149. Christian

Hij heet dus Christian, de storm van gisteren. Vernoemd naar een Duitser, die 199 euro betaalde om zijn naam te mogen geven aan de storm. Het Duitse Institut für Meteorologie bedacht in 1954 een systeem Europese stormen een naam te geven en er een zakcentje aan over te houden. Dit jaar hebben ze naar eigen zeggen al 40.000 euro verdiend met de verkoop van namen. Niet alleen aan stormen, maar ook depressies (€ 199) en hogedrukgebieden (€ 299). Die zijn duurder omdat ze langer op de weerkaart blijven staan. Wonderlijk. Waarom zou je je naam willen geven aan iets dat een spoor van vernieling trekt? Raar ding, ijdelheid.

Dat het kreng Christian heette wisten we gisteren nog niet toen ‘ie op ons afkwam. Zou ons ook een zorg zijn, die naam. Wat hij zou aanrichten, daar ging het om. Hoeveel schade dit keer? Dat we er niet ongeschonden uit zouden komen was op voorhand duidelijk. We wonen, zoals het hier heet, ‘op de ruimte’, de flank van het huis pal zuidwest. ZFR storm 2004 Kilometers vrije ruimte, het huis van de buren zonder verrekijker nauwelijks te zien. Wat je wel ziet aankomen is donderend onheil, dat zich samenpakt boven de einder en zonder omhaal op je afkomt.
Zo gebeurde het ook in 2004, toen op een mooie dag in juli opeens een freakstorm over ons heen rolde. Vier gigantische bomen, wortelend in de slootrand, konden met hun dik gebladerte de wind niet de baas, gingen om en vielen pardoes op ons dak. Later zagen we het op de weerkaarten terug: het rode oog van de storm exact over ons huis. Een persfotograaf uit het naburige Lemmer, door de lokale krant opgetrommeld om een foto van de rampplek te maken, vroeg verbaasd of het gestormd had. Tien kilometer verderop in Lemmer was er niets van te merken geweest. ‘Paar kruipt door oog van de naald’, aldus de onvergetelijke kop die boven het artikel stond. We leerden een harde les. Buiten wonen, hoe romantisch ook, had onverbiddelijke consequenties.

In de bijna twintig jaar die we hier nu wonen zijn heel wat stormen over ons huis geraasd, maar geen zo dreigend als die van gisteren. Een merkwaardige machteloosheid maakt zich van je meester. Wat te doen? Het komt, daar helpt geen moedertjelief aan. Dus zo min mogelijk losse dingen rond het huis, kwetsbare potplanten gauw naar de windluwe achterkant sjouwen en dan maar afwachten. Rond elf uur begint het aan te wakkeren, het loeit en kraakt. Nog even naar de ezels, die onrustig een goed heenkomen zoeken in de stal, oren gespitst. De kippen houden we binnen, het zal niet de eerste keer zijn dat er een in de sloot geblazen wordt en jammerlijk verdrinkt. Even buienradar checken. Om 11:40 is het bijna windkracht tien.

storm 1140

Het geluid van de storm is zo overweldigend dat we niet horen wat voor vernielingen worden aangericht. Hoe kraakt een omvallende boom? Het gaat verloren in ziedend geraas. Tussendoor nog een keer naar de dieren, kijken hoe het ze gaat. We kunnen nauwelijks op de been blijven, in een rare hoek hangen we voorover tegen de storm, hij rukt gulzig aan lijf en kleding. Als we niet zo bezorgd waren om huis en haard zou het een avontuur zijn, maar er staat teveel op het spel. In de stal staan ezels en geiten met gespitste oren, ze zijn bang maar de stal is veilig. We worstelen terug naar huis, de storm zwiept en geselt, niets kunnen we doen, laat maar gebeuren.

Tien minuten later vliegt het complete dak van de schuur waar we gereedschappen, maaimachines, hooi en stro bewaren. De hele santenkraam rukt los, slaat over de kop en landt in de kippenren. Golfplaten vliegen rond, dakspanten en muurplanken scheuren doormidden, elektriciteitskabels worden losgerukt, een boom scheurt krakend uit z’n voegen en slaat neer op het kippenhok. Het inferno is over ons gekomen. Ontredderd kijken we naar de vernieling. Wat te doen? Niets. Neem nog maar een kop thee, pak een boek, laat de woede daar buiten uitrazen.

Als het ergste voorbij is nemen we poolshoogte. Vijf bomen ontworteld, als door een reuzenhand door midden geknakt. De kippen hebben het gelukkig overleefd. Verbaasd scharrelen ze tussen de brokstukken. Hoog in een boom hangt een verwrongen golfplaat, losgerukt van het kapseizende schuurdak.

Ik bel Eric en Chris, na zoveel jaar hebben we een vertrouwde kring, ze zeggen meteen toe te komen en vandaag hielpen ze de ergste schade op te ruimen, stammen in mootjes zagen, elektriciteitskabels herstellen. Het ergste is opgeruimd, een deel van de gevallen bomen laten we liggen tot het winter is, dan gaan we zagen en hakken, en Eric, de man die alles kan, heeft de stroom hersteld zodat er licht is bij de stal. Wat fijn, te weten dat je er als het erop aankomt nooit alleen voor staat.

Ontreddering, dat is wat ik voelde met al die vernieling. Maar ik dacht ook, al was het alleen al om mijn eigen onrust te bezweren: wat nou, dit is niets vergeleken met de ellende die de mensen in onze wijk Nagwa in India doormaakten toen de rivier laatst zo hoog stond, huizen onder water, alles kwijt. En wij? ‘n Paar bomen en een schuur, kom op zeg. Maar toch. Klote Christian.

Storm1_IND7949

Storm2_IND7950

Storm3_IND7952 15.22.18

Storm4_IND7954

Storm5_IND7957

148. Nog Steeds de Goelag

Vertelde ik al eens over de Goed Nieuws Krant die we ooit bij de VPRO wilden introduceren? Een radiobulletin waarin we alleen maar positieve berichten zouden brengen. Uiteindelijk kwam het nooit van de grond. Er waren te weinig leuke nieuwtjes en wat er was bleek deerniswekkend oppervlakkig. Dus gingen we verder met wat de journalistiek geacht wordt te doen: praten over de misstanden in de wereld.

Toch probeer ik soms de krant te scannen op goed nieuws. Of in elk geval nieuws dat mij amuseert, of domweg opvallend is. Wat waren de hoogtepunten van de afgelopen maand? Om te beginnen die frauduleuze oud-hoogleraar antropologie Mart Bax, die jarenlang allerlei publicaties uit zijn duim zoog. ‘Wetenschappelijk wangedrag’ heet het in het rapport. Ook zo geestig. Waarom niet man en paard genoemd? Misschien zijn ze bang dat na Diederik Stapel, Roos Vonk en nu dus Mart Bax nog veel meer collegae uit de moppentrommel hebben getapt. Als ze nu hoog inzetten met diskwalificaties, wat blijft er dan nog over voor de rest? Maar je moet die Bax nageven dat hij een gezonde portie lef had. Zo zegt hij ijskoud erelid te zijn van het Kroatische Genootschap van Antropologen en Etnologen, blijkt die club niet eens te bestaan. Heeft niemand dat ooit gecheckt? Basisregel van de journalistiek: check je bronnen. In de wetenschapswereld werkt het kennelijk anders. Gewoon een portie lulkoek op tafel leggen en zie: de goegemeente gelooft je op je blauwe ogen. Of op je titel.

Dan een opmerkelijke foto in de NRC van vorige week. Eerst dacht ik dat het een wat onhandige fotomontage was. Een beginneling op de fotoredactie die wat geklungeld had met Photoshop en een menselijke figuur tegen een onmogelijke achtergrond had geplakt. Bleek het werkelijkheid te zijn: een rare waaghals die tijdens de kampioenschappen torenspringen van de Torenspringer Kuala Lumpur Toren springt. Verbazingwekkend, zo relaxed als die knaap overkomt. Heeft tijd een gebbetje te maken naar de fotograaf, terwijl hij naar beneden dondert. Hoe weet je wanneer je je parachute moet openen? Driehonderd meter lijkt veel, maar je bent beneden voor je het weet. Ik heb er lang naar gekeken, naar die foto. Meteen een nieuw woord geleerd: torenspringer. Belt zo’n jongen z’n moeder. Dag jongen, hoe gaat het? Hallo mam, ik ben in Maleisië. Waar? In Maleisië. Fijn jongen. En wat doe je daar? Ik spring van torens, mam. Is goed jongen. Wel voorzichtig zijn, hoor je? Ja mam.

