2. A Prayer a Day

De buitenwijken van Hanoi stemmen niet vrolijk. De ene wijk na de andere wordt uit de grond gestampt, torenflats en hijskranen beheersen de skyline, ze moeten wel, waar anders heen met die almaar groeiende bevolking. Drie, vier miljoen, wie het weet mag het zeggen, de stad kan het niet aan, ze barst kreunend uit haar voegen en dus wordt overal gebouwd.
Dat schrijf je zo makkelijk, zo’n woord als overal, het glipt zomaar uit je pen en neigt tot overdrijving, maar hier is het écht zo. Waar je ook kijkt wordt gebouwd, de stad hangt onder een deken van stof. Komplete wijken zijn neergehaald om plaats te maken voor nieuwe verbindingswegen en over de Rode Rivier wordt een nieuwe brug gebouwd, de oude gietijzeren constructie van Gustav Eiffel kan het verkeersaanbod allang niet meer aan.
Je ziet de groeiende stad en vraagt je af of ze het overzicht niet verliezen. En nog wat, je weet hoe corrupt dit land is, dus mag je je afvragen of al die torenhoge gebouwen betrouwaar zijn, of storten ze aanstonds in omdat er op bouwmateriaal beknibbeld is? Waarom zou Vietnam anders zijn dan Turkije of Equador, verzin het maar, de mens is overal hetzelfde en de communistische heilstaat Vietnam is een beschamend corrupte bende, daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. We zitten hier nu lang genoeg, een kijkje achter de schermen is ons niet vreemd, onze informanten zijn van deze bodem en kennen het klappen van de zweep, letterlijk, daarom durven ze niet alles te zeggen wat ze weten. Bovendien, waar gelijkheid van bovenaf gepredikt wordt en doktoren net zo weinig verdienen als een buschauffeur of onderwijzer, is fundamenteel iets grondig mis.
We gaan op zoek naar rust. Zoeken, welzeker. Denk maar niet dat dat je zomaar komt aanwaaien, daar moet je echt iets voor doen. Om te beginnen een half uur door buitenwijken en langs bouwputten en zesbaans snelwegen in aanleg die tot niets leiden behalve hun eigen plotselinge einde, en nergens is de botsing tussen oud en nieuw zo pijnlijk als hier. Rijstvelden, waar talloze generaties gebogen over de weerbarstige aarde zwoegden worden ondersteboven geploegd en verdwijnen onder asfalt. Begraafplaatsen vormen in die stormloop een lastig obstakel, opeens zie je de nieuwe snelweg pauzeren, twee gladgewalste stroken aarde, breed als landingsbanen, worden onderbroken door een kluit grafstenen. Voorouderverering weegt zwaar en geweide grond ploeg je niet zomaar onder, maar uiteindelijk zal alles worden geruimd, geen ontsnappen aan.
Turen op de wegenkaart. Hoe nu verder? We slaan een verkeerde weg in. Dat weten we pas later, als er geen weg terug is. Of beter, als er geen weg is. Maar eerst een dorp en een man met een slagboom. Geen doorkomen aan, eerst betalen. Waarvoor? Geen idee. Hij beent weg, het partijkantoor in. Alles is stoffig, vervuild, het partijkantoor doet ook dienst als houtzagerij. Pas als we de benodigde bankbiljetten produceren gaat het touw los, de slagboom gaat omhoog, de weg lijkt vrij. Maar even later lopen we vast in een markt, geen links of rechts, commotie alom, hier zijn we indringers, ga weg met je auto, je blokkeert ons leven. Moeizaam manouvreert de chauffeur de wagen langs manden met vis en groenten, we draaien om, terug door het dorp, langs de slagboom. Waarom waarschuwde je niet dat de weg doodloopt? We eisen ons geld terug, maar de man schudt zijn hoofd en verdwijnt uit het zicht.
‘This is the way it always is’, verzucht onze tolk. Ik probeer te begrijpen waarom we hier niet tegenin kunnen gaan. Niet om die rotcenten, maar het principe. Die kerel wist dat we niet verder konden, en toch eist hij tolgeld. Waar baseert hij zijn macht op? Wat is zijn mandaat? Kans is groot dat het de lokale partijbons is die zijn positie tot de bodem uitbuit. Onze tolk wil van geen weerstand weten, schudt zijn hoofd en herhaalt gelaten ‘This is the way it always is.’ We horen het knallen van de zweep.
Weer een dorpje, daarnaast een met bomen begroeide heuvel met aan de voet een touringcar en geïmproviseerde stalletjes met drinken en overbodige snuisterijen. Een onmiskenbaar baken in het Vietnamese platteland: een pagode. Of het bouwwerk de moeite waard is moet je maar afwachten, hangt er ook van af wat je wilt, maar één ding is zeker: je wilt niet wat je krijgt. Vrouwen met zelfgemaakte prullaria, als sprinkhanen vallen ze over je heen. De in de schaduw van de bomen geparkeerde touringcar is een veeg teken, we wilden rust, wegwezen dus.
Bij een volgend dorp hebben we meer succes. Een midden in een meertje gebouwde pagode, daarnaast een verzameling oude gebouwen, glooiende daken met dubbel gelaagde dakpannen, lommerrijke patio’s en de geur van wierook. Ook hier sprinkhaanvrouwtjes, maar je bent ze snel kwijt. Mokkend druipen ze af, wachtend op de volgende prooi. Lang geleden, tijdens een van mijn eerste reizen door India, heb ik me voorgenomen me niet onnodig schuldig te voelen over mijn bevoorrecht positie van reizende westerling. Ik kan het onrecht van de wereld niet wegwassen. Hier en daar misschien, een beetje, maar de handelaartjes, de scharrelaars, nee.
Vlak achter de ingang een grote stenen altaar, een pot vol rokende wierookstaafjes. Hier laat je de buitenwereld achter je, brand wierook, doe er maar een wens bij, je weet maar nooit. Ik heb een hart vol wensen en het ontroert me, deze symboliek in het Vietnamese hartland.

hanslcv-5.jpg   hanslcv-4.jpg

Geen idee trouwens welke religie hier thuishoort, een verwaterde vorm van Confucianisme misschien, wie zal het zeggen, de gelovigen zelf niet, die zijn te druk bezig. We vallen met de neus in de boter, eenmaal per maand komen ze samen, en uitgerekend vandaag is het die dag. Vrouwen in bruine pijen, ze bidden een rozenkrans, verkeerd woord natuurlijk, maar als je ze zou vertellen dat de katholieken net als de Tibetaanse boeddhisten ook zo’n kralenketting gebruiken, zouden ze raar opkijken.
Tegen een pilaar zit een vrouw. Ze houdt de wereld buiten haar hoofd met boombladeren op haar ogen. Zachtjes schuif ik over de oude houten vloer naar haar toe om deze foto te maken. Het klikken van mijn camera valt weg tegen het geluid van schuifelende voeten, ritselende gewaden en vrouwen die fluisterend de laatste nieuwtjes uitwisselen.

 Rust.

hanslcv-6.jpg               

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s