108. Onvermijdelijke Geschiedenis

In een van de vele beschouwingen die begin deze maand verschenen na de dood van Hella Haasse, las ik iets merkwaardigs. Volgens de directeur van haar uitgeverij was Haasse zeer belezen. “Ze las sneller dan Nederlandse schrijvers konden schrijven.’ Ja, dacht ik, nogal wiedes. Dat is toch bij elke schrijver? Denk aan Pasternak. Die deed tien jaar over Doctor Zhivago, maar je leest het in een week uit. Schrijven is zoeken en zwoegen, soms doe je eindeloos lang over een enkele alinea, netzolang tot alles perfekt looopt, met elk woord op de juiste plaats. Maar de lezer heeft van al dat zwoegen geen notie. Die vreet zich door de woorden, en zo hoort het ook. Dus wat bedoelde die vrouw van Querido te zeggen? Omdat ik een diepzinnige, voor mij verborgen betekenis vermoedde, heb ik nog een tijdje over die uitspraak nagedacht, maar kwam onvermijdelijk terug bij die eerste reactie.

Waarom ik juist nu hieraan herinnerd word, weet ik niet. Vermoedelijk omdat ik met een omgekeerde variant zit: ik reis sneller dan ik kan schrijven. Mijn laatste stuk op dit weblog schreef ik over Berlijn, maar toen waren we al in Krakau en intussen zijn we alweer zoveel verder, alles loopt achter, tijd gaat sneller dan je kunt schrijven en er is zoveel, Polen en Oekraïne, Hongarije en Oostenrijk. Maar het komt, schreef ik aan een vriend, het komt, straks.

Nu dan. Polen, naar Krakau. En daar overkomt me het omgekeerde van wat in Berlijn dreigde te gebeuren. Daar moest ik oppassen niet teveel op zoek te gaan naar de geschiedenis, hier in Krakau is er geen ontkomen aan, het dendert op je af op een manier die op z’n zachtst gezegd merkwaardig is. Want wat te denken van kleurrijke toeristenkarretjes die over eeuwenoude kinderkopjes hobbelen met de wervende mededeling dat ze dagtrips verzorgen naar Auschwitz-Birkenau?

Natuurlijk, de geschiedenis van Krakau is onlosmakelijk verbonden met onderdrukking en vernietiging. Mongolen, Teutonen, Russen, Zweden, Nazi’s en Sovjets: Krakau is gedrenkt in bloed. En geschiedenis hoeft niet verborgen te worden, het is er, alle geschiedenis is gebouwd op gruwel en glorie en en het zijn niet alleen de straten en gebouwen die aan die geschiedenis herinneren, het zit in de lucht en in de gezichten van het volk. Zo werkt dat, en in Krakau is het niet anders. Waar meteen bij gezegd moet worden dat de stad uiterst vitaal voelt. In de prachtige oude Joodse wijk Kazimierz bruist het, café’s en restaurants, galleries en boekwinkels, overal voel je de creatieve energie van de nieuwe generatie.

Toch blijft het raar, die karretjes. Waarom eigenlijk? Omdat de gruwel van Auschwitz zo onbevattelijk is? Past daar geen toerisme bij? Ja, zo voelt het. Ongepast, en oneerbiedig. Terwijl dat natuurlijk onzin is. Mensen willen er heen, willen die plek zien, en ondernemers spelen daar op in. Uit zakelijk oogpunt gezien is er geen verschil tussen Keukenhof en Auschwitz, tussen het Van Gogh Museum of het ghetto van Krakau. Vreemd trouwens, in Polen, de gewoonte om mensen in te huren als levende uithangborden. Arbeidskracht moet hier spotgoedkoop zijn, overal zie je ze staan met hun aanwijsborden. Of zittend. De hele dag pal tegenover een winkel waar ze ijsjes verkopen, met een bord dat naar die winkel wijst, hier ijs te koop. Of een reisbureau. Kaartjes naar Auschwitz-Birkenau.

Aan de overkant van de Wisla, de rivier die Krakau doorsnijdt, ligt Podgórze, een verpauperde arbeiderswijk die nauwelijks betekenis zou hebben voor de geschiedenis van de stad, ware het niet dat hier in 1941 het ghetto van Krakau ontstond. 15.000 joden werden gedwongen geëvacueerd en ondergebracht in een wijk die nauwelijks groot genoeg was voor drieduizend bewoners. Vier tot vijf families per woning, zij die geen woonruimte vonden leefden, en stierven, op straat. De wijk werd afgezet met een betonnen muur. Ten zuiden van Podgórze werd het werkkamp Plaszów ingericht, waar de bewoners van het getto te werk werden gesteld. Van het ghetto resteert niets, behalve een klein restant van de muur die ooit het gebied omsloot. En er is dat plein, dat afschuwelijke plein waar de transporten naar de vernietigingskampen begonnen en waar de Duitsers in koelen bloede duizenden executies uitvoerden. Wie er iets over wil lezen kan de details overal op internet vinden, dit is hier nu niet de plaats voor die gruwel. Wél voor het monument dat op het plein is opgericht: her en der staan stoelen, een makabere herinnering aan het begin van het ghetto toen de joodse bewoners uit Kazimierz over de rivier naar Podgórze werden gedreven en, onwetend over wat hen te wachtern stond, op dit plein de meegebrachte meubels en huisraad moesten achterlaten.

Iets buiten de wijk, aan de andere kant van de spoorlijn, ligt een van de belangrijkste gebouwen van Podgórze: de voormalige fabriek van Oskar Schindler. Dankzij de film Schindler’s List van Steven Spielberg kent haast iedereen de geschiedenis van de opportunistische Sudeten-Duitse industrieel die in Krakau een emailwarenfabriek opende en dankzij goedkope joodse arbeidskracht een fortuin dacht te verdienen. In plaats daarvan vond de grote ommekeer plaats en redde hij ruim elfhonderd joden van een wisse dood. Een daad van grote betekenis, want immers whoever saves one life saves the world entire.

Sinds enkele jaren is in de voormalige fabriek een museum gevestigd dat op indringende wijze de geschiedenis van Krakau tijdens de Duitse bezetting en de gebeurtenissen in de fabriek toont. Mirjam plaatste op haar website een blog met indrukwekkende foto’s.

© Mirjam Letsch

Zijn er tot slot nog vrolijke dingen te melden over Krakau? Nou, reken maar. Heerlijke stad, goed te belopen, de oude joodse wijk Kazimierz is een verrukking, ik schreef het al, het bruist er van de energie, en voorzover wij konden zien is het met de liefde ook dik in orde hier. Waarom? Over de Wisla loopt een voetgangersbrug, en zoals ook elders op de wereld hangt de railing vol Love Locks. Hangslot bevestigen, sleutel in de rivier gooien en de liefde zal eeuwig standhouden. Ik hoop het. Want nog meer hartepijn kan Krakau vrees ik niet verdragen.

3 thoughts on “108. Onvermijdelijke Geschiedenis

  1. Hella Haasse – zeer bewonderd in ons huis. “Ze las sneller dan Nederlandse schrijvers konden schrijven.’ Misschien werd bedoeld dat ze alles las wat haar landgenoten schreven, dat ze de eigentijdse produktie bijhield? Dat zou een hele prestatie zijn – en duur ook, tenzij ze als grande dame van de Nederlandse letterkundigen veel presentexemplaren kreeg.

    Groet
    je broer Peter

  2. Kijk, dat vind ik mooi, die gave om plaatsen in verband te brengen met hun geschiedenis, en die geschiedenis weer terug te koppelen aan het heden.
    Meer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s