Een lust voor oog en oor was ook het optreden van Geert Wilders tijdens de Algemene Beschouwingen. Een glasheldere en volstrekt gerechtvaardigde vraag van Alexander Pechtold werkt als de befaamde rode lap op de stier, en onze geblondeerde vriend kan kennelijk niet anders dan met een scheldpartij reageren. ‘Wat een zielig hypocriet mannetje bent u toch’, voegt hij Pechtold toe; ‘U bent te klein en te miezerig om ook maar een minuut serieus te nemen. En als u er over door gaat zieken klimt u maar een boom in.’ Als Arie Slob van de ChristenUnie even later appelleert aan een algemene vorm van fatsoen tijdens een kamerdebat krijgt ook hij de wind van voren.

Het interessantste echter is de houding van Kamervoorzitter Van Miltenburg. In plaats van Wilders tot de orde te roepen of in elk geval te vragen een beetje in te binden, laat ze hem rustig zijn gang gaan. Maar als Pechtold het ‘s middags over ‘minister Blok’ heeft grijpt Van Miltenburg opeens in: het is de ‘minister van Wonen en Rijksdienst’, houdt ze de D66-voorman voor. Kortom: schelden mag. Als de aanspreekvorm maar klopt. Nou moe…

Ook nog een geestig stuk in de NRC van 25 september over discussies in Frankrijk welke helden moeten worden herbegraven in het Panthéon, de ‘eregalerij van de Republiek’. 72 historische kopstukken liggen er begraven, waaronder Voltaire, Rousseau en Zola, maar de eregalerij telt slechts twee vrouwen: Marie Curie, die in 1903 met haar man Pierre de Nobelprijs voor Natuurkunde kreeg, en ene Sophie Berthelot, echtgenote van een eertijds beroemd politicus, maar die telt eigenlijk niet, want ze ligt er alleen maar omdat haar man niet zonder haar begraven wilde worden. Nu wordt er gezocht naar Beroemde Dode Vrouwen om het evenwicht te herstellen. En daar heb je het gelazer, want op de lijst staat ondermeer George Sand, de sigaren rokende feministe en levensgezellin van Chopin. Ze ligt begraven in Nohant, een dorpje in de regio Berry, en de burgemeester heeft al protest aangetekend want het graf van Sand is een van de weinige toeristische attracties in de regio. Kostelijk, dat gezeul met beroemde doden. Alsof ze niets beters te doen hebben.

Maar uiteindelijk verliest de Goed Nieuws Krant het toch, want luim wordt overschaduwd door ernstig nieuws rond evidente misstanden. Zoals Nadezhda Tolokonnikova, lid van de Russische punkband Pussy Riot, die vorig jaar werd veroordeeld tot twee jaar strafkamp wegens “door religieuze haat gevoed hooliganisme”. Enfin, iedereen kent het verhaal. mag ik aannemen. Tolokonnikova is nu naaister in het IK-14-kamp in Mordovië, een autonome republiek in het westen van Rusland. Ze werkt zestien à zeventien uur per dag. Van halfacht ‘s ochtends, tot halfeen ‘s nachts. Ze heeft geluk als ze vier uur slaap krijgt. Elke anderhalve maand krijgt ze een dag vrij. Toen ik dat las dacht ik: de Goelag bestaat dus nog steeds. Misschien niet in de Siberische sneeuw, maar het principe is niet veel anders dan de stalinistische kampen van weleer. Goelag Archipel

De reden dat wij destijds in het westen van het bestaan van de Goelag te horen kregen was dankzij de publicatie in 1973 van Goelag Archipel van Solzjenitsyn. In mijn herinnering heeft iedereen van mijn generatie destijds het boek aangeschaft, het was hot news. Of we het gelezen hebben is een tweede, het is een nauwelijks door te komen pil met eindeloos veel voetnoten. Maar hij staat nog steeds in mijn boekenkast, naast andere, meer toegankelijke publicaties van Ruslands beroemdste balling, zoals het aangrijpende We Never Make Mistakes.

Terug naar Tolokonnikova. Via haar advocaat bracht ze een brief naar buiten waarin ze de omstandigheden in het werkkamp beschrijft. “Een dreigende, nerveuze sfeer overheerst de werkplek. Met een eeuwig voortdurend slaaptekort, overweldigd om te voldoen aan de onmenselijk grote quota, staan gevangenen altijd op het punt te breken, om elkaar uit te schelden, te vechten over de kleinste dingen. Recent nog werd er een jonge vrouw in haar hoofd gestoken met een schaar, omdat ze een broek niet op tijd af had. Een andere probeerde haar eigen buik open te zagen. Ze stopten haar.” Ongelofelijk. Dan kom je weer terug op aarde, in de harde werkelijkheid. De complete brief is hier te lezen.

Maar waarom zat ze nu ook alweer in die gevangenis? Uiteindelijk kwam het neer op belediging van het staatshoofd, Poetin. Die op zijn beurt natuurlijk allang gratie had kunnen verlenen, maar dat weigert hij. Waarom? Omdat zijn partij, en de facto Poetin zelf, genoeg hebben van protestbewegingen. ‘Ruslands nieuwe kwaad’, volgens Poetin. Zijn partij lanceerde daarop een wet die het de facto onmogelijk maakt te protesteren. Kort daarop volgde een andere wet die ngo’s die geld uit het buitenland krijgen als ‘buitenlandse agenten’ bestempelt, spionnen in de Russische context. De arrestatie van de leden van Pussy Riot was de openingszet. Nadezhda Tolokonnikova is intussen in hongerstaking gegaan en uit voorzorg naar een ziekenboeg overgebracht.

En Poetin? Onder wiens regie die barbaarse werkkampen blijven bestaan? Die bracht in 2008 een beleefdheidsbezoek aan de toen 88-jarige Solzjenitsyn. Vladimir Putin, Alexander SolzhenitsynEen doodenge foto ging de wereld rond: Poetin met zijn uitgestreken kop die de kamer binnenkomt en op de voorgrond de oude Solzjenitsyn, die eruit ziet als een wassen pop uit de werkplaats van Madame Tussaud. Een krankzinnige foto omdat het onverenigbare extremen samenbracht: Poetin, ex KGB-chef en exponent van alles waartegen Solzjenitsyn zich had verzet, en waardoor hij jarenlang tot de Goelag veroordeeld werd.

Het wachten is nu op een foto van Poetin met Tolokonnikova. Dan hebben we van de weeromstuit toch weer iets om te lachen. Hoewel, eigenlijk is dat moment al gekomen, want welk nieuws kwam eergisteren tot ons? Vladimir Poetin is voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede. Jawel! Vrijdag 11 oktober zullen we horen of het Noors Nobelcomité inderdaad die aanbeveling heeft overgenomen. Zou zomaar kunnen. De geschiedenis heeft geleerd dat ze wel vaker de mist zijn ingegaan: Henry Kissinger in 1973, Yasser Arafat in 1994.

Tijd voor een nieuwe misser? Volgende week weten we het.

147. De Knoflook van Keith

Vanochtend in de krant: culinair journalist Johannes van Dam overleden. 66 jaar. Het eerste dat je dan denkt: oei, zo jong nog. Of in elk geval niet echt oud. Door het nieuws van zijn overlijden moest ik aan Keith Floyd denken. Ook dood op z’n 66e. Stierf op 14 september 2009 aan een hartaanval. Floyd was geen culinair recensent, maar stond zelf achter de kachel. En hoe! Voor zover ik weet was hij de eerste échte televisiekok, en niemand heeft hem ooit weten te evenaren in ongebreideld enthousiasme.

