14. Lusten De Geesten Fanta?

Een aansprekende scene uit de verrukkelijke film Priscilla, Queen of the Desert: de hoofdrolspelers, allemaal uit de grote stad, stappen uit de bus waarmee ze naar Alice Springs onderweg zijn en staren vol ongeloof met open mond naar de uitgestrektheid van het Australische land.

Ik heb lang serieus gedacht dat ik dat moment ook wilde ondergaan, maar dan met de fiets. Dat ik als het ware een hoek omsla en oog in oog sta met die overweldigende leegte. En dan hup in de pedalen. Sterker nog, ik heb serieus overwogen ooit eens de Stuart Highway te rijden, dwars door dat reusachtige Australië, van Darwin naar Port Augusta en dan door naar Adelaide. Ruim drieduizend kilometer niets. ‘Hersenen op nul en blik op oneindig’ is het gebruikelijke devies voor dat soort ondernemingen, maar ik koester nu de nodige twijfel. Niet alleen omdat hersenen op nul een krankzinnige, want onmogelijke, propositie is, maar omdat ik meerdere dagen achtereen hier in Thailand eindeloos wegdek voor m’n wielen heb gehad, en tja, dat heb je wel gezien na een tijdje. Nergens bebouwing, akker noch erf, om de zoveel tijd een auto die een groet toetert en verder niets dan tamarinde, eucalyptus en teak.
Die laatste zijn trouwens indrukwekkend, ik ken geen andere boom met zulke reusachtige bladeren. Ze dwarrelen verdord op de grond, als de wind er vat op krijgt en het dode blad over de weg jaagt, is het net of er een kat oversteekt.       

zaterdag-1.jpg

Zo in je eentje door het land fietsen is een wonderlijke bezigheid. Hoe je je dag ook indeelt, aan het eind ervan moet er een dak boven je hoofd en een veilige plek voor je fiets. Soms kom je zo verhit en moe een stad binnenrijden dat je al blij bent als je überhaupt een hotel weet te vinden. Buiten de toeristische oorden spreekt werkelijk niemand Engels, maar ik kom een heel eind met mijn inmiddels beduimelde Thai phrase book. Het zinnetje ‘Not too hot, ok?’ laat ik steevast in iedere eetgelegenheid zien, en omdat menukaarten alleen in Thai zijn, wandel ik de keuken binnen en wijs aan wat ik zou willen, of wijs op het eten van mensen aan een belendende tafel. Kijk hier, dit wil ik ook. En zo komt alles vanzelf goed.
Maar een hotel is soms een probleem. Of je verzeilt in een versleten kolos van vijf verdiepingen met lange kale gangen en schroeiplekken op de vloer, of het blijkt dat de kamer naast je per uur verhuurd wordt en je wordt steeds opnieuw wakker van het gepiep en gegil. Of je moet proberen er het beste van te maken in een houten huisje ergens onder de bomen waar je je fiets niet buiten durft te laten, dus naar binnen, maar daar is naast het bed nauwelijks nog plaats…

  zatredag-2.jpg

Wat zie je nu eigenlijk onderweg, wordt me soms per email gevraagd. Tja, dat is niet zo eenvoudig. Soms heb je honderd kilometer achterelkaar het gevoel dat de wereld er hetzelfde uitziet, en dat is dan ook zo. Hier in de ‘Central plains’ is het soms ontnuchterend troosteloos. De gehuchtjes of geïsoleerde woningen zijn van een deprimerende armoede en kleurloosheid, de wereld is stoffig en heet, en als ik al de pretentie heb om iets te bedenken bij de kwaliteit van andermans leven, dan prijs ik me bovenal gelukkig dat ik in het zadel zit en verder kan, waarheen ik ook wil. Wat zij nooit zullen kunnen.

Wat je overal ziet zijn geestenhuisjes. Bouwen in Thailand is een precaire aangelegenheid. Zomaar ergens een huis neerzetten of een weg aanleggen kan niet, daar moet je omzichtig mee omgaan. Immers, alles is al bewoond, de geesten waren er een stuk eerder dan de mens, en als je nieuwe activiteiten ontplooit moet je de lokale geesten gunstig stemmen. Reken maar dat ze je anders weten te vinden en dan maken ze je het leven zuur. Een nieuw huis? Dan moet je de geesten ook een waardig onderkomen bieden. En dus zie je bij iedere woning, maar ook hier en daar langs de weg, kleine speelgoedhuisjes op palen. Meestal kleurrijk en prachtig versierd, een soort poppenhuis waar ook echte figuurtjes in staan, en die moeten gevoed worden. Trossen bananen, hele borden met eten, en in dit hete klimaat natuurlijk ook veel drinken. Het flesje fruitsap op de voorgrond is onaangetast, maar de fles Fanta is leeg …      

