18. Het Wonderkanon

In Thailand zijn ze gek op vogels in een kooitje. Wat het precies is weet ik niet. De zang? Het mooie vederdek? In Noord-Thailand nooit een gekooide vogel gezien, dat lijkt vooral, of eigenlijk uitsluitend, een zuidelijke kwestie te zijn. En altijd dezelfde soort: een mooi grijs beestje, zwart gekuifd met witte wangen en een rode vlek onder z’n ogen. Een Thaise kanarie, als het ware. En zingen! Vooral als er andere vogels in de buurt zijn. Soms kwam ik door een dorp waar een zangwedstrijd werd gehouden: tientallen kooien naast elkaar in de zon, en maar rondspringen in hun kleine wereldje en zingen. Voor wie eigenlijk?
Op een dag stond ik in de schaduw van een boom naar al die gekuifde zangertjes te kijken, de trotse eigenaren druk gesticulerend naast de kooi en mannen die tussen de gekooide vogels rondliepen en notities maakten. En opeens begon het me te dagen: die beesten zingen naar elkaar! Naar hun soortgenoten! Altijd achter tralies, altijd alleen, nooit eens naar hartelust rondvliegen, laat staan paren en nestelen. En dan opeens aan alle kanten potentiële partners. Daar moet je toch stapelgek van worden?
Ze zullen vast wel met toewijding verzorgd worden, die kleine zangers, maar dat doet niets af aan hun evidente eenzaamheid. Of projecteer ik nu teveel? 

vogel2.jpg

Welaan: na zo’n tweeduizend kilometer ben ik enkele dagen geleden in Maleisië aangekomen. En alsof de duivel er mee speelt: vanaf dat moment is de regen begonnen. Onder een stralende zon stap ik bij Satun, het zuidwestelijkste punt van Thailand, in een klein vrachtbootje, waar ik onder een plastic afdak met m’n fiets de beperkte ruimte moet delen met jerrycans brandstof en balen rijst. Halverwege de overtocht begint het te druppelen en drie kwartier later hijs ik in de haven van Kuala Perlis in de stromende regen m’n fiets langs een spekgladde metalen trap omhoog de pier op, Maleisië binnen. En vanaf dat moment is er geen dag meer geweest zonder regen. 
Daarom pro memorie (en ook omdat er nadrukkelijk gevraagd werd om een foto van Hans in actie) twee foto’s uit die zonnige en hete periode in Thailand: fietsend over de brug die het eiland Phuket met het vasteland verbindt, en nadat ik met een veerbootje een brede riviermonding was overgestoken en wadend door het water mijn fiets aan land had gedragen (je ziet het bootje waarmee ik ben gekomen rechtsomkeert maken).  

fiets21.jpg

fietsstrand.jpg

En toen dus de regen. Meteen die eerste dag na aankomst in de haven nog zestig kilometer doorgefietst terwijl het maar bleef hozen. Had geen keuze, nergens onderdak, moest door naar de eerstvolgende grotere stad. Soms werd het te erg, dan even schuilen, onder de luifel van een winkeltje of bij een man die langs de weg onder een afdak bananen verkoopt en tot zijn verbazing opeens een gele verschijning met fiets op bezoek krijgt. Even op adem komen, paar bananen inslaan, een gebarentaalpraatje, hoofdschuddend naar de donkere hemel wijzen en dan weer voort. Passerende voertuigen, door plassen rijdend, spuiten een gordijn van water over me heen, geen ontsnappen mogelijk. Na verloop van tijd merk je het haast niet meer, alles wat nat kan zijn is dat ook, zelfs een poncho geeft uiteindelijk de moed op, dus je peddelt onverdroten voort tot aan de volgende stad, zoekt een hotel, en bent de rest van de avond zoet met een haardroger  (tegen een fors onderpand bij de receptie geleend) kleding en schoeisel te drogen. Wist iemand dat je sandalen kunt uitwringen? 

fietsregen2.jpg

Een ander land nu, en een andere taal. Geen Thais meer, met die sierlijke en volstrekt onbegrijpelijke krulletters, maar Melayu, de officiele taal van Maleisië, Brunei en Singapore (met daarnaast Mandarijn, Kantonees, Tamil en Engels). Het Melayu kan ik evenmin lezen, maar in elk geval is er hier en daar wel iets te ontcijferen, omdat dwars door het Melayu ook het wonderlijke Manglish loopt, een amalgaam van Maleisisch en Engels. Ackchwurly (actually) wordt vaak gebruikt als opmaat naar een observatie, en aidontchmain is met enige moeite ook nog wel tot ‘I don’t mind’ te reconstrueren. Opschriften op straat zijn heel wat makkelijker. Een taxi heet gewoon teksi, kinderen gaan naar school met de bas sekolah, eten doe je in een restoran waar je keropok kunt bestellen, de pos bezorgt brieven en de orde wordt bewaard door de polis. En welke route ik moest volgen om met m’n fiets de veerboot naar Georgetown op het eiland Penang te vinden, was ook niet zo moeilijk…