Ik zag hem voor het eerst op de televisie in India. Had nog nooit een kookprogramma gezien, tot die gedenkwaardige nacht in 1996 wist ik ternauwernood dat ze bestonden. Maar die nacht herinner ik me als de nacht van gisteren. Raar ding, herinnering. Meestal kreupelt het achter tijd en waarheid aan, nu is het glashelder. Het is juni 1996, we logeren in kamer 102 van Hotel Lara India in Varanasi, op een steenworp van de Ganges. Terwijl Mirjam slaapt, zie ik ’s nachts om half twee via een zender uit Hong Kong hoe Seedorf op het EK in Engeland de penalty tegen Frankrijk mist. Na afloop kan ik niet slapen, zap langs de zenders en daar zie ik opeens een vrolijk babbelende Brit in de weer in een keuken. Houdt een betoog over knoflook. Rolt een complete knoflookbol in aluminiumfolie, stopt ‘m in de oven en laat na afloop zien hoe geweldig lekker dat is. Folie open, lepeltje erin en smullen maar. Ik weet nog hoe ik enthousiast ‘wow, lekker!’ riep, waardoor Mirjam wakker werd. Seedorf’s penalty sliep ze dwars doorheen, maar de knoflook van Keith wekte haar.

De programma’s van Keith Floyd werden voor zover ik weet niet, of nauwelijks, in Nederland uitgezonden. Pas later zag ik af en toe herhalingen, bij de BBC. Ik schafte een kookboek van hem aan (Floyd’s India), maar verloor hem allengs uit het oog. Stomtoevallig zag ik enkele dagen geleden dat zijn programma’s worden herhaald op Food Network. Een lust voor oog en oor. Het gemak waarmee hij zijn gerechten in elkaar zet is aanstekelijk, en ik durf de stelling aan dat Jamie Oliver de kunst van de Achteloze Keuken bij meester Floyd heeft afgekeken. Ook het op locatie koken was een uitvinding van Floyd. Koken in een keukenstudio? Ben je bedonderd. Koken waar het gerecht vandaan komt! Niets was hem te bizar. En zo staat hij op straat in Hong Kong, op een vissersboot midden op zee, een marktplein in Zuid-Frankrijk of, op onderstaand Youtube filmpje, in koud en regenachtig Engeland bezuiden Hadrians Wall in Northumberland, waar hij een gerecht maakt dat de Romeinen gegeten zouden hebben. Een feest om naar te kijken, alleen al zijn woeste armgebaren en de achteloze zwaai waarmee hij, terwijl hij op zijn cameraploeg staat te foeteren, zijn hoed weggooit. En terwijl hij met stukken vlees en groenten in de weer is, komt al gauw een fles tevoorschijn. Want Keith Floyd zonder drank? Onbestaanbaar.

Was zijn optreden over the top? Soms wel ja, maar een kniesoor die daar op let. Floyd’s enthousiasme is aanstekelijk, zo zeer zelfs dat de cameraman zijn lachten niet meer kan houden. Zoals in Vietnam, waar Floyd, met ontbloot bovenlijf, aan de slag gaat met garnalen en kokosnoot, terwijl op de achtergrond jongelui volleybal spelen. Het heet dat hij dronken was tijdens deze opname. Goed mogelijk. Niemand kan schrimpel the shrimpels zeggen zonder een slok op. Of beter: je kunt het alleen zeggen mét een slok op…

In tegenstelling tot Jamie Oliver was Keith Floyd geen commercieel genie. Hij pakte van alles aan, had eigen restaurants, die vervolgens op de fles gingen. Op een bepaald moment waren zijn schulden zo torenhoog dat hem niets anders restte dan de verkoop van zijn naam. Her en der in de wereld schijnen nog restaurants te zijn die naar Keith Floyd vernoemd zijn en alleen op basis van die fameuze naam lopen ze vol. Had nog wel een serie Floyd Unkorked, waar hij op locatie bij wijnmakers ging proeven. Meestal onderbrak hij het oenologisch betoog door in te schenken en een stevige slok te nemen. Niet lullen maar drinken, was zijn motto. Want inderdaad, Floyd kon niet van de drank afblijven. Niet alleen in beeld (geen aflevering van Keith Floyd zonder dat hij tussen de bedrijven door naar het glas grijpt, onderwijl zijn cameraman sommerend een close up van het fornuis te maken) maar ook daarbuiten. Werd meerdere keren opgenomen wegens acute ondervoeding (!) of overmatig alcoholgebruik. Kreeg in 2009 darmkanker, werd succesvol geopereerd, maar stierf kort daarna aan een hartaanval.

T.S Eliot dichtte in zijn Hollow Men de gedenkwaardige regels: This is the way the world ends. Not with a bang but a whimper. Welnu, in Keith Floyd’s wereld ging het heel anders toe. Niks whimper, maar veel tumult en eindeloos veel kookplezier. Nog steeds te zien op Youtube. Er is een website naar hem genoemd met recepten, en zijn weblog is ook nog on-line. Gestopt in 2007. Staat niet bij waarom. En ter zijner nagedachtenis gaat hier aanstonds weer eens een bol knoflook in de oven.

146. Maatstaf: Fiets (slot)

De reis is (bijna) voorbij, dus dit is noodgedwongen de laatste in deze serie. Morgen de laatste etappe, naar huis.

Het was een reis langs veel water. Natuurlijk, heuvels en bergen waren er in overvloed in Tsjechië en Duitsland, maar toch, veel water. Ik reed langs Elbe en Moldau, Berounka en Ohre, Kösseine, Main, Werra en Weser, Diemel, Lippe, Rijn en IJssel. En weet nu: geef mij maar water.

En wat ik stiekem hoop: dat iemand na het zien van deze foto’s denkt ja! dat ga ik ook doen. Ik ga ook zo op reis, al is het maar één keer. Want zo wil ook ik mijn fiets in het landschap zien staan. Omdat dat is waar het uiteindelijk om gaat: achter elk beeld schuilt de wetenschap dat je er zelf ook was op het moment dat het werd vastgelegd. De magie van het moment, en alleen jij die er getuige van was. Mooier kan haast niet.

Klik op de foto’s voor grote weergave.

Op de veerpont bij Pretzsch. De andere fiets is van een Amerikaan. Hij rijdt zonder bagage, die wordt door een reisorganisatie elke dag op de plaats van bestemming afgeleverd. Interessant idee.... (foto iPhone)

Op de veerpont bij Pretzsch. De andere fiets is van een Amerikaan. Hij rijdt zonder bagage, die wordt door een reisorganisatie elke dag op de plaats van bestemming afgeleverd. Interessant idee…. (foto iPhone)

Fiets- annex spoorbrug over de Berounka bij Cernosice, Tsjechië. Een zeldzaam mooie oversteek.

Fiets- annex spoorbrug over de Berounka bij Cernosice, Tsjechië. Een zeldzaam mooie oversteek.

Uit het dal klimmen...  Maak een lange fietsreis en je weet waar die uitdrukking vandaan komt. Foto's zijn tweedimensionaal, de stijging is niet goed te zien. Maar hij was er: vier kilometer achtereen 10%.

Uit het dal klimmen… Maak een lange fietsreis en je weet waar die uitdrukking vandaan komt. Helaas zijn foto’s tweedimensionaal, de stijging is niet goed te zien. Maar hij was er wel degelijk: vier kilometer achtereen tot 12%.

Maar een ander spreekwoord is: what comes up must go down. En precies zo is het. Alleen op de wereld en dan zoef naar beneden, het volgende dal in.

Maar een ander spreekwoord is: what comes up must go down. En precies zo is het. Alleen op de wereld en dan zoef naar beneden, het volgende dal in.

Und ewig singen die Wälder. Zou er een Tsjechische versie van bestaan? Hoog en moederziel alleen in het natuurpark Utersky ten westen van Plzen.

Und ewig singen die Wälder. Zou er een Tsjechische versie van bestaan? Hoog en moederziel alleen in het natuurpark Utersky ten westen van Plzen.

Soms is niet fietsen het devies. Afstappen en luisteren. Naar de ruimte, de leegte. Naar de eindeloze stilte.

Soms is niet fietsen het devies. Afstappen, luisteren, kijken. Naar de ruimte, de leegte. En de eindeloze stilte.

Een nieuwe snelweg in de maak, ergens in Beieren. Van zo'n afstand zie je hoe de menselijke maat verloren gaat. Dorpje, heuvels, alles klopte. En nu opeens zo'n kolossaal bouwwerk...

