Nét z’n schaats tussen de blokjes door op de binnenbaan, nog geen nanosekonde voordeel van die misslag, en toch naar huis gestuurd. Wat mij betreft introduceren ze het volgende schaatsseizoen nieuwe spelregels, om te beginnen de rijrichting. Waarom altijd linksom? Voortaan gaan we alleen nog maar rechtsom. En we zeggen het pas op de dag van de wedstrijd, zodat niemand kan oefenen. Pootje over naar rechts? Niemand winnaar, wat ik je brom.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s