53. Zo Oud als de Maanlanding

De twee grijze dames aan de tafel naast mij neuriën met gesloten ogen mee met de vioolmuziek die zacht uit de luidspreker rolt. Tchaikovsky, zeggen ze als ik vraag wat het is. Het adagio van het eerste strijkkwartet. Dan buigt een van zich naar me toe en zegt op moederlijke toon: ik kan het u aanraden, deze compositie is heel geschikt om vertrouwd te raken met klassieke muziek. Als ze even later afrekenen en het restaurant verlaten, herhaalt ze het voor de zekerheid nog maar een keer. Niet vergeten hoor! Tchaikovsky!
     Dit is Vigo, de laatste grote Spaanse stad voor ik de Rio Minhos oversteek naar Portugal. Grappig, ik ben (bijna) in de naam van een beroemde voetballer. Vigo, Figo, een kniesoor die daar op let. Ik ben meer opvallende plaatsnamen tegengekomen deze reis. In Frankrijk waren het Indurain en Athos, en nauwelijks in Spanje of ik rij door Porthos. Bijna had ik de drie musketiers compleet, maar helaas nergens een Aramis. Wel grote fantasten: Castaneda en Casanova. En nu dus de havenstad Vigo. Eindelijk de zee, na al dat bergachtige binnenland. Ik neem me voor tot Gibraltar zoveel mogelijk langs de kust te rijden, maar de volgende dag onderga ik lijdzaam de consequenties van dit plan: harde zuidenwind pal tegen. Ik ploeter en zwoeg en lik het zout van mijn lippen.
     En dan is er opeens Portugal en meteen de eerste dag zit ik een etmaal vast in het beeldschone Viana do Castelo omdat kust en stad geteisterd worden door een ziedende storm. Golven schuimen over de kade, luiken slaan klapperend open en dicht, mensen gaan gebogen tegen de wind, een losgerukte paraplu buitelt door de straat en de receptionist van het hotel staat hoofdschuiddend voor het raam en snapt niets van al dit natuurgeweld. Alleen de zeemeeuwen trekken zich nergens iets van aan. Ze zitten in de dakgoot pal onder mijn raam en schreeuwen om het hardst. Een gruwelijk geluid, alsof een nest jonge honden wordt doodgeknuppeld.
     De volgende dag is de hemel strak blauw, de wind slaapt en de vochtige ochtend ruikt naar dennebomen en eucalyptus. Hele plantages van deze bomen staan langs de kust, de naaldbomen worden afgetapt zoals de rubberbomen in Maleisië, er hangen bakjes aan hun bloedende stammen, druipend van kleverig wit vocht. En de eucalyptus? Die verzagen ze tot pallets. Gevaarlijk spul, eucalyptus. Beeldschoon en heerlijk ruikend, maar hou er een lucifer bij en ze ontploffen als fosforgranaten.
     Niets dan kleinschalige tuinbouw hier bij de dorpen, op akkers die omringd zijn door verweerde stenen muren. Als ik op de trappers ga staan kijk ik er nét overheen en zie de ordentelijke wereld van groenten in slagorde en zwartgehoofddoekte vrouwen die kromgebogen met de hand oogsten en de opbrengt langs de weg proberen te verkopen. Hou het klein! propageerde Erich Schumacher in de vrolijke jaren zeventig. Hier doen ze het, en de wereld ruikt naar ui en knoflook.

Porto fietsduik

Reizen per fiets geeft per definitie beperkingen. Je moet keuzes maken, en ook al zou ik graag de fameuze universiteitsstad Coimbra willen zien, het is te ver landinwaarts, te heuvelachtig, en die energie gebruik ik liever voor een andere stad. Porto bijvoorbeeld. Ook al gebouwd tegen heuvels, dus die energie komt goed van pas. En wát een mooie stad is dat. Het complete centrum staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco, inclusief de schitterende gietijzeren Ponte de Dom Luis, gebouwd door Gustave Eiffel. Eindeloos zwerven door straten en stegen waar de bewoners hun sardines buiten op straat grillen en langs de prachtige Rio Douro waar aan de overkant nog de oude pakhuizen staan van de Engelse wijnhandelaren. Nu kan je er terecht voor een rondje gratis port proeven, er wapperen vlaggen van grote portwijnmakers als Sandeman, Kopke, Taylor en Graham en de terrassen zijn overvol.
Dieper in de binnenstad, waar het beeld bepaald wordt door barokke kerken, lommerrijke pleinen en luxueuze winkelstraten, vond ik een van de fraaiste boekenwinkels die ik ooit zag: Livraria Lello, gebouwd in 1906, met een wonderbaarlijke wenteltrap in het hart van de winkel en een rails in de vloer waarover een karretje met boeken geduwd kan worden. Of ze goed zaken doen weet ik niet, de meeste voorbijgangers wippen even binnen voor een foto en gaan zonder boek naar buiten. Ik ook, maar met een goed excuus: als fietser moet je alle overbodige bagage vermijden.