Een nieuwe snelweg in de maak, ergens in Beieren. Van zo’n afstand zie je hoe de menselijke maat verloren gaat. Dorpje, heuvels, alles klopte. En nu opeens zo’n kolossaal bouwwerk…

Vakwerkhuizen, typisch voor het grensgebied Thüringen-Beieren-Hessen. En precies langs dit grensgebied liep het IJzeren Gordijn.

Vakwerkhuizen, typisch voor het grensgebied Thüringen-Beieren-Hessen. En precies langs dit grensgebied liep tot 1989 het IJzeren Gordijn.

Bijna verdwenen herinnering aan de dodelijke grens tussen Oost en West. Aan de overkant liep hij, met rare hoeken en kronkels doorsneed hij het landschap. Het enige dat over is gebleven is de patrouilleweg waarover de Oostduitse grenswachten hun ronde reden.

Bijna verdwenen herinnering aan de bizarre grens die Oost en West bijna dertig jaar gescheiden hield. Aan de overkant liep hij, een 50 meter brede strook ingesloten door metershoge hekken, deels voorzien van mijnen en automatische mitrailleurs. Met rare hoeken en kronkels doorsneed hij het landschap. Het enige dat is overgebleven is de Kolonnenweg, de patrouilleweg waarover de Oost-Duitse grenswachten hun ronde reden. Voor de goede orde: ik sta hier op voormalig Oost-Duits gebied. Wilde iemand naar het westen vluchten, moest hij eerst de rivier door en dan die dodelijke grens. Wat meestal mislukte.

'Monte Kali', de 290 meter hoge afvalberg van de kalimijn bij Heringen, grens Thüringen-Hessen. Sinds 1903 wordt hier potas (kali) gedolven voor de kunstmestindustrie.

‘Monte Kali’, de 290 meter hoge afvalberg van de kalimijn bij Heringen, grens Thüringen-Hessen. Sinds 1903 wordt hier potas (kali) gedolven voor de kunstmestindustrie.

Over menselijke maat gesproken... de Werratalbrucke bij Hörschel, 732 meter lang, 80 hoog, zet je waarneming op welhaast Escheriaanse wijze op z'n kop, met de reflectie en de oude, piepkleine verkeersbrug daaronder...

Over menselijke maat gesproken… de Werratalbrucke bij Hörschel (Thüringen, voormalige DDR), 732 meter lang, 80 hoog, zet je waarneming op welhaast Escheriaanse wijze op z’n kop, met de reflectie en de oude, piepkleine verkeersbrug daaronder…

'Bij hoog water de loopbrug gebruiken', lees ik op een bord aan de rand van het kleine moeras bij Widdershausen. Gelukkig staat de rivier laag en houd ik droge voeten... (foto iPhone)

‘Bij hoog water de loopbrug gebruiken’, lees ik op een bord aan de rand van het kleine moeras bij Widdershausen. Gelukkig staat de rivier laag en houd ik droge voeten… (foto iPhone)

Dorpen liggen altijd laag, meestal bij een doorwaadbare plek in de rivier. Dit beeld heb ik talloze malen gezien...  's ochtends vroeg de eerste klim, je benen nog stijf van de nacht, en als je boven bent ten afscheid even omkijken naar beneden, naar het dorp waar je geslapen hebt.

Dorpen liggen altijd laag, meestal bij een doorwaadbare plek in de rivier. Dit beeld heb ik talloze malen gezien… ‘s ochtends vroeg de eerste klim, je benen nog stijf van de nacht, en als je boven bent op adem komen en ten afscheid even omkijken naar beneden, naar het dorp waar je geslapen hebt.

Een laatste keer langs rustig water: het Hamm-Datteln Kanaal in Noordrijn-Westfalen. Kilometers achtereen het knarsen van gruis onder de banden, en af en toe het machtig grommen van een rivierboot.

Een laatste keer langs rustig water: het Hamm-Datteln Kanaal in Noordrijn-Westfalen. Kilometers achtereen het knarsen van gruis onder de banden, en af en toe het machtig grommen van een rivierboot.

Geen warme dag, maar het vee zoekt beschutting onder een snelwegviaduct. Macht der gewoonte.

Geen warme dag, maar het vee zoekt beschutting onder een snelwegviaduct. Macht der gewoonte.

We naderen het Roergebied. Industrie, en energie. Nee, geen kerncentrale, maar het ziet er net zo onheilspellend uit: de kolengestookte energiecentrale van Schmehausen in Noordrijn-westfalen.

We naderen het Roergebied. Industrie, en energie. Nee, geen kerncentrale, maar het ziet er net zo onheilspellend uit: de kolengestookte energiecentrale van Schmehausen in Noordrijn-westfalen.

Een handbediend pontje over de rivier de Lippe. Met de grootste moeite kon ik, trekkend aan de ketting, het ding naar me toe halen en vervolgens naar de overkant. Waar een bordje stond: minimaal door twee personen te bedienen.

Een handbediend pontje over de rivier de Lippe. Met de grootste moeite kon ik, trekkend aan de ketting, het ding naar me toe halen en vervolgens naar de overkant. Waar een bordje stond: minimaal door twee personen te bedienen.

De herfst is in aantocht: de eerste ochtendmist dient zich aan.

De herfst is in aantocht: de eerste ochtendmist dient zich aan.

Weer op Nederlandse bodem: de Westervoortse Brug over de IJssel bij Arnhem.

Weer op Nederlandse bodem: de Westervoortse Brug over de IJssel bij Arnhem.

En dezelfde IJssel, ruim 120 kilometer noordelijker, bij Kampen. Morgen nog een laatste ruk, dan is Bantega bereikt en de cirkel gesloten.

En dezelfde IJssel, ruim 120 kilometer noordelijker, bij Kampen. Morgen nog een laatste ruk, dan is Bantega bereikt en de cirkel gesloten.

145. Kompas

Je kent die motorrijders die naar elkaar zwaaien op de snelweg? Het gebaar is duidelijk: ik herken jou, je bent zoals ik en dús ben je een toffe peer. Dat bestaat ook bij auto’s. Hoewel, niet auto’s in het algemeen, maar voorzover ik weet alleen bij de Landrover. En niet het mérk Landrover, maar binnen dat wereldje alleen dat ene model: de Defender. Toen Mirjam en ik jaren geleden onze Defender kochten, konden we niet bevroeden dat we waren toegetreden tot een anonieme communiteit van uitverkorenen. De opgestoken hand of even groot licht flitsen naar een tegemoetkomende Defender. Ik ben ok, jij bent ok! En niet alleen in Nederland, de code bleek internationaal. Maar nu we de inmiddels 15 jaar oude Defender hebben ingeruild tegen de comfortabelere Landrover Discovery, horen we er niet meer bij. Het blijkt een wereldje van trots en ijdel, een jongens-onder-elkaar gedoetje. Kijk, de mijne is groter dan de jouwe. Padvinders op zaterdag, stoer doen met zakmessen en knopen leggen in de hoop dat de akela ze ziet staan.

Ik vraag me af of er zoiets is als een broederschap van fietsers? Ik vrees van niet. Of beter, ik dénk van niet, want vrezen zou betekenen dat ik het zou betreuren als het niet bestond. En waar ik ook bij zou willen horen, zo’n broederschap van fietsers, nou nee.

Ik heb het lange afstand fietsen altijd als een volstrekt schuldeloos tijdverdrijf gezien. Volwassen mensen die zich vrijwillig in het zweet werken om op eigen kracht heuvels en dalen te bedwingen op zoek naar, ja, vul maar in. Rust, stilte, eenzaamheid, afzien, prestatie, zelfbevestiging. Het zit er allemaal in, en alles is even gerechtvaardigd. Want wat ook de drijfveer is, uiteindelijk komt het er toch op neer dat je puur op wilskracht duizenden kilometers aflegt onder alle denkbare omstandigheden met als enige tegenstander jezelf. Hitte, kou, wind en regen, het komt allemaal op je pad. En dan noem ik nog niet eens het gedoe dat je soms kunt hebben als je afgepeigerd ergens in een stadje komt en op zoek gaat naar een plek voor de nacht. Tegenwoordig heb ik een laptop bij me, en als ik het traject van de volgende dag heb uitgevogeld, bespreek ik een pension op de plek van aankomst. Tot voor kort bestond die mogelijkheid niet en was het afwachten of je iets vond. Uiteindelijk lukte het altijd, al was het, zoals me ooit in België gebeurde, een veredelde bezemkamer. Soms ontmoette je daar andere fietsers, en als je niet te moe was werden ervaringen uitgewisseld en tips gegeven. Een soort broederschap, maar zonder geheime handdruk en zeker niet modelbewust. Ik kan me niet herinneren dat iemand ooit iets over m’n fiets zei.