zaterdag-2.jpg

Wat zie ik nog meer? Bomen die geen naam hebben. Of beter: bomen waarvan ik de naam niet ken. Of de vruchten nooit gezien heb. Deze bijvoorbeeld. Honderden van die prachtige bloemen lagen in een rode halve cirkel op het asfalt. Badmintonbloemen … 

maandag-2.jpg

Een van de toeristische trekpleisters van Noord-Thailand zijn de ruïnes van de oude hoofdstad Sukhothai. Dertiende eeuw, een reusachtig rijk dat het hele huidige Thailand besloeg, inclusief forse stukken Laos en Birma. Het heeft nauwelijks 150 jaar kunnen bestaan, werd al gauw overvleugeld door een nieuw zuidelijker koninkrijk, Ayutthaya, en de restanten van wat ooit fabelachtige bouwwerken geweest moeten zijn, zijn nagebouwd. Gebruik makend van origineel materiaal dat her en der verspreid lag, dat wel, maar alles was zo grondig vernield dat er geen originele structuren meer waren.
Wat er nu staat is indrukwekkend, en je fietst en sjouwt wat af om alles te bezichtigen, maar toch…  je loopt er rond in de hoop iets te voelen van toen, en dat lukt niet. Een onmogelijk verlangen misschien, dat voelen, maar toch werkt het zo. Daar ben ik naar op zoek. En soms werkt het inderdaad, ik weet het maar al te goed: Angkor Thom, Masada, Pompeii…  maar hier, nee. Mooie plaatjes schieten is makkelijk, maar voelen is iets anders.

zaterdag-4.jpg

Maar dan gebeurt het toch, bij de werkelijk prachtige Boeddha in Wat Sri Chum. Vijftien meter hoog, elf meter breed en ach, zo prachtig gerestaureerd. Daar had ik opeens die connectie waarnaar ik op zoek was, het gevoel dat ik begreep dat hier mensen hebben gelopen, geknield, gebeden… 

zaterdag-5.jpg

En wat te denken van dit wonder van de natuur? ’s Ochtends als verrassing bij het ontbijt in een alleraardigst klein guesthouse in Sukhothai, gerund door een Italiaan, Paolo.
Een verhaal apart, deze grijze signeur uit Ancona. Vroeg hem hoe hij hier terecht was gekomen. Waarop hij, zoals het een Italiaan betaamt, de vingertoppen bijeen brengt, een op-en-neer beweging met zijn hand maakt en antwoordt: ‘ah, izze fate’. En dan hoe hij zijn toekomstige Thaise bruid hier leerde kennen toen hij de ruïnes bezocht, nu twaalf jaar geleden. Enfin, getrouwd, stukje land gekocht en een guesthouse begonnen. Mooie bloementuin met geurende fragipani, en een zwembad van beschaafde afmetingen om het hete fietslijf in af te koelen.

En dan bij het ontbijt deze prachtige wilde honingraat. Rechtstreeks uit het bos, aldus Paolo, en hij wijst ergens, daar, in de verte. En waarom zouden we ‘m niet geloven? Het is een kunstwerk, smaakt opperbest, en joghurt met een scheut van deze ruwe honing is goede brandstof voor een volgend traject.

zaterdag-6.jpg

En voor wie de kaart er bij heeft: ik ben nu in Singh Buri, zo’n 150 km ten noordwesten van Bangkok. Morgen rij ik naar eerdergenoemd Ayutthaya, ergens rond het weekeinde denk ik in Bangkok aan te komen.  

2 thoughts on “14. Lusten De Geesten Fanta?

  1. Het is toch heerlijk om door een omgeving te fietsen waar de mensen de goden blij maken met een flesje Fanta? Je had ook door een land kunnen fietsen waar ze kelen doorsnijden, of abortus verbieden, of homo’s mishandelen of… en dan ook het woord religie in de mond nemen! Zeg eens eerlijk, dronk jij dat flesje Fanta leeg? Ik weet hoeveel dorst je steeds hebt…

  2. hans mooi om te lezen . ik wens je nog heel veel mooi s onderweg geweldig wat een beleefvenis hartelijke groet van uit het herftachtige nederlandje doeiiiiiiiii

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s