Livraria Lello Porto

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En dan is er dat naambord. Ergens langs een stille weg in een dorpje van niks, waar getuige de verbijsterde uitdrukking op de gezichten van een paar oudjes zelden bepakte fietsers langskomen, opeens de aankondiging van Café Sem Nome. Het café zonder naam. Dat noodt tot stoppen en vragen waarom. En gelukkig kan Isaura Laranjeiro redelijk goed Engels. Ze komt achter de tap vandaan, schuift bij me aan tafel waar ik mijn galao nip en vertelt over haar vader, die op de dag dat zij geboren werd besloot een café te beginnen. Wanneer dat was? Op 20 juli 1969. Ja, lacht ze, ik ben zo oud als de eerste maanlanding. Toen Armstrong voet op de maan zette en de wereld die beroemde zin a big step for mankind leerde kennen, ging haar vader naar het gemeentehuis voor een vergunning om een café te beginnen. Een grotere stap dan die van Neil Armstrong! zegt Isaura fel. Mijn ouders hadden niets, helemaal niets, behalve dit huisje. En toch durfde mijn vader het aan een café te beginnen. Zomaar, zonder ervaring. Maar toen de ambtenaar vroeg hoe het café ging heten wist vader Laranjeiro niet zo gauw wat te zeggen, dat was een detail waarover hij nog niet had nagedacht. Bedremmeld stond hij te piekeren, en toen dat de ambtenaar te lang duurde schreef deze Café Sem Nome in het register. En dat hebben ze maar zo gelaten.
     Later komt vader Laranjeiro even binnen, spoedig gevolgd door zijn vrouw en niet lang daarna voegen een broer en zuster zich ook bij het gezelschap. Ja, lacht Isaura, de hele familie woont in hetzelfde dorp, zo doen wij Portugezen dat. Of ze ooit in het buitenland is geweest? Nee, nog nooit, zelfs niet eens in Spanje. Ze wil wel op reis, maar dan het liefst naar Nederland. Pardon? Jazeker, Nederland. Ze studeerde waterbouwkunde aan de universiteit van Coimbra, en ook al is ze nu getrouwd en heeft het café van haar ouders overgenomen, het is haar droom ooit de Deltawerken te zien. Wat wij in Nederland aan waterkeringen gebouwd hebben vindt ze indrukwekkender dan de landing op de maan. Stel je voor! Deuren die de zee tegenhouden! En langzaam spreidt ze haar armen als machtige sluisdeuren.
     Ik maak op verzoek een paar familiefoto’s die ik beloof later te zullen opsturen en neem afscheid, zonder Isaura te vertellen dat ik, wonend in Nederland, nog nooit de Deltawerken heb bezocht.  

Sem Nome

Soms is de Portugese infrastructuur wonderlijk. Een fietspad eindigt abrubt in de bosjes en een kleine tweebaansweg wordt opeens vierbaans. Geen echt probleem voor een fietser, als de berm maar breed genoeg is. Maar soms ontbreekt die geheel, en rijdt het vrachtverkeer akelig dicht langs je schouder. En een herrie! Dat gromt en brult en bij elke passerende auto span je onbewust al je spieren, als een dier dat zich klaarmaakt voor de vlucht. Daardoor moest ik opeens aan de onlangs overleden Simon Vinkenoog denken. In de tijd dat ik voor het tijdschrift Bres schreef, waar hij ook voor werkte, ontmoette ik hem wel eens op de redactie aan de Singel in Amsterdam. Op een dag werd daar het fotokopieerapparaat gerepareerd en de monteur was met een stofzuiger in de weer om het binnenwerk schoon te maken. Een hels kabaal, en Vinkenoog begon te brommen alsof hij de stofzuiger nadeed. “Altijd de klank overnemen om de storing om te zetten in eigen geluid en zo het lichaam weer in balans te brengen”. Ik heb het geprobeerd met de vrachtwagens in Portugal, grommend en brullend op mijn fiets, maar het werkte niet echt.
     Ze mogen trouwens wel oppassen, de dichters en schrijvers van de Lage Landen. Als ik een lange fietstocht maak, sterven ze bij bosjes. Vorig jaar, toen ik in Azië reed, stierven Jan Eijkelboom, Ed Leeflang en Hugo Claus. Dit keer zijn het Simon Vinkenoog en Michaël Zeeman, en ik heb nog ruim een maand te gaan.

1 reactie op “53. Zo Oud als de Maanlanding

  1. Gelukkig ben jij geen dichter en kom je uit Het Hoge Noorden. Hans, goede reis verder. ‘k heb weer genoten van je verhaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s