Nu lijkt daar verandering in te komen. Kan toeval zijn, maar toch, het gebeurde me deze reis meer dan eens. Oud beestje? vraagt een vreemdeling, die zijn fiets tot de nok heeft volgeladen met uitpuilende tassen en lichtelijk meewarig naar mijn Koga kijkt en het rommeltje achterop. Ach, wat is oud. Ik heb ‘m pas tien jaar. Dan vraag ik hoelang zijn reis gaat duren. Drie weken! klinkt het trots. En intussen sleept hij voldoende bagage mee om een reis om de wereld te maken. Vorsend kijkt hij naar mijn gepakte fiets, en als hij hoort dat ik twee maanden op pad ben, valt zijn mond open. Zwei Monate? Unmöglich! Nee kerel, niks onmogelijk. Gewoon elke dag hetzelfde aan en als het vuil is onder de douche en op de hand wassen. Hij schudt zijn hoofd en rijdt verder. Kijk hem zwoegen, komt nauwelijks de heuvel op.

In Malmö ontmoette ik een Duitse fietser die, zo leek het, een compleet laboratorium onder de kont had. Een beeldscherm met GPS ter grootte van een eReader op zijn stuur gemonteerd, kabel naar de voornaaf om de batterij op peil te houden. Daarnaast een kleine filmcamera om spectaculaire afdaling vast te leggen en onder de stang had hij een compleet filmstatief waarop hij een andere camera kon monteren. Ik zag hoe hij zijn bepakte fiets ontmantelde en steunend onder zijn last het hotel binnenging. IMG_2404 Dat kan toch de bedoeling niet zijn? Toegegeven, ook ik heb een camera bij me, en een laptop, maar verder valt het wel mee. Er is echter één gadget waar ik niet meer buiten zou kunnen, en dat is mijn iPhone. Een mirakel. Om te beginnen kan ik er alles mee doen om contact met Mirjam te onderhouden: bellen en sms’en. Daarnaast fotograferen en internetten, en dat laatste kwam me onlangs weer van pas toe ik een malheur met de fiets had. Hevig gekraak bij elke omwenteling van de trappers. Kapotte lagers in de trapas? Het werd steeds erger, en ik ging op consult bij een monteur. ‘Kraken’ kan je met gebarentaal nog wel uitleggen in het Tsjechisch, maar kogellagers in de trapas? Dankzij Google translate konden we communiceren. Een mirakel. Het bleken overigens de lagers in de pedalen te zijn. Nu rij ik met Tsjechische trappers. Lichtgewicht!

De lofzang op mijn iPhone kent geen grenzen. Zo zit er een programmaatje op (of eigenlijk moet je app zeggen) waarmee je in een onbekende stad de weg kunt vinden. Zoals hier op de afbeelding in Praag. Het apparaat zoekt uit waar je bent (groen), je tikt je doel in en even later verschijnt die locatie in beeld (rood). Langzaam lopend of fietsend zie je IMG_2351 een blauw puntje bewegen: dat ben je zelf! Je moet wel verbinding hebben, anders lukt het niet. Dat overkwam me eergisteren, een groot deel van de dag reed ik door bebost gebied. Geen huis te zien, laat staan een dorp. De wereld leek onbewoond, en op een gegeven moment stond ik te puzzelen bij een kruising. Geen asfalt maar grit, het wegdek vol gaten. Had ruim een uur m’n fiets heuvelop moeten duwen, vijf kilometer met een stijging van zo’n 12%. Nu leek het bergaf te gaan, maar als ik de verkeerde weg neem kan ik weer terug, en dan dus wéér dat ellendige duwen. Over het algemeen ben ik goed met coördinatie, weet soms zelfs aan de stand van de zon m’n positie min of meer te herleiden, maar nu wist ik het even niet meer. En geen verbinding in dat bos, dus ook geen blauw puntje. Had ik maar een kompas. En dan een flits: dat héb je! Mijn briljante Mirjam heeft het op m’n iPhone gezet, je weet maar nooit, zei ze. Kijk me staan, midden in een bos met een kompas dat draait en zoekt en feilloos het noorden wijst. Dank je, Mirjam. Als altijd mijn redder. Mijn kompas.

De reis loopt op z’n einde. Ik schrijf dit in Paderborn, in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Friesland komt in zicht, nog ‘n kleine 500 kilometer en het is gedaan. Nu al zijn sommige gebeurtenissen vlagen van herinnering. Een beeld, een geluid. Iets opvallends. Want er zijn zóveel kleine dingen in het landschap die je verbazen, of amuseren, als ik elke keer zou moeten afstappen en m’n camera of iPhone te pakken zou het me ik weet niet hoeveel tijd kosten. Maar soms is het echt de moeite waard. IMG_2402Zoals deze piepkleine voetgangers-fietsbrug in de buurt van de Tsjechisch-Duitse grens. Ik moest eindeloos zoeken naar de plek waar ik een rivier kon oversteken, op de kaart kon ik niets vinden, bewegwijzering was zoals vaak afwezig omdat het er nooit was geweest óf het was gesloopt, dan hingen er treurige flarden wegwijzer aan een paaltje, zoek maar uit waarheen. Hier, met deze volstrekt overbodige verkeersborden, was het de omgekeerde wereld. Misschien berekend op dronken automobilisten om ze op het laatste moment tóch maar af te houden van een noodlottige oversteek op een te smal bruggetje?

Toen ik een dag of tien geleden de Tsjechisch-Duitse grens naderde, zag ik een winkeltje dat meer dan welke vertelling ook de economische situatie in dit armlastige deel van de Tsjechische republiek illustreert. In de grotere steden was het me al opgevallen dat er veel Vietnamezen woonden. Ik ging er automatisch van uit dat het bootvluchtelingen en hun nazaten waren, zoals bij ons; Zuid-Vietnamezen die na het einde van de Vietnamoorlog in 1975 uit angst voor represailles van het communistische bewind het land ontvluchtten. Maar de Tsjechische Vietnamezen, zo bleek,IMG_2468 woonden er al veel langer. Noord-Vietnam onderhield nauwe banden met de landen van het Warschaupact, en veel Vietnamezen studeerden en werkten in Rusland of, in dit geval, het toenmalige Tsjechoslowakije. Na de omwenteling van 1989 lieten ze hun families overkomen. Ze werken in de detailhandel, staan op markten met groenten, fruit en nagemaakte merkkleding, of exploiteren nagelstudio’s. In de hoofdstraat van het stadje Cheb telde ik er vijf (!), enkele van hen vlak naast elkaar. Tien, vijftien jonge Vietnamese vrouwen buigen zich over handen en voeten van, veelal Duitse, klanten. En de eigenaar van dit winkeltje? Manmoedig noemt hij het Shop Asia, maar de handel bestaat vooral uit wat het leven van het armlastigere deel van de bevolking nog enige kleur geeft: drank en rookwaar.