wegwijzerferry.jpg

Penang. Spreek uit Pinang, ‘Betelnoot eiland’. Fraaie plek, dit Georgetown. Gesticht aan het eind van de 18e eeuw als Britse handelspost van de East India Company (en vernoemd naar de toenmalige Britse koning George III) als antwoord op de toenemende macht van de Nederlanders in de Straat van Malakka, waarna het met onze landgenoten trouwens gauw gedaan was in dit gebied.
Het aantrekkelijkste deel van Georgetown is zonder twijfel het karaktervolle Chinatown, met in haar hart een rumoerig en kleurrijk Little India. En het mag een wonder heten dat, ook al is het eiland Penang ten prooi gevallen aan harteloze projectontwikkelaars, het karakter van dit oude stadsdeel bewaard is gebleven. Gelukkig maar. Urenlang kan je hier ronddwalen door straten en achterafsteegjes en steeds iets nieuws ontdekken. De karakteristieke Chinese huizen, met beneden de winkel en boven het woonhuis, de uitbundige rode Chinese karakters op de pilaren, de zonwering in alle denkbare pastelkleuren. Oude mannen slaperig voor hun winkeltje, een onduidelijke uitstalling van dozen en blikken. In kleine restaurantjes hakken gespierde vrouwen ijverig in op stapels eend en groenten, maak voort, de avond komt, straks schuiven de gasten aan.

Van de vroegste periode van de Britten resteert niet veel, behalve Fort Cornwallis, een fraaie ommuurde vesting aan het havenhoofd, van oorsprong het administratieve centrum van de toenmalige handelspost. Ooit omgeven door een brede gracht, maar die werd gedempt omdat het een broedplaats bleek voor malariamuggen. Nu laten toeristen zich met een oud musket in de hand fotograferen voor het standbeeld van de ‘ontdekker’ van Penang, Sir Francis Light, terwijl uit luidsprekers, listig verborgen in bomen en struikgewas, Beethoven klinkt. Voorwaar, een zintuigelijke ballenbak.
Temidden van deze Disney-achtige gekkigheid staat een gigantisch kanon met het wapen van onze VOC. Mooi verhaal: in de 17e eeuw door de Nederlanders aan de Sultan van Johor (nu de zuidelijkste deelstaat van Maleisië) geschonken, maar later door de Britten geconfisceerd en naar Penang gebracht, waar het gek genoeg in zee werd gegooid. Volgens de legende heeft het daar 100 jaar gelegen, niemand kon het gevaarte boven water krijgen. Tot een magische dame (!) het met toverspreuk en zachte hand wel bleek te kunnen. Enfin, wat er ook gebeurd is, het moorddadige wapen heeft intussen een wel heel speciale symboolfunctie gekregen: kinderloze vrouwen die bloemen in de loop van het kanon steken zullen zwanger worden. De fallische symboliek van het gevaarte lijkt me duidelijk, maar dat het helpt om vrouwen te bezwangeren ?            

kanon.jpg

Het dreigt weer nat te worden, de komende dagen… in het oosten van het land worden overstromingen gemeld, en boven Georgetown pakken opnieuw donkere wolken samen. Het regent ’s middags en soms ook ’s avonds, dat gaat gepaard met hevig tumult, gisterenavond lag de stad onder een spervuur van donder en bliksem. Lastig, om te besluiten wanneer ik verder ga. Nog zo’n duizend kilometer te gaan tot Singapore. Hopelijk klaart het spoedig op. Maar hier hoor ik dezelfde geluiden als vorige maand in Bangkok: het klimaat is in de war, wat nu gebeurt is hoogst ongebruikelijk, dit hebben we nog nooit meegemaakt.

We zullen zien. Ik meld mij weer!

dsc_0165.jpg

3 thoughts on “18. Het Wonderkanon

  1. Het kan nog gekker. In Iran wrijven kindloze vrouwen de vervallen leeuwen standbeelden ter ere van Alexander’s geliefde Hephaistion in met boter en melk. Is die homo toch nog ergens goed voor.

    Charmante poncho, pappa. Je maakt quite the fashion statement daar in de Oost. Ga zo door.

  2. Wat een leuke taal! Dat ‘Manglish’! Best te volgen, ja.
    En die arme vrouwen die zo graag een kindje willen… in Rajasthan rollen ze bezweet door het woestijnzand en hangen ze kleurrijke doeken in de kale bomen. In Varanasi smeren ze gekleurd poeder op een steen en daar dus dat kanon…. Ik zal eens uitzoeken wat de gewoonte in het Friesche is.

    Vanorgen was de wereld hier wit. Vanmiddag zon en in de vroege avond had ik dooie vingers.

    En wat die poncho betreft: ik ben het wel eens met Misha: quite a fashion statement. laat hem maar achter.

  3. Ha Hans,

    Eindelijk een actiefoto op je ‘basikal’.
    We benne hier een beetje jaloers…(niet op die regen en die poncho hoor).
    In Samarkand kunnen kinderloze vrouwen onder een stenen tafel doorkruipen.
    En daar werkt het echt!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s