Dan, in een dorpje in Thüringen. De avond is gevallen, ik wandel wat rond door prachtige straatjes met vakwerkhuizen en hoor geroezemoes. Op het geluid afgaand kom ik op een pleintje dat tot de rand gevuld is met stoelen en tafels. Een drukte van belang, er wordt gegeten en gedronken, puike sfeer. Er staat een groot opblaasscherm, de generator gromt zacht om het ding overeind te houden. Dan tetteretet!, trompetgeschal uit luidsprekers, de projector gaat aan, een lichtbundel valt op het doek en de film Life of Pi wordt vertoond. IMG_2488 De foto is niet best, gemaakt met de bejubelde iPhone (avondlicht kan hij niet goed mee overweg), maar de sfeer is duidelijk. Alleen: de film is nagesynchroniseerd. Na al die jaren kan ik me daar nog steeds over opwinden en ik ben na de eerste vijf minuten weggelopen, geen zin om ç in Duits te horen praten. Waarom dóen ze zoiets achterlijks. Alsof je een schilderij een andere kleur geeft. Fransen, Duitsers, Italianen, Spanjaarden, overal plakken ze hun eigen taal over het origineel. Moet wel, is het oude weerwoord, ondertitels leiden af van het beeld. Onzin natuurlijk, maar als je onzin lang genoeg verkoopt wordt het vanzelf waarheid. Sterker nog, ze zijn het zich niet eens bewust, ze doen het al zó lang dat de notie van een alternatief niet meer bestaat. Dat bleek toen ik enkele dagen later in gesprek raakte met een man van rond mijn leeftijd, de eigenaar van het pension waar ik logeerde. Een memorabele conversatie. Het ging over vrijheid, vleugels uitslaan, de wereld zien. Dat onvergelijkbare, prachtige Duitse woord: Wanderschaft. Voor mij vanzelfsprekend, voor hem niet. Hij memoreerde de DDR-tijd, niets was mogelijk en vreemde talen had hij nooit leren spreken, behalve dan verplicht Russisch. Waarop ik zei: als jullie films in de originele versie zouden zien, raak je ook vertrouwd met vreemde talen.
Glazig keek hij me aan.
- Wat bedoelt u?
Nou, in Duitsland worden films toch nagesynchroniseerd? Televisie, bioscoop, nooit horen jullie een andere dan je eigen taal. Als je films laat zoals ze zijn, zoals ze bedoeld zijn, hoor je Engels, Frans, misschien zelfs Nederlands. En zo leer je de klank van andere talen, en misschien steek je er ook nog wat van op.
Hij bleef me bewegingloos aankijken. Mijn woorden brachten geen enkele resonantie teweeg.
- Filme auf Deutsch?
Pas toen hij het hardop zei leek tot hem door te dringen waar ik het over had. Verrek, zei hij, verdammt noch mal, je hebt gelijk. Zózeer was hij gewend aan Duitstalige films, dat hij zich niet eens bewust was dat de acteurs uit een ander taalgebied kwamen. Het bewijs was geleverd. Onzin wordt waarheid.

144. Omdat Het Moet

Fietsen kan rare dingen met je doen. Of misschien is raar het verkeerde woord. Beter is: intens. Het is net alsof je denken in een andere versnelling terecht komt. Is het omdat ik alleen reis, op mijzelf aangewezen zonder mijn vertrouwde klankbord en sparringpartner? Of is het omdat ik aan het slow reizen ben, en dat er daardoor meer tijd is voor reflectie? Niet ondenkbaar. In elk geval merkte ik tijdens deze reis (opnieuw) dat ik soms in verhevigde mate met het verleden bezig ben. Niet zozeer mijn particuliere verleden, ofschoon dat ook wel door je hoofd wil spoken. Logisch, dat zit in hoofd en vezels, je bént je verleden. Soms zou je er van af willen, ga weg, laat me met rust. Maar in dit geval bedoel ik toch vooral het verleden van de wereld waar ik op dat moment ben. Kortom: de soms nog bijna grijpbare geschiedenis. En hoe daar mee om te gaan.

Onvermijdelijk dat dit, vooral in dit deel van de wereld, grote thema’s zijn. Geldt ook voor de stad waar ik nu ben, Praag. In een Duitse gids lees ik: wo in anderen Städten Grundwasser fliesst, hat Prag Blut. Maar is dat alleen hier? Natuurlijk niet. Geschiedenis wordt, zolang de mensheid bestaat, geschreven in bloed. We hebben elkaar altijd al de hersens ingeslagen om welke krankzinnige reden ook. Gebiedsuitbreiding, religieuze of etnische superioriteit, bedenk het maar.

Tijdens deze reis merkte ik dat weer toen ik door Brandenburg reed: Ravensbrück, Sachsenhausen. Vernietigingskampen van het Nationaal-Socialisme. Beide concentratiekampen kende ik, had ze eerder bezocht, over vrouwenkamp Ravensbrück maakte ik begin jaren negentig voor de VPRO een documentaire en schreef er over in de Groene Amsterdammer. ‘t Was me ook wat. Opeens zou er een supermarkt gebouwd worden pal naast het voormalige kamp, en de toegang zou over de Strasse der Nationen gaan, de klinkerstraat die toegang biedt tot het voormalige kamp, onder barre omstandigheden door vrouwelijke gevangenen aangelegd. Het plan stuitte op enorme weerstand, en toen het gebouw er eenmaal stond werd de vergunning te elfder ure ingetrokken. Pas in 2011 werd het gebouw gesloopt. De gebeurtenis riep wereldwijd de vraag op: hoe gaan we met ons verleden, met onze geschiedenis, om? _DSC6952

Ik besloot Ravensbrück opnieuw te bezoeken, 22 jaar na dato. Er bleek veel veranderd. Destijds was de voorlichting in het kamp geheel gericht op anti-fascistische Sovjet propaganda, maar na de val van de Sovjet-Unie en de terugtrekking van Sovjettroepen uit de voormalige DDR, moest de geschiedenis worden herschreven. Of beter gezegd: moest de geschiedenis objectief worden herschreven. Het nieuwe Ravensbrück voorziet in die behoefte, en ronddwalend door de leegte waar ooit de barakken stonden was er zoals eerder dat verdoofde gevoel van ongeloof dat dit alles heeft kunnen gebeuren. En omdat ik op de fiets was, zag ik de volgende dag iets waarvan ik het bestaan niet wist. Ik reed door een bos achter het voormalige kamp en ontdekte dat het oorspronkelijke kampgebied eindeloos veel groter was dan wat het publiek te zien krijgt. Kilometers achtereen steeds weer kleine bordjes: hier stond een heropvoedingskamp, hier een werkkamp voor Siemens waar de gevangenenen te werk werden gesteld, en daar een kamp voor ‘moeilijk opvoedbare meisjes’, een eufemisme voor sociaal zwakkeren, die uiteindelijk allemaal in de gaskamer eindigden. Van die buitenkampen geen spoor meer, alles verwaarloosd en gesloopt tijdens de Sovjetperiode en nu overwoekerd door bos. Armando moest eens weten, met zijn term ‘schuldig landschap’.

De kernvraag bij dit alles is, en dat overviel me toen ik door dat stille bos fietste waar zich zo’n zeventig jaar geleden de gruwel afspeelde: moeten we ons herinneren? Moeten we herdenken? Ik merkte dat ik er kort over kon zijn. Ja. Waarom? Omdat het moet. Niet bepaald een intellectueel argument, maar het enige dat ik heb.

Toen ik voor het eerst een dodenherdenking meemaakte was ik nog kind. Begin jaren vijftig, ik zal zes of zeven geweest zijn. Oud genoeg in elk geval om mij de gebeurtenis te herinneren. Tamelijk helder zelfs. Mijn vader nam mij mee naar De Dreef in Haarlem, waar op 7 maart 1945, twee maanden voor de bevrijding, vijftien gevangen verzetslieden door de Duitsers werden geëxecuteerd als represaille voor de aanslag van Hannie Schaft op een NSB-agent. Op de plek van de executie staat een beeld van Mari Andriessen, ‘Man voor het Vuurpeloton’. 219 Vlak daarnaast hielden actievoerders een hongerstaking. Zij hadden een stand ingericht met informatie, maar ik kan me niet herinneren waarom zij in hongerstaking waren gegaan. Tegen wat? De oorlog was toch al een jaar of acht, negen voorbij? Ik had nog nooit van hongerstaken gehoord en vond het fascinerend. Mijn vader niet. De oorlog was voorbij, mopperde hij, iedereen had weer voldoende te eten, dat moest je respecteren en niet raar doen met niet eten. Intussen werden rond het beeld bloemen gelegd, iemand hield een toespraak, en toen kwamen de twee minuten stilte. Dat moment had op mij het effect van een mokerslag. Al die zwijgende mensen, de handen gevouwen, de ogen neergeslagen. Ik keek op naar mijn vader naast mij. Ook hij hield het hoofd gebogen en ogen gesloten. Indrukwekkend. Zo had ik hem nog nooit gezien. En op dat moment trok achter ons een auto met gierende banden op en scheurde weg over De Dreef. Ik zag hoe mijn vader opschrok en met ingehouden woede de auto nakeek. Op de terugweg naar huis legde hij uit waarom. Dat die stilte heilig was, dat je op dat moment verbonden moest voelen met de gevallenen, en dat korte verbond mocht niet verbroken worden.

Intussen zijn we bijna zestig jaar verder en ik weet dat er alles voor te zeggen is om niet te herdenken. Of in elk geval om voormalige concentratiekampen niet te bezoeken. Ik ken de argumenten, en ook al ben ik het er niet mee eens, ik begrijp ze wel. Dat je er niet heen hoeft omdat je ook zo wel weet hoe gruwelijk het geweest is. Of omdat de emotionele ontreddering die zo’n bezoek teweeg brengt te groot is. Ik begrijp het, maar bij mij is het welhaast tegenovergesteld. Ik wíl me aan die ontreddering blootstellen juist omdat het de enige manier is om in contact te blijven met dat verleden dat ons aller verleden is. Omdat het ons gebracht heeft waar we nu zijn. Het heeft ons mede gevormd, en moet daarom niet alleen gerespecteerd maar ook gezien worden.

Berlijn is daar een goed voorbeeld van, en Praag evenzeer. IJkpunten in de geschiedenis, en ik heb ze allemaal meegemaakt. Misschien niet allemaal even bewust, maar ze speelden zich af tijdens mijn leven en maken daar dús onvervreemdbaar deel van uit. De bouw van de Muur in 1961. De bezetting van Praag door het Warschaupact in 1968 om een einde te maken aan de Praagse Lente van Alexander Dubček. De ineenstorting van het Sovjet-Rijk en de val van De Muur in 1989. In Duitsland wisten ze niet hoe snel ze die ellendige muur moesten afbreken. Wég ermee. Van alle kanten werd gewaarschuwd, niet te snel! Je moet het verleden niet al te rigoureus willen wegpoetsen. Maar dat deden ze wel, en opeens stonden ze met lege handen. Er was niets meer te herdenken, de plaatsen des onheils waren, letterlijk, gladgestreken. Gelukkig zijn ze tot inkeer gekomen, en de geschiedenis heeft een waardige, tastbare plaats gekregen. Met andere woorden: er is plaats voor herinnering. Niet alleen belangrijk voor hen die het meemaakten, maar ook, en vooral, voor de generaties die hierna komen.

Hoe gingen de Duitse kranten trouwens om met die historische gebeurtenis in de nacht van 8 op 9 november 1989? Dat is ook geschiedenis. In het Ost-West-Café aan de Bernauer Strasse hangen de kranten die daags na de val van de Muur verschenen. Vrijwel zonder uitzondering reserveerden ze de hele voorpagina om de historische gebeurtenis te verslaan. Behalve het roddelblad Bild. Die vond het privéleven van toenmalig televisiepresentator Klausjürgen Wussow toch nét even belangrijker…

_DSC6990

Bernauer Strasse. Veel mensen weten het niet, maar de bouw van de Muur was op deze plek in Berlijn uiterst dramatisch. De grenslijn liep gelijk met de voorkant van de woningen, binnenshuis was oost, sprong je uit het raam kwam je in west. En dat deden ze dan ook. In paniek sprongen ze van drie, vier hoog om naar het vrije westen te komen. Soms was het bijna te laat, was de Oost-Duitse politie al binnengestormd om ze tegen te houden. Beneden op straat stonden landgenoten, en als ze toch uit het raam sprongen werd er van twee kanten aan ze getrokken. Bizarre, krankzinnige taferelen die gelukkig, hoe kort het fragment ook is, voor het nageslacht zijn vastgelegd:

Op deze plaats aan de Bernauer Strasse vond een van de eerste Republikfluchten plaats: op 15 augustus 1961 sprong een Oost-Duitse soldaat over het prikkeldraad naar het westen. De bouw van de Muur was twee dagen eerder begonnen, op de meeste plaatsen was het niet veel meer dan een geïmproviseerde versperring, en de 19-jarige Conrad Schumann zag zijn kans schoon. Bij toeval werd zijn vlucht vastgelegd, zowel op film als foto. Documenten die van iconische waarde bleken.

Op de hoek Bernauer Strasse bij het herdenkingsmonument van de Muur is de vlucht van Schumann levensgroot vastgelegd. Zelf heeft hij het niet meer meegemaakt. Na zijn vlucht is hij altijd bang geweest ooit door de Stasi, de Oost-Duitse Staatssicherheit, te worden ingerekend. Zelfs de val van de Muur heeft die vrees niet bij hem kunnen wegnemen. Altijd over zijn schouder kijken, altijd bang. In 1998 kon hij het niet meer aan en pleegde zelfmoord.

_DSC6994

Een ander monument van historisch belang in Berlijn is het Holocaust Memorial, ter nagedachtenis aan de Europese Joden die tijdens de oorlog het leven verloren. Ook dit monument heeft tientallen jaren op zich laten wachten. Moest er herdacht worden? En zo ja, hoe? De discussie woedde eindeloos, tot in 1994 een competitie werd uitgeschreven. In 1999 werd het gewonnen ontwerp bekend gemaakt, en in 2005 werd het officieel geopend. Een reusachtig terrein van 19.000 m2 met 2711 grijze betonnen blokken. Geen uitleg, geen namen, niets. Ik heb er rondgedwaald, gekeken, gevoeld, en ben tot de conclusie genomen dat ik het heel bijzonder vind. De vervreemding is extreem, en dat is precies wat de bedoeling van de makers moet zijn geweest. De vrouw op de foto die ik er maakte denkt er precies zo over, lijkt het…

_DSC7002

Nog een plek die historisch is, maar geen herdenkingswaarde heeft. Althans niet in de zin zoals Bernauer Strasse en het Holocaust Memorial dat hebben: de Glienicker Brücke. Als er íets symbool kan staan voor de Koude Oorlog dan is het deze brug over de rivier de Havel tussen het door de Sovjets bezette Potsdam en de Amerikaanse sector van West-Berlijn. De spionnenbrug, werd hij door de buitenlandse pers genoemd, omdat hier, exact in het midden van de brug, spionnen en gevangenen werden uitgeruild. De beroemdste, en meteen ook laatste ruil, was die van mensenrechtenactivist en politieke gevangene Anatoly Sharansky tegen een aantal Oost-Duitse spionnen in februari 1986. Toen ik er overheen fietste en in het midden een witte verfstreep zag, ben ik afgestapt en heb heel symbolisch een grote stap over de streep gezet. Fysiek contact met de geschiedenis. Heel bijzonder.

_DSC7005

En nu, in Praag, is daar opnieuw geschiedenis, waar je ook kijkt. Niet alleen in de vorstelijke paleizen, zoals overal ter wereld, maar in het kleine, en voor velen haast onzichtbaar. Zoals de oneffenheden en een gestileerd kruis in het plaveisel aan de voet van het Nationaal Museum aan de oostkant van Václavské náměstí, beter bekend als Wenceslas Square. Op deze plek stak student Jan Palach zich op 19 januari 1969 in brand als protest tegen de Sovjet invasie enkele maanden eerder, die een eind maakte aan de Praagse Lente. Het was de eerste keer dat ik van zelfverbranding hoorde. Pas later begreep ik dat het naar voorbeeld was van de Vietnamese monnik Thích Quảng Đức in 1963 in Saigon. Bij mijn weten de eerste zelfverbranding die de wereldpers haalde. Had het protest van Jan Palach, en later nog twee studenten, enig nut? We zullen het nooit weten, maar hun daad was een ijkpunt in de geschiedenis. En is het, vind ik, waard herinnerd en herdacht te worden. Omdat het de geschiedenis mede heeft bepaald. En die geschiedenis, dat zijn wij ook.

_DSC7073

Goed. Tot zover. Volgende keer lichtere kost. Over fietsen vanuit Praag westwaarts, bijvoorbeeld.

_________________________________________________________________________

143. Maatstaf: Fiets (vervolg)

Klik op de foto’s voor grote weergave.

4 augustus 2013. Meissen, porcelijnstad.  Twee maanden geleden, op 5 juni, bereikte de Elbe hier de hoogste stand. Ongelofelijk dat het nog maar zo kort geleden is. De brug waar ik nu sta was onder water verdwenen.

4 augustus 2013. Meissen, porcelijnstad. Twee maanden geleden, op 5 juni, bereikte de Elbe hier de hoogste stand. Onvoorstelbaar, zo kort geleden. De brug waar ik nu sta was onder water verdwenen, de laagstgelegen woningen van de stad liepen vol.

Deze foto geeft een goed beeld hoe hoog het water stond. Overal in de bomen zie je door het water meegevoerde rommel. Graspollen, takken, plastic zakken.  zit tussen de verkeersborden geklemd. Nu ligt de Elbe weer vredig in haar bedding. Wachtend tot ze weer kan troep.

Deze foto geeft een goed beeld hoe hoog het water stond. Vaak zie je in de bomen restanten van door het water meegevoerde rommel. Graspollen, takken, plastic zakken. Hier zit het tussen de verkeersborden geklemd. Nu ligt de Elbe weer vredig in haar bedding. Wachtend tot ze, als een roofdier, weer zal toeslaan.

De wonderschone Frauenkirche van Dresden. Na het vernietigende bombardement van februari 1945, dat gezien wordt als een van de grootste oorlogsmisdaden van de Geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog, ging 80% van de historische stad in vlammen op. Op bevel van de DDR leiding bleef het staketsel van de vernietigde Frauenkirche jarenlang  als oorlogsmonument. Pas na de hereniging in 1989 werd met de herbouw begonnen. In 2005 wed de kerk opnieuw ingezegend.

De wonderschone Frauenkirche van Dresden. Na het vernietigende bombardement van februari 1945, een van de grootste oorlogsmisdaden van de Geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog, ging 80% van de historische stad in vlammen op. Op bevel van de DDR-leiding bleef het staketsel van de vernietigde Frauenkirche jarenlang als oorlogsmonument gehandhaafd. Pas na de hereniging in 1989 werd met de herbouw begonnen. In 2005 werd de kerk opnieuw ingezegend.

Het veerpontje bij het stadje Königstein, in wat de 'Sächsische Schweiz' genoemd wordt en in de Vrijstaat Saksen ligt. Gecompliceerde staatkundige boekhouding, maar je hoeft het allemaal niet te weten als je van het landschap wilt genieten.

Het veerpontje bij Königstein, in wat de ‘Sächsische Schweiz’ genoemd wordt en in de Vrijstaat Saksen ligt. Gecompliceerde staatkundige boekhouding. Moet je dit weten om van het landschap te genieten? Welnee.

Nog even doortrappen en het fietspad wordt Tsjechisch. Genieten dus van het effen wegdek. Zie je hoe het een beetje oploopt? Vals plat heet dat. Ik fiets tegen de stroom in, de Elbe gaat omlaag en dus gaat het pad omhoog. Het schip dat bijna langszij komt zit tjokvol dagjesmensen die de Tsjechische grens willen zien. Eenmaal daar, draaien ze weer om.

Nog even doortrappen en het fietspad wordt Tsjechisch. Genieten dus van het effen wegdek. Zie je hoe het een beetje oploopt? Vals plat heet dat. Ik fiets tegen de stroom in, de Elbe gaat omlaag en dus gaat het pad langzaam omhoog. Het schip dat bijna langszij komt zit tjokvol dagjesmensen die de Tsjechische grens willen zien. Eenmaal daar, draaien ze weer om.

Česká republika, en je zult het weten ook. Nee, niet altijd zo, dit is wel heel extreem, de ellende met het hoge water is hier bij lange na nog niet voorbij. Kijk nou toch wat een schade. Of was dit altijd al zo? Gewoon een fietspad dat niet af is, en dan een stopbord er bij?

Česká republika, en je zult het weten ook. Nee, niet altijd zo, dit is wel heel extreem, de ellende met het hoge water is hier bij lange na nog niet voorbij, kijk nou toch wat een schade. Of was dit altijd al zo? Gewoon een fietspad dat niet af is, en dan een stopbord er bij? Beetje zoals de Belgen dat zo goed kunnen. Bij een slecht wegdek gewoon een waarschuwingsbord plaatsen: slecht wegdek. Ben je overal vanaf.

Dit is een deel van de officiële fietsroute in Tsjechië. Het alternatief was zo'n 15 kilometer om over een geasfalteerde weg. Bij ruim 30 graden wil je niet méér kilometers maken dan nodig, dus vooruit. Halverwege denk je: omkeren. Maar wanneer is halverwege? Doorgaan dus. Enkeldiep door water en modder.

Dit is een deel van de officiële fietsroute in Tsjechië. Het alternatief was zo’n 15 kilometer om over een geasfalteerde weg. Bij ruim 30 graden wil je niet méér kilometers maken dan nodig, dus vooruit. Halverwege denk je: omkeren. Maar wanneer is halverwege? Doorgaan dus. Enkeldiep door water en modder.

Die gekke Tsjechen. Je móet hier de rivier over (die nu niet meer Elbe heet, maar Labe), het fietspad eindigt en gaat aan de andere kant verder. Wat te doen? Trappen op, naar de overkant, en daar weer trappen omlaag.

Die gekke Tsjechen. Je móet hier de rivier over (die nu niet meer Elbe heet, maar Labe), het fietspad eindigt en gaat aan de andere kant verder. Wat te doen? Trappen op, naar de overkant, en daar weer trappen omlaag.

Goed op de kaart gekeken. Is er geen alternatief voor die trappen? Ja, een pad langs de rivier, tot een dorpje waar een veerpontje is. Belooft althans de kaart, dus dat is nog maar afwachten, wie weet is de veerman allang naar elders vertrokken. En dat pad? Zes kilometer in weideland verzonken klinkers en de nodige stormschade. Maar er is een geruststellende gedachte: een pad komt áltijd ergens op uit.

Goed op de kaart gekeken. Is er geen alternatief voor die trappen? Ja, een pad langs de rivier, tot een dorpje waar een veerpontje is. Belooft althans de kaart, dus dat is nog maar afwachten, wie weet is de veerman allang naar elders vertrokken. En dat pad? Het blijkt zes kilometer in weideland verzonken klinkers en de nodige stormschade. Maar er is een geruststellende gedachte: een pad komt áltijd ergens op uit. En de veerman bleek thuis, tikte aan zijn pet en zette me keurig over.

Dit was een trap die niet te ontwijken was. Dacht ik. Links het spoor, rechts de rivier, rechtdoor de trap en het gele bordje dat het Tsjechische deel van de Trans-Europese fietsroute markeert. Kán niet, dacht ik. Er is altijd een alternatief. Bleek ook zo te zijn. Een tunneltje onder het spoor en een keurige geasfalteerde weg. Scheelde weer een hoop sjouwen en sleuren.

Dit was een trap die niet te ontwijken was. Dacht ik. Links het spoor, rechts de rivier, rechtdoor het gele bordje dat aangeeft dat dit écht het Tsjechische deel van de Trans-Europese fietsroute is. Over de trap. Kán niet, dacht ik. Er is altijd een alternatief. Bleek ook zo te zijn. Een stuk terug, even zoeken en dan een tunneltje onder het spoor dat naar een keurig geasfalteerde weg leidt. Scheelde weer een hoop sjouwen en sleuren.

Hier was geen alternatief te bedenken. Honkebonk omlaag, onder het spoor door en aan de andere kant weer omhoog. Zwaar, zo'n bepakte fiets. Pièce de résistance is dan zo'n bordje: Kolo Vest! Wat volgens de Duitse vertaling zoveel betekent als afstappen en fiets aan de hand meevoeren.

Hier was geen alternatief te bedenken. Honkebonk omlaag, onder het spoor door en aan de andere kant weer omhoog. Zwaar, zo’n bepakte fiets. Pièce de résistance is dan zo’n bordje: Kolo Vest! Wat volgens de Duitse vertaling zoveel betekent als afstappen en fiets aan de hand meevoeren.

_________________________________________